archiveren

concerten

Ekko stroomt lekker vol voor het nagenoeg uitverkochte Turkse feestje van Altin Gün. Hier loer ik al een jaar op, maar telkens komt er iets tussen mij en Altin Gün. Als ik de kerstborrel van het werk niet te lang rek gaat het vanavond dan eindelijk lukken. En ik ben niet de enige! Er is in het afgelopen jaar hard gewerkt aan een fanbase, vooral door veel te spelen op goede festivals als Lowlands en LGW. Maar vanavond moet het op eigen kracht.

Al voordat de band start komt de sfeer er lekker in met Turkse easytunes, alsof de Jacaranda Lounge en Arling & Cameron nooit weg zijn geweest. Altin Gün sluit naadloos aan voor een vrolijke avond. De nummers van Altin Gün zijn geworteld in een mix van de psychedelica van Jacco Gardner met Turkse teksten en een dikke laag Oosterse klanken. Er zijn vanavond veel Turken naar de Ekko gekomen, die een flink aantal nummers blijken te kunnen meezingen. Gezellig!

De klank van Altin Gün wordt sterk bepaald door de saz-speler, die op gegeven moment voor een hele lekkere solo gaat, met alleen zijn eigen stem in de galm. Ja, dit is echt wel heel goed, een mooi luisterpunt in de uitgekiende set van feestelijke psychedelica die wat mij betreft nog veel verder opgerekt zou mogen worden. De muziek leent zich voor improvisaties en voor meer interactie met het publiek, maar dat komt vast nog wel. Pas volgend voorjaar komt de debuutplaat uit, waarvoor wederom enorm veel gespeeld zal gaan worden, en dat kan deze band alleen maar goed doen. Altin Gün is een band om heel goed in de gaten te houden in 2018.

Je krijgt niet vaak de kans om legendes in levende lijve aan het werk te zien, laat staan op het eigen favoriete podium om de hoek. Deze avond met Lydia Lunch mag dus niet gemist worden. Want wie is Lydia Lunch ook al weer? Lydia Lunch is de koningin van de punk poetry, de grand dame van de onafhankelijke noise, de keizerin van de performance. Cave, Thurston Moore, Michael Gira, Einstürzende Neubauten, Rowland Howard… ze hebben allemaal van Lydia afgekeken hoe je op een podium staat (of in elk gev20171130_212520.jpgal De Stijl samen met haar ontwikkeld). Wat zeg ik? Het podium mag blij zijn dat Lydia er op wil staan! Hoe gaat dat dan? Kijk maar eens naar de foto: live met The Birthday Party in Vera (1982), The front row is not for the fragile. Wie durft dan nog? En let op: Lydia Lunch is geen nostalgie, maar über-urgentie poetry-noise van nu. Dit alles dus gewoon in DBs, ook al is het vanavond maar matig gevuld.

Het voorprogramma wordt verzorgd door Zwarte Poëzie, waar we onder een enorme walm van wierook binnen treden. Zwarte Poëzie bestaat uit een classic goth op synths en een wat hippere figuur op gitaar. Ze spelen zowaar Nederlandstalige wave, ik vraag me af of ik dat ooit eerder heb gehoord. Het is eigenlijk best vermakelijk, al lijken de mannen zichzelf wat te hinderen door gepruts met de techniek. De goth maakt het zo te zien niet al te veel uit, de gitarist wordt wat zenuwachtig en drukt op gegeven moment pardoes de hele synth-bak uit. De goth kan er wel om lachen, ze beginnen gewoon opnieuw, met daarbij een riedeltje op de melodica. Af en toe klinkt het haast als Clan of Xymox, maar na een tijdje bekruipt de kriebel dat je het ook een wave-versie van Het Goede Doel zou kunnen noemen…

20171203_210434 (2)

Lydia dan!!

Lydia Lunch loopt inmiddels richting de zestig en het leven is niet ongemerkt aan haar voorbij gegaan. Haar stem klinkt aanvankelijk als een schorre kerkuil, maar na een aantal nummers doen de warmte van de zaal en de grog het zegenende werk voor de stembanden.

Lydia heeft met Retrovirus een all-star band meegenomen, met Bob Bert (ex-Sonic Youth, Pussy Galore) op drum, Walter Weasel (of soms Weasel Walter, van de Flying Luttenbachers) op gitaar, en vooral een geweldige Tim Dahl (Child Abuse) op bas. Dat is een mooi stukje muzikaal geweld! Walter molenwiekt als een beest over zijn gitaar, Lydia leest haar teksten van een lessenaar, ze kraakt en piept maar komt fijn op gang, totdat het hele bouwwerk na een minuut of twintig ontrafelt door een kapotte basversterker. De meer dan ervaren band laat zich er toch nogal door afleiden, temeer omdat Walter intussen loopt te klooien met zijn eigen gitaarversterker. Tim blijft cool, maar Walter wordt nogal chagrijnig, hij kwam er immers net lekker in. “How’s Bob? Ah, Bob’s fine!” kan nog geconstateerd worden, maar de basversterker moet wel vervangen worden.

20171203_223739(1)

Terwijl iemand daar mee aan de slag gaat stelt Lydia voor om een gedicht voor te dragen. Een uitkomst om de tijd door te komen, en feitelijk een mooie extra bonus uit Lydia’s archieven voor het publiek. Ook al klinkt ze als vastgelopen vrachtwagen, ze kan het nog steeds! Walter raakt ook geïnspireerd en gooit er een bak noisegitaar overheen, maar dat is duidelijk niet de bedoeling en La Lunch vraagt nogal dwingend om dat te laten. De inspiratie slaat terstond om in irritatie, Walter roept “Fuck you!” en verdwijnt van het podium. Het wordt, kortom, nogal wanordelijk.

Lydia kijkt het even aan en begint opnieuw met een mooie spoken word voordracht. Intussen komt er ook een nieuwe basversterker, het is nog even wachten op Walter, maar ook die doet even later toch ook maar weer mee. Dit is geen band die je gezellig samen op één hotelkamer legt straks, maar “Hey! I’m still fucking standing after all this time!” gromt Lydia en als alles weer op de rails staat volgt een ware masterclass postpunk. Dit is waarlijk een straffe bak herrie! De band speelt een ontwrichtend goede versie van Pere Ubu’s Final Solution. Tim staat ontzettend cool te wezen met zijn superstrakke bas, Walter werkt als een beer, hij roggelt het hele podium vol en klinkt als een noisegod. Bob blijft vanachter zijn zonnebril onverstoord drummen, niks geks maar precies zoals het moet.

Na een uurtje zijn we er doorheen. “We’ll do the encore right now, we’re not gonna leave the stage or that shit,” zegt Lydia, ter aankondiging voor nog een ziedend laatste nummer. Holy Lydia, het oogt allemaal als een Cubaanse auto, maar het klinkt als een Concorde. En zo is dit toch waarlijk een heerlijk avondje, met gedichten, surprises en als bonus een volle maan die door de bomen schijnt als ik na deze legendarische set weer huiswaarts fiets.

20171203_21555920171203_215808

 

Op de valreep besluit ik om toch het weekend aan te vangen met Zion Train, dub uit de tijd dat dat nog het spannendste was wat er in de muziek gebeurde (half jaren negentig). Eens kijken hoe dat de tand des tijds heeft doorstaan.
Ik val binnen bij Independent Intavenshan uit ons eigen Utrecht, die met tien man (M/V) op het podium een wat rommelige maar erg fijne set doen op het raakvlak van reggae en ska. We hebben drum, percussie, sax, trompet, zanger en zangeres en zelfs een dwarsfluit, maar de bassist houdt het nog prima bij elkaar. Als de tijd op is wordt nog één nummer aangekondigd, waarmee de band vrolijk nog een minuut of tien doorgaat, en dat is fijn, want deze fijne trage ritmes hebben een hoge factor van tijdloosheid.
20171201_214121 (2)
Zion Train bestaat dus al ruim een kwart eeuw, maar met wat bandwisselingen af en toe dragen ze nog altijd de boodschap van de dub. De opzet is overzichtelijk: trompet, trombone en zang, met achterin Neil Perch met zijn apparaten voor de reggaeritmes, de reverb en echo, en een volumineuze beat. Hij gaat net als trompettist Dave Hake al vanaf de beginjaren mee. Maar versleten is het nog allerminst, want tot ver na twaalven derdert de Zion Train door DBs, met een set waar geen einde aan komt.
20171201_233607 (2)Zion Train klinkt met deze opzet lekker strak, maar doet daarvoor wel wat concessies. De gezellige chaos van het voorprogramma mist hier, maar zorgelijker is dat alle verbinding met het publiek van zanger Johnny Dubdadda moet komen. Dat wringt, want hij blijft nogal hangen in roeptoeterij als ‘make some noise’, ‘I can’t hear you’ en ‘hands in the air’. Nou, dan ben je bij Darth Faber aan het verkeerde adres! Het nummer met oproep tot revolution wordt zo wat treurig, een revolutie die niet bijt en waarin de angel met gif is vervangen door vrolijk meedansen. Een beetje als de Che Guevarra-shirtjes van de Wibra, zogezegd.
Het mooie is echter dat Zion Train dit zelf ook door lijkt te hebben. De band gaat steeds beter klinken, met steeds meer nadruk op de aangenaam langdraderige ritmes van de dub. Nog beter is dat de blazers van Independent Intavenshan af en toe mee komen doen. Dat geeft ruimte voor improvisatie en wat meer variatie in wat anderszins een wat oppervlakkig optreden zou zijn geworden. Zo komt er toch nog een lekker feestje op gang, er gaan steeds meer joints in de hens en de volle zaal danst tot achterin aan toe, voor wat nog uren en uren door zou kunnen gaan.
20171201_223649 (2)
20171201_225016 (2)

Tsjonge, Gorillaz is een grote band geworden, de Ziggodome was in no time uitverkocht en we moeten het doen met zitplekken in de tweede ring. Gorillaz heeft dan ook een grote reputatie als liveband (veel meer dan op plaat, al tikken ze op Spotify maandelijks meer dan 7 miljoen luisteraars), waar muziek en animatie op het podium samenkomen. Ik heb ze nooit eerder gezien, dus ben wel benieuwd hoe dat er dan uitziet.

Gorillaz is al vijftien jaar het wonderlijke samenwerkingsproject van muzikant Damon Albarn en striptekenaar Jamie Hewlett. Live betekent het dat de beelden op de achterwand net zo belangrijk zijn als de band, die er wel in enorme bezetting staat, met twee drummers, twee synths en een koor van 6 man/vrouw, ik tel zo gauw 13 mensen op het podium – en dan moeten alle gastbijdragen nog komen. Het is de basis voor een totaalcompilatie van alle muziekstijlen die je kan bedenken, van gasten die bij ieder nummer en soms nog tijdens het nummer op en af gaan, van grootse animaties, overvloedig licht en mooie audiovisuele vondsten.

20171121_211138 (2)Het is een indrukwekkend geheel. Albarn doet zelf de eerste paar nummers, maar al gauw komt een stroom gasten het podium op. Hé, daar is De La Soul voor een likje oldskool, daar komt Peven Everett voor een lekker stukje disco, we zien Little Simz, die ook al het voorprogramma verzorgde. Gorillaz brengt bijna allemaal krakers, met af en toe een momentje dat het over the top gaat of juist wat inkakt. We vliegen van hiphop naar rock naar rap naar disco naar grime naar soul naar klein akoestisch naar gospel naar funk, man man, dit is de Bokito van de eclectica. Het is een feestje om naar te kijken, met bij het koor een lollig meezingend kinderkoor, af en toe wordt de muziek tot een soundtrack voor geweldige filmpjes, en boven de band hangt een soort alziend oog als unheimische extra.

Gorillaz is een band die continu op een randje balanceert, tussen allerhande stijlen, tussen muziek en animatie, tussen stuiterende vrolijkheid en een lichte dystopie, tussen cutting edge en gedateerde keytar met slechte percussie, maar vooral tussen waanzinnige variatie en ontsporende chaos. Vooral in het midden van de set zit een rommelig stuk, waarin de lijn ofwel kwijtraakt ofwel gereduceerd wordt tot een eenvoudige dreun.

Maar dat geeft allemaal niet in deze vrolijke bende. Gorillaz is per slot van rekening ook een eigenzinnige staalkaart van wonderlijke vondsten, gedrenkt in een halve eeuw muziekhistorie. Af en toe doet het zo zelfs denken aan LCD Soundsystem, al geven die er wel een heel wat urgentere draai aan. Maar hoppa, het is een veelzijdig spektakel vanavond, dat beneden in de zaal vast nog veel feestelijker was, maar ook van boven een mooi stuk entertainment voor de 21e eeuw.

 

IMG-20171124-WA0011IMG-20171124-WA0010 (2)20171121_21364720171121_221345

Foto’s uit de zaal zijn van Jeroen. Thanx!

OOR was er ook, zie https://oor.nl/concerten/muzikaal-apenkooien-gorillaz/

Een wat druilerige zondagavond in de herfst is de perfecte setting om in de zolder van Utrecht de Grandbrothers te zien. De sympathieke Duitsers maken een mooie mix van neoklassiek, minimalisme en ambient postrock, die goed past bij een tripel bij het haardvuur, of live op het lage podium van de Cloud Nine. Er is net een fraaie nieuwe plaat verschenen, Open, en vandaag is de eerste avond van een najaarstour.

Grandbrothers zijn Erol op piano en Lukas op allerhande geknutselde synths. Een tijdje geleden speelden ze op Eurosonic hun eerste optreden in Nederland en dat klonk al geweldig, maar intussen hebben ze ook bij Into the Great Wide Open al veel extra zieltjes gewonnen, want de zaal is goed gevuld, na eerder al een upgrade van de veel kleinere Club Nine.

Na een wat fragmentarische intro nemen ze beiden tussendoor de tijd om uit te leggen wat er nu eigenlijk gebeurt op het podium. Lukas heeft een soort van synthesizer geknutseld, die op de piano ligt maar die hij vanaf een tafel ernaast aanstuurt. Het is feitelijk een snareninstrument, soms klinkt het als aanvullende piano, soms als snaredrum, soms heel anders, en altijd zie je een fel lichtje gelijk opgaan met het geluid. Fascinerend ding. Intussen speelt Erol zijn fraaie jazzy pianoklanken en wordt het geheel gelardeerd met warme synths. Het resultaat is een mooie staalkaart van moderne experimentele sounds. Het is interessant om te kijken wat de twee Duitsers allemaal doen op het podium, maar dat hoeft eigenlijk niet, want dit laat zich ook goed aanleunen met de ogen dicht.

Erol en Lukas komen uit Düsseldorf en de legacy van Kraftwerk hoor je hier wel in terug, maar Grandbrothers doet ook erg denken aan een tweepersoonsversie van The Notwist. We krijgen anderhalf uur aan klassieke composities, met af en toe ruimte voor een verlegen toelichting. De jongens zijn nog niet helemaal op hun gemak op het podium, Lukas raakt snel in verwarring als het schema even wordt doorbroken en hij even iets moet improviseren. Brr. De zenuwen geven de Grandbrothers een aandoenlijke sympathie, men had zich ook best de Ideale Schoonzonen kunnen noemen. Ze zijn haast een beetje beduusd van het welgemeende overdonderende applaus. Een goed begin van de tour, dus gaat dat zien.

Godspeed You! Black Emperor komt deze ronde de laatste plaat Luciferian Towers promoten in een behoorlijk bomvolle Paradiso (100 kaartjes minder per concert mag ook wel, hoor!). Dat is weer een fraaie plaat, wat minder volumineuze doom dan de vorige twee en wat meer ruimte voor compositie en gedoseerde instrumentaties. Godspeed live is ‘always the same, always different’, zoals ik op de vogeltjesbox las, en zo pakt het ook vanavond weer uit.

De opstelling is vergelijkbaar met de vorige keer, vermoedelijk ongeveer zoals het er in het GYBE-oefenhok ook uit ziet. De opstelling in het halfduister is rond, de gitaristen zitten op goedkope stoeltjes, Mike Moya en David Bryant als de buitenste twee aan de zijkant half met de rug naar het publiek gekeerd. Sowieso is de inzet fors, met drie gitaren, twee drums, twee bassen en viool. Dat hakt er wel in. Boven de band zien we zwartwitbeelden van teloorgegane industriële steden.

Ook net als de vorige keer is het eerste nummer Hope Drone, een mooi opbouwend nummer dat nog steeds niet op plaat is verschenen, maar live al een tijdje mee gaat. De titel is geen toeval, want al is de muziek soms wat zwaar op de hand, het politieke linkerspectrum van GYBE leent zich eerder voor hoop en strijd dan voor teneergeslagenheid.

Waar die hoop uit bestaat moge duidelijk worden uit de titels van de navolgende werkstukken, Bosses Hang en Anthem for No State. Fraaie composities met uitgekiende opbouw en bij tijd en wijle gierende gitaren stutten de boodschap dat we ons niet neerleggen bij de kapitalistische corpocratie die de adem beneemt van de sociale, zorgzame, democratische en vrije mens. GYBE wordt met de dag actueler, lijkt het wel.

De andere twee nummers van de plaat geven vervolgens een mooie wending. Het titelnummer Luciferian Towers is lekker noisy, Fam/Famine heeft de novelty van een saxofonist die als negende bandlid mee komt doen, midden op het podium maar met zijn rug naar het publiek. Het is tegelijkertijd een uitgekiende compositie en een enorme bak herrie, en daarmee het krachtigste nummer van dit eerste uur van het concert.

Want hallelujah!, daarna volgt een kleine drie kwartier met integraal en helemaal Slow Riot for New Zero Kanada, misschien wel hun mooiste plaat ooit. Moya begint met een langzame opbouw vanuit de viool, langzaam toewerkend naar een rustpunt, door naar die prachtige gitaren, en dan weer terug naar de viool. Oh my, wat een ongelooflijk prachtige nummer is dit toch.

Bovendien geeft het des te meer impact aan het volgende nummer, Blaise Bailey Finnegan III, dat werkt vanuit het kwade geratel van de titelfiguur, hier op tape. GYBE speelt er met een ogenschijnlijk vrijblijvende improvisatie overheen, maar don’t be mistaken, dit is een zeer uitgekiende opbouw naar een tweede stukje Blaise Bailey, die nog een gedicht wil voordragen over Amerika als derdewereldland (grappig stukje trivia: er is de suggestie dat het voorgelezen gedicht van eigen hand is, maar het is in feite een herschikking van ‘Virus’ van Iron Maiden. Wist je niet hè). De tweede helft van het nummer is daarna de stevige versie van de eerste helft, dreigend, bezwerend, duister en intens. Het nummer eindigt in een drone-achtig loopje, terwijl de emperors één voor één het podium verlaten, een halfslachtig zwaaihandje als enige interactie met het publiek deze avond. Thierry Amar komt het geluid nog even uitzetten, na wederom een geweldige set. Wat een verpletterende band is dit toch.

Volgende kans is op Roadburn, volgend voorjaar in Tilburg.

Dit is ook een mooi verslag: http://www.brooklynvegan.com/review-of-godspeed-you-black-emperors-intense-and-serene-amsterdam-show/