archiveren

concerten

De hele dag zit ik in een twitterlijntje met twijfelaars, want in de rijkdom van vanavond zijn vele bevredigende routes denkbaar. Die twijfel herken ik zelf ook wel, en ik ben nog steeds wat onbestemd als ik in LE:EN binnenstap bij Mohamed Lamouri. Mohamed is een Algerijnse lo-fi raï-zanger uit de underground van Parijs. Muzikaal is het prima (al hou ik er niet zo van), maar zijn ‘trademark ragged voice’ klinkt mij te schor. Mohamed is half blind, richt de blik soms een tijd lang op het plafond, hij maakt gekke gebaartjes. Al met al een wat bevreemdend begin van de avond.

Lalalar borrelt op vanuit de rijke psychedelische underground van Istanbul. Tevoren ken ik eigenlijk alleen de fantastische single Isyanlar, gisteren nog in de Ronda te horen in de aanloop naar Oiseaux-Tempête. Lalalar blijkt meer van dat soort fijne beats in petto te hebben. De zanger stuitert met zenuwachtige bewegingen, zijn donkere stem past goed bij de geweldige diepe beats. De bas dendert lekker door je lichaam, neemt op gegeven moment de hartslag over. Op de achtergrond lekker psychedelische beelden, voor nog wat meer mindblow. Lalalar doet muzikaal wel wat denken aan Beak>, maar is diep gedrenkt in de ‘future nostalgia’ van de activistische Turkse underground. Band om te onthouden!
20191109_185758 (2)

Dan Ustad Saami, het vooraf door mij ingeschatte hoogtepunt van deze avond. Ustad Saami is de laatst levende khayál zanger, een Pakistaanse stijl die doet denken aan qawwali, maar nog eeuwen veel ouder is. Khayál is een vocale stijl met een toonladder van 49 noten, gedichten en verhalen gezongen in talen als Farsi, Hindi, Sanskriet en Vedisch. Het is pas de tweede keer dat de nog heel kwieke maar wel al 75-jarige grootmeester optreedt in Europa, echt bijzonder knap van LGW dat we het voorrecht hebben om hem hier vanavond in de Jacobikerk kunnen aanschouwen.

20191109_205912Ustad Saami zit voor in de kerk op een verhoging, omringt door zijn vier zonen als muzikant. Het is de setting voor vijf kwartier aan tijdloze verhalen, onverstaanbaar maar alleszeggend. Saami zingt de poëtische taal van de verbeelding in een stuk of zes lange nummers. Het is prachtig gedoceerde zang, subtiel schakelend in toonhoogtes, met een enorm bereik en af en toe bovenmenselijk lang volgehouden noten. De andere zangers vullen af en toe aan en geven zo nog een mooie extra laag mee. Voordurend zie je Saami met subtiele handbewegingen dirigeren naar zijn zonen om hem heen.

Het is muziek om heel nauwkeurig te luisteren of om het te ondergaan, devoot en met gesloten ogen, of met een potje bier erbij. Het is muziek voor bedachtzame meditatie en voor betraande melancholie, maar vooral van werkelijk buitenaardse schoonheid. Het is lastig om de woorden te vinden om dit magische optreden te beschrijven, dus ik val even terug op wat Ian Brennan zegt in het interview vooraf: Music is the greatest empathy creating tool that we have. En dat voelen we hier en nu tot in het diepst van alle vezels.

20191109_213808 (2)

Eigenlijk zou ik nu naar huis moeten, want dit is zo maar niet verwerkt, maar ja, festival hè, dus door maar weer. Ik beland in de Ronda bij The Bug, die al wat te laat begint en vervolgens vooral lijkt te klooien met zijn apparatuur. Kabeltje kwijt? Het blijft vervolgens vooral keutelen in een loop van niet al te spannende dub beats, net waar ik grensverleggende dub verwacht. Gelukkig komt dan Flowdan de pit er in brengen met raps die als commando’s de zaal in worden geblaft. Manga Saint Hilare brengt wat meer grime in, maar uiteindelijk ontbeert deze set een fatsoenlijke opbouw, elke keer als het even dreigt op te stijgen dondert de machine toch weer snel ter aarde.

Dus ja, festival hè, dus we kunnen ook snel weer door. De verleiding van de ongeëvenaarde Acid Mothers Temple is te groot om te weerstaan, dus even later staan we in De Nijverheid. Dat is een mooie locatie voor een wederom explosieve set vol spacecraft. Binnen een paar minuten heeft Acid Mothers Temple zowel Voyager I als Voyager II ingehaald en zijn we in outer space. Tweede nummer is een verrassend soort van ontploffende ballad, het lijkt verdorie wel een rock anthem! Dat past ze niet zo, maar daarna gelukkig weer door het universum in, met een oneindige trip, gestut op een heerlijk repetitieve baslijn, doorgetrokken tot in het oneindige. De kekke meisjes naast me laten zien dat je zelfs gewoon keihard kunt dansen op de Acid Mothers Temple. En als ik in hoge nood naar de wc moet zie ik dat zelfs de haperende TL daar precies met de muziek mee knippert. Psycho!

facebook_1573399623447 (2)
Foto: Alex

Het collectief Black Earth is deze periode bijzonder actief, met in oktober al drie duistere avonden plus aan het eind van de maand een festival. De avond in Acu pik ik (deels) mee, gelokt door de belofte van donkere drones en zware underground.

Ik pik nog het staartje mee van Stringstrang, die solo fluisterende ambient gitaart. Heel andere koek daarna met Katie Kruel, een inktzwarte machine uit de stedelijke krochten van Rotterdam. Katie Kruel is een uitstekende songsmederij in de traditie van Lydia Lunch en vooral Spasmodique (en dat is geen toeval, want in vorige incarnatie kwam de ritmesectie van Katie Kruel uit laatstgenoemde band).

20191011_213540 knipHet eerste nummer is de stem nog wat gaar, maar net als voorbeeld Lydia komt frontvrouw Nathalie Houtermans gaandeweg steeds beter bij haar hese stem. Katie Kruel dendert met log beukende bas en snoeiharde gitaarriffs dwars door de Acu, terwijl Houtermans als een hogepriesteres de duisternis aanjaagt en bezweert. Ze bespeelt met een strijkstok of haar hand een soort van theremin-achtig ding, voor nog een extra laag unheimische mystiek. Op de achtergrond zien we beelden van paspopmodellen, steeds verder toegetakeld met tattoos en hechtingen. Dit is een inktzwarte set, met alleen wat licht als Nathalie tussen nummers door een paar woorden wisselt met het publiek. Maar als ze dan knielend krijst, ontredderd vanuit de diepste zielepijn, terwijl de band in ijzige riffs escaleert, ja dan wordt dit wel echt goed hoor. Uitsmijter is Cannibal Planet, een bijna tien minuten lang epos waarin alles mooi bij elkaar komt.

Daarna dan Some Became Hollow Tubes. Dit is een duo met goede credentials, want gitarist Eric Quach speelt in thisquietarmy en drummer Aidan Girt speelt in niets minder dan Godspeed You! Black Emperor. En die lijnen horen we zeker terug.

20191011_222907Vanuit de soundcheck gaat het licht uit en begint het gewoon. Langzaam opbouwende soundscape op gitaar, drummer Girt erbij, winterbeelden erachter. Steeds harder gaat het, in wat oogt als een vrije vorm jamsessie, gestuwd door drones, intense gitaar en weelderige drums. Wie even rond lukt ziet overal versterkers staan, ook tegenover de gitarist aan de andere kant van het podium, allemaal ingeplugd, voor oneindig veel effect vanuit letterlijk tientallen effectpedalen op het podium. Allemachtig wat is dit goed.

