Arcade Fire – Sportpaleis, Antwerpen, 10 juni 2014

****

Als Arcade Fire niet naar Nederland wil komen (tel ik Limburg gemakshalve even niet mee), dan kom ik wel naar Arcade Fire! Verwachtingen zijn hooggespannen na het legendarische optreden een dag eerder op Pinkpop, maar dat wordt enigzins de kop in geduwd: hier geen storm en onweer als backdrop, maar een foeilijke betonnen sportarena vol galm.

Arcade Fire is in de voorhoede van de alternatieve muziek uitgegroeid tot een band van groot formaat. Nummers van de band duiken inmiddels op in Hollywood’s monsterproducties als The Hunger Games, en ze spelen hier toch voor zowat 20.000 man. Via een uitgekiende marketing werd vorig jaar Reflektor gelanceerd, een zware en moeilijk behapbare plaat, waarmee de band niettemin weer een niveau groter is geworden.

Win Butler en de zijnen vangen aan met het wegsturen van The Reflektors, de gemaskerde gimmickband met maskers die eerst het podium betreden en Rebellion lies inzetten. Wegwezen! zegt Butler, en Arcade Fire zet in met het haast schmierende Am I a normal person (nee, natuurlijk). In de volgende twee uur bouwen ze een uitgekiende set op, waar de koppige nummers van Reflektor worden afgewisseld met nummers van de andere platen. Rococco krijgt een voor Arcade Fire vrij minimale uitvoering, overigens een zeer betrekkelijke constatering in het bombastische theater van de (inmiddels) twaalfmansformatie.

Met name de eerste paar nummers hebben flink te lijden onder het beroerde geluid, dat stevig door het Sportpaleis galmt. Dat verhoudt zich slecht tot de toch al zwaar opgetuigde nummers. Arcade Fire is een fascinerend goede band, maar altijd met het gevaar dat alles omkieperd onder een overload aan bombast. Funeral en The Suburbs behoren tot de beste platen ooit, omdat de gekte en de genialiteit overheerst, maar op The Neon Bible en Reflektor is de balans teveel zoek. Die neiging naar bombast horen we in de eerste helft ook iets teveel terug, zo ongeveer tot – het luid meegezongen – No cars go.

Ik snak naar lucht, en gelukkig wordt die op het juiste moment geboden doordat Régine Chassagne vanaf het fantastische Haïti de zang voor een paar nummers overneemt. Ineens valt alles veel beter op zijn plek, met als hoogtepunt It’s Never Over (Hey Orpheus), waarbij Régine middenin de zaal opduikt, in danse macabre zingend met skeletfiguur.

Gimmick van de avond is de terugkeer van The Reflektors, eveneens middenin de zaal, in een playback van Ça plane pour moi van Plastic Bertrand. Cadeautje aan de Belgen. Reflektorman is ook fraai, langzaam dansend in zijn spiegelpak. En natuurlijk de voorziene confetti, onafzienbare stromen confetti… Pfff, dat had van mij dan weer niet gehoeven, net als trouwens de publieksparticipatie van meezingen, meeklappen met de handjes omhoog en ‘woehoe’ joelen. Bryan Adams komt in december pas, beste mensen! Niet meer doen bij Arcade Fire, ook al vragen ze er zelf soms (letterlijk) om.

20140611-163821-59901726.jpg

20140611-163820-59900265.jpg

20140611-163823-59903913.jpg

20140611-163820-59900968.jpg

20140611-163822-59902438.jpg
20140611-163837-59917557.jpg

20140611-152553-55553078.jpg
setlist via @NorbertPek

Andere recensies:
– Helemaal eens met De Standaard: Voodoo met Valkuilen
– Niet helemaal eens met De Morgen: Arcade Fire begeestert het Antwerpse Sportpaleis
– Het Nieuwsblad is me wat te kritiekloos: Arcade Fire ontketent wervelwind in Sportpaleis

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: