archiveren

concerten

Voor het eerst in 13 jaar is Spasmodique weer eens in town. Gek genoeg heb ik ze in de in de afgelopen decennia nooit eerder live gezien, maar de band is natuurlijk niet aan mij voorbij gegaan en Spasmodique hoor gewoon in het rijtje Nederlandse klassiekers als Ivy Green, Fatal Flowers, Brood, The Ex, enz. Kortom, alle seinen op groen voor een avond der legenden, en misschien wel een legendarische avond.

Dat begint bijzonder goed met Stöma, een ongrijpbaar geniale tweemansband met drum en bas, vol van funk en metal, maar alleen ter indicatie, want dit is volstrekt buiten alle genres. De drummer plamuurt een onderlaag van onnavolgbare ritmes, met zijn dubbele bass en zeker zes bekkens. De bassist legt daar laag op laag aan briljante basloopjes overheen, naar het schijnt nog deels geïmproviseerd ook, vol van fantastisch complexe ritmes en basmelodieën. Het is totaal maf, hij speelt als Les Claypool en declameert zijn absurde teksten alsof hij op nineties college radio zit. “Het volgende nummer gaat over een degenslikker, maar dan met een neonbuis.” Ik kan het niet beter omschrijven. Stöma is het beste dat Darth Faber in tijden heeft gezien.

En dan moet Spasmodique nog komen!

Spasmodique begint met een lang vocaal intro van oude klassieker Retreat in Anger. Meteen vanaf het begin grijpt Ritsema bij de strot om de komende anderhalf uur niet meer los te laten. De band speelt onwaarschijnlijk strak, hard en zeer herkenbaar, tussen wave, punk en gothische duisternis. Ritsema eist alle aandacht op, hij is uitermate goed bij stem, met zijn prachtige bariton, hij zingt en schreeuwt, hij fluistert, bezweert en commandeert.

Pas het vierde nummer of daaromtrent komt het nieuwe materiaal van het recente album Six, de eerste in een decennium of zo. Dit past helemaal tussen het oudere werk. Verdorie, Spasmodique blijkt een tijdloze band! De reguliere set eindigt met een ruim tien minuten durende uitvoering van Savanna Sweatheart, van Six, met The Split Up als een soort van lang outro daarvan. Dit is het soort werk dat ik ook ken van Cobraz, ooit een ander project van Ritsema. De zang van Ritsema bezwerend, vol overgave en haast in trance, de gitaar hard en strak, drum is uitermate dwingend, de bas is onontkoombaar prominent. Dit is echt next level goed.

Bij Spasmodique gaat het niet alleen om de inhoud, maar ook om de de vorm, om de strotgrijpende stijl van de performer in pak Ritsema. Hij spuugt zijn teksten in de microfoon of er net naast, hij klikt met zijn hakken, hij is de voorganger in de kerk vol dorstige gelovigen. Als een paar mensen voorin woord voor woord alles blijken mee te kunnen zingen word ik even bang… wordt het zo’n avond, gaan we straks ook nog met de handjes in de lucht? Wordt dit de avond van de luchtgitarende meezingende subzestiger? Nee, zo flauw is het niet. Spasmodique is zo’n zeldzame band die voor velen hier tot het muzikale fundament van de coming of age hoortzo’n band die levenslang ultiem belangrijk zal blijven. Spasmodique is een band die je pakt, omringt in een muzikale houdgreep en nooit meer los laat, vroeger niet en nooit niet. Er zijn niet veel van zulke bands, dit hoort tot de mijlpalen van het leven in de muziek. Spasmodique is een band die tot aan begrafenissen aan toe gedraaid zal worden. En terecht. Want ook mythische status moet keer op keer heroverd worden, en dat is precies wat Spasmodique hier vanavond doet. Wat een legendarische band is dit, nog altijd.

Exact 37 jaar na de dood van Ian Curtis duikt Darth Faber een avond in de experimentele half-postpunkige muziek. Curtis is dan dood, maar de inspiratie is er nog altijd! Dergelijke metafysica blijft een beetje hangen (sic) door de zeer matige opkomst in DBs, het was naar verluid vanmiddag al drukker bij de uitvoering van het kinderensemble van Muziek in de Wijk. Het affiche vanavond is niettemin toch wel de moeite waard. En daarom is er natuurlijk altijd nog Darth Faber, voor iedereen die er niet bij was.
De meest experimentele band vanavond is Lärmschutz uit ons eigen statsie. Drie man met trombone, gitaar, synths, een transistorradio, distorted viool, drum en blokfluit spelen een soort van jazz noise. Het is min of meer één lange take, die zomaar eens half om half geïmproviseerd kan zijn, maar er zijn wel wat actes in te onderscheiden. De eerste acte is hard en ontregelend, met freejazz trombone en continu op de achtergrond de ruis van het transistorradiootje. In acte twee gaat de man van de synths achter de drums, de trombone klinkt meer als een experimentele bas, en het stuk eindigt met een Gnod-achtige drum. In de derde acte zijn het meer soundscapes, doet een beetje denken aan de Kilimanjaro Darkjazz Ensemble, maar minder vriendelijk voor de oren. De laatste acte begint met min of meer reguliere vioolklanken, in combinatie met een soort van geluiden uit het museum Van Speelklok tot Pierement, om uit te monden in een soort van freejazz, bij gebrek aan betere omschrijving. Fascinerend, maar niet makkelijk.20170518_210303 (2)
In deze context is Ella Pine bijna een reguliere band, al is dat vanavond zeer betrekkelijk. De driemansformatie zit in het hoekje van Fumaça Preta, met een mix van doldwaze bas, extreem verhoogde stem, exotica, enorm veel loopjes, geserveerd op een dikke laag uiterst complexe drumritmes. Fotograaf Anne-Marie mag ook even meedoen als haar favoriete kleur, “eh… blauw” in een loopje wordt verwerkt. Het is wel even leuk om aan te zien, maar uiteindelijk kan het me toch niet echt boeien. Ella Pine is me iets teveel gimmick.20170518_214315(1)
PILL is een artpunkband uit NY, een soort van ingewikkelde en minder vrolijke versie van Deerhoof, en de zangeres Veronica Torres doet ook denken aan haar collega van Kanipchen Fit. Het onderscheidende element is de saxofoon, normaalgesproken een 20170518_223837 (2)kutinstrument van jewelste, maar hier toch wel een goede aanwinst. Ook hier weer zo’n drummer die nog nooit van driekwartsmaat heeft gehoord, maar wel continu een soort van pi-kwartsmaatritmes eruit gooit. Het is jammer dat de opkomst vanavond zo matig is, het lijkt wat af te doen aan de inspiratie van de band. Je kunt er dan samen natuurlijk een vrolijke avond van maken, maar de interactie met het publiek blijft minimaal. PILL heeft een lekker experimentele postpunk inslag, doordrenkt met noise en toch wel fijne saxofoonjazz. De bas is dwingend en houdt continu de vaart er in. Tussendoor komt een soort van grappig klein gitaartje met enorm veel distortion tevoorschijn. Het zaalgeluid is vrij matig, maar toch horen we wel opvallend veel melodie in deze pittige mix. Leuke band, maar toch weinig inspirerend optreden.
20170518_225729

Samenvatting van onderstaande: HALLO VENRAY is de beste band van Nederland.

Heel mooi affiche in Ekko vandaag, met Hallo Venray en Nouveau Vélo, twee van de fijnste bands van Nederland.

2017-05-12 Hallo Venray-Ekko Anne-Marie van Rijn 014

De zaal moet nog een beetje vollopen als Nouveau Vélo aftrapt. De band bracht een tijdje terug via Excelsior de fijne plaat Reflections uit, dat flink wat meer psychedelica heeft dan het eerdere werk. Nouveau Vélo begint wat tam, maar al gauw komt de vaart er in voor een aantal lekker lang gerekte nummers. De bassist speelt haast motorik zo strak, en op die basis is het lekker losgaan voor de gitarist. Het laatste nummer is helemaal on fire. Lekker.

Terwijl het publiek nog lekker staat te babbelen betreedt Hallo Venray het podium om zonder verdere omhaal direct van start te gaan. Henk Jonkers begint te drummen en we zijn los.

Ik heb de laatste plaat Where is the Funky Party? nog niet echt in me opgenomen, maar dat verandert snel want Hallo Venray speelt de eerste helft alleen maar nieuwe nummers. Dat is straf en uitermate eigenzinnig materiaal, “goed gelukt, deze plaat,” zegt Henk Koorn terecht. Ik zal de enige niet zijn die de nummers nog niet goed kent, al vertelt Koorn dat de plaat op vinyl wel al is uitverkocht.

En wat een geweldig goede band is dit 2017-05-12 Hallo Venray-Ekko Anne-Marie van Rijn 051 (2)toch. Hallo Venray had net zo goed een soort van supergroep kunnen zijn, waarin de beste gitarist, beste drummer en beste bassist van Nederland eens per zoveel tijd bij elkaar komen om een meesterwerk te maken. Maar dit is gewoon een band die het al dertig jaar bestaat om in de voorhoede van de Nederlandse muziek voor te doen hoe het moet.

Hallo Venray heeft die fijne combinatie van relaxedheid en uiterst secuur spelen. Dat is wat al die ervaring dus doet. Hallo Venray is bovendien steeds relevanter, het klinkt af en toe als een soort zeer ervaren versie van Car Seat Headrest. 

In de tweede helft van de set dan nog wat classics uit de rijke geschiedenis, zelfs Tuck the man en Japanese Cars komen langs. Het gedoe met toegift wordt overgeslagen, publiek is echt wel enthousiast genoeg en bovendien is het echt een heel stuk lopen naar de kleedkamer van Ekko, vertelt Koorn. Dus hop, de hele set in één ruk door, lekker de zaal plat spelen.

Hallo Venray stoomt als een trein, Koorn haalt alle uithalen in stem en gitaar, Jonkers drumt de gekste ritmes, en bij elkaar is dit een ijzeren staalkaart van hoe rockmuziek moet klinken. Hallo Venray is de beste band van Nederland.

Alle foto’s zijn van Anne-Marie van Rijn.

Avondje Poolse hardrock, stoner en sludge, dat kan op voorhand al niet stuk. Dopelord, Weedpecker en Major Kong zijn lekker op tour om de rest van de wereld te overtuigen van de waarde van de Poolse underground. Ik weet niet of dat helemaal lukt, want ik hoor na binnenkomst in DBs vrij veel Pools om mij heen, dus er is een kans dat hier vooral voor eigen parochie is gepreekt, maar dat mag de pret natuurlijk niet drukken.

Major Kong mis ik helaas wegens wat huiselijke vertraging (jengelende kinders), maar voor Weedpecker sta ik met een lekkere IJ-wit vooraan. Dat blijkt toch wat overdone, want heel spannend is dit allemaal niet. Weedpecker is een vriendelijke hardrockband, die er in slaagt om alle vernieuwing van de laatste dertig jaar in het genre (en dat is al niet veel) helemaal te vermijden. Om het nog wat gedateerder, pardon, tijdlozer te maken wordt de hele zaak af en toe nog doorspekt met een solo of een vleugje progrock. De geluidsmix zit ook nog wat in de irritatiezone. Deze band gaat de hardrock niet naar een hoger plan tillen en is dat ook helemaal niet van plan. Is dat erg? Nee hoor, want dit zijn duidelijk ware vrienden van de hardrock. De band oogt wat statisch, beetje nerveus misschien, maar ze stralen ook liefde voor het genre uit. Weedpecker houdt van hardrock.

20170509_213246 (2)

Dopelord is dan wel even heel andere koek. Drie mannen met baarden op rij (waarvan we eentje ook al in Woodpecker zagen), plus een hardslaande drummer met baard, begint Dopelord op vol volume met tergend trage vieze sludge. Nog trager dan op de uitstekende plaat Children of the Haze, als een loeizware eg die in de regen ternauwernood door door de keiharde Poolse kleigrond gaat.

De effecten staan vol aan, Dopelord omringt ons met zijn smerige riffs en lange nummers vol van trance. Die atmosfeer wordt versterkt door de wierooklucht die op gegeven moment door de zaal trekt. De zang van de bassist is vrij hoog en past daar heel goed bij, maar als de gal de zaal in moet neemt de linkergitarist de vocale dienst over voor meer grom, grunt en algehele overmacht. Scum Priest klinkt beestachtig, vuil en goed. Minder tekenend voor Dopelord maar wel heel erg lekker is Reptile Sun, eigenlijk een doodgewoon potje hardrock, maar je kunt er wel overal de deur mee intrappen. Een goed uur Dopelord is weer een fijne teistering van geest en gemoed. Hele fijne band.

20170509_225514(0)20170509_231002 (2)

Als nabrander nog even een gedachte die me na deze avond bekroop.
Ondanks dat ik niet alles heb kunnen zien staan hier toch maar mooi drie Poolse bands uitstekend hun ding te doen. Nu kiest het afgegleden festival Eurosonic elk jaar een zgn. focusland en in 2016 was dat ‘Oost Europa’. Is dat een land dan? hoor ik u zeggen. Nee, dat is een verzameling van liefst 14 landen, waaronder Polen. Is de spoeling daar zo dun dan? Welnee, dat kan niet waar zijn, getuige zo’n avond als vanavond. Niemand maakt mij wijs dat er uit de krochten van Warschau, Gdansk, Krakau, Wroclaw, Lodz en Poznán niet een serieuze delegatie voor een Poolse inkleuring van zo’n festival bijeen valt te schrapen. En dat geldt ook voor alle andere landen, inclusief onbekende parels als Slowakije en Bulgarije enz. Commerciële belangen zullen wel weer in de weg staan, maar fuck dat, artistieke belangen zijn veel belangrijker. Kortom: er is ook bij de festivalorganisatoren van Eurosonic nog wel wat zendingswerk te verrichten, zo concludeer ik na vanavond.

 

De dagen lengen, de lammetjes dartelen al weer door de wei en de bloesem barst uit de knoppen, maar dat is geen enkele reden voor vreugde of romantiek, want deze maandagavond wordt aangenaam verduisterd met de gothfolk van Emma Ruth Rundle en Jaye Jayle. Utrecht is passend toegedekt met dikke grijze wolken en als Emma begint te spelen begint het ook zachtjes te regenen. Love it when a plan comes together.

Het leek me op voorhand wat optimistisch om op een maandagavond de hele Cloud Nine zaal te willen vullen met dit soort duisternis, maar bovenin ons plaatselijke cultuurpaleis blijkt dus nog een podium te zijn! Dat was mij tot vandaag volledig ontgaan. Recht tegenover de ingang van de Cloud Nine is dus nog een klein podium, aan de kant van de Bijenkorf zeg maar. Het is een hoog zaaltje, met een barretje achterin, wat aangename zitplekken, en gek balkonnetje zelfs, en plek voor een man of 150. Het heet blijkbaar ook gewoon Cloud Nine, de marketingadviseur had blijkbaar geen extra namen meer paraat.

Hier gaat het dus gebeuren.

Het kleine zaaltje is gevuld met pakweg zestig liefhebbers. Ik zie shirtjes rondlopen van Sunn O))), Swans en Neurosis, met de credibility van Emma bij de stevige jongens zit het wel snor. Niet voor niks heeft ze de avond vooraf blijkbaar ook nog Roadburn gedaan. Aftrap is door Jaye Jayle, die ik niet ken, maar frontman Evan Patterson heeft al wel ruimschoots zijn sporen heeft verdiend in metalband Young Widows. Inmiddels is er ook een split-EP met Emma Ruth Rundle uitgebracht en straks blijkt de band ook grotendeels de achtergrondband van Emma te zijn. Jaye Jayle oogt haast als Cave – niet in het minst vanwege de harige sidekick op bas -, maar ook Timber Timbre en Wreckmeister Harmonies klinken hier door. Dit is waarlijk een opbaring! De nummers worden goed lang uitgesponnen, de band is niet bang om spanningsvolle stiltes te laten vallen, om vervolgens met creepy noisegedreven folkrock weer helemaal los te gaan. Jaye Jayle, onthou die naam!

20170424_212415Emma Ruth Rundle is al een tijdje actief op het raakvlak van postrock, darkfolk, en Kate Bush, met een soort akoestische versie van Chelsea Wolfe, waarmee ze ook doet denken aan bijvoorbeeld Sharon van Etten. Op de prachtige platen Some Heavy Ocean en vooral Marked for Death geeft ze kleur aan de vaak zo zwartwitte gothic. Dat horen we vanavond in alle diepgang terug. Emma begint met een paar nummertjes solo, voor een muisstille zaal, begeleid op haar galmende akoestische gitaar. Af en toe geeft ze met haar hakken een ritme aan, een geinige aanvulling.

De stilte van de zaal maakt haar een beetje nerveus, lijkt het, wat net bij Jaye Jayle ook al zo was. Maar het is stilte vol bewondering en dat doet Emma toch ook zichtbaar goed. Emma is er bovendien niet bang voor om zich volledig open te stellen voor het aandachtige publiek. We zijn met maar weinig, maar dit is wel een stelletje fijnproevers bij elkaar! Na een paar solonummers komt de band er bij. Verdomd, als dat Jaye Jayle niet is. Dat scheelt weer in de reiskosten. Met de band erbij krijgt het geheel pas echt de reikwijdte en de kleur die we ook op de platen horen, tussen creepy gothfolk en ijzingwekkende schoonheid in.

Emma heeft een expressieve performance en op een gegeven moment gaat het wel opvallen dat Emma iets raars doet met haar mond, alsof even twijfelt tussen het uitspugen van een hete bitterbal en het blazen van een kauwgombal. Het hoort bij haar zang, blijkbaar, we zullen bij gelegenheid haar logopedist er eens op aanspreken. Het zit mij verder niet in de weg, zeker niet bij prachtige nummers als Protection en Furious Angel. Na pakweg een uurtje is het al weer voorbij, maar Emma én Jaye Jayle hebben hier weer een paar devote zieltjes gewonnen.