De geest van GYBE en thisquietarmy is nooit ver weg. De twee of drie composities (ik weet het niet eens) hebben geen songstructuur, maar zijn meer vloeiende constructies vanuit ontelbaar veel elementen, samengebracht tot een maalstroom aan drones, riffs en ritmes. Dit is Derrida op muziek, gebracht in intense chemie tussen twee grootmeesters. Het effect is betoverend, nog eens versterkt door de filmpjes van Canada op de achtergrond, veelal in regen of sneeuw, met tussendoor zowaar verlichting van spelende kinderen in het gras. Woorden en soms hele zinnen schieten door het beeld, kritiek op kapitalisme en groei, terwijl tegelijkertijd de filmpjes blijven hangen in begrensde loopjes waaruit geen ontsnappen mogelijk lijkt.

Dit alles duurt maar pakweg veertig minuten en dat is al goed voor een louterende ervaring. SBHT mag heel snel terugkomen voor een avondvullend programma.

20191011_225127

20191011_230041

Het is de tweede avond op rij dat King Gizzard & The Wizard Lizard op het podium van de uitverkochte grote Ronda staan, maar er heerst nog steeds een gezonde spanning in de zaal. Dit is verdomd een grote band geworden!

King Gizzard etc is in korte tijd uitgegroeid tot een fenomeen voor grote zalen. Ze speelden vorig jaar Lowlands aan gort, dat helpt natuurlijk. Maar gek genoeg had ik ze nog niet gezien. Nu is er dan de kans met de tour voor de tweede plaat van dit jaar, Infest the Rats Nest. Dat kan veel kanten op, want de de classic metal van de laatste plaat is totaal anders dan de relaxte psychfolk van de eerste plaat van dit jaar. En dan kan er ook nog gehengeld worden uit 13 eerdere albums, verschenen in slechts vijf jaar.

Voorprogramma ORB doet precies wat een voorprogramma moet doen: de sfeer een beetje neerleggen, zonder de credits van de hoofdact in te pikken. Het viertal geeft een vrij statisch staaltje oldschool psychrock, een beetje in de hoek van Jacco Gardner, leunend tegen The Doors. Prima de luxe allemaal, we bestellen nog een biertje in de inmiddels bomvolle zaal.

King Gizzard & The Lizard Wizard dan, de band met de onmogelijke naam en de totale eclectica in psych-gedrenkte muziekstijl. Metal, folk, psychedelica, kan het schelen, als de tent maar plat gaat. Om de muzikale boodschap er extra in te rammen speelt de band tegenwoordig met twee drummers (net als, de Oh Sees, ooit de grote broer, maar inmiddels ruim voorbijgestoomd).

Gevarieerd is een understatement bij King Gizzard. De band begint vlammend met de haast klassieke hardrock van There is no Planet B, om vervolgens direct lekker door te dampen met I’m in your mind, een ellenlang nummer vol lekker lamlendige psychrock. Heerlijk.

Het publiek gaat er vanaf de eerste seconde tegenaan met lekker ruime maar relaxte mosh. Beetje duwen, beetje trekken, af en toe een crowdsurfer die langs komt, op gegeven moment lekker zitten met zijn allen, en gaan maar weer. Het hakt er stevig in voor de kids en het zuurstofniveau daalt hard. Eén keer help ik iemand die out is naar buiten en even later distantieer ik mij even van een opstootje. Gaat lekker hier.

King Gizzard blijft het voeden, want ook als het volume een stapje terug gaat, gaat de energie omhoog, vooral als de toetsenist met mondharmonica een lekker folky nummer doet en ook zelf even het publiek in duikt. Ik ken alle titels niet, maar op een later moment in de set wel Vomit Coffin en Murder of the Universe, in een grandioos lange kosmisch stomende psychversie, onder gedeclameerde en geprojecteerde teksten van, ja wat eigenlijk? I am electric, I am on charge. And like some ancient geyser I erupt! Absoluut hoogtepunt van de set.

King Gizzard & The Wizard Lizard is het best in de lang uitgesponnen, haast lamlendige instrumentale psychrock. Dan denderen de drums en dan dreunt de bas, terwijl het orgeltje zich door de uitwaaierende gitaren weeft. Wat een feest. Je verwacht het niet van een band met zo’n gebrek aan richting, maar het ontspoort nergens. Het is een avond tussen het knetterende van de Oh Sees en het keutelende van Tame Impala, en daarmee vervelen deze Ozzies nooit.

20191007_212031 knip

Voor setlist zie: https://www.setlist.fm/setlist/king-gizzard-and-the-lizard-wizard/2019/tivolivredenburg-ronda-utrecht-netherlands-739c5619.html

Toen ik nog een Fabertje was maakte ik soms een kleine knapzak klaar, met proviand voor het avontuur. Met een appel, een zakmes, een flesje water en enkele vriendjes maakten we oneindige reizen, te beginnen met een polstok fierljeppend over de eerste sloot. Daarna zagen we wel verder, zolang maar niet de realiteit van de door makke schapen begraasde weilanden ons leidde, maar onze jongensfantasie, vol van vergezichten over verre landen met vreemde volken, heel andere planeten misschien wel.

20191004_215311Wie zijn ogen sluit hoort hierbij een soundtrack van Monomyth. Monomyth is zo’n zeldzame band die het hele idee van liedjes of composities over lijkt te slaan en direct bouwt aan een indrukwekkend oeuvre. Het eerste deel daarvan bestaat uit het fantastische drieluik Monomyth, Further en Exo, albums vol spacerock over ruimtereizen. En nu is er dan Orbis Quadrantis, voor nieuwe ontdekkingsreizen over zee. De release van de plaat werd wegens medische omstandigheden even uitgesteld, maar daar zijn we dan toch, klaar voor nieuwe avonturen.

Monomyth op het podium is soms meer theater dan concert. Eerste nummer Aquilo begint met zwenklichten door de zaal, terwijl ijzingwekkend nauwkeurig een lang intro wordt opgebouwd. Monomyth klinkt vertrouwd en vernieuwd tegelijk: instrumentele trance, straffe ritmes en uiterst gecontroleerde solo’s. Alles is minutieus uitgedacht en wordt ook zo gespeeld.

20191004_222622En daarin horen we dan meteen nieuwe gitarist Boudewijn Bonebakker. Hij verdiende al ruimschoots zijn sporen in Gorefest, maar kan ook prima uit de voeten met de sfeer van Monomyth. Elke complexe solo of riff speelt hij met het ogenschijnlijk gemak van de gitaargod. Hij klinkt niet alleen meteen als de beste gitarist van Nederland, maar ziet er ook nog eens zo uit.

Het is uiterst knap hoe Monomyth instrumentaal hele fantastische werelden op kan bouwen. In de literatuur is de monomyth het template voor de reis en metamorfose van de held, het verhaal waarin hij na een lang avontuur transformeert van jongen tot man. Het zijn de verhalen van Star Wars (ruimte) en Melville (zee). Monomyth als band weet dat beeld geweldig te vangen in muziek. Waar de ruimtereizen van weleer worden verpakt in een soort van spacy gitaartrance, horen we nu veel meer vertraging en nieuwe betekenis. Ik weet ook niet precies hoe ze dit doen, maar het werkt uitstekend. Mijn jongensfantasieën voegen zich naadloos bij deze soundtrack.

Alle nummers van de Orbis Quadrantis komen langs, plus nog wat werk van Exo en Further. De reis duurt vanavond slechts vijf kwartier, vrij kort voor Monomyth, maar de geluidsgrenzen zijn streng bij Ekko tegenwoordig. Maar verdorie, wat een louterend avontuur was het weer.

IMG-20191005-WA0004

20191004_213419 knip

Monolord uit Zweden is in het genre van de ultrazware doom inmiddels een naam waar je niet meer omheen kunt. Net deze week verscheen de nieuwe plaat No Comfort, met prachtig artwork dat in het groot ook de backdrop is op het podium vanavond. Monolord verkent hier nieuwe paden en dat pakt live bijzonder goed uit!

De set bouwt lekker op, met een sterke mix van bekend en nieuw materiaal. Dat geeft de geluidsman gelegenheid om de boel wat in te regelen, met zeker in de tweede helft echt uitstekend geluid, waarbij allerhande subtiele ondertonen blijken te schuilen onder de logge lagen lompe bas en krassende gitaar. Het klinkt allemaal veel helderder, smeriger en gewoon beter dan op de plaat.

Monolord draait gedrieën een machine van onvoorstelbaar volume. De mannen van Monolord zijn ware riffmeisters, maar we horen voortdurend hints naar haast classic metal. Black Sabbath en Deep Purple zijn nooit ver weg. De vorige keer dat ik ze zag was vooral het volume de selling pitch, maar met de gedurfde nieuwe plaat en een doordachte set tilt de band zichzelf nu naar een veel hoger plan. Monolord doet wat bijvoorbeeld ook Yob kan: dikke lagen reverb en superieure riffs als basis voor bezwerende zanglijnen en melancholisch gitaarwerk. Dit is verdomd nog aan toe gewoon heel erg goed!!

Uitsmijter is een oneindig lange versie van Empress Rising, natuurlijk. In één nummer de samenvatting van alles wat de band te bieden heeft aan volume, bezwering, techniek en riff. Na een minuut of tien, of een half uur, of een uur, weet ik veel, lijkt het afgelopen, maar dat is slechts een break naar nóg hoger, harder en straffer. Gelukkig komt er geen toegift meer, want alles is helemaal prima verpletterd zo.

20191001_214331 knip

NMTH was er ook, lees hun verslag hier.

Het is weer back to business in dB’s, na een toch behoorlijk gedenkwaardige DBs-verjaardagsfeest vorig week: prachtig weer, geweldige muziek, letterlijk duizenden bezoekers, bier bijna op, maar euforie voor bands die we al kennen of die we ter plekke ontdekken. Ik was daadwerkelijk geroerd om te zien hoe groot de basis is voor De Basis, want dat zal in de komende tijd hard nodig zijn.

Nu we allemaal weer zijn bekomen is het weer alle ruimte voor het reguliere programma, en zo staan hier vanavond Cosmic Dead en Rainbow Grave. Zei ik bekomen? Dat is voorbij, want vanavond gaan alle remmen er af voor een avondje keiharde spacerock.

Ik kom halverwege de set van Rainbow Grave binnen en zie dat alle kaarten al op tafel liggen. Dit is een verschroeiend harde mix van postpunk en metal, maar met een bijzonder knappe touch van melancholie er doorheen. De zanger is als technicus niet bijzonder goed, maar de emotie is oprecht. De gitarist gaat ziedend hard, leunend op een denderende drummer en bassist. De mateloosheid van het volume doet me wel wat denken aan Pop.1280, ook al zo’n band die totaal eigenzinnig het publiek niet voor zich wil winnen, maar liever overdondert.

Cosmic Dead uit Schotland begint haast achteloos aan de set. De gitarist staat enorm te prutsen, de bassist loopt nog even weg, de synth-man is nogal afwezig, en als we dan kunnen beginnen gaat de drummer nog eens op zoek naar zijn oordopjes. Het lijkt verdomme wel een toneelstuk van Tsjechov. Maar toch kristalliseert het gepiel zowaar uit in een stuk onverwoestbare spacerock. Is dit nu net geïmproviseerd? De bassist heeft er maling aan en staat te hakken alsof hij de nachttrein naar Uranus nog moet halen. Nondeju, dit is nog eens een start!

Na dit eerste nummer rent de synthman annex steelguitar-speler snel naar achteren om euforisch terug te komen met een fles rode wijn, en dan voel je al een beetje aankomen dat dit nog wel eens een avond met een wending kan worden.

Cosmic Dead gaat verder met een werkelijk fantastisch nummer, denderend tot voorbij de buitenste ringen van Saturnus, gedragen door een bezwerend repetitieve zang van de bassist en voortgestuwd tot tijdloze trance. En dan plots komt er een wending naar meer rechttoe-rechtaan metalcore, waar de synthman (die van de fles wijn) de brullende zanger wordt voor de tweede helft van de set.

En dat is een veel wonderlijker fase. Ineens ga ik net zo makkeijk even naar de wc of naar de bar. Het spacet lekker door allemaal, maar de concentratie is bij mij ineens weg. Het is niet zo dat Cosmic Dead te ver opstijgt, eerder dat het te aards wordt. De band speelt nog steeds prima, maar we moeten zelf op zoek naar de samenhang. Soms is het weer een tijdje goed uitgelijnd, maar net zo vaak schiet het alle kanten op, aangejaagd door de immer vrolijke synthman en zanger.

Zo ga ik naar huis met mixed feelings: je zou de Cosmic Dead zo de soundtrack van de eerste reis naar Mars toevertrouwen, maar je loopt wel het risico dat je er bij Pluto achterkomt een verkeerde afslag te hebben genomen. Avontuur verzekerd!

20190920_22493120190920_22033820190920_221816

Vakantie zit er weer op en dat is maar goed ook want in de overloop van het festivalseizoen komt het uiterst spannende Crack Cloud op bezoek. Ekko ligt even in de verbouwing en het concert is neergezet in De Nijverheid. Daar hoorde ik al goede dingen over, dus dit is tevens een mooie gelegenheid voor kennismaking met een mooie nieuwe concertlocatie in Utrecht.

Eerst even over De Nijverheid. Met de ontwikkeling van het Werkspoorkwartier is hier nu ook ontstaan de culturele vrijhaven De Nijverheid, met werkplaatsen, aterliers, een cafe en in de oude loods een mooi verborgen podium, waar sinds kort de underground van Utrecht een nieuwe uitlaatklep vindt. De zaal zelf vinden we een prachtig industrial bedrijfshal, zoals het hoort in oude bedrijfspanden. Er zijn notabene balkonnen zoals in Tolhuistuin, Paard, Melkweg en Pandora. Dit is echt een aanwinst voor Utrecht, niet alleen in de zaal binnen, maar ook in het prachtige café en op de nog veel fijnere hangplekken buiten, waar op gegeven moment het vuur in de enorme vuurkorf onverantwoord lekker hoog opgestookt wordt. Dit is een plek om de hele nacht te willen zijn.

Voorprogramma is Military Genius, twee man van de hoofdact, met een set die me nog het meest doet denken aan een tweemansversie van These New Puritans, ongrijpbaar vreemde instrumentcombinaties zonder echte songstructuren. Enerzijds is er de beperking van orkestratie, anderzijds zijn er ook de ideeën en het lef om te variëren met vele instrumenten en met dynamiek. Er is een saxofoongedreven nummer dat wat blijft hangen tussen saai en spannend, gevolgd door een nummer gedreven door vette synths. Lastig om te zeggen wat dit doet: een dapper optreden, maar het komt wellicht beter tot zijn recht met een goed boek op de zondagmiddag.

Dan Crack Cloud. Deze Canadese jongens passen goed in een postpunk-revival met ook Idles, Fontaines DC en Shame, maar meer dan deze bands refereren ze aan de oldschool postpunk van Gang of Four en The Pop Group, met hints van Joy Division en Talking Heads.

De drummer, Zach Choy, is tevens frontman en (eerste) zanger van dit zevenmanscollectief, in het midden gestoeld tussen de zevenmansband. Dat aantal fluctueert nogal eens, want Crack Cloud is meer een collectief dan een band (een mooie traditie in de Canadese underground). De energieke ritmes van Choy en de onvolprezen basloopjes zijn razendstrak, de hoekige gitaren zijn hypnotiserend. De bandleden wisselen elkaar af voor declamerende vocalen. Crack Cloud begint bescheiden en tamelijk statisch, maar met nummers als Drab Measure en Swish Swash gaat al snel de lont in het kruitvat. De bedrijfshal van de Nijverheid wordt een swingend postpunkfeestje, bevangen door stuiterende grooves. Na een klein uurtje is het ook allemaal al weer voorbij. Dit is niet de muziek of de band voor een avondvullend programma, maar wel eentje die in het hoofd nog dagen blijft knetteren en die zomaar de ontdekking van het jaar kan blijken te zijn.

