archiveren

concerten

Soms is het beter om op te branden dan om uit te doven, zo moet Bonne Aparte in 2008 hebben gedacht na een wervelend bestaan van slechts één jaar. Er werd een geniale en titelloze plaat uitgebracht, er gingen geruchten over steengoede optredens, ze speelden nog op Noorderslag, maar voordat Darth Faber goed en wel wakker was, was het met Bonne Aparte al weer gebeurd. Spoorloos van de aardbodem verdwenen.

Jammer dan, kun je denken, maar niks daarvan, want ook hier kruipt het bloed waar het niet gaan kan! Bonne Aparte begon in 2015 weer met spelen. Je zou van een reünie kunnen spreken, of van een lange hiatus, hoe dan ook, de vaart zit er weer in. In 2016 verscheen in eigen beheer de EP Scum Party, waarmee de draad weer moeiteloos werd opgepakt. Het is een plaatje met goed tien minuten en zes nummers vol overstuurde gitaarnoise, superstraffe ritmes en vocalen tussen zang en declamatie in. Dat alles geserveerd op een bedje van metal en met een garnituurtje van wave. Er is zelfs een videootje vol met scheerschuim bij, kijk maar hier.

Ja ja, dit wordt een mooie eigenzinnige aftrap van Darthfaberfest! Bonne Aparte weet dat natuurlijk ook, ze melden zich zelf wel als er iets interessants gebeurt aan de spannende randen van de reguliere business. Bonne Aparte doet niet teveel aan sociale media en zit niet op feestboek, maar houdt u geïnformeerd via de schrale en daarom zeer overzichtelijke eigen site. De optredens zijn weer als vanouds, schreef Kindamuzik nog net voordat het ter ziele ging.

Bonne Aparte opereert inmiddels vanuit Rotterdam, maar voor Darthfaberfest is een desnoods verre verbinding met het noorden altijd vermeldenswaardig. En ja hoor, die is ook hier, want de band is in 2007 in Friesland opgericht. Bovendien ontspinnen zich nog wat interessante verbindingen, want de debuutplaat van Bonne Aparte kwam uit bij Wham Wham Records uit Drachtstercompagnie, dat slechts drie platen uitbracht, waaronder verder nog werk van Adept en Harm Wierda. Harm Wierda zegt u? Die obscure experimentele organist uit Groningen, die nog bezongen wordt door de Sexton Creeps? Jazeker, die! En zover ik kan nagaan zijn Harm en ik naar dezelfde school in Dokkum geweest. Daar heb je ’t weer, zo blijkt de wereld toch altijd weer kleiner dan de six degrees of separation.

Maar goed, zo kunnen we aan al het goede wel een lulverhaal breien, veel belangrijker is om Bonne Aparte niet te versmaden tijdens Darth Faber fest. Wie nog bevestiging nodig heeft kan nog even dit videootje kijken om te weten dat je er straks vooral bij geweest moet zijn.

bonne-aparte-2017-big

 

 

Eerst even een stukje context. Sólstafir ontdekte ik een paar jaar geleden op Eurosonic, met een verpletterend goede show in Vera. Dat had alles te maken met het geweldige album Otta, hun vijfde al, waarmee ze een prachtige brug sloegen tussen metal, postrock en de mystiek die IJsland blijkbaar eigen is. Een paar maanden later zag ik ze weer, nu op Into the Void in Leeuwarden, maar dat was een heel stuk minder. Er was pretentie en bombast in de band geslopen, die het bovendien moest doen met een ontwrichte ritmesectie vanwege de met ruzie weggestuurde drummer. Onlangs kwam dan het vervolg op Otta uit, Berdreyminn, met hier en daar lovende recensies, maar ik vind het vooral nogal wisselvallig. Ergo: zonder al te hoog gespannen verwachtingen dan toch maar naar De Helling vanavond, wetende wat er mogelijk is maar ook wetende dat er geen garanties zijn bij Sólstafir.

Mijn bedenkingen raken verder verduisterd door Gold, een voorprogramma van zgn. female-fronted metal. Dat is geen feest. De zangeres heeft een beperkt vocaal bereik en de gitaristen staan continu in pose te headbangen. Dat alles verzuipt in een brei van geluid waar je oorpijn van krijgt. Nog maar even buiten aan het bier dan.

Sólstafir zet bij wijze van intro Nàttfari op, het laatste nummer van de allereerste plaat, en vangt dan aan met Silfur-Refur, het prachtige eerste nummer van de laatste plaat. Het wordt snel duidelijk dat al mijn bedenkingen de prullebak in kunnen. Sólstafir speelt uiterst geconcentreerd en bevlogen. Het volgende nummer is meteen Otta, ingezet met een prominente banjo voor het eerste melodieuze stuk. Dit is atmosferisch geniaal, versterkt door het prachtige licht en het wonderbaarlijk herstelde zaalgeluid.

Dat zaalgeluid legt vrij veel nadruk op de zang en dat is niet het sterkste element van Sólstafir. Dat wringt bij een aantal van de nieuwe nummers en is waarschijnlijk ook de kern van mijn bedenking bij de nieuwe plaat: Addi wil dan teveel vertellen, terwijl het verhaal van Sólstafir naar mijn gevoel juist vooral zit in de mystieke suggestie van de muziek, opgezet door uitgekiende vertragingen en lange spanningsbogen.

20170617_223843

Deze gedachten worden echter direct de grond in geboord door de introductie van Addi, waar hij volle aandacht van het publiek voor nodig heeft en tot stilte maant. Terwijl bassist Halldór rustig op een flightcase gaat zitten vertelt Addi met nauwelijks verholen emotie van een goede vriend die tien jaar geleden depressief zelfmoord pleegde. Volgt een verpletterend mooie versie van Necrologue.

Alleen dit is al genoeg voor een prachtige avond, maar Sólstafir in bloedvorm doet er nog vele scheppen bovenop. Prijsnummer Fjara komt langs, en daarnaast vooral nummers van de (toch ok vrij wisselvallige) plaat Köld uit 2009, terwijl van de nieuwe plaat misschien maar drie of vier nummers nummers worden gespeeld. Dat is toch wel opmerkelijk voor deze Berdreyminn-tour, maar mij hoor je niet klagen. Het laatste nummer is Goddess of the Ages, ook van Köld, tien minuten waarin Sólstafir nog eens alles uit de kast trekt. Addi staat hoog voor op het podium, haast in trance, hij speelt gitaar op zijn knieën, hij komt de zaal in en omhelst een vrouw die hij nooit meer los lijkt te willen laten. Als ik het zo opschrijf klinkt het pathetisch, vol van bombast uit de truckendoos, maar vanavond was Sólstafir perfect in balans, zeven kwartier lang. Uitmuntend goed optreden.

IMG-20170618-WA0003

Na een paar maanden cynische kleptocratie van Trump is er geen betere catharsis dan Ministry, de band die altijd weer opbloeit onder Republikeinse presidenten. Hypocrisie en zelfverrijking, daar krijg je Al Jourgensen wel mee op de kast.

Op naar een bij lange na niet uitverkochte Ronda dus, Ministry is ook niet meer wat het geweest is. We krijgen eerst van onze eigen Utrechtse noisegod Bong Ra een mooi overdonderend stukje herrie. Jason Kohnen vult de zaal tot in alle uithoeken met een compromisloze staalkaart van techno, trash, industrial en hardcore, af en toe zelfs wat breakbeats er door. Er wordt ons geen adempauze gegund en na een goed half uur is het ook wel weer mooi geweest, maar straf is het wel.

20170613_200625 (2)

Ministry is één van die weinige bands waarvan ik me nog exact het moment van kennismaking kan herinneren, toen iemand een cassettebandje opzette met Psalm 69. Godnondeju, alsof ik door de kanibalistische darmen van keizer Bokassa zelf werd gejaagd. Dat was by far het hardste wat ik op dat moment (en tot lang daarna) had gehoord. Ik heb het bandje en later de CD nog ontelbaar veel vaker gedraaid en veel van het andere materiaal ook, maar ik heb Jourgensen cs. maar één keer eerder gezien, op Sziget een jaar of acht geleden. Hoog tijd dus voor een reünie in de thuishaven.

Al Jourgensen is inmiddels ook al weer 58, hij begint nog wat stram, maar hij heeft er zin in. Het knalt er meteen op met Psalm 69 en binnen twee nummers slingert Jourgensen de eerste bierfles over het podium. Het is een opmaatje voor wat matiger werk van From Beer to Eternity, maar dan komt Antifa, een nummer van de nieuwe plaat, knetterhard en stevig geïnspireerd door Trump. Juist! Dit is de sloophamer voor het fascisme dat deze wereld nodig heeft!

Jourgensen komt steeds beter op gang, zij het met flink wat technische ondersteuning op de vocalen. Bad Blood van Dark side of the spoon komt in een snoeiharde apocalyptische versie; strak, hard en totaal compromisloos. En dan moet verdomme N.W.O. nog komen, met natuurlijk actuele beelden van de nieuwe mad king of America. Just one fix is dan weer heerlijk smerig, als een bak vol kotsende maden in de ranzige gier.

Jourgensen zuipt er lekker op los. In zijn malle pakje en met zijn rare fratsen oogt hij inmiddels als een stripfiguur in zijn eigen universum, als de ruige broer van Jack Sparrow. Ministry en vooral bassist Jason Christopher, ooit van Prong, gaat bruut hard, al klinkt het allemaal niet zo strak en zuiver meer. Maar verdorie, het is wel meedogenloos. “Are fascists afraid again!” staat op een langskomende foto. Zo is het. We kunnen Ministry nog steeds goed gebruiken in de strijd van de antifa!

20170613_211349 (2)

Setlist: http://www.setlist.fm/setlist/ministry/2017/tivolivredenburg-ronda-utrecht-netherlands-23e7402b.html

Misschien wel de grootste productie ooit op het kleine podium van DBs voor de fanfare van De Kift. Dan moeten er nog twee andere bands bij ook en de instrumenten staan tegen de muur opgestapeld. 

Eerste voorprogramma Peerdeman heb ik helaas gemist, ik kom binnen bij Het Brandt. Het Brandt speelt rammelfolk in de beste traditie van De Kift, met fraaie Nederlandstalige nummers in stevige Friese tongval. Zelfs de CD-hoes, knutselwerk in de vorm van een bloemenpers, is door het grote voorbeeld geïnspireerd. Het geeft een beetje een gevoel van “beter goed gejat dan slecht verzonnen”, maar ook zonder de referenties is Het Brandt een hele fijne en sympathieke band, met lekkere banjo, fijne accordeon en bevlogen zang. Fraai. 

De Kift dan! Het is al weer even geleden dat ik ze zag en ook de samenwerking met Rats on Rafts heb ik keer op keer gemist, maar er was een tijd dat ik De Kift naar mijn gevoel zeker vier keer per jaar zag, en ik heb alle speciale CD-uitgaven nog liggen. Hoogste tijd dus weer. 

De Kift is tegelijkertijd vrolijk en vol van weemoed, het is punk, fanfare en poëzie. Wat is het goed ze weer te zien! Het is een heerlijk theater onder aanvoering van Frank van den Bos en Ferry Heijne, met belangrijke rollen op de voorgrond voor iedereen. Vooral de prachtige uitvoering van Orenmens door Wim ter Weele is tranentrekkend mooi. Later in de set hebben we met De witte haring zelfs een fijne meezinger! De stemming zit er goed in. Want wat doe je als de dood afvloeit door het riool van de eeuwigheid? Feesten feesten feesten!!!

De Kift maakt rammelfanfare tot hogere kunst, inmiddels zelfs onderkend door de belangrijkste culturele subsidiegevers. En dat is niet gek want zo eenvoudig is dit niet. Vooral de timing is ijzingwekkend goed. Als de band na een soort van break een paar nummers van een nog te verschijnen nieuwe plaat speelt zijn we even bij De Kift in het oefenhok beland. En dan horen we ook goed hoe lastig die timing is, want ook naar eigen zeggen zit het nog niet helemaal gebeiteld. Het is wel leuk om het nieuwe materiaal te horen, maar de spanning raakt er wel wat uit. Dat hoort De Kift natuurlijk ook dus vooruit! nog een meezinger dan, met de vrolijke Blauwe Mijter. Leve de fanfare van De Kift! Hier word ik blij van.


Meedogenloos. Dat is GNOD.

Nog maar kort geleden verscheen de geweldige laatste plaat, met de briljante titel Just Say No To The Psycho Right-Wing Capitalist Fascist Industrial Death Machine, maar volgens mij spelen ze er maar één nummer van. Dat is GNOD ten voeten uit, een band die altijd al weer vele stappen verder is dan de argeloze luisteraar, een band ook die de tijdgeest altijd in de achteruitkijkspiegel heeft. Men is net in Eindhoven al weer druk bezig geweest met de opnamen voor een nieuwe plaat, begrijp ik van de zanger, en daar hebben we nu dus al weer het een en ander van gehoord.

Vorig jaar was GNOD hier ook al zo indrukwekkend, met een stuk sonische mayhem van strafbare proportie, een set die we ook zagen op Eindhoven Psychfest. De band maakte naar verluid ook al veel indruk op Roadburn. Deze keer in DBs in een tamelijk reguliere opstelling van drum, dubbele bas en dubbele gitaar, plus een zanger die ik nog niet eerder had gezien en doe ook iets doet met wat synths. Dat creëert een wall of sound van episch volume. GNOD gaat hard, heel hard, met vaak lange nummers, waarin eerst alles wat ons dierbaar is tot de fundamenten wordt afgebroken om daarna helemaal te kunnen opstijgen in een stevige, naar adem happende krauttrip.

GNOD is meer een collectief dan een band. De aanpak doet wel denken aan Godspeed YBE, niet alleen door die collectieve aanpak en door de veelvuldige samenwerkingen met gelijkgestemden, maar vooral ook vanwege de enorme urgentie. De commanderende teksten zijn onverstaanbaar, maar je weet meteen dat May en Trump en alle aanvoerders van de laatste neoliberale stuiptrekkingen zitten te bibberen in hun paleizen. De geluidsmuur van GNOD is hoger dan welke grensmuur ook, gebouwd op ziedende gitaren en krautende bas. GNOD is meer punk dan wat punk ooit geweest is. GNOD is de soundtrack van de 21e eeuw, snoeihard krautende noisepunk die telkens weer opbouwt tot een onstopbare climax, een geluid van apocalyps, protest en expressie.

wp-1496913641062.

Zie hier ook een review van de onvolprezen Opduvel:
https://opduvel.com/2017/06/08/live-gnod-mai-mai-mai-slo-daze/

Deze editie van de Utrechtse culturele zondag (op pinkstermaandag) is een ode aan de popmuziek. Er zitten een paar mooie pareltjes in het programma en evangelist dat ik ben neem ik dochter Nynke (11) en later ook zoon Tjebbe (8) mee. Want Darth Faber zegt: laat de kinderen tot mij komen, voor een stichtelijke middag om met papa mooie muziek te ontdekken.

We beginnen met The Fire Harvest, de beste band van Utrecht (en De Bilt) voor een fijne showcase van het onvolprezen Snowstar Records in sterrewacht De Sonneborgh. Dat is een verrassend mooi podium voor dit soort gelegenheden. Een vertrouwde set van een half uur vol fijn vertraagde donkere waverock. Ik kan alle nummers ondertussen wel helemaal dromen, maar dit verveelt nooit. Fijn intiem optreden dit.

Wat vindt Nynke er van: ik vond het wel goed. Mooie rustige muziek, maar voor mij wel net een tikkie te hard.

20170605_131022 (2)

Na een kleine pauze dan in dezelfde Sonnenborgh Town of Saints, in de minimale akoestische versie met alleen Harmen en Heta. Dat past hier wonderwel in de mooie sterrenwacht. Ik heb niet zoveel met de platen van Town of Saints, maar op het podium is dit folk van buitencategorie, ook (of: vooral) als ze maar met zijn tweeën zijn. Een heerlijk bevolgen optreden, waarbij Harmen het stof uit de vloer klakt met zijn hakkenpercussie. Als de PA even hapert worden de stekkers er uit getrokken, helemaal akoestisch kan immers ook wel in deze setting. Heerlijk, een band om van te houden.

Wat vindt Nynke er van: Dit was echt een leuke band! Veel andere bands hebben veel elektronische instrumenten, deze alleen viool en gitaar, waar ze echt heel goed op spelen.

20170605_140725 (2)

Voordat we ons vervoegen bij de mis van Broeder Dieleman c.s. in de Pieterkerk komt Tjebbe (8) er ook er bij, want “dit is echt leuk, papa”. Nou dat weet papa ook wel! Dit optreden is wel veel meer dan alleen de Broeder, eigenlijk heet dit onderdeel het Geestdrift Festival. Tonnie begint (natuurlijk) met een bijzondere versie van zijn ode aan Omer Gielliet, de onlangs overleden Zeeuwse houtsnijkunstenaar en evangelist. Het is sowieso al het mooiste nummer van Uut de Bron, nu adembenemend mooi gezongen vanuit het gangpad van de kerk, met de drone van het nummer vanaf het kerkorgel. Erg mooi. Daarna nog meer melancholie, ook het nummer dat wordt aangekondigd als “wat vrolijker”. Tussen de nummers aarzelt het publiek wat tussen applaus en devotie, beide van bewondering.

20170605_151503 (2)Na een paar nummers komt de Friese dichter en voordrachtskunstenaar Tsead Bruinja er bij. Bruinja is fenomenaal. Het eerste gedicht wordt in het Fries en het Nederlands gebracht. De teksten zijn moeilijk grijpbaar, maar het is de dictie, het mooie metrum en de enorme taalrijkdom die je onmiddellijk naar binnen trekt. We moeten in de kerk God’s naam niet ijdel gebruiken, maar ik moet verdorie toch wel meer dan een beetje denken aan Tsjêbbe Hettinga. Niet toevallig zit de kleine Tjebbe naast mij. Tsead declameert met deze hogeschoolvoordracht vrijwel alle tekstjonglerende rappers van Nederland weer terug naar de peuterschool. Zeldzame klasse, een mooie combinatie van Zeeuws-Vlaanderen en Rinsumageest.

Terwijl Tonnie en Tsead nog spelen komt VanDryver op. Het festival neemt weer een nieuwe wending, met nu een klassiek-pop crossover gezelschap met vijf dames op dwarsfluit, saxofoon, harp, altsax en bugel en een hipster aandoende zanger van uitzonderlijke klasse. De zanger is Arjen van Wijk en de band komt uit dezelfde klei als Broeder Dieleman, met ook dezelfde producer, Pim vd Werken. Het is eigenlijk meer een ensemble dan een band, want de samenstelling wisselt naar omstandigheid, begrijp ik.

Ik kende dit helemaal niet, maar VanDryver is echt een mooie band vol van lekkere klassieke poparrangementen. Zo’n zeldzaam sprankelende combinatie die je zowel aan je undergroundvrienden als aan je oma kunt laten horen. Jonathan en Defender zijn serieus prachtige nummers, daar herkent deze papa zich wel in. Ik mag toch aannemen dat VanDryver voortaan op alle festivals in Nederland en ver daarbuiten speelt, altijd. Grote klasse.

Wat vindt Nynke er van: ik vond de gedichten van die Tsead echt heel erg mooi gemaakt. Broeder Dieleman deed het ook heel goed. De blazers speelden vooral heel goed samen.

Wat vindt Tjebbe er van: echt heel erg grappig vooral. Die banjo was heel bijzonder. Ik had nog nooit een banjo gehoord maar nu wel. Die dichter was ook erg leuk. Geen woord gelogen aan de aankondiging ‘onverstaanbare band’, ik verstond er niks van.

20170605_152247

Met de kinderen op sleeptouw is het LGW-programma met Six Organs of Admittance in LE:EN iets teveel van het goede, maar deze middag was in alle opzichten toch zeer de moeite waard. De poffertjes zijn welverdiend!

Voor het eerst in 13 jaar is Spasmodique weer eens in town. Gek genoeg heb ik ze in de in de afgelopen decennia nooit eerder live gezien, maar de band is natuurlijk niet aan mij voorbij gegaan en Spasmodique hoor gewoon in het rijtje Nederlandse klassiekers als Ivy Green, Fatal Flowers, Brood, The Ex, enz. Kortom, alle seinen op groen voor een avond der legenden, en misschien wel een legendarische avond.

Dat begint bijzonder goed met Stöma, een ongrijpbaar geniale tweemansband met drum en bas, vol van funk en metal, maar alleen ter indicatie, want dit is volstrekt buiten alle genres. De drummer plamuurt een onderlaag van onnavolgbare ritmes, met zijn dubbele bass en zeker zes bekkens. De bassist legt daar laag op laag aan briljante basloopjes overheen, naar het schijnt nog deels geïmproviseerd ook, vol van fantastisch complexe ritmes en basmelodieën. Het is totaal maf, hij speelt als Les Claypool en declameert zijn absurde teksten alsof hij op nineties college radio zit. “Het volgende nummer gaat over een degenslikker, maar dan met een neonbuis.” Ik kan het niet beter omschrijven. Stöma is het beste dat Darth Faber in tijden heeft gezien.

En dan moet Spasmodique nog komen!

Spasmodique begint met een lang vocaal intro van oude klassieker Retreat in Anger. Meteen vanaf het begin grijpt Ritsema bij de strot om de komende anderhalf uur niet meer los te laten. De band speelt onwaarschijnlijk strak, hard en zeer herkenbaar, tussen wave, punk en gothische duisternis. Ritsema eist alle aandacht op, hij is uitermate goed bij stem, met zijn prachtige bariton, hij zingt en schreeuwt, hij fluistert, bezweert en commandeert.

Pas het vierde nummer of daaromtrent komt het nieuwe materiaal van het recente album Six, de eerste in een decennium of zo. Dit past helemaal tussen het oudere werk. Verdorie, Spasmodique blijkt een tijdloze band! De reguliere set eindigt met een ruim tien minuten durende uitvoering van Savanna Sweatheart, van Six, met The Split Up als een soort van lang outro daarvan. Dit is het soort werk dat ik ook ken van Cobraz, ooit een ander project van Ritsema. De zang van Ritsema bezwerend, vol overgave en haast in trance, de gitaar hard en strak, drum is uitermate dwingend, de bas is onontkoombaar prominent. Dit is echt next level goed.

Bij Spasmodique gaat het niet alleen om de inhoud, maar ook om de de vorm, om de strotgrijpende stijl van de performer in pak Ritsema. Hij spuugt zijn teksten in de microfoon of er net naast, hij klikt met zijn hakken, hij is de voorganger in de kerk vol dorstige gelovigen. Als een paar mensen voorin woord voor woord alles blijken mee te kunnen zingen word ik even bang… wordt het zo’n avond, gaan we straks ook nog met de handjes in de lucht? Wordt dit de avond van de luchtgitarende meezingende subzestiger? Nee, zo flauw is het niet. Spasmodique is zo’n zeldzame band die voor velen hier tot het muzikale fundament van de coming of age hoortzo’n band die levenslang ultiem belangrijk zal blijven. Spasmodique is een band die je pakt, omringt in een muzikale houdgreep en nooit meer los laat, vroeger niet en nooit niet. Er zijn niet veel van zulke bands, dit hoort tot de mijlpalen van het leven in de muziek. Spasmodique is een band die tot aan begrafenissen aan toe gedraaid zal worden. En terecht. Want ook mythische status moet keer op keer heroverd worden, en dat is precies wat Spasmodique hier vanavond doet. Wat een legendarische band is dit, nog altijd.