archiveren

concerten

Drie dagen vooraf ontvang ik van dB’s een instructiemail van waarlijk literaire snit en omvang, met meer toelichting op alle coronamaatregelen dan de hele site van de rijksoverheid bij elkaar. De boodschap is glashelder: dB’s gaat weer open, voor het eerste concert in postnormale tijden, en hoe dat werkt gaan we samen ontdekken. Dit wordt een gedenkwaardige avond met La Jungle!

Alle foto’s: (c) Anne-Marie van Rijn

Ik ben zowaar een beetje zenuwachtig, niet zozeer van de overdaad aan regels, maar over de vraag of en hoe dit gaat werken vanavond. We zitten middenin een zoektocht naar Het Concert in coronatijd. We moeten experimenteren en proberen om al die regels niet de dood in de pot te laten zijn en als het even kan te laten uitdagen tot nieuwe verrassingen. Vorige week was ik al bij Clean Pete in TV, voor mijn start van dit experiment. Dat was een prachtige avond vol van hoop, maar het had ook wel iets tragisch, met het publiek zo op afstand van elkaar en van de artiest. Vanavond gaat het hoe dan ook anders zijn, want voor het eerst in maanden kunnen de oordopjes weer mee.

Er is ruimte voor 20 mensen op evenzoveel stoeltjes, die in de zaal gereed staan. In kleine groepjes worden we via de podiumingang naar binnen geloodst, iedereen loert nog wat giechelig rond, alsof we op schooluitje zijn. Ik vind een kruk op mijn vertrouwde hoekje linksvoor, dat voelt goed. Strak op tijd begint de band, dat is dan alvast iets nieuws in coronatijd.

En laat ik hier net zo to the point komen, want, beste mensen, La Jungle speelt genadeloos alle versufte trommelvliezen weer in opperste staat van paraatheid. Slechts twee man sterk, drummer en gitarist, de rest van het podium is gevuld met apparatuur voor feedback, loops, fuzz en versterking.

Drummer Rémy en zanger/gitarist Mat van La Jungle komen ergens uit Wallonië, heb ik me laten vertellen. Ik stel me voor uit zo’n weggeroeste staalstadje, een voedingsbodem voor een zielloos leven lang Duvel drinken, maar het kan dus ook inspireren tot cutting edge anarchistische technokraut, vol uitzinnige loopjes, rare ritmes en stuiterende zang. La Jungle doet denken aan Madensuyu en soms aan Gnod. De krukjes en de stoeltjes blijven dan ook niet langer dan een halve minuut bezet en als we allemaal naar de band staan te kijken en lekker meedansen (keurig op afstand van elkaar, ieder op een eigen wit kruis op de vloer), ja dan ontstaat er zowaar een gevoel van euforie: jawel, zo was het! Zo moet het! Zo willen we het!

Tussendoor hapert de machine even in een momentje van technische malheur, maar de band laat zich daardoor niet kisten, net zomin als door de rare setting met al die stoeltjes in de zaal. Daarna gaat het weer ongenadig hard tekeer, met een denderende bas als ondergrond voor de oneindig repeterende boodschap want o zo belangrijke boodschap dat Black Lives Matter.

Het hele concert duurt maar een uurtje, langer houdt de drummer het vermoedelijk ook niet vol. Maar het is een belangrijk uurtje: de band laat zien dat je gewoon hard en goed en vol overtuiging kan spelen, dB’s laat zien dat dat coronaproof georganiseerd kan worden. We zijn er natuurlijk nog lang niet: hier hadden honderd mensen bij moeten zijn, een moshpitje had wel gemogen, heen een weer lopen naar de bar zou fijn zijn, maar laten we niet mekkeren over wat er niet is en koesteren wat er wel is: Het Concert Leeft Weer!

Na tachtig lange dagen wachten gaan dan eindelijk de podia weer een héél klein beetje open. De zalen zijn verstoft, de artiesten zijn de spanning kwijt, het publiek mag met slechts dertig mensen naar binnen. Het is nog wat onwennig allemaal, maar het is van levensbelang en daarom gaat TivoliVredenburg heel voorzichtig open, op een kiertje: kleine concerten in de grote zaal, met publiek op grote afstand van de de band. Hoe is dat nu?

Nou, dat is heel erg raar. De entree is verplaatst naar een nooduitgang aan het Vredenburgplein, we krijgen vragen over onze gezondheid en moeten de handjes wassen met handgel. Ik ga met mijn dochter en omdat we van hetzelfde huishouden zijn mogen we naast elkaar zitten op een toegewezen plekje op rij 4, strikt gescheiden van de andere 28 bezoekers. Je krijgt het gevoel toegelaten te zijn tot een exclusieve, haast geheime bijeenkomst.

Het valt ook niet mee, na krap drie maanden geestelijke versuffing. Het werk beperkt zich tot videobellen en belachelijke hoeveelheden email, het sociale leven is gereduceerd tot Netflix en spelletjes in het huishouden, cultuur is verdund tot boeken, Spotify en bierpakketten van de lokale ondernemers. De popquizen via Zoom zijn leuk, maar eerlijk gezegd kan ik geen scherm meer zien. Ik wil theater! Ik wil concerten! Ik wil de vonken over zien slaan tussen artiest en publiek, ik wil zweet en verschraald bier ruiken, ik wil een opdonder in de moshpit en een schoen in mijn gezicht van een stagediver, ik wil ervaringen die maar één keer in je leven voorkomen, ik wil onvergetelijke herinneringen, ik wil lachen en huilen en vrolijk zijn! En laat ik het perspectief niet verliezen, want uiteindelijk red ik me wel, maar hoe is dat de artiesten, de zalen, de roadies, de geluidsmensen, de lichtmensen, de sjouwers, de boekers, de agenten, de busjesrijders, de horeca en wie al niet meer, alles ligt op zijn reet, banen zijn weg, de infrastructuur gaat verloren, waar moet je verdomme nog heen met je inspiratie, je ideeën, je energie? Wat een tragiek is dit alles toch…

Maar dat terzijde. We beginnen weer en dat is nu het allerbelangrijkste in de hele wereld.

Onder scherp toezicht goed verspreid over de zaal zijn we dus bij Clean Pete, die vandaag voor de derde keer een set op het podium brengt. Ik ben niet alleen blij hier te zijn omdat het eindelijk weer kan, maar ook omdat ik Clean Pete al wel een tijdje op de radar had, maar telkens wist te missen. Dubbel goed om hier te zijn dus.

Loes en Renée houden het overzichtelijk, met tweestemmige zang, gitaar en cello. We horen Hout van jou, Ik wil een kunstenaar, Geheimen en het net opgenomen Geweldig Bestaan, een hertaling van Wonderful life van Black en stiekem veel mooier dan het origineel. Renée vertelt dat de afgelopen periode ook haar niet meeviel en heeft daar een mooi nieuw nummer over gemaakt. Loes vraagt of er nog aanvraagjes zijn. Dat kan goed in deze setting, afstandelijk maar intiem, al zijn wij als publiek nog wel wat bedeesd. Maar Clean Pete stelt iedereen op het gemak en uiteindelijk mogen we (strikt op de eigen plek) nog een dansje doen ook. Tranen van ontroering en geluk kan ik nauwelijks onderdrukken.

Alles bij elkaar duurt het maar veertig minuten, pakweg twaalf parelende liedjes. De zaal is een gapend gat en Clean Pete is onaanraakbaar ver weg, maar Loes en Renée zingen zich dichtbij en mijn gebroken hart heelt toch langzaam weer een beetje.

Thuis luister ik nog een beetje na en mijn dochter luistert mee en zegt dat het mooie liedjes zijn, maar dat het eerder vanavond op het podium toch beter was. En verdomd zo is het! De magie van de livemuziek is weer terug!!

Het leven is rommelig en onvoorspelbaar. Je gaat naar school, je bent verlegen, je wordt verliefd, maar durft het niemand te vertellen. Daarna ga je studeren, je maakt vrienden, je overwint tegenslag, maar als dan de wereld voor je open ligt heb je geen idee wat je er mee aan moet. Maar het komt goed. Je werkt, je vrijt, je zoekt, je wordt volwassen en zowaar: iemand houdt van je, en je houdt ook van haar, er zijn kinderen, je bent zo tien jaar verder, en dan nog eens tien, je wordt wijzer en ook melancholiek, want mensen worden niet alleen geboren, ze gaan ook dood.

Zo modder je zo’n beetje door het leven. En al die tijd is er muziek. Er is muziek die past bij de tijdgeest en later weer vergeten raakt, er is muziek voor herinneringen van feesten, van samenzijn of van verdriet, soms klinkt de muziek duidelijk en hard, maar vaker nog ergens op de achtergrond, als een veelstemmig oorwurmpje dat niet los laat. Altijd is er de soundtrack van het voortmodderen door het leven. En vanavond realiseer ik me ineens dat Hallo Venray die soundtrack maakt.

Deze vrijdagavond speelde Hallo Venray weer in de dB’s, ik zie ze hier al voor de derde keer. Ditmaal worden er opnames gemaakt, voor wat hopelijk uitmondt in een heuse Live in Utrecht-plaat. Dat ging, geheel in lijn met bovenstaande, enigszins rommelig: er brak een snaar, de lichtman is te laat, het publiek kletst wat, Henk vertelt zowaar dat Hallo Venray al een jaar niet heeft gespeeld, maar nu dus wel meteen maar opnames maakt.

Maar die rommeligheid is dus ook perfect. Hallo Venray is een band die de dingen laat gebeuren en in die vrijheid bruist, ademt en bloeit. We horen nummers van de Excelsior-platen (de laatste vier) en daar zitten meer sieraden tussen dan bij een gemiddelde juwelier in de vitrine. Henk Jonkers is nog steeds de beste drummer van Nederland, Peter Konings bast er stoïcijns op los, Henk Koorn is zijn verlegen relativerende charmante zelf. Iedereen houdt van Henk.

Het laatste nummer is dan toch een oude klassieker. Tuck, the man wordt opgedragen aan de onlangs overleden drummer van De Abba’s, ooit een muzikaal nevenproject van Hallo Venray. Het is schitterende weemoed, met natte ogen en een brok in de keel. Een leven zonder de soundtrack van Hallo Venray is onvoorstelbaar.

De band Hallo Venray in dB's op 21-2-2020De band Hallo Venray in dB's op 21-2-2020De band Hallo Venray in dB's op 21-2-2020

Alle prachtige foto’s door (c) Anne-Marie van Rijn

Voor de vierde keer speelt Het Zesde Metaal in Ekko, uitverkochte zaal nog wel, en de eerste keer dat ik niet vergeet om er bij te zijn. En dat wordt tijd ook, want Het Zesde Metaal is van een grote schoonheid.

Het Zesde Metaal wordt door Ekko aangekondigd als ‘Vlaamse dialectrock vol sagen, verwondering en misère’ en dat is nog niet eens zo gek, geeft ook zanger Wannes Capelle toe, maar Het Zesde Metaal is ook liefde, optimisme en vooral poëzie. De verhalen zijn als kleine West-Vlaamse monumenten, licht overwoekerd met melancholie, maar met de kracht van de eeuwigheid.

Wannes Capelle is een zanger van het klassieke soort, de Bonnie Prince Billy van West-Vlaanderen. Alles aan hem ademt verhalen, soms beschouwend, maar vaker nog heel persoonlijk. Daarbij heeft hij ook nog eens een machtige band achter zich. We horen een dampende versie van Calais, de Vlaamse wielerklassieker Ploegsteert (een ode aan de tragische Frans Vandenbroucke), en een prachtig opgebouwde Hier bie oe, met bloedstollende lapsteel.

Wannes speelt een paar prachtig ingetogen akoestische nummers – waarbij hij zelfs even de tekst vergeet, maar dat geeft niet, want er besta niet slechts perfect, er besta ook goed genoeg. Soms is er vervreemding en donkere nostalgie, maar uiteindelijk overheerst de schoonheid en de warmte.

Veel klassieker wordt een hardrockavond niet als Death Angel, Exodus en Testament op het programma staan. De grote Ronda is dan ook stijf uitverkocht, want hier staat bij elkaar toch ruim een eeuw aan metalervaring bij elkaar.

Zoals gebruikelijk bij dit soort concerten is de sfeer gemoedelijk, in een zaal voor negentig procent gevuld met mannen in hun beste heavy shirts. Zo te horen zijn er bussen vol bezoekers vanuit het oosten gearriveerd. Ik mis helaas Death Angel (met goede reden want hoera voor de verjaardag van oom Bertus!), vlak voor Exodus val ik binnen in met de intro Viva Hollandia. WTF? Die lolligheid is gelukkig snel voorbij, want Exodus wil vanavond graag laten horen dat ze nog niet afgeschreven zijn als een van de echt grote bands in de trashmetal. Dat is niet vanzelfsprekend, want tussen de pieken in de Exodus geschiedenis zitten ook vele dalen, maar gitarist Gary Holt is vanavond weer terug om de boel te stutten.

De zanger gaat er vol overgave voor. Hij is er niet vies van om de zaal lekker te laten meebrullen, maar hij levert ook, met zeker aan het begin van de set nog een opvallend goed bereik in de hoge regionen. Voortdurend wijzend zoekt hij contact in de zaal. Throw your horns in the air! roept hij en bij de volgende riff ontstaat een behoorlijke moshpit midden in de zaal. Aan de rand staat een blond meisje indrukwekkend koppig te headbangen, woest in haar eigen wereld, terwijl de pogo om haar heen beukt.

Soms klinkt het in de uitvoering wat rommelig, maar dat kun je ook lekker smerig noemen. Veel belangrijker is het warme onthaal van de zaal en de band is duidelijk heel blij met deze uitverkochte avond. Niks oldschool, de Bay Trash doet er nog toe!

Dat horen we des te meer bij Testament. Dit klinkt nog aanmerkelijk strakker. Testament is gezegend met zanger Chuck Billy, die zichzelf nog wel eens afleidt met wat luchtgitaarwerk, maar vooral indruk maakt met zijn behoorlijk verpletterende vocals. Als jonge zanger had hij een hoog bereik, maar als grote kerel is zijn stem veel dieper en gruiziger, en daarmee wordt Testament harder en beter. Tussendoor haalt hij achter een kopje thee om de keel te smeren en dat zal ook best helpen.

Al bij het eerste nummer worden T-shirts het publiek in gegooid. Gitarist Alex Skolnick geeft de ene na de andere schaamteloze gitaarsolo, liefst op de verhogingen voor op het podium. Het oogt super classic, maar het is ook gewoon wel heel erg goed. Wat ook helpt is het geweldige licht, de uitgekiende podiumopzet met de verhogingen, en de steeds wisselende backdrop. En hoor ik daar een cover van Soulfly?

Testament en Exodus komen hier vanavond niet om louter indruk te maken met wat klassieke gitaarsolo’s uit de catalogus van de afgelopen vier decennia, al geven ze met referenties naar Dynamo Open Air wel aan al een tijd mee te draaien. Maar ze leunen niet lui op die geschiedenis. Beide bands willen laten zien dat ze er na al die tijd nog steeds toe doen. Ze spelen vol overgave, het nieuwere werk doet bovendien niet onder voor de klassiekers. En dat is allemaal heel goed om te zien. Hardrock lives!

Giant Drag en Deutsche Ashram doen samen een klein toertje door Nederland en de Joe-kee en de etappe van vandaag brengt ze naar Utrecht. De dinsdag is echter geen makkelijke avond voor de hardwerkende Nederlander van tegenwoordig, want druk is het niet in dBs. Blijkbaar ontbreekt de puf om op te draven voor een interessante avond muzikale fijnproeverij. Gelukkig was Darth Faber er om verslag te doen (@Kettingzaag: dit mag je zo overnemen hoor) en Anne-Marie van Rijn maakte daar prachtige foto’s bij.

Deutsche Ashram is het duo Ajay Saggar en Merinde Verbeek, beiden actief in de muziekscène rond Paradiso en ver daarbuiten. Ajay is ook de motor van King Champion Sound (die zagen we eerder al hier) en Merinde speelde daar in de begintijd ook in mee. Deutsche Ashram is andere koek. Ajay haalt uit zijn laptop kille industrial echo’s en breit daar wat overstuurde gitaar doorheen, terwijl Merinde dit pareert met haar warme zang. Het is een mooi contrast. Enige jaren tachtig-nostalgie bekruipt ons wel, met referenties aan de wave van de Cocteau Twins. Vooral Stumbleweed, het openingsnummer van de spiksplinternieuwe plaat Whisper Om mag er zijn. In deze setting ontbreekt niettemin wel wat dynamiek, Merinde staat er naast de verlegen Ajay wat eenzaam bij, al kan ze wel prachtig nuffig over het publiek heen kijken.

De band Deutsche Ashram in dB's op 4-2-2020

Giant Drag koestert ook de wat verveelde pose, hier in Utrecht ‘or wherever we are’. Giant Drag is de band van zangeres/gitarist Annie Hardy, die vandaag drummer Colin heeft meegenomen als enige rest van de band. Annie oogt als een kleine meid, maar is dat zeker niet. Giant Drag begon al in 2005, hield tussendoor ook even op, ze speelde met Lemonheads, Jesus & Mary Chain, Deftones en vele andere grootheden, ze ging privé door diepe dalen, maar here she is, een kleine legende inmiddels, op blote voeten in een vergeelde grungejurk voor een mager gevulde zaal in Joetrek.

De band Giant Drag in dB's op 4-2-2020Dat wordt een bijzondere set. Annie moet even op stoom komen, het publiek moet even wennen. Ze speelt lekker smerig gitaar, echt bijzonder goed bij stem is ze aanvankelijk nog niet, maar ze legt er wel verdomd veel overtuiging in. Op de drum zit een volle galm, voor een groots en vuig geluid. Ja ja, dit is wel wat. Het nieuwe nummer Devil Inside leunt op gitaar vol spannende smerigheid, met rauw overstuurde stem wordt hier een ex-vriendje de hoek in geparkeerd. Pak aan!

Het tussenstuk is solo akoestisch, maar de aandacht verslapt geen moment. Tussen de nummers door blijkt Annie onstuitbaar ouwehoerend in monologen, in één volzin van Zweden tot kaas tot Michael Jackson, een zin later over het genot van dicks, het is heerlijk associatief cabaret. Je kan Annie heel goed bloedirritant vinden, maar dan wel met bewondering voor haar theatrale lef. 

Het geluid, wat zeg ik, de hele uitstraling van Giant Drag is de grunge van weleer, postmodernisten spreken dan van nü grunge: verveelde uitstraling, problematiek van de welvaart der witte middenklasse, raggende gitaar, Courtney Love-jurkje, lummelig lang haar van de drummer, het is er allemaal. Eerste uitsmijter van de avond is een wonderlijk avantgardistisch ritueel met kunstenaar Flux (of zoiets), die met bontmutsje op en vol flair rechts van het podium tegen de muur een tekening krijt, die nog het meest weg heeft van de naïeve en vooralsnog bij het grote publiek onbegrepen kunst van kinderdagverblijf Duimelot. Tweede uitsmijter van de avond is een prachtig verscheurde versie van Chris Isaak’s Wicked Games, waarin alle Weltschmertz van de hedendaagse grunger nog eens helemaal over ons uit wordt gestort.

De band Giant Drag in dB's op 4-2-2020De band Giant Drag in dB's op 4-2-2020

Foto’s: (c) Anne-Marie van Rijn

Zie hier mooi verslag van Kettingzaag: http://www.dekettingzaag.nl/giant-drag-is-vooral-schrijnend/

De maandag is niet erg geschikt voor concerten, zo vertellen de mannen van Beak> ons al, dus ik sta nog druk om te schakelen van de sores van werk en huishoudelijke routines als ik Paddy Steer op het podium van De Helling aantref.

Daar wordt een mens toch instant blij van. Paddy Steer is een vrolijke paradijsvogel en eenpersoonsband, die anderhalf jaar geleden al op Le Guess Who te zien was. Bij sommige nummers draagt hij een constructie met muts en zwaar vervormende vocoder, bij andere nummers een soort van lichtgevende helm, naar eigen zeggen ‘to hide my shame’. Paddy vertelt dat zijn schoenen stinken en dat hij een hipster is, omdat hij mooie kleren belangrijk vindt en een baard heeft. Ja ja! Is het muzikaal ook nog wat? Dat valt alleszins mee, met koffers vol beats en fraai gemoduleerde geluiden, een mooie vintage vocoder en een drum vol riedels en rinkels.

Als alles voor BEAK> is omgebouwd begint de band zonder verdere introductie en hop, we zitten gehypnotiseerd in een wervelend krautrockuniversum. Geoff Barrow, de drummer van Beak>, die ook dienst doet bij Portishead, speelt geweldig strakke motorik, bassist Bill Fuller zit lekker op een stoel middenop het podium, terwijl hij de geilste baslijnen produceert. Gitarist en geluidskunstenaar Will Young, met tof Slint-shirt, dompelt de ritmes in warme synths, straffe riffs en atmosferische dub.

Ook BEAK> speelde al eerder in Utrecht, op LGW (zie hier en hier), en dat was al niet misselijk, maar vandaag is nog veel beter. De nummers zijn completer, het geluid is voller en de trip is hallucinerend. Voorzichtig wordt hier en daar een dansje gewaagd en dat kan ook best, maar de stille bewondering overheerst. BEAK> doet niet onder voor Can en Neu!

Richting het einde komt de roadie nog een nummer meedoen op de bongo’s. Met de lange repetitieve ritmes speelt de band zich de RSI in de armen en benen, dus tussen de nummers door is het zaak om de ledematen weer wat los te gooien. De band heeft goede luim en het geouwehoer tussen de nummers is welhaast van niveau Armand. Young vertelt hoe het publiek eergisteren in Brussel schreeuwde om een fucking smoke machine, Barrow moet hard lachen om het commentaar onder een KEXP YouTube-filmpje dat het nummer Eggdog ‘unlistenable’ noemt, en hij verwijst naar Young, ‘our young millenial’, die het filmpje nog even opzoekt op zijn internet phone. Krautcabaret, wie had dat gedacht. Zo wordt het met BEAK> op de maandag toch een behoorlijk gedenkwaardige avond.

Darth Faber zit dit weekend behoorlijk in de festivalmodus, want net als gisteravond leidt de weg naar Ekko. Vanavond een gevarieerd programma met drie bands uit de voorhoede van de Nederlandse underground.

Spiksplinternieuw is het Utrechtse project Classic Water. Een plaat of überhaupt veel info is er nog niet, maar referenties zijn er te over: de naam van de band verwijst naar een gedicht van David Berman, de zanger van Purple Mountains die ons vorig jaar eerst één van de mooiste platen van het jaar leverde en daarna tragisch zijn einde verkoos. Classic Water beweegt in diezelfde muzikale hoek van americana-folk bluesrock, naar het zich doet aanzien gelukkig wel met meer levensvreugde dan Purple Mountains. Zanger Tom Gerritsen levert met breekbare stem vreemde teksten. De microfoonstandaard staat voor hem nét te laag, waardoor het geheel mooi ongemakkelijk oogt. Muzikaal is het een warm bad, een heerlijk eindeloze nazomermiddag in het park.

20200125_204825.jpg

20200125_212242.jpgThe Fire Harvest heb ik al veel vaker gezien, maar nog niet met nummers van de prachtige laatste plaat Open Water. Dat wordt dan hoog tijd, want het album kwam op mijn spotify-jaarlijstje al boven als meest gedraaide van 2019. De band moet even op gang komen: het oogt wat statisch, het publiek lijkt er aanvankelijk ook nog niet helemaal klaar voor, er wordt wat gerommeld met het geluid. Maar in de loop van de set pakt Fire Harvest het momumentum weer stevig terug. De donkere altcountry klinkt meer slowcore dan ooit, minimalistisch haast. The Fire Harvest zijn meesters van de timing: geen noot teveel, alles perfect gedoseerd. Af en toe is er een extraatje, zo heeft The Runner een mooie gitaartokkel die er op de plaat volgens mij nog niet in zit. Laatste nummer is Picture of a Man, één van de mooiste nummers ooit op Utrechtse bodem gemaakt.

Volstrekt andere koek is The Sweet Release of Death, knettere shoegaze-noise-wave uit Rotjeknor. Onlangs waren ze naar verluidt op Le Guess Who al een grote revelatie, maar dat had ik ter plekke even gemist. Vanavond herkansing dus en dat is een behoorlijk overdonderende explosie! SROD is energieke avant garde noise, vol van intense dreiging in de beste traditie van Unwound en My Bloody Valentine, maar dan donkerder en minder afgerond. Het zijn niet zozeer nummers maar eerder nerveuze, staccato noise-collages, vaak niet meer dan twee minuten lang. Alicia is een kunstzinnig type zangeres met een godallemachtig denderende bas, de minimale drum van Sven is dodelijk effectief, en gitarist Martijn dwaalt heerlijk rond in zijn oerwoud van geluid. The Sweet Release of Death is een ongrijpbare band, vol donkere humor, liefde naar elkaar en naar het publiek, maar vooral weerbarstig en compromisloos.

20200125_223440.jpg20200125_224839.jpg

Darth Faber is een tijdje wat stilletjes geweest, druk met dagelijkse dingen die ook moeten gebeuren. En zo schrijdt de tijd voort en is het al weer 2020, een jaar dat ons vroeger met vrees vervulde, maar wat in elk geval in muzikaal opzicht zeer veelbelovend lijkt te worden. Voor mij dit jaar een late maar bijzonder aangename aftrap met Litzberg.

We komen binnen bij het giechelende geleuter van de twee dames van The Secret Love Parade. Waar de praatjes tussendoor van zenuwachtige charme zijn, is de muziek zeker en direct, en daar gaat het om. Ze spelen in samenzang een heerlijke lo-fi dreampop, af en toe wat beats, soms een beetje rammelend, altijd vrolijk. Lekkere band!

Waar kennen we Litzberg van? Dit is het project van Mathijs Peeters, voorheen gitarist in Sandusky, The Gasoline Brothers en Reiger. De muzikale ideeën en inspiratie vinden nu een uitweg via zijn eigen Litzberg, in feite een soloproject.

Litzberg bracht vorig jaar In_My_Head uit, een prachtig juweeltje (op gifgeel vinyl) vol energieke gitaarnummers. Op het podium klinkt dat alles nog even wat scherper, strakker, vuiger en harder. Soms oogt het bijna achteloos van ervaring, vaker nog super geconcentreerd, gestut door droge drum en denderende bas, telkens weer opbouwend tot euforische riffs en lyrische instrumentaaltjes. Peeters is van gitarist op de achtergrond uitgegroeid tot een zelfverzekerde frontman, 3 voor 12 maakte al de vergelijking met Noël Gallagher en dat is niet eens heel gek gedacht. Wat een geweldige band is dit, zeg.

Dat weet nog lang niet iedereen, ik had tenminste wel een vollere zaal verwacht. Maar aan de kwaliteit van het publiek ligt het niet, want Peeters heeft voormalige medemuzikanten en de papa’s van de zwemclub meegebracht, en ik zie ook de scherpste muzikale kenners van Utrecht om mij heen. Peeters onderhoudt zich vrolijk met de zaal. Met priemende blik lokt hij één van zijn vrienden naar voren, om hem vervolgens zijn gitaar om te hangen en een lekker stukje bluesrock te laten spelen.

Litzberg past in een grote Nederlandse traditie van uitmuntende indie gitaarbands, met nostalgie naar Johan, Moss, Blaudzun, Hallo Venray, een snufje Fatal Flowers wellicht. Het is een traditie die zich muzikaal met gemak kan meten met grootheden als Wilco, War on Drugs, Dinosaur jr. zelfs, maar die internationaal nooit echt lijkt te willen aanslaan. Ergens hoop je dat Litzberg dan die band is om deze vloek te doorbreken, maar ik zou ze ook tot in lengte van jaren in zaaltjes als Ekko willen zien. Een band om te koesteren.

20200124_215310

20200124_215120

De vrienden van Kettingzaag waren er ook: http://www.dekettingzaag.nl/schijnbare-nonchalance-bij-litzberg/

De laatste dag van deze slijtageslag begint fris en fruitig met een rondje Le Mini Who. Heerlijk weer met een lekker zonnetje, uitstekende omstandigheden om in het Werkspoorkwartier wat nieuwe locaties te ontdekken. Het echte werk begint bij het vallen van de duisternis in het hoofdgebouw van TivoliVredenburg.

Ik start met Nivhek, het nieuwe (?) pseudoniem van Liz Harris, anderszins ook bekend als Grouper. In de grote zaal legt ze een mooie ambient set neer. In het halfduister, met alleen wat wazige abstracties op de achtergrond, zien we haar bezig met modulaire synths, af en toe wat zang, die dan in een loopje gaat, soms wat summiere pianoklanken. Aanvankelijk klinkt het vrij industrieel, maar gaandeweg wordt het wat organischer, af en toe doorsneden net een harde drone. Nieuwe lagen worden gelegd, oude sterven weg. Mooi begin van de avond.

In de Ronda dan Holly Herndon, door maar liefst drie curatoren op het lijstje gezet, dus dit belooft een bijzondere set te worden. Ze speelt haar conceptalbum PROTO, een werk over de rol van technologie in onze menselijkheid. De setting bestaat uit Holly in een wit gewaad, een figuur achter de computers, drie koorzangeressen en bevreemdende beelden op de achtergrond. De zang wordt soms doorsneden met stevige synths, vaker nog is het kaal en zuiver, soms uitmondend in stiltes waarin je in de Ronda een speld kunt horen vallen. Heel erg knap dit. De filmpjes op de achtergrond lijken een verkenning van een post-apocalyptische toekomst. De menselijkheid zit primair in de theatrale zang en de organische choreografie, maar vooral in de onderlinge interactie. Als twee van de zangeressen een samenzang brengen, vleit Holly op de achtergrond haar hoofd op de schouder van de derde zangeres. Bovendien wordt er onderling veel gelachen tussen de nummers door, met bewonderend applaus voor elkaar na weer een stukje vocale acrobatiek. Heel intrigerende performance dit.20191110_183834

Niettemin: ik moet weer snel verder voor The Ex. Ik heb deze tour in de afgelopen twee jaar al een keer of tien gezien, maar The Ex verveelt nooit en levert altijd, om het maar even als slogan uit te drukken. De plaat 27 Passports en de bijkomende tour bracht de band veel nieuw publiek en daar komen vanavond vast en zeker weer wat zieltjes bij.  Inmiddels naderen we het einde van de tour en deze set is een geoliede machine geworden. De spanningsopbouw is weer wat strakker, de drums van Katharina zijn nog weer iets dwingender, de gierende gitaren van Terrie en Andy zijn nog weer iets smeriger. Arnold’s teksten zijn een bjusterbarlik soort Engelstalige Friese poëzie. The Ex is de parel van de Nederlandse underground. 

20191110_194523 (2)

20191110_222847 (3)Vervolgens dan het welluidende Tropical Fuck Storm, waar door those in the know al een tijdje lang reikhalzend naar werd uitgekeken. En dat lijkt wederzijds, want zanger Garreth Liddiard en zijn drie rockchicks klappen er meteen op voor een energieke smerige set. Hoera! TFS heeft voor alles echt meesterlijke liedjes. Het lijken conventionele rocknummers, doorweven met spannende synths, gekke wispelturige basloopjes of een chaotische gitaar. Dit is songsmederij in de beste traditie van Reigning Sound, gebracht met de vuigheid van The Cramps, de intensiteit van Fontaines DC, en de staccato van Gang of Four. En die afwisseling is zang, dit is echt heel fijn. De Aussies zijn geboren on stage en spelen meedogenloos opwindend. Hoe heb ik dit (of voorganger The Drones) eerder kunnen missen? Laat Tropical Fuck Storm heel snel terug komen in Utrecht, alstublieft!

20191110_225334 (2)Even later in de Ronda valt het masker genadeloos af bij Asha Puhtli, inmiddels 74-jarig icoon van de space disco, ooit bewegend onder de grote namen van de kunst, tegenwoordig vooral een cultster onder kenners. Haar plaat The Devil Is Loose is echt heerlijke funky space disco en vanavond krijgen we daar het merendeel van opgediend, gesteund door een stel studiomuzikanten en kekke achtergrondzangeressen. Het mag allemaal niet baten. Asha zingt naast de microfoon net zo studiozuiver als erin, de stem is blijkbaar niet meer bij machte om playback te vermijden. De plaat kun je thuis gerust nog eens opzetten, maar hier op het podium is het vooral opgewarmde prak.

Afsluiter van het festival is het onvolprezen Föllakzoid, psychedelische spacecowboys uit Chili. De vierde en meest recente plaat heet I en verandert nogal van koers ten opzichte van eerder werk: van lange psychedelica naar meer trance. Tijdens de soundcheck is de zaal al ramvol, terwijl de zanger met kaarsen op het podium en een soort van drone een eigenaardige dans doet. Föllakzoid speelt vervolgens één lange set van een klein uur. De beats zijn veel dieper dan op de plaat en dat is een goed ding, maar toch mist er wel iets ten opzichte van het vroegere werk. De drummer doet feitelijk niet veel meer dan op de bekkens slaan, want alle echte percussie komt uit de computer. En waar zijn bijvoorbeeld de spacy visuals van eertijds in De Helling gebleven? Nu is er maar weinig te zien, behalve een wat maf dansende zanger, die nog wat met zijn gitaar slingert en tegen het einde het publiek in duikt. Föllakzoid klinkt tegenwoordig als een voorspel dat maar niet tot ejaculatie wil komen. Best lekker, maar je mist wel iets.

20191111_002443(1)

En zo zijn we weer aan het einde gekomen van een nieuwe gedenkwaardige editie van Le Guess Who? Mijn routes waren gevarieerder dan ooit tevoren, er waren veel geweldige acts, maar met weinig echte uitschieters naar boven (Ustad Saami, Tropical Fuck Storm) of naar beneden (Asha Puhtli). En dat maakt ook niks uit, want het is geen wedstrijd, maar een staalkaart van het avontuur in de wereld. Le Guess Who? is zoveel meer dan een muziekfestival: het is een reis geleid door de filosofie van vernieuwing en het radicaal doorbreken van grenzen. Die reis is meeslepend, fascinerend, verrassend, opwindend. Dank dus weer aan Johan en Barry e.a. Volgend jaar op mijn verjaardag, dan vieren we wederom de grenzeloze nieuwsgierigheid.

20191107_230450