Eurosonic 2013 – vrijdag 11 jan

Ricky Rehab *
The Future’s Dust ****
Rubik **
Trixie Whitley ****
Oscar & The Wolf ***1/2
Agent Side Grinder ***
Dakha Brakha *****
Gasmac Gilmore ***

Onze tweede avond begint wat struikelend, want we belanden per ongeluk bij de simpele rural rock van Ricky Rehab. Dat had nu ook weer niet gehoeven. De legendarische Klojos – toch niet voor niks de slechtste band aller tijden – zouden zich nog uitgedaagd kunnen voelen door deze jongens van de zuipkeet.

Gauw door naar The Future’s Dust, een heel jong bandje uit Leeuwarden. Ze spelen nog maar amper een jaar samen en ogen ook nogal verlegen, maar dit klinkt toch heel goed, hoor! Godbetert voor een veel te klein publiek van misschien maar een man of vijftig, maar dit zijn wel de lucky bastards van (het begin van) de avond. The Future’s Dust maakt complexe nummers à la Alt-J en schuwt daarin de ingetogen stiltemomenten à la The XX niet. Knap hoor, dat moet je durven. Ze hebben nog onvoldoende materiaal voor een volledige, toch slechts drie kwartier lange, Eurosonic set, en na een krap half uurtje wordt het laatste nummer aangekondigd: “Dit nummer hebben we vorige week geschreven.” De band gaat binnenkort pas de studio in voor een eerste ep; om serieus in de gaten te houden.
20130112-171622.jpg

Rubik is heel andere koek: hier spat de ervaring van het podium af. Rubik wordt in het programmaboekje omschreven als de Finse Radiohead, maar dat is toch wat al te veel eer. Deze zevenmansband band maakt een soort indie rock, dicht geplamuurd met trompetten, klarinet en triangel, waardoor de edge eigenlijk een beetje uit de muziek gehaald wordt, in plaats van dat het serieus iets toevoegt. Iets té degelijk allemaal, maar in Finland spelen ze ongetwijfeld menig feesttent helemaal plat.

Dan is Trixie Whitley wel even andere koek. Hallelujah, wat een strot. Trixie durft haar nummers zuiver en kaal te brengen, met alleen de akoestische gitaar of de vleugel (het voordeel van de schouwburg) als begeleiding. Op andere moment kan ze ook heel goed overweg met een voller geluid, van haar twee “uncles” op bas en drum. Met zo’n prachtige, licht hese stem, zulke goede songs en jawel, the looks, kan het niet anders of we gaan nog echt veel van Trixie horen. Vier sterren volgens A Darth, drie volgens D Darth.
20130112-172442.jpg

Oscar & The Wolf is alleen al interessant omdat de productie van hun album in handen lag van Robin Proper-Sheppard, frontman van Sophia en het ongeëvenaarde God Machine. Dat hoor je terug in de gitaargedragen, bijna dromerige rock van deze Belgische jongens. De aparte stem van de zanger geeft extra cachet. Mooie band, die recht doet aan hun sprookjesnaam.
20130112-172211.jpg

Ik geloof dat Minerva Kunstacademie een nieuw podium is op de route van Eurosonic, een wat vreemde, ruitvormige hal. Het is nog even wennen hier, want verschillende bands hebben hier vanavond te maken met tegenstribbelend geluid en daardoor vertragingen. Funest bij een showcase festival, waar iedereen met strakke schema’s werkt en de bands zich in korte tijd maximaal in de kijker willen spelen. “Vi skiter i det! Vi skör!” roept de zanger van Agent Side Grinder dan ook, en met veel aplomb wordt een strakke muur van ouderwetse electro-wave opgetrokken. De zanger heeft de poses van Ian Curtis goed bestudeerd en doet ze knap na.
image

Dan op naar Palma Violets, maar zeker honderd meter rij voor Vera maakt dit een kansloze onderneming… En dat, lieve mensen, blijkt zo’n beslissend moment dat dit festival zo mooi maakt, want we gaan op ontdekkingstocht naar Dakha Brakha, een hidden gem uit de Oekraïne. Ik geloof niet dat ik deze streek in muzikaal opzicht ooit eerder in het snotje had, een belangrijk hiaat in mijn leven, weet ik nu. Dakha Brakha bestaat uit drie wonderschone dames en een traditioneel ogende meneer, allen in prachtige kostuums op een rij gezeten. De muziek klinkt als een mix van traditionele, vrij lange nummers met een moderne, haast sprookjesachtig spannende sfeer er over heen. De cello, bandoleo en slaginstrumenten en vooral de prachtige, ongrijpbare vocalen maken dit tot een fascinerende ervaring. Wat ongelooflijk mooi. Dhaka Brakha biedt een soort paradox van wonderlijke gelaagdheid, terwijl ze hun muziek heel precies, haast minimalistisch weten te doseren. Zelf noemen ze ‘ethno-chaos’, maar daarmee doen ze zichzelf tekort; dit zijn goed doordachte composities van hedendaagse kunst, welhaast een Oekraïense versie van Dead Can Dance, doortrokken met stukjes Esmerine. Je verstaat er niks van (mijn Oekraïens is nogal onder de maat), maar je voelt het wel, en dat is een zeer zeldzaam gegeven in de muziek. Dé ontdekking van het festival.

20130112-172745.jpg

Het is dan even omschakelen voor Gasmac Gilmore. Zeer ervaren band, gekleed in Vindicatse afgeragde pakken. Oostenrijkse feestmuziek, geworteld in punk, ska, en een scheurende metalgitaar, doordesemd met een flinke scheut System of a Down. “Mooie band voor het Veenhoopfestival!” zegt broer Darth, dus dan heb je wel een beeld van de muziek. Dampt lekker door onder het lage plafond van Vindicat, fijne uitsmijter van de avond.

Advertenties
6 reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: