archiveren

concerten

Voor de diehards die na een intensieve Darth Faber Fest nog iets aan puf over hebben is er op zondagmiddag in DBs nog een interessante matinée “voor de meer avontuurlijk ingestelde muziekliefhebber”. Verdomd, dat ben ik! Ik krijg nog net wat energie bij elkaar geraapt, dus hoppa!

Ik loop binnen bij het laatste nummer van Eugene Chadbourne, zanger met warme stem en vreemd disharmonisch gitaarspel. Kan er weinig over zeggen, daarvoor zie ik te weinig. Barst pik ik dan wel helemaal mee. Aangekondigd als de Swans van de lage landen, Vlamingen die hun waar aanprijzen via Consouling Records (Amenra! Madensuyu! Eleanora!), nou dan weet je ’t wel.

We krijgen een duistere set voorgeschoteld, op het raakvlak van doom, ambient, drone en postrock. Barst zit in een kring in het donker op het podium, ondersteund door niet veel meer dan zeer langzaam oplichtende visuals. Het creëert traag opgebouwde soundscapes, wel vergelijkbaar met Syndrome, dat we eerder zagen in het voorprogramma van Amenra, maar Barst is veel muzikaler.

Voorman Bart Desmet staat temidden van de groep, waar hij met gitaar en synths een stevige basis legt, terwijl de collega’s vervolgens muzikale kleur aan het palet geven. Gitaar, bas, sax en vooral de dubbele percussie bouwen op tot een indrukwekkend muzikaal bouwwerk, The Western Lands. Op gegeven moment komt het meisje van de merchandise het podium op en blijkt ze de zangeres van de band, met indrukwekkende vocalen.

De muzikanten spelen supergeconcentreerd, perfectionistisch haast. Dan is het natuurlijk wat jammer dat net op dat moment de PC voor de visuals nogal opdringerig de boodschap ‘battery low’ afgeeft. Scheisse! De beamer wordt gauw afgeschakeld, maar lichtman Sidney lost het met mooi gedoseerd licht uitstekend op.

De opkomst is deze zondagmiddag niet hoog en dat is begrijpelijk na zo’n ruige zaterdag, maar toch ook wel jammer, want Barst is een meer dan razendinteressante band voor wie wel wat zondagse duisternis kan velen. Als de set dan vrij plotseling is afgelopen wordt er bescheiden geklapt, maar eigenlijk moet men Barst luisteren als Bach: geen applaus, maar stille bewondering.

20170917_17463520170917_172606

Advertenties

LCD Soundsystem was een paar jaar lang waarschijnlijk de allerbeste live-act ter wereld. De band werd daarmee groter dan James Murphy wilde of kon tillen, dus in 2011 ging de stekker er uit. Dat bleek gelukkig vooral voor een lange sabbatical, want zie hier, LCD is weer terug, met een album dat meteen de jaarlijstjes in kan, én twee uitverkochte avonden om Paradiso van de sokken blazen. Say yeah yeah yeah!

LCD Soundsystem is wel beschreven als ‘dance music about getting older’, een niet al te sexy concept maar o zo pakkend als mix van dance, rock, punk en declamatie. Ik las hier en daar al dat het maandagavond overdonderend goed was, dus de verwachtingen zijn op dinsdag tot stratosferische hoogtes gestegen. Vol verwachting klopt ons hart.

Aftrap is Us vs. Them van Sound of Silver, een dampende start waarvan menig band al blij zal zijn als ze ooit zo’n afsluiter op de set zouden hebben. Toch lijkt LCD even een paar nummers op gang te moeten komen, maar dat past in een uitgekiende opbouw, rustig doorschakelend van droog en kaal naar steeds furieuzer en euforischer. Get Innocuous! voert het toerental al flink op, daarna gaat You wanted a hit in perfecte mix over in Tribulations, het moment dat de zaal ontploft. Deze combi kennen we ook van The Long Goodbye, maar om hier bij te staan is verdorie wel even andere koek.

20170912_204838 (2)Vanaf nu varen we allemaal op een wolkje van geluk. Het is een groot euforisch samenzijn van millenials en generatie X, van hipsters en rockers. James Murphy is de grote verbinder. LCD Soundsystem kan binnen één nummer de absolute cutting edge zijn van de eighties, de nineties, de noughties en van nu. LCD Soundsystem combineert gortdroge drums, kale gitaar, warme synths en ijskoude breaks. Het is tegelijkertijd crowdsurfen, contemplatie en catharsis. Dit is geen concert, dit is een ervaring.

IMG_4828 (2)Alles wordt gespeeld met genadeloze precisie, met precies op het goede moment de klinkende koebel van Murphy, met exact de goede dosis droog raggende gitaar, met geniaal gedoseerde opvulling van de prachtige synths en vooral met een onwaarschijnlijk strakke drum en aanvullende percussie. De set is een doordachte mix van oude en nieuwe nummers, die er perfect in inpassen en LCD Soundsystem nog weer een niveau hoger tillen. En dat onder een feitelijk oersimpel maar o zo effectief licht, waarbij de strobos op de lichtbol de meute nog een zetje hemelwaarts meegeven.

Terwijl achter op het podium voor Murphy een nieuw glaasje wijn wordt geprepareerd is er op gegeven moment er even tijd voor een praatje met wat verwachtingsmanagement: twee nieuwe nummers, twee oude nummers, een intermezzo en dan nog drie nummers. Murphy benadrukt dat dit géén toegift is, ook als we er geen zin in hebben komt de encore. Ha! Hij voelt inmiddels ook wel dat de meute smacht naar nog uren LCD Soundsystem, we hebben de hele nacht.

Tonite, van de nieuwe plaat is zo’n heerlijk metanummer, een slicke nineties-groove over hoe kut die nineties-groove wel niet is, American Dream is een nieuwe hit voor de band die nooit geen hits heeft maar wel evergreens maakt die iedereen meezingt, en New York I love you is natuurlijk een perfecte afsluiter van de reguliere set voor het aangekondigde intermezzo.

In de encore die geen toegift mag heten kondigt Dance Yrself Clean zich aan met het welbekende synthbiepje, in een ellenlang intro dat de prejaculerende veertigers om mij heen danig op de proef stelt om dan eindelijk tot een euforisch hoogtepunt te komen, een maalstroom van geluk. Wat na twee uur resteert is een dampende meute, handen in de lucht en shirtjes kletsnat, elkaar in de armen vallend van het puurste geluk, gezegend dat ze deze dienst mochten ondergaan. LCD Soundsystem is waarschijnlijk nog steeds de allerbeste live-act ter wereld.

20170912_223613 (2)IMG_4833 (2)

Foto’s van Darth en Peet.

Zie hier de setlist: https://www.setlist.fm/setlist/lcd-soundsystem/2017/paradiso-amsterdam-netherlands-1be23d48.html.

Filmpje: New York I love you, but you’re bringing me down: http://www.youtube.com/watch?v=nGwuTkKhk7E

Zie hier een aantal juichende albumreviews:

  • Pitchfork: https://pitchfork.com/reviews/albums/lcd-soundsystem-american-dream/
  • Drowned in Sound: http://drownedinsound.com/releases/20043/reviews/4151300
  • The Atlantic: https://www.theatlantic.com/entertainment/archive/2017/09/lcd-soundsystems-inspiring-existentialist-return/538596/
  • The Guardian: https://www.theguardian.com/music/2017/aug/31/lcd-soundsystem-american-dream-review-virtuosic-comeback-full-of-harmonies-and-humblebrags
  • Album van de week natuurlijk bij 3voor12: https://3voor12.vpro.nl/artikelen/overzicht/2017/Album-van-de-Week/LCD-Soundsystem.html

Na een lange zomerstop is de postpunk van Preoccupations een mooie start voor een druk najaar. Nog altijd beter bekend als Vietcong, een naam die in de immer politiek correcte Joenaited Steets nogal wat commentaar opleverde en dus werd veranderd in het tamelijk nietszeggende Preoccupations. Dat zou nog wel eens een mooi quizje zijn: de sufste naam voor de beste muziek (en andersom). Hoe dan ook, we komen niet voor namen maar om ons door deze Canadezen de oortjes eens flink te laten wassen.

20170817_214845 (2)Het is snikheet in Ekko, waar ik nog net de laatste tonen meepik van voorprogramma Wolvon. Preoccupations begint daarna vrij kalm, alsof ze eventjes op gang moeten komen. Dat geldt in elk geval voor de zanger, die zo’n stem heeft die even lijkt te moeten opwarmen, maar na een paar nummers lekker rauw klinkt. Preoccupations speelt uiterst geconcentreerd, zonder veel interactie met publiek, maar wel superstrak. Vooral de drummer is een machine zonder weerga, die met retestrakke mokerslagen een keihard fundament legt.

Preoccupations brengt een duistere mix van kraut en postpunk, die verlichting krijgt door de wat tragere, meer melodieuze stukken. Soms hoor je het furieuze van Pop 1280 terug, soms het manische van The Fall, en altijd duisternis van Joy Division. Af en toe komt er wat ongerichte elektronische noise voorbij. Alles komt als vanzelfsprekend samen in het als immer afsluitende prijsnummer Death, een verwoestend anthem van ruim een kwartier.  In een uurtje is het allemaal weer voorbij, maar het seizoen is weer begonnen.

20170817_215922 (2)20170817_222541 (2)

 

Soms is het beter om op te branden dan om uit te doven, zo moet Bonne Aparte in 2008 hebben gedacht na een wervelend bestaan van slechts één jaar. Er werd een geniale en titelloze plaat uitgebracht, er gingen geruchten over steengoede optredens, ze speelden nog op Noorderslag, maar voordat Darth Faber goed en wel wakker was, was het met Bonne Aparte al weer gebeurd. Spoorloos van de aardbodem verdwenen.

Jammer dan, kun je denken, maar niks daarvan, want ook hier kruipt het bloed waar het niet gaan kan! Bonne Aparte begon in 2015 weer met spelen. Je zou van een reünie kunnen spreken, of van een lange hiatus, hoe dan ook, de vaart zit er weer in. In 2016 verscheen in eigen beheer de EP Scum Party, waarmee de draad weer moeiteloos werd opgepakt. Het is een plaatje met goed tien minuten en zes nummers vol overstuurde gitaarnoise, superstraffe ritmes en vocalen tussen zang en declamatie in. Dat alles geserveerd op een bedje van metal en met een garnituurtje van wave. Er is zelfs een videootje vol met scheerschuim bij, kijk maar hier.

Ja ja, dit wordt een mooie eigenzinnige aftrap van Darthfaberfest! Bonne Aparte weet dat natuurlijk ook, ze melden zich zelf wel als er iets interessants gebeurt aan de spannende randen van de reguliere business. Bonne Aparte doet niet teveel aan sociale media en zit niet op feestboek, maar houdt u geïnformeerd via de schrale en daarom zeer overzichtelijke eigen site. De optredens zijn weer als vanouds, schreef Kindamuzik nog net voordat het ter ziele ging.

Bonne Aparte opereert inmiddels vanuit Rotterdam, maar voor Darthfaberfest is een desnoods verre verbinding met het noorden altijd vermeldenswaardig. En ja hoor, die is ook hier, want de band is in 2007 in Friesland opgericht. Bovendien ontspinnen zich nog wat interessante verbindingen, want de debuutplaat van Bonne Aparte kwam uit bij Wham Wham Records uit Drachtstercompagnie, dat slechts drie platen uitbracht, waaronder verder nog werk van Adept en Harm Wierda. Harm Wierda zegt u? Die obscure experimentele organist uit Groningen, die nog bezongen wordt door de Sexton Creeps? Jazeker, die! En zover ik kan nagaan zijn Harm en ik naar dezelfde school in Dokkum geweest. Daar heb je ’t weer, zo blijkt de wereld toch altijd weer kleiner dan de six degrees of separation.

Maar goed, zo kunnen we aan al het goede wel een lulverhaal breien, veel belangrijker is om Bonne Aparte niet te versmaden tijdens Darth Faber fest. Wie nog bevestiging nodig heeft kan nog even dit videootje kijken om te weten dat je er straks vooral bij geweest moet zijn.

bonne-aparte-2017-big

 

 

Eerst even een stukje context. Sólstafir ontdekte ik een paar jaar geleden op Eurosonic, met een verpletterend goede show in Vera. Dat had alles te maken met het geweldige album Otta, hun vijfde al, waarmee ze een prachtige brug sloegen tussen metal, postrock en de mystiek die IJsland blijkbaar eigen is. Een paar maanden later zag ik ze weer, nu op Into the Void in Leeuwarden, maar dat was een heel stuk minder. Er was pretentie en bombast in de band geslopen, die het bovendien moest doen met een ontwrichte ritmesectie vanwege de met ruzie weggestuurde drummer. Onlangs kwam dan het vervolg op Otta uit, Berdreyminn, met hier en daar lovende recensies, maar ik vind het vooral nogal wisselvallig. Ergo: zonder al te hoog gespannen verwachtingen dan toch maar naar De Helling vanavond, wetende wat er mogelijk is maar ook wetende dat er geen garanties zijn bij Sólstafir.

Mijn bedenkingen raken verder verduisterd door Gold, een voorprogramma van zgn. female-fronted metal. Dat is geen feest. De zangeres heeft een beperkt vocaal bereik en de gitaristen staan continu in pose te headbangen. Dat alles verzuipt in een brei van geluid waar je oorpijn van krijgt. Nog maar even buiten aan het bier dan.

Sólstafir zet bij wijze van intro Nàttfari op, het laatste nummer van de allereerste plaat, en vangt dan aan met Silfur-Refur, het prachtige eerste nummer van de laatste plaat. Het wordt snel duidelijk dat al mijn bedenkingen de prullebak in kunnen. Sólstafir speelt uiterst geconcentreerd en bevlogen. Het volgende nummer is meteen Otta, ingezet met een prominente banjo voor het eerste melodieuze stuk. Dit is atmosferisch geniaal, versterkt door het prachtige licht en het wonderbaarlijk herstelde zaalgeluid.

Dat zaalgeluid legt vrij veel nadruk op de zang en dat is niet het sterkste element van Sólstafir. Dat wringt bij een aantal van de nieuwe nummers en is waarschijnlijk ook de kern van mijn bedenking bij de nieuwe plaat: Addi wil dan teveel vertellen, terwijl het verhaal van Sólstafir naar mijn gevoel juist vooral zit in de mystieke suggestie van de muziek, opgezet door uitgekiende vertragingen en lange spanningsbogen.

20170617_223843

Deze gedachten worden echter direct de grond in geboord door de introductie van Addi, waar hij volle aandacht van het publiek voor nodig heeft en tot stilte maant. Terwijl bassist Halldór rustig op een flightcase gaat zitten vertelt Addi met nauwelijks verholen emotie van een goede vriend die tien jaar geleden depressief zelfmoord pleegde. Volgt een verpletterend mooie versie van Necrologue.

Alleen dit is al genoeg voor een prachtige avond, maar Sólstafir in bloedvorm doet er nog vele scheppen bovenop. Prijsnummer Fjara komt langs, en daarnaast vooral nummers van de (toch ok vrij wisselvallige) plaat Köld uit 2009, terwijl van de nieuwe plaat misschien maar drie of vier nummers nummers worden gespeeld. Dat is toch wel opmerkelijk voor deze Berdreyminn-tour, maar mij hoor je niet klagen. Het laatste nummer is Goddess of the Ages, ook van Köld, tien minuten waarin Sólstafir nog eens alles uit de kast trekt. Addi staat hoog voor op het podium, haast in trance, hij speelt gitaar op zijn knieën, hij komt de zaal in en omhelst een vrouw die hij nooit meer los lijkt te willen laten. Als ik het zo opschrijf klinkt het pathetisch, vol van bombast uit de truckendoos, maar vanavond was Sólstafir perfect in balans, zeven kwartier lang. Uitmuntend goed optreden.

IMG-20170618-WA0003

Na een paar maanden cynische kleptocratie van Trump is er geen betere catharsis dan Ministry, de band die altijd weer opbloeit onder Republikeinse presidenten. Hypocrisie en zelfverrijking, daar krijg je Al Jourgensen wel mee op de kast.

Op naar een bij lange na niet uitverkochte Ronda dus, Ministry is ook niet meer wat het geweest is. We krijgen eerst van onze eigen Utrechtse noisegod Bong Ra een mooi overdonderend stukje herrie. Jason Kohnen vult de zaal tot in alle uithoeken met een compromisloze staalkaart van techno, trash, industrial en hardcore, af en toe zelfs wat breakbeats er door. Er wordt ons geen adempauze gegund en na een goed half uur is het ook wel weer mooi geweest, maar straf is het wel.

20170613_200625 (2)

Ministry is één van die weinige bands waarvan ik me nog exact het moment van kennismaking kan herinneren, toen iemand een cassettebandje opzette met Psalm 69. Godnondeju, alsof ik door de kanibalistische darmen van keizer Bokassa zelf werd gejaagd. Dat was by far het hardste wat ik op dat moment (en tot lang daarna) had gehoord. Ik heb het bandje en later de CD nog ontelbaar veel vaker gedraaid en veel van het andere materiaal ook, maar ik heb Jourgensen cs. maar één keer eerder gezien, op Sziget een jaar of acht geleden. Hoog tijd dus voor een reünie in de thuishaven.

Al Jourgensen is inmiddels ook al weer 58, hij begint nog wat stram, maar hij heeft er zin in. Het knalt er meteen op met Psalm 69 en binnen twee nummers slingert Jourgensen de eerste bierfles over het podium. Het is een opmaatje voor wat matiger werk van From Beer to Eternity, maar dan komt Antifa, een nummer van de nieuwe plaat, knetterhard en stevig geïnspireerd door Trump. Juist! Dit is de sloophamer voor het fascisme dat deze wereld nodig heeft!

Jourgensen komt steeds beter op gang, zij het met flink wat technische ondersteuning op de vocalen. Bad Blood van Dark side of the spoon komt in een snoeiharde apocalyptische versie; strak, hard en totaal compromisloos. En dan moet verdomme N.W.O. nog komen, met natuurlijk actuele beelden van de nieuwe mad king of America. Just one fix is dan weer heerlijk smerig, als een bak vol kotsende maden in de ranzige gier.

Jourgensen zuipt er lekker op los. In zijn malle pakje en met zijn rare fratsen oogt hij inmiddels als een stripfiguur in zijn eigen universum, als de ruige broer van Jack Sparrow. Ministry en vooral bassist Jason Christopher, ooit van Prong, gaat bruut hard, al klinkt het allemaal niet zo strak en zuiver meer. Maar verdorie, het is wel meedogenloos. “Are fascists afraid again!” staat op een langskomende foto. Zo is het. We kunnen Ministry nog steeds goed gebruiken in de strijd van de antifa!

20170613_211349 (2)

Setlist: http://www.setlist.fm/setlist/ministry/2017/tivolivredenburg-ronda-utrecht-netherlands-23e7402b.html

Misschien wel de grootste productie ooit op het kleine podium van DBs voor de fanfare van De Kift. Dan moeten er nog twee andere bands bij ook en de instrumenten staan tegen de muur opgestapeld. 

Eerste voorprogramma Peerdeman heb ik helaas gemist, ik kom binnen bij Het Brandt. Het Brandt speelt rammelfolk in de beste traditie van De Kift, met fraaie Nederlandstalige nummers in stevige Friese tongval. Zelfs de CD-hoes, knutselwerk in de vorm van een bloemenpers, is door het grote voorbeeld geïnspireerd. Het geeft een beetje een gevoel van “beter goed gejat dan slecht verzonnen”, maar ook zonder de referenties is Het Brandt een hele fijne en sympathieke band, met lekkere banjo, fijne accordeon en bevlogen zang. Fraai. 

De Kift dan! Het is al weer even geleden dat ik ze zag en ook de samenwerking met Rats on Rafts heb ik keer op keer gemist, maar er was een tijd dat ik De Kift naar mijn gevoel zeker vier keer per jaar zag, en ik heb alle speciale CD-uitgaven nog liggen. Hoogste tijd dus weer. 

De Kift is tegelijkertijd vrolijk en vol van weemoed, het is punk, fanfare en poëzie. Wat is het goed ze weer te zien! Het is een heerlijk theater onder aanvoering van Frank van den Bos en Ferry Heijne, met belangrijke rollen op de voorgrond voor iedereen. Vooral de prachtige uitvoering van Orenmens door Wim ter Weele is tranentrekkend mooi. Later in de set hebben we met De witte haring zelfs een fijne meezinger! De stemming zit er goed in. Want wat doe je als de dood afvloeit door het riool van de eeuwigheid? Feesten feesten feesten!!!

De Kift maakt rammelfanfare tot hogere kunst, inmiddels zelfs onderkend door de belangrijkste culturele subsidiegevers. En dat is niet gek want zo eenvoudig is dit niet. Vooral de timing is ijzingwekkend goed. Als de band na een soort van break een paar nummers van een nog te verschijnen nieuwe plaat speelt zijn we even bij De Kift in het oefenhok beland. En dan horen we ook goed hoe lastig die timing is, want ook naar eigen zeggen zit het nog niet helemaal gebeiteld. Het is wel leuk om het nieuwe materiaal te horen, maar de spanning raakt er wel wat uit. Dat hoort De Kift natuurlijk ook dus vooruit! nog een meezinger dan, met de vrolijke Blauwe Mijter. Leve de fanfare van De Kift! Hier word ik blij van.