archiveren

Blogpost

De geschiedenis van Nederland kent twee perioden van Friese overheersing. In de vroege Middeleeuwen strekte het land der Frisii zich uit onder kening Redbad uit van Wezer tot Zwin en stond de huidige Noordzee bekend als Mare Frisium. Dat is lang geleden. De tweede overheersing is recenter, pakweg dertig jaar geleden, met de verkwikkende Friese Bries. Plotseling doken overal in Fryslân verbluffend goede bands op: Kobus Gaat Naar Appelscha, Weekend at Waikiki, de Stalin Orgels, Umberto di Bosso e Compadres en… It Dockumer Lokaeltsje.

Wat een luxe. Het was een ongekende explosie van toffe bands, alleen vergelijkbaar met de oerknal of de start van het leven op aarde. Het kleine Top Hole was voor even het allerhipste label ooit. De busjes naar Hilversum reden af en aan voor weer een nieuwe set van weer een grensverleggende band bij VPRO’s Nozems-a-go-go of Jonge Helden. Er was sprake van een heuse scene. De meeste bands bestonden maar even, soms ontstonden nieuwe constellaties als LUL en Deinum, en er waren verbindingen met Groningen via een band als The Amp.

Dat sloot allemaal mooi aan bij mijn ontluikende belangstelling voor muziek (en andere ondeugden). Er waren in Friesland maar weinig podia, maar de bands speelden overal, onder meer op mijn oude school Oostergo in Dokkum. In Leeuwarden bleek het Stedelijk gymnasium vruchtbare grond voor bands. Half jaren tachtig werd hier de band Tropical Suicide opgericht, die evolueerde tot It Dockumer Lokaeltsje. Dat oversteeg alles wat totnogtoe was gemaakt. Ontregeling, gekte, noise, in bytsje raar yn ‘e holle. Bliksem, wat is dit?!

Het was voor mij een flinke stap van de cassettebandjes met Dire Straits tot de ontwrichtende noise van It Dockumer Lokaeltsje. In kunstkringen zou men dit avant garde noemen, maar voor mij is het vooral nogal frjemd. Hoekig en korte nummers van anderhalve minuut, volslagen los van alles wat ik eerder had gehoord. Beefheart kende ik nog lang niet.

De band had zich vernoemd naar een brave meezinger van Anne van der Mark (dat in de versie van het accordeonduo De Sambrinco’s regelmatig op Radio Fryslân voorbij kwam – en waarschijnlijk nog steeds). Het gaat over de oude vrachtspoorlijn ‘over de noord’ van Leeuwarden naar Dokkum, een lijn die halverwege de twintigste eeuw ten onder gaat (maar fragmenten van de lijn zijn in het Friese land nog steeds te vinden). It Dockumer Lokaeltsje lijkt een referentie naar een andere tijd, toen geluk nog heel gewoon was etc., maar muziek en teksten zijn uiterst urgent, relevant en actueel (om de bak met buzzwords meteen maar even open te gooien).

De eerste plaat is Wil Met U Neuken! duurt slechts 16 minuten, typisch zo’n plaat waar de plaatverkoper zal aandringen of je er echt niet een tasje bij wil. De plaat wordt zelfs opgepikt door de legendarische John Peel. It Dockumer Lokaeltsje is tegendraads en vol ideeën, die steeds strakker klinken, getuige vooral ook de tweede plaat Moddergat. Deze staat vol met moderne klassiekers, zoals Bûten mei de heavies en It H. SpoekMidden yn ‘e nacht komme wy te piemelsjen zingt Peter Sijbenga in één van zijn eigenaardige teksten. Check maar eens wat filmpjes: Klúnen yn ‘e dúnen, Spoekelo, of Ljep.

20170714_114657

En dan is het weer voorbij. It Dockumer Lokaeltsje treedt in 1990 nog op met notabene de Einstürzende Neubauten, een mooi combo aan ontwrichtende disharmonie in Leeuwarder zaal De Harmonie. De platen worden samengevat op de verzamelaar It Dockumer Totaeltsje en dan gaan de bandleden hun eigen weg. Peter Sijbenga speelt later nog in Deinum en produceert verschillende platen van anderen, Fritz de Jong en Sytze van Essen gaan verder met LUL.

Die stamboom ga ik verder niet ontleden, want de kern van de zaak is dat It Dockumer Lokaeltsje sinds enige tijd weer optreedt! Tegenwoordig opererend vanuit de hoofdstad en nog spaarzaam in de optredens, maar toch ook werkend aan een nieuwe plaat, met vooralsnog de werktitel ‘Nieuwe Plaat’.

Met de bak aan ervaring die in de afgelopen kwart eeuw over de klassiekers heen kan worden gelegd klinkt het strakker, ruiger, experimenteler en gewoon beter dan ooit te voren. Check het hier in De Harmonie en hier in de Asteriks. Als vanouds worden er in een half uurtje twintig nummers doorheen gejaagd, hartstikkene briek en psychodemisch en na afloop is iedereen een beetje raar in het hoofd. Komt dat zien op Darthfest, het warme bad voor de Friese voorhoede!

En se bin net langer dea
De grêven binne leech
Se bin net langer dea
en ûnderweis nei Heech

It DL

The Homesick-Isolde -Woudstra-2-08 WebDokkum, de mooiste der elf Friese steden, de parel van het noorden, de stad die binnenkort landelijk nieuws zal zijn als Sinterklaas er zijn intocht maakt – al kleeft er voor binnentrekkende heiligen in die streken wel een risico aan. Als ik in Dokkum kom ga ik als vanzelf weer een beetje Dokkums lullen, ja wat wustou nou, ju?

Ik ging er naar school, elke dag 10 km heen en 10 km terug, in totaal moet ik ongeveer 25000 km hebben gefietst. Zo in het vroege voorjaar is het wel te doen, als de ochtendnevel boven de weilanden door de opkomende zon langzaam uiteen wordt gereten. Aankomst in Dokkum, op de grens van zand en klei, met zijn prachtige bolwerk en de fiere molen, waar destijds nog de toren van de Jister een streng baken was voor de toesnellende leerlingen. Dokkum, waar pake Durk in de jaren dertig nog de Bonifatiusbron heeft helpen metselen en waar nog eerder oerpake Wiebe dagelijks met de hondekar vanuit Driesum en omgeving zijn spullen afleverde.

DokkumDarth Faber houdt van Dokkum en, heil en zegen!, net als hij zijn gedachten richt op een mooi cutting edge festival in het verre Utrecht, blijkt aldaar zowaar één van de beste bands van Nederland te ontluiken. The Homesick is sinds een paar jaar op de radar van muziekminnend Nederland. Het begint met wat gekke self-made videootjes over het ogenschijnlijk saaie leven in Dokkum, klierend met patat en lummelend bij het busstation. De cult is onmiskenbaar, zeker als er met Yuko Yuko nog een nevenproject blijkt te bestaan, vol slaapkamergeproduceerde, eighties-geïnspireerde electrowave. In dezelfde scene cirkelen ook nog bands als Korfbal en Waterlelyck.

In razend tempo worden nummers uitgebracht, Youtube raakt overspoeld met catchy nummers met vaak een lullig clipje dat samenhangt van goedkope editing. Zie bijvoorbeeld het fijne The Boys, waarin lekker met patat en kroketten wordt gespeeld, zie de goedkope edits in Breakfast, of de wonderbaarlijke teksten van Friday Night We Dance to Johnny Cash. Er gebeurt iets in Dokkum.

Dit oogt knullig maar is superscherp, catchy en zeer eigenzinnig. Misschien wel juist omdat The Homesick zich helemaal niet hoeft te verhouden tot een scène met eigen regels en conventies. En dat dringt dan weer snel door tot ver buiten de periferie. Allereerst in Mexico, gek genoeg, maar later ook in Hollandse contreien. Daar in de randstedelijke media bevestigt men graag het beeld van patatvretende slackers en The Homesick is nauwelijks geïnteresseerd om dit beeld bij te stellen. Ze komen zelfs in DWDD, al heb ik niet de indruk dat Van Nieuwkerk er echt mee uit de voeten kan.

Sowieso voegt de band zich niet echt naar de normen van van hoe heurt het eigenlijk. Zo wordt aanvankelijk wordt nog bedacht om The Homesick en Yuko Yuko om en om te laten bestaan, eerst een maand de één en dan een maand de ander, enzovoorts. Het komt dan net zo uit dat Yuko Yuko in 2015 op Noorderslag speelt, met een hele fijne set. In oktober dat jaar speelt dan The Homesick weer en dan zie ik ze ook voor het eerst in Utrecht, bij de Popronde.

20170413_222152The Homesick zijn Elias Elgersma, Jaap van der Velde en Erik Woudwijk. Ze zijn zich zeer bewust van cultuurclashes en neemt het onbegrip dat daar uit voortvloeit als uitgangspunt voor hun songs. Dat levert mooie beschouwingen op, over de samenhang tussen (voor)oordelen en sociale status en over de eigenaardigheden van het geloof. Zie een titel als The Best Part Of Being Young Is Falling In Love With Jesus. En dat op een muzikaal bedje van wave met vette lagen synths, soms leuend tegen knetterharde postpunk aan, zoals destijds bij de Popronde in de Acu, maar recent is het weer bijna shoegaze. Die hokjes zijn verder ook helemaal niet relevant, meer ter indicatie van de brede range die de band bestrijkt. Pas begin dit jaar kwam de eerste langspeler, Youth Hunt, nadat een paar jaar geleden al de veel rafeliger EP Twst Yr Wrsts verscheen.

Met The Homesick kunnen we veel kanten op, met de zekerheid dat we van tevoren niet weten hoe het uit zal pakken. The Homesick is zo’n band die uit verveling inspiratie weet te halen en die van frikandellen haute cuisine maakt. Dit is in alle opzichten een band die op het affiche van #DarthFaberFest moet. It sil heve!

Homesick2

 

 

 

Ik zal eerlijk zijn: zo aan het begin van het jaar heeft het wel even aan me geknaagd, al dit geschrijf. Het is een hoop gedoe, zo’n blog. Gewoon een bandje kijken voor eigen plezier en als excuus voor bier drinken is er haast niet meer bij, want elke keer moet er weer een tekstje komen, ik moet aantekeningen maken en ik moet weer een foto uitzoeken, die ene die wel gelukt is temidden van soms een honderdvoud aan wazige plaatjes. Het moet allemaal een beetje tussen het werk door, terwijl tegelijkertijd de vaderlijke plichten van het gezin om aandacht vragen en huis en tuin in steeds verdergaande staat van chaos verkeren. Als ik er dan in slaag om de diepere gevoelens voor een band in een tekst te vatten en de computer afsluit kan het zomaar voorkomen dat ik de kinderen nog eens moet uitleggen waarom Nick Cave eigenlijk beter is dan Nick en Simon. Stukjes komen tot stand in korte ritjes in de trein, tussen zoonlief’s judoles en eten koken door, of godbetert in de marge van een gitaaruitvoering van dochterlief. Maar het moet.

Van wie moet dat dan? Van niemand ander dan mezelf. Daar ligt een grote passie en bevlogenheid aan ten grondslag. Ik vind het namelijk niet alleen leuk om goede bands te ontdekken en te kijken, maar ook om te beschrijven wat ik er van vind, om de woorden te vinden voor wat het in me los maakt. Aldus gaat Darth Faber stug voort, vanuit de liefde voor muziek en schrijven, en vanuit de spanning om telkens weer iets ontwrichtend moois te kunnen ontdekken.

En dat inmiddels dus al bijna vijf jaar lang. Darth Faber begon in 2012, na al ruim twintig jaar van bands kijken, met het doel om zo ten eerste een beetje bij te kunnen houden wat ik allemaal wel niet zag, en ten tweede om mezelf een beetje te bekwamen in het beschrijven van die ervaringen. Een archief en een schrijfcursus dus.

Na vijf jaar, 180 posts, 452 bands en vele onvergetelijke ervaringen, prachtige muziek en ontwrichtende avonden is het dan nu een mooi moment om dat alles bij elkaar te rapen tot één fenomenale avond om dat alles te vieren met DARTH FABER FEST! Jawel, Darth Faber doet op zaterdag 16 september niks minder dan een eigen festival, een staalkaart van de cutting edge van ruim dertig jaar aan Nederlandse underground, in de beste zaal van Nederland. Hoeveel mooier kan het worden?

Wat gaan we doen? Drie cruciale bands komen op het podium van DBs: The Ex (!!), It Dockumer Lokaeltsje (!!) en The Homesick (!!). Nondeju, het beste wat Nederland ooit voortbracht, gewoon bij Darth Faber in DBs op het podium!!

Dat alles is inmiddels gefikst en geregeld, dat doet Darth Faber i.s.m. DBs voor je, nu alleen het publiek nog. En dat ben jij, samen met al je vrienden en die van mij. Kaartje moet je zelf even fiksen, zie https://web.dbstudio.nl/event/darth-faber-fest-w-ex-homesick-t-dockumer-lokaeltsje/?instance_id=160. Darth Faber maakt t.z.t. natuurlijk geen verslag van wat hij zelf boekt (maar reken wel op mooie foto’s!), maar in de komende tijd zal ik van alle bands een mooie, persoonlijke aanbeveling maken. Alle bands liggen me na aan het hart, met heel verschillende redenen, herinneringen en verhalen. Die liefde zal ik proberen onder woorden te brengen. Want DARTH FABER FEST! wordt een reis door de geschiedenis, een omhelzing van onmisbare zalen als DBs, een herinnering aan Fryslân, een ode aan de underground, en vooral: een liefde voor de muziek.

12898_the-ex

Hoe gaat het eigenlijk met de Nederlandse underground? Die vraag stelde 3voor12 zich onlangs tijdens de maand van de underground. Daaruit bleek dat men de term vooral liever niet gebruikt, want ach het is weer zo’n hokje waar men niet in wil. Ik zit daar niet zo mee, underground is net als porno, ik herken het wel als ik het hoor of zie, dankzij een flinke dosis tegengeluid, ontwrichting, rebellie en eigenwijsheid.

l-1809-van-onderen

Van Onderen!

Ook bij Paradiso doet men niet zo moeilijk en meteen bij aanvang van het nieuwe jaar is er Van Onderen, “24 uur Nederlandse underground”. Dan kun je dus een eind heen lullen over hokjes en definities, maar ik weet dan al lang dat ik hier bij moet zijn. 24 uur, tientallen bands, workshops, presentaties, een overdose zonder weerga. Wie alleen al naar de namenlijst kijkt weet ook meteen het antwoord op de gestelde vraag: het gaat uitstekend met de Nederlandse underground! Wat een rijkdom! En dat straks allemaal een dwars etmaal lang bij elkaar op één locatie.

Uit deze gigantische ruif aan eigenzinnigheid kun je vreten naar hartelust, ga lekker op ontdekkingstocht. Voor wie echt wat houvast wil is er gelukkig altijd nog Darth Faber om je een handje te helpen, maar remember the bottomline: slechte keuzes kun je niet maken op deze avond. The Ex kan iedereen zelf wel bedenken als niet te missen hoofdact, verder bij deze dan toch nog wat aanvullende suggesties.

Eén van de fijnste bands van dit moment is The Fire Harvest, gewoon uit ons eigen Utreg. Ze gaan al een paar jaar mee, maar ik ontdekte ze pas onlangs in de Acu, bij dat andere undergroundfestival voor Nederlandse bands, Le Mini Who. Dit is underground, maar vooral ook mooie atmosferische darkfolk. En Singing, Dancing, Drinking is gewoon één van de mooiste platen van 2016. Check it out.

Die zelfde middag zag ik ook eindelijk Kanipchen-Fit, die ik al wat langer in het vizier had. KF is de band van underground-god Empee Holwerda, ooit zanger/gitarist van het legendarische LUL en daarna ook nog bij Solbakken. Maar tegenwoordig dus Kanipchen-Fit, samen met mevrouw Holwerda (enorm woest podiumbeest) en een lekker complexe drummer. Geen idee wat Kanipchen-Fit betekent, maar wel dat het klinkt als een gitaarband op steroïden, met een beetje funk, een beetje rock, een beetje noise, en het klopt allemaal wonderwel.

De mooiste band komt út Dokkum, want Dokkum is de beste! The Homesick mag niet gemist worden, totaal autonome noiserock van Elias, Jaap en Erik, allen met een grote voorliefde voor frituur (vooral frikadellen). Eigenwijzer dan The Homesick wordt het niet vanavond. Live ook enorm veel steviger dan op de EP.

Een echt volwaardige plaat is er in drie jaar nog steeds niet verschenen van The Homesick, maar dat zal er mee te maken hebben dat Elias ook nogal druk is met zijn andere band, Yuko Yuko. Als hij er dan toch is kan Yuko Yuko ook wel een potje spelen natuurlijk. Dat is dan meteen heel andere koek, met een stevige eighties-feel van DIY pop met enorm veel galm. Live absoluut één van de meest likeable bands around. Wie dit leuk vindt moet trouwens ook even bij KIEFF en bij The Hunter Complex gaan kijken.

Terug naar de Utrecht-promotie: This Leo Sunrise mag ook niet op je lijstje ontbreken. Binnen de context van Van Onderen vrij toegankelijke indie/alternative/shoegaze, maar neem vooral even de tijd om dit te checken. Kan zomaar eens een aangename verrassing worden.

Ook goed behapbaar is KIN, uit Groningen. KIN is stevig in de postrock gedrenkt, maar refereert ook aan PJ Harvey en dergelijke. Frontvrouw Kim Foster is vanuit Manchester in Groningen komen aanwaaien. De band bestond aldaar ook al, maar blijkbaar heeft ze de Engelse incarnatie verruild voor een Nederlandse versie. Ik zag KIN vorig jaar al tijdens de Popronde, op een piepklein hoekje van een bomvol Willem Slok, en dat was toch waarlijk wel indrukwekkend. Foster pakt je bij de strot en laat je niet weer gaan. Luister maar eens naar de mooie plaat Slowtv. 

Ontwapende underground bestaat ook, check daarvoor Naive Set. Heerlijk relaxed bandje, die maar weer eens laat zien waarom mensen überhaupt bandjes beginnen (ook al schijnt dat helemaal uit te zijn tegenwoordig, maar dat soort hypes laten we hier even passeren): maximaal effect met minimaal aantal akkoorden. Nog leuke teksten ook, hier en daar in het Duits.

Zea is stilistisch wat minder goed te betrappen. Deze eenmansband van Arnold Boer kan alles (en alles wat hij hier niet in kwijt kan kan hij kwijt als zanger van The Ex). Ik heb Zea al zeker twee keer gemist in Utrecht, dus nu wordt het wel eens de hoogste tijd om dat niet weer te laten gebeuren.

Underground hoeft trouwens helemaal niet in de hoek van de raggende gitaren te zitten. Wat te denken van mysterieuze Nimbus 3000, het dromerige Deutsche Ashram, het abstracte Blue Crime en de experimentele laagjesstapelaar Spoelstra (dat wel wat doet denken aan Binkbeats)?

Dit wordt een lange, lange dag. Hard gaan en maar zien wat je tegenkomt brengt je diep in de onderlagen van de ondergrond, doordacht en met gerantsoeneerde hoeveelheden bier haal je misschien het klokje rond voor een fijne staalkaart van de vaderlandse underground. Hoe dan ook kan het nieuwe jaar niet beter beginnen.

 

 

 

EuroSonic

Hoe kunnen we het nieuwe jaar beter beginnen dan met een vooruitblik op Eurosonic door Darth Faber?! Het programma in Groningen is met van 346 acts weer enorm en wie zich niet terdege voorbereidt loopt grote kans om zich in deze overdaad te verliezen. Ergo: hier is een goede gids nodig. Het was weer een enorme klus, maar volgens mij ben ik er uit. Zie hieronder mijn handreiking voor Eurosonic. Over Noorderslag onderstaand nog wat reflecties. De nadruk ligt op nieuwe ontdekkingen, want bands als Dewolff, John Coffey, Birth of Joy en De Staat kun je zelf wel bedenken. Here we go…

Eurosonic

The Black Heart Rebellion – woe, Der AA theater, 00.30
Duistere darkfolk/doomwave zoals dat alleen uit Gent kan komen. Soms tegen de metal aan, maar dan ook af en toe weer een viool, of een haast akoestisch stuk. Eén van de beste platen van het afgelopen jaar.

Eriksson Delcroix – woe, Grand Theatre up, 21.00
Eriksson Delcroix klinkt in eerste instantie als een leuk countrybandje, tegen de bluegrass aan, maar er zitten toch wel erg veel mooie lagen folk en americana in. Ze tourden eerder in Nederland in het voorprogramma van Blaudzun, en dat was een heel erg aangename ontdekking. Band met hele hoge sympathiefactor.

Verder heb ik me niet zo in de woensdag verdiept, want Darth Faber moet zelf gewoon werken en is er de eerste dag dus nog niet bij, helaas…
De donderdag en de vrijdag dan:

SVPER – do, News cafe, 20.45
Lo-fi electropop uit Spanje, met kraut, sensuele zang en strakke wave. Tussen motorik en sensueel. Dat is het proberen waard. Speelden al op SXSW.

Nikki Louder – do, Spieghel up, 21.30
Een knetterende pot Sloveense noise, dat hebben we sinds Laibach al niet meer op tafel gehad. Nikki Louder pakt het voortvarend aan: stomende noisepunk van het aangenaam kwaaie soort. Doet me denken aan Repetitor, de Servische collega’s die we hier een paar jaar geleden de boel zagen afbreken. Veelbelovend dus! Speelt ook op woensdag in de Spieghel, zelfde tijd.

FEWS – do, De Beurs, 21.25
In eerste instantie klinkt dit als Klaus Johann Grobe, die vorig jaar op ES stond, maar luister nog eens: beetje Jesus & Mary Chain, beetje Wooden Shjips haast. IJzeren motorik, stuwende gitaren. Hypnotische ervaring.

Yung – do, De Beurs, 22.50
Ongooglebare naam in een tijd waarin elke hippe band zichzelf Yung .. [zelf invullen] noemt, maar de muziek komt wel degelijk aan! Lekkere pot neopunk, combineert melodieuze gitaren met strakke ritmes en goed schreeuwende zang. Zit in het hoekje van Girl Band en Menace Beach. Kan je je geen buil aan vallen.

KIN – do, Warhol, 23.00
Afgelopen jaar profileerde KIN zich stevig in de Popronde met een prachtig optreden in minikroeg Willem Slok. KIN zit heerlijk tussen wave en postrock, een band vol overtuiging die het publiek er bij de haren bij sleept. Op het Grunnsonic-programma, dus je kunt zo binnenlopen. Helaas wel in de Warhol, slechtste zaal van Groningen en verre omstreken.

Pumarosa – do, Vera, 23.45
Eén van de weinige lichtpuntjes van de afgelopen editie van London Calling. De single Priestess laat goed horen wat Pumarosa in zijn mars heeft, wat een heerlijke electropsychkraker is dat zeg! Zelf noemen ze het ‘industrial spiritual’. Hopelijk hebben ze genoeg om een set lang te kunnen boeien, maar het basismateriaal is er. Lichte hype, dus kom op tijd, want wordt volle bak in Vera.

Kontinuum – do, Vera, 01.15
Goede IJslandse industrial wave met een vleugje duistere doom en postrock. Ja, dit klinkt heel erg lekker, als het kleine broertje van Solstafír, dat hier vorig jaar furore maakte. Garant voor mooie, lange, duistere nummers.

Weval (01.15), Applescal (02.00), Alle Farben (03.00) – do, Paradigm
Paradigm is tijdens ADE geridderd tot beste underground club van de Benelux, en op donderdagnacht gaan ze dat helemaal waar maken met een mooie trits dance-acts. Eerst Weval, het duo dat o.a. Motel Mozaïque al alle hoeken van de zaal liet zien. Dan Applescal, die vorig jaar de heerlijke deeptechnoplaat For uitbracht. En dan afpilsen met Alle Farben, wonderboy uit het Berlijnse nachtleven. Nachtje doortrekken voor de diehards.

Vrijdag dan maar een beetje rustig aan beginnen.

Grandbrothers – vr, Grand Theatre up, 20.45
Dit is iets heel anders: twee mannen, een jazzklassieke piano, en daaroverheen atmosferische synths en loops. Stapelt laag op laag, tot een pianotrip met een haast klassieke postrocksfeer. Tussen de pianoritmes van Nils Frahm en de electronische soundscapes van Future Sound of London, en dat op een natuurlijke manier bij elkaar gebracht. Zeer intrigerend.

Blaue Blume – vr, De Beurs, 22.50
Prachtige Deense band, sterk geïnspireerd door Antony & The Johnsons, maar meer het geluid van Perfume Genius in combinatie met Morrissey. Komt heel dicht bij je, pakt je vast en zingt met snik en trillend uit het diepst van zijn tenen. Je moet er van houden, anders wordt het niks voor je. Maar voor wie er gevoelig voor is kan dit geweldig worden.

Marble Sounds – vr, USVA, 23.00
Belgische band met het soort verstilde liedjes dat doen denken aan Sparklehorse of Amatorski, maar meer in de verte ook aan Notwist. Schuwt het grote gebaar niet, maar blijft altijd aangenaam melancholisch. Heeft de sound voor in een kleine kroeg, maar net zo goed voor megagrote podia. Dit kan een grote ontdekking worden.

Desert Mountain Tribe – vr, Spieghel up, 23.00
Engelse psychrock, tussen de nette psychedelica van Tame Impala en de gruizige psychrock van Black Angels in. Schuwt het grote gebaar niet (zoals dat hoort bij Engelse bands). Dit kan dus een heel erg lekkere set worden.

Bachar Mar-Khalifé – vr, Der AA-kerk, 23.45
Frans-Libanees-Arabische electronica experimentalist. Stijloverstijgende klassiekgeschoolde conservatorium-electronica met jazz-invloeden van over de hele wereld. Totaalfusion.

Forever Pavot – vr, Minerva AA, 00.20
Ja, Forever Pavot, dat is nog eens een leuk bandje! Mooie ontdekking vorig jaar op Oscillations in Ekko. Franse psychedelica, beetje fuzz, beetje Jacco Gardner, en dat alles met een enorme glimlach onder de snor. Absoluut de band met de grootste sympathiefactor, maar toch zeker ook met echt een goed geluid. Is live veel beter dan op plaat.

The Germans – vr, Spieghel up, 00.30
The Germans uit België bestaan al weer een tijdje en laten zich graag inspireren door vrijwel al mijn helden: Sonic Youth, Velvet Underground, oude Pink Floyd, Can, u zegt het maar. Dat vertaalde zich vorig jaar in de briljante plaat Are Animals Different, die als één lang nummer van drie kwartier wordt neergelegd. Vol noise, psych, kraut. Als dat zich met dezelfde intensiteit vertaalt naar het podium dan wordt dit geweldig.

Briqueville – vr, Mutua Fides, 01.15
Brute doom uit de krochten van België. Gekleed in lange gewaden en met gouden maskers, maar herkenbaar als de mannen van Amenra (althans dat vermoed ik; er zijn nog veel wildere verhalen). Denk ook aan Goat, of zelfs Sunn O))). Lange instrumentale nummers, niet alleen om te luisteren maar vooral om te ondergaan. Sterke ingewanden noodzakelijk, vorig jaar op Motel Mozaïque was het geweldig maar vertrok driekwart van het publiek. Alle ruimte dus voor de ware liefhebber.

ROME – vr, USVA, 20.00
Luxemburgse postfolk, ook met zo’n ongooglebare naam. Heeft al tien albums uitgebracht. Lastig om dit vast te pinnen: dark ambient chansons, met zowel folk als industrial er doorheen gelardeerd. Wie dat kan, kan heel veel.

Noorderslag

Het is weliswaar de dertigste editie van Noorderslag, ik heb daar 23 van meegemaakt, maar dit jaar ga ik het toch heel anders doen: de Oosterpoort laat ik links liggen. Aan het programma ligt het niet, dat is ook dit jaar weer uitstekend. Maar toch… jaar na jaar voel ik me hier minder op mijn gemak. De sfeer op Noorderslag staat me steeds meer tegen. Omdat Noorderslag dicht bij mijn hart ligt heb ik er lang over nagedacht wat het is dat mij nu weerhoudt om te gaan. De kern is dat Noorderslag elk jaar verder verschuift van een mooie showcase van de Nederlandse muziek naar een bijeenkomst waar je bij moet zijn omdat het de place to be is. De showcase bestaat nog steeds, daarover geen twijfel, maar de ontzettende “kijk ons hier eens lekker hip wezen”-sfeer overheerst inmiddels tot op het irritante af. Er zijn me net teveel mensen die niet echt voor de muziek komen, die overal doorheen lopen te kwekken en die het zelfs klaarspelen om de bands tot op het podium te negeren. Noorderslag doet hier zelf ook druk aan mee, met vooral de irritante overprofilering van 3fm. Dieptepunt was het type Gooise matras in de hal met een bordje “de 3FM rondleiding begint HIER om 22.00”.

Gaat dat nog over muziek? Nee, Noorderslag is marketing geworden, het culminatiepunt van een niet meer te ontwarren kongsie van muziek en media. Ik ben niet naïef en zie ook wel dat deze altijd innig samen zijn gegaan, maar de verkenning van die interactie vind ik niet interessant, laat staan de vraag hoe een band succesvol kan zijn met behulp van media. Muziek als branche interesseert me niks. Ik wil muziek luisteren en kijken die in zichzelf authentiek is, of die voor mijn part media gebruikt in plaats van andersom. Het leek me daarom beter om maar eens een jaartje over te slaan, om even een beetje afstand te nemen van Noorderslag, zodat we wellicht later de liefde weer terug kunnen vinden.

Nadat ik dit schreef zag ik dat muziekjournalist Peter de Bruyn met hetzelfde dilemma worstelt, zie hier zijn artikel in het Dagblad van het Noorden (al gaat dat meer over de conferentie dan over het festival, maar het idee is m.i. vergelijkbaar).

Toch naar Noorderslag? Ga dan in elk geval naar Terzij de Horde, Iguana Death Cult, The Homesick, Canshaker Pi, De Likt, Naive Set, Sevn Alias, Birth of Joy en Bewilder. Popprijs kun je overslaan, die gaat toch naar Kensington.

Aanbevelingen van anderen:
– Tien tips van 3voor12: http://3voor12.vpro.nl/nieuws/2016/eurosonic-noorderslag/10-tips.html (grappig genoeg echt nul overlap met mijn eigen lijstje).
– De heavy Eurosonic-route van Never Mind the Hype: http://nmth.nl/esns16-voorpret-met-de-heavy-eurosonic-route/
– Lijstje aanbevelingen van Europese media, via ESNS: http://www.eurosonic-noorderslag.nl/en/festival/recommended/
– … (more to follow)

IMG_0259

Zo, dat was concerttechnisch weer geen misselijk jaar! In kwantiteit meer concerten dan ooit tevoren, in kwaliteit steeds dieper de ondergrond in, met enorm veel experiment en eigenzinnigheid. Ik tel niet minder dan 130 bands die op het podium voor mij verschenen. Daar zat dit jaar geen groot podium van formaat HMH tussen, dus ik durf nog wel te zeggen dat ik alles ook daadwerkelijk goed heb kunnen zien ook. Dat alles speelde zich voor een groot deel af op kleine en middelgrote festivals, zoals de meerdaagse Eurosonic/Noorderslag, Le Guess Who? en Motel Mozaïque, en enkeldaagse events als Le Guess Who in Pandora, London Calling in de Tolhuistuin, en het geweldig leuke nieuwe festival Into the Void. Daar tussendoor nog een onstuitbare stroom aan losse concerten, vooral in hometown Utrecht. Vanaf Lowlands kwam tussendoor nog een uitgebreid tweetverslag binnen, maar daar was ik zelf niet bij.

Intussen schoot deze blog in september door de grens van de honderd berichten heen, na ruim 2,5 jaar bands kijken schrijven. Daarna ben ik gestopt met het uitdelen van sterren; het uitdelen van sterren is me te gemakzuchtig en ook geen erg fatsoenlijke samenvatting van de inspanningen van de hardwerkende bands. Ergo. Kan een jaarlijstje dan wel? Ik denk het wel. Dit is een positieve selectie, uitsluitend vijf sterren zou je kunnen zeggen, dus een diepe buiging mijnerzijds. Ik heb daarom een eclectisch lijstje van tien optredens gedestilleerd die op mij de meeste indruk hebben gemaakt dit jaar. Het is een cliché, maar wat ik gezien heb ontloopt elkaar op hoog niveau echt maar weinig. Maar goed, quit the disclaimers, here we go:

1. Ufomammut – Neushoorn, Into the Void (24 oktober)
Het meeste indruk maakte toch wel Ufomammut, ongelooflijk hard maar loepzuiver in de spiksplinternieuwe zaal De Neushoorn in Leeuwarden. Ik ben normaal niet zo’n geluidsfetisjist, maar als het zo goed is als hier dan tilt het een anderszins vaak wat gesloten band als Ufomammut ineens naar een ander niveau. Het is geen beton meer, maar verfijnde architectuur. Ufomammut blijkt vele lagen te herbergen, je zou het zelfs nuance kunnen noemen, op genadeloos volume gebracht. Wat een beestachtig goede band staat er dan opeens! Zeer indrukwekkend.

2015-10-24 18.46.18

2. The Necks – Theater De Kikker, Le Guess Who? (22 november)
Van totaal andere orde was The Necks, in het bomvolle theater De Kikker tijdens Le Guess Who? Startend met een loopje op de contrabas, de drum die invoegt, en de piano die er bij komt. Het is één lang nummer van exact een uur, zonder veel melodie, eerder langzaam maar zeker steeds weer verschuivende lagen en ritmes. Denk Canto obstinato. Verbluffend optreden, ongelooflijk knap en fascinerend om te zien.

3. Broeder Dieleman – Tolhuistuin, LC Concerto (16 mei)
Ook om geconcentreerd en stil te luisteren is Broeder Dieleman, met verstilde liedjes op akoestische gitaar, af en toe begeleid met samenzang en harmonium. Ook hier een belangrijke externe factor, namelijk de prachtig ondergaande zon over het IJ en de skyline van Amsterdam, een prachtige achtergrond bij de grondgebonden folk van Dieleman. Dit was zo’n optreden waar alles ineens bij elkaar past. Maar laten er geen terugblik op een zonsondergang van maken; het is Tonnie Dieleman zelve die hier met diep doorvoelde liedjes de ziel van het Zeeuwse landschap toont aan het ademloos luisterende publiek. Ten diepste ontroerend op de mooist mogelijke manier.

4. OM – De Helling, Le Guess Who? (19 november)
OM maakt een soort van meditatieve metal, boedhistische doom zo u wilt, of basgestuwde psychedelische mantra’s. Ongrijpbaar, haast religieus, bedachtzaam en wonderschoon tegelijk. Dit is echt één van de meest fascinerende en beste bands van nu. OM geeft geen concert, OM is een hoogmis, een diep doorvoelde, haast religieuze belevenis.

5. Godspeed You! Black Emperor – Paradiso (29 april)
De beste band van deze eeuw is Godspeed You! Black Emperor. Op het podium biedt GYBE lange orkestrale geluidsconstructen, zonder duidelijk leider of dirigent, maar vol structuur én improvisaties. GYBE is een orkaan, een compromisloze totaalervaring. Ik had ze al jaren niet meer gezien, maar dit was een weerzien om niet licht weer te vergeten. Verpletterend goede band.

6. Primus – TV Ronda (19 juni)
Ik kan er niet omheen, ik doe het gewoon en ik zet Primus hoog in de top 10 van dit jaar. En dat had ik van te voren toch zeker niet gedacht. Primus is natuurlijk een prima band, maar met de levensgrote en vaak betreden valkuil van gefreak, gepiel en gedoe. Als die valkuil echter wordt vermeden past alles naadloos bij elkaar. Technisch van uitzonderlijk niveau, dat wisten we eigenlijk wel, maar Claypool en kornuiten hebben deze dag in juni echt zin om een feestje vol muzikale gekte neer te zetten. En we krijgen niet één maar twee concerten deze avond: eerst een uur greatest hits, daarna even ombouwen en dan nog een uur een totaal waanzinnige interpretatie van Sjakie en de Chocoladefabriek. Niet uit te leggen, had je bij moeten zijn.

7. Acid Mothers Temple – DBs (12 oktober)
Eveneens een volstrekt eigen universum brengt Acid Mothers Temple. Rechtstreeks uit de rafelranden van de Japanse consumptiemaatschappij katapulteren de Acid Mothers ons in een lange trip van indrukwekkend complexe spacegaze. Combinatie van een machtige wall of sound, een retestrakke motorik en etherische psychedelica. Adembenemend.

8. Reigning Sound – Bitterzoet (3 juli)
Reigning Sound schudt de puntige bluesrockliedjes uit zijn mouw zoals de Rolling Stones die al dertig jaar niet meer uit de gitaar krijgt, las ik ergens, en dat is de spijker op zijn kop. In Bitterzoet op een hete juli-dag een zweterig hete avond vol met zulke pareltjes van tijdloos gruizige classics. Reigning Sound rules supreme in het koninkrijk van de garagerock!

9. Julia Holter – Janskerk, Le Guess Who? (19 november)
Julia Holter had zich al enige jaren genesteld in de voorhoede van de avantgardepop, maar met de plaat van het jaar Have You In My Wilderness ben ik dit jaar volledig overmeesterd. Wat een plaat! Op het podium van de Janskerk komt dat helemaal tot zijn recht – waarbij ik de mazzel heb dat ik helemaal vooraan zit en volledig in het optreden op kan gaan. Kort na de aanslag in Parijs is de sfeer nog wat bedrukt, maar Holter pakt deze helemaal met een prachtig gezongen gedicht. Prachtig optreden, prachtige setting.

10. Thee O Sees – TV Pandora (23 mei)
Even back to basics met de allesverwoestende ploegmachine van Thee O Sees. Een krap jaar na de inwijding van de Pandora wordt nu eindelijk het zweet op de muren gespeeld, het gruis uit het plafond geragd en het beton ontwapend. Twee drummers om nog wat extra vermogen toe te voegen, terwijl John Dwyer beestachtig tekeer gaat. Fuzz van wereldklasse.

Omdat een top 10 nooit genoeg is en de keuze tussen 10 en 11 ook nogal arbitrair is, moeten er toch ook wat speciale eervolle vermeldingen worden gemaakt. Daarbij passen in elk geval de elektronische veteranen van Underworld en de nog veel oudere veteranen van Kraftwerk, die beiden met ijzersterke oude nummers lieten horen en zien dat ze feitelijk tijdloos zijn.

Onder de veteranen valt intussen ook wel The Notwist, die zowel op Motel Mozaïque als op Le Guess Who lieten zien en horen tot de absolute fronthoede te horen van wat je tegenwoordig live kunt zien. Ik zag dit jaar ook twee keer Solstafir: uitstekend optreden in Vera op Eurosonic, maar dat niveau werd in de Neushoorn op Into the Void niet herhaald.

Into the Void is intussen overigens wél de ontdekking onder de vaderlandse festivals. Programmerend aan de scherpe kant van Roadburn zag ik niet alleen Ufomammut als concert van het jaar, maar ook nog de prachtige wereld-postrock van Jambinai en de stomende stoner-postrock van My Sleeping Karma. Lekker! Festival om in 2016 weer terug te komen! Dit is voor mij ook wel tekenend voor het afgelopen jaar: kleine, spannende, scherp programmerende festivals voor een paar honderd mensen, of zoals bij LGW voor een paar duizend, dat is toch echt veel meer mijn ding dan grootschalige feestfestivals. In de festivalisering van Nederland worden veel podia rucksichtlos gevuld met voorhanden zijnde bandjes, maar gelukkig zijn er aan de randen voor de liefhebbers ook steeds meer van dit soort festivaljuweeltjes te vinden. Veelbelovend voor het nieuwe jaar!

Andere lijstjes:
– Zie hier ook een mooi lijstje van The Guardian: http://www.theguardian.com/music/musicblog/2015/dec/29/best-music-gigs-2015-guardian-writers (maar kom op, Coldplay…)
– Lijst van redacteuren en verslaggevers van 3voor12/Utrecht: http://3voor12.vpro.nl/lokaal/utrecht/nieuws/2015/eindejaarsdossier/De-beste-optredens-in-2015-volgens-redactie-3voor12-Utrecht.html

De plaat-van-het-jaar lijstjes vliegen je al vanaf eind november om de oren, de song van het jaar 2015 is al een paar weken geleden bepaald, de boekhoudingen zijn al gesloten en het jaar lijkt al ten einde, maar ik rek het nog even totdat er echt niks anders meer binnenkomt dan kerstplaten – ok, dit excuus is ook wel ingegeven door algemene eindejaarsdrukte in het reguliere werk. Hoe dan ook: als ook ik terug kijk op de albums van 2015 zie ik een heel mooi jaar met een aantal prachtige platen, die nog wel een flinke tijd zullen meegaan. Het valt ook niet mee om er een al te strikte volgorde in aan te brengen, dus dat doe ik dan ook niet, al is de bovenste plaat ook echt wel nummer één voor mij. Zie hier mijn overzicht.

Julia Holter – Have you in my wildernessjulia-holter-have-you-in-my-wilderness
Na alle mooie platen die ze in de afgelopen jaren al maakte, lijken dat ineens vooral voorstudies voor meesterwerk Have You in My Wilderness. Holter leverde een plaat van bedrieglijke toegankelijkheid, die bij elke luisterbeurt meer detail en finesse ontvouwt. Ik heb dit inmiddels al tientallen malen gehoord en nog steeds wordt het elke keer mooier, rijker, aangrijpender en pakkender. Je ontdekt steeds nieuwe lagen en perspectieven. Julia Holter heeft hier een echt zeldzaam mooie plaat gemaakt, waar echt alle nummers indruk wekken, niet altijd direct, maar onontkoombaar steeds meer. Dit is geen plaat voor kortstondige verliefdheid, maar voor een lange liefde. Ik kan me niet voorstellen dat ik dit ooit niet meer draai.

GD30OBH5.pdf

Other Lives – Rituals
Dit is zo’n plaat die al sinds verschijnen met grote regelmaat mijn oren masseert, vanwege het vermogen om dat op de achtergrond te doen, maar ook bij intensief luisteren. Rituals is een instant indieklassieker, beter nog dan voorganger Tamer Animals – en dat was al niet misselijk. Rituals is haast barok in rijkdom, maar altijd strak gedoseerd, zonder te vervallen in bombast, de valkuil van een band als Arcade Fire. Other Lives biedt echt muzikale rijkdom, getuige ook het uitstekende optreden afgelopen november. Meteen al met Fair Weather hoor je het volle gedetailleerde geluid, een nummer als Reconfiguration is een soort van doordacht naturel, English Summer is een tijdloze klassieker, en Easy Way Out hoort in ieders songlijstjes. Plaat met eeuwigheidswaarde.

Alamo Race Track – HawksHawks-packshot
Nog zo’n Nederlandse plaat van begin van dit jaar is de vierde van Alamo Race Track. Dit is geen heel productieve band, maar oh my berg je maar als er van de Groningse Amsterdammers weer nieuw werk verschijnt. Hawks is een plaat van een verbluffende schoonheid. Niet die verblindende schoonheid zoals van Jolene, maar een schoonheid vol van butsen en doorleefdheid, die de onderliggende pracht soms lijkt te verbergen, maar die er onmiskenbaar doorheen schijnt. Hawks koestert daarmee het leven: “It’s bad luck, but brighten up”, zingt Ralph Mulder met enigszins moeilijke stem. Hawks staat vol prachtige nummers, eerste nummer Young Spruce and Wire is meteen al een hoogtepunt, Safe House ontroert tot tranen toe, titelnummer Hawks is een ode aan jeugd en natuur, “You can still be young at heart”. Misschien is het de naderende midlifecrisis, maar ik denk dat ik deze plaat nog heel veel langer met mij mee draag.

ShaileshBahoran2_ConnyJanssiET – Inside Out
In tegenstelling tot de meeste andere albums in deze lijst vind je deze geweldige plaat van iET in andere lijstjes niet of nauwelijks terug. En dat is toch jammer (maar ook niet heel verbazingwekkend, iET ziet het zelf niet eens als album maar meer als nevenproject). Inside Out is feitelijk de soundtrack bij de gelijknamige voorstelling van Conny Janssen Danst, waar jazzy singer-songwriter iET de muziek voor componeerde. Dat levert niet alleen een prachtige dansvoorstelling op, maar ook een zeer luisterwaardige plaat. Voorganger So Unreal kreeg al lovende reacties, maar met Inside Out overstijgt iET zichzelf. Deze plaat is grotendeels instrumenteel, met stem hooguit als extra instrument, en ook veel minder herkenbare nummers. iET gaat met gitaar, toetsen en cello van langzaam opgebouwde drone tot nummers die amper van soundscapes te onderscheiden zijn, en weer terug. De boog blijft continu gespannen. Dat is primair heel functioneel voor de dansvoorstelling, over de rol van het individu in de complexiteit van een massa, maar ook zonder de voorstelling weet deze plaat de spanning van het thema te vatten. Heel knap.

Courtney Barnett – Sometimes I sit and think, sometimes I just sitCournetbarnett
De Australische Courtney Barnett brengt met deze plaat slacker zoals het moet maar zoals je zelden hoort, want zo makkelijk is het niet om lamlendigheid te vermijden ten gunste van een heerlijk wakkere spontaniteit. Barnett levert een parel van een album vol hoogtepunten, met prachtige, achteloze teksten in spraakzang vol poëzie van de frustraties van en verwondering over het dagelijks leven. Een plaat zo op het eerste gehoor zonder grootse ambitie die toch ineens de tijdgeest op de hielen trapt. En dat klinkt ook nog eens geweldig.

Circuit des Yeux – In plain speechCircuit-des-Yeux-In-Plain-Speech-Cover-392-1600
Eén van de vreemdste en tegelijk meest fascinerende platen van het jaar is In Plain Speech van Circuit des Yeux. In Plain Speech is wat je noemt een moeilijke plaat. Frontvrouw Haley Fohr klinkt in de verte als Antony van de Johnsons, terwijl de muziek in de verte ook doet denken aan Dirty Three, aan These New Puritans, of wellicht zelfs aan de Velvet Underground. Lastig te pakken, je moet het dus ondergaan. Fantasize the scene is bij oppervlakkige beluistering ‘gewoon’ een mooi folknummer, maar intussen zuigt het je steeds verder naar binnen in een bevreemdend universum. Waar brengt dit mij? Dream of TV is haast noise, live zelfs lastig verteerbaar, maar op de plaat brengt het juist een contrapunt tussen de andere nummers. Het is haast een medidatieve plaat, stelt Pitchfork, maar dan wel een medidatie op grond van lang opgebouwde spanningsbogen in plaats van als relaxte achtergrondmuziek. In Plain Speech moet je zeer bewust tot je nemen, en het is wellicht dat bewustzijn waar Pitchfork op doelt. Ja, zeer fascinerende plaat.

Disappears – Irealdisappears-irreal-cover_1421760478
Al in het begin van het jaar was daar plotseling een schurende plaat van Disappears met texturen vol spannende postpunk. Je kan het nauwelijks nog nummers noemen, het is meer een postapocalyptische industriële soundtrack vanuit een duistere wereld ver weg. “I want to remember”… dit is geen plaat voor een feestje. Titels als Irreal en Navigating the Void geven een donker beeld, de betere wereld van Halcyon Days is long gone. Deze sonische soundscapes zich niettemin ook goed voor minder duistere interpretaties, zoals we konden horen in de dubexperimenten met Adrian Sherwood. Een plaat die je bij blijft.

Deerhunter – Fading FrontierDeerhunter
Fading Frontier past goed in de al bestaande collectie wonderschone platen van Deerhunter, maar dit is toch wel de meest toegankelijke tot nu toe. Dit is een plaat vol radiovriendelijke indie, vol mooie nummers van Brandon Cox en zijn band, nergens gaat het experiment met de band aan de haal en dat is voor Deerhunter niet verkeerd, want de grootste valkuil van de band is dat ze zich verliest in oeverloos gedoe. Je zou kunnen zeggen dat deze plaat helemaal af is, waarbij Snakeskin haast (bij wijze van spreken) hitpotentie heeft, Ad Astra een sfeervol, haast ambient, contrapunt geeft, voor de prachtige afsluiter Carrion. Cox bezingt zijn zorgen, zijn ziekte en vooral zijn zingeving, waardoor Deerhunter haast rust lijkt te hebben gevonden. Dat moet niet te gek worden natuurlijk, maar op deze plaat valt het allemaal uitstekend op zijn plek.

The Black Heart Rebellion – People, when you see the smoke, do not think it is fields they’re burning TBHR
Ja, hier houdt Darth Faber van, duistere darkfolk. The Black Heart Rebellion heeft niet de gejaagde waanzin van een Dave Eugene Edwards, maar meer de mysterieuze duisternis van de eerste platen van Kiss the Anus of a Black Cat, eveneens uit Gent. Nummers worden geduldig opgebouwd, soms met samenzang, met invloeden uit gothic, doom, soms zelfs postrock en tribal ritmes. De duisternis gaat nooit helemaal weg, maar een nummer als Violent Love laat toch zeker flarden licht en zelfs hoop door. Het levert wel een plaat op die zich moeilijk van van de platenspeler laat verwijderen.

LamarKendrick Lamar – To Pimp a Butterfly
Al vroeg in het jaar verscheen daar plots To Pimp a Butterfly van Kendrick Lamar. Lamar valt wat buiten mijn reguliere scope voor muziek, maar hier ontvouwt zich toch volgens alle denkbare criteria een zeer geniale plaat. Kendrick Lamar is op deze plaat zeer persoonlijk en tegelijk vol intelligente maatschappijkritiek (duh), en dat verbindt hij tot een haast literaire verhandeling. Bovendien is hij ook muzikaal een fenomenale verbinder. Kamasi Washington brengt jazz, 2Pac brengt in oude opname hiphop, de plaat zit boordevol soul, het rockt, het funkt, en Lamar maakt er een volstrekt natuurlijk geheel van. Wow. Het kan haast niet, maar deze complexe plaat bestaat wel. Zoals 3voor12 in een indrukwekkende verhandeling stelt: “Ze zeggen wel eens dat de popmuziek op zijn einde loopt, dat alles wel gezegd en gedaan is. Dit album bewijst dat het niet zo is.” En zo is het.

Dat zijn er tien. Omdat het nu eenmaal zo gaat met lijstjes. Dan zijn er altijd nog de platen die dit lijstje net niet halen. Het onderscheid tussen 10 of 11 is natuurlijk volstrekt arbitrair en in deze tijd van het jaar benadruk ik graag vredig dat het écht niet uitmaakt of een plaat 7 of 12 staat. Maar goed, een lijstje is een lijstje. Wat past er dan nog meer bij?

Altijd van hoog niveau is Godspeed You! Black Emperor, dit jaar met Asunder, Sweet and Other Distress, een duistere, haast apocalyptische plaat, indrukwekkend op het podium ook. Zeer noemenswaardig is b’lieve i’m going down van Kurt Vile, een plaat vol heerlijk lome nummers, die glans krijgen door een glasheldere productie. Ook zeker niet misselijk is Mutilator Defeated at Last van Thee O Sees, niet in het minst door (weer) een verpletterend optreden tijdens LGW in Pandora, afgelopen mei. Verder: Broeder Dieleman kwam afgelopen november met Uut de Bron, dat veel meer dan de voorgaande plaat vol mooie liedjes één lang document voor Zeeuws Vlaanderen is. Tonnie zingt, maar we horen ook minutenlange gesprekken van Zeeuwse vissers, we horen lange akoestische drones, het is al met al een plaat die nog heel vaak geluisterd moet worden en dan waarschijnlijk tot meesterwerk betiteld gaat worden. Erg mooi.

Ten slotte, omdat 2015 dus echt een heel goed jaar is: genres zijn in vele opzichten ontwricht en herijkt. Kendrick Lamar is al genoemd: hiphop zal niet meer hetzelfde zijn ná Lamar. Ook elders zagen we de zegenende catharsis. Uit ons eigen Utrecht kwam Terzij de Horde na een jaar of acht eindelijk met hun debuut, Self, waarmee meteen het speelveld van de blackmetal opnieuw werd gedefinieerd. Verdomd, ook dit wat vergeten genre kan intelligent en zelfs met gevoel worden gebracht! Heel erg goede plaat. Muziaal van totaal andere orde maar in vele andere opzichten vergelijkbaar is Epic van Kamasi Washington: eveneens een debuutplaat, maar dan wel een vierdubbelalbum van drie (!) uur lang, en vooral: ook een album dat de randen van het veld neerzet, in dit geval van de jazz. Beide grensverleggende mijlpalen, derhalve.

En dan vergeet ik vast nog vele andere. Reageer vooral, ik ben ook wel benieuwd naar je eigen lijstjes. Zie (ter inspiratie) onderstaand ook andere serieus ten nemen lijstjes.

– 3voor12: http://3voor12.vpro.nl/nieuws/2015/Jaaroverzicht/3voor12-kiest-Kendrick-Lamar-als-album-van-het-jaar.html
– Kicking the Habit komt binnenkort met de lijst van de lezers
– Via Album of the Year vind je de geaggregeerde top zoveel, plus linkjes naar enorm veel andere 2015 jaarlijstjes.
– Rough Trade: http://www.roughtrade.com/aoty15
– Ook leuk: 69 Excellent Indie Records You May Have Missed In 2015: http://www.buzzfeed.com/perpetua/indie-records-you-may-have-missed-in-2015#.xeqNGYYGo

PS Het valt op dat pakweg de eerste vijftig platen overal wel ongeveer hetzelfde zijn, maar dat er toch grote verschillen zijn in de volgorde. Dat is anders dan vorig jaar, toen overal War on Drugs, Spoon en Sun Kil Moon hoog eindigden. Dus: 2015 goed jaar, met minder uitgesproken pieken. Laat ik maar concluderen dat het over de hele linie dan behoorlijk goed was!

PPS Ter relativering van dit alles, zie de Guardian: “End-of-year poll winners should cherish the moment – it might not last” – http://www.theguardian.com/music/musicblog/2015/dec/21/end-of-year-poll-winners-history-pop-music