20170424_213825

Afgelopen zaterdag een dubbelconcert van Moss en Amber Arcades in ons plaatselijke cultuurpaleis. Darth Faber was er natuurlijk bij, maar heeft het te druk om er een stukje over te typen. Bij deze daarom wat foto’s en een paar korte constateringen.

Constateringen:

  • Amber Arcades begon dus al om half 8! WTF is dat voor tijdstip? We zijn hier toch niet bij My First Festival, waar de kinderen weer op tijd naar bed moeten?
  • Amber Arcades dus grotendeels gemist, maar een paar nummertjes pikken we dan nog mee. Zonder gelegenheid om er echt in te komen klinkt het me wat vlak, vanavond. Amber Arcades reikt niet helemaal tot aan het eind van de zaal, zo lijkt het. Vorig jaar in Ekko ging het een stuk makkelijker en beter.
  • Moss speelt degelijk en goed. Voor een degelijke en goede band is dat natuurlijk een dodelijke constatering, maar ik bedoel het echt in de allerbeste zin van het woord.
  • Heel mooi is het liedje waarvan ik even de titel kwijt ben maar wat solo wordt gezongen door Marien, als ode aan zijn vorig jaar overleden vader. Kanker is een kloteziekte.
  • Moss komt pas echt goed los in de toegift, met eerst een duonummertje met Annelotte van Amber Arcades, en daarna twee in elkaar overgaande nummers die meer zijn dan degelijk en goed vanwege de subtiel opgebouwde spanningsboog. Jazeker, op deze momenten stijgt Moss helemaal op, tot eenzame hoogte. Heel erg goed.
  • Interessant hoe ons cultuurpaleis vandaag is ingericht rond het bedrijfsfeest van de Plus supermarkten, die de Ronda en het plein boven heeft ingenomen. Zo gaat dat, de rekeningen van TV moeten ook betaald worden. De sfeer zit er goed in, veel gifgroen of goud geklede mensen. Binnen staat niemand minder dan Guus Meeuwis een schnabbel te doen. Franchise Wilmink uit Nunspeet is dit jaar de beste Plus van Nederland. Gefeliciteerd!

 

Foto’s:

20170422_21002520170422_215255 (2)

Onverstoorbaar is Zombiegirl Svetlana, de mooiste bassiste ter wereld, de coolste vrouw die ooit het podium van DBs betrad, of for that matter van heel Nederland. Mijn midlife crisis is per direct voorbij, ik moet mee naar Rusland om voor eeuwig slaafs de benen van Svetlana met liters vodka te verzorgen.

Maar eerst nog even surfen in DBs. Zombiegirl staat vanavond met de mannen van de Messer Chups een heerlijke partij exotica surftrash te raggen. Het genre is in theorie natuurlijk volkomen uitgekakt, maar de Russische Messer Chups maakt van de voorspelbaarheid een onweerstaanbare kracht. Op de achtergrond heerlijke fifties sci-fi en horror cultclassics als Revenge of the Creature, Frankenstein meets Wolfman en It Came from Outer Space, verder een drummer met een continu brassband ritme, Oleg Gitarkin de geniale surfgitarist en, zucht, Svetlana Zombiegirl.

De band moet eerlijk gezegd wel even op gang komen, met wat geklooi met het podiumgeluid, de drummer verzet zijn monitor en de gitarist trekt na een beperkte vocale bijdrage de stekker uit de microfoon. Het gaat ook nog even mis met de beelden, als er wat gewisseld lijkt te worden met de input en de cultclassics ineens plaatsmaken voor een reclame op RTL7. Maar als dat alles verholpen is komt er steeds meer vaart in en uiteindelijk zetten de Messer Chups hier een heerlijk gruizige set surftrash neer, vol rockabilly, ska, rock ’n roll en jungle exotica. Grappig toch dat de verfrissing van de surf niet van de Amerikaanse westkust maar vanuit Rusland komt.
Surfnummer duren doorgaans niet langer dan een minuut of twee, dus we krijgen al gauw een stuk of dertig songs mee. Veel variatie staat het genre niet toe, behalve in dit geval de zwoele zang van Svetlana over mummies en zombies. Brr! Af en toe ontstaat er even een dranktekort, het water van de drummer wordt met afgrijzen bekeken, de voorkeur is toch duidelijk whisky of liever nog een dubbele vodka.

Na drie laatste nummers is het dan toch voorbij. Een handkus van Zombiegirl zou genoeg liefde zijn om een leven van te drinken, maar na een avondje onverstoorbaar bassen gaat de aandacht dan toch vooral naar de vodka. Ik ga niet mee naar Rusland, maar gelukkig zal de vrolijke surf van de Messer Chups nog wel een paar dagen nagalmen.