Foto’s (c): Anne-Marie van Rhijn

Zie hier ook de beschouwing van De Kettingzaag: http://www.dekettingzaag.nl/de-spanning-van-je-af-dansen-met-crack-cloud/

De vloer dreunt onder mijn voeten, de geluidsgolven trillen dwars door de ingewanden. Moloch speelt een verpletterend harde set, traag en verwoestend hard. De bassist speelt met zijn rug naar het publiek om maar zoveel mogelijk feedback van de versterkers op te vangen. De gitarist plukt een snaar en trilt het gruis uit het plafond, de drummer slaat met een geweld alsof vanavond nog een hele steengroeve uitgemergeld moet worden. Moloch klinkt als Weedeater, Bongripper en Ufomammut tegelijk.

De zanger schreeuwt als een gewond dier, terwijl zijn tattoos glimmen in de zinderende hitte van de Utrechtse zomer. Tussen de nummers krijgen we geen moment om bij te komen, want de fuzz blijft door de zaal zingen. Ik ontwaar niettemin wel een evolutie in de set, die ontwikkelt van een dronegestuurde angstschreeuw, via denderende woede tot een woeste euforie, om uiteindelijk uitgeput te eindigen, terwijl de zanger zo goed als zijn stem kwijt is. Allemachtig, wat een dienst is dit zeg.

Dit alles is slechts de opmaat tot Thou, een monster uit de stal van Southern Lord, dat we kennen van Sunn O))). Liefst zes muzikanten, een collectief dat oogt als het wonderlijke gezelschap van een uitgerangeerde academische goeroe met zijn sekte van studenten culturele antropologie, gespecialiseerd in de feministische structuren van centraal Paraguay.

Het klinkt een stuk urgenter, muzikaal gedrenkt in steengoede en gevarieerde postmetal, met daaroverheen een stem die nog het meest doet denken aan de duistere krijs van Atilla van Mayhem. Dit is bijkans niet verkeerd! Thou speelt al jaren en dat was mij even ontgaan, maar dit is wel een band om vanaf nu goed te onhouden.

Thou is technisch bijzonder vaardig, met liefst drie gitaren die voortdurend door elkaar heen weven, en een drummer die alles bijna jazzy bij elkaar hakt. Tussen de ijzingwekkende vocalen door staart de zanger met deadly stare het publiek in, maar die afstandelijkheid wordt toch weer gemakkelijk overbrugd door het bebrilde meisje op gitaar.

De technische vaardigheid zit Thou af en toe ook wel wat in de weg. Deze lui kunnen alle stijlen aan en dat werkt tegen ze, want ze doen dat ook, waardoor de set nogal eens de focus verliest. De zanglijnen van het bebrilde meisje hadden echt niet gehoeven, en de hardcore van het laatste nummer is ook wat out of tune. Niettemin: als het bebrilde meisje snel een verlegen knullig dansje doet en meteen daarna uitbarst in een verschroeiend stuk gitaargeweld zijn we weer helemaal bij de les. Wonderlijk genoeg zit een toegift er vandaag niet in, maar dat was zeker verdiend geweest. Fijne avond!

Al bij het tweede nummer breekt een brede lach door bij Richard Janssen. De frontman is eindelijk verlost van het broodnodige moeten. En dan blijken de Fatal Flowers beter dan ooit.

Want daar zijn ze weer: een paar decennia later dan gehoopt, maar never nooit te laat, de heerlijke reünie-tour van de Fatal Flowers. De band met drie platen die allemaal in canon van de Nederlandse popmuziek horen. Bij verstek van een platenspeler thuis was Johnny D. is Back mijn tweede muziekcassette (na Big Country). Fatal Flowers is de stem van een generatie, vooral de mijne. Fatal Flowers is een band die ik decennia heb gekoesterd, maar die in 1990 ineens verdween omdat frontman Richard Janssen er geen fiducie meer in had. En dan nu een reünie, een hele tour zelfs. Het is niet helemaal duidelijk waarom, maar laat de ratio niet in de weg staan voor het diepe geluk om hier bij te mogen zijn.

Deze avond is ge-upgrade tot in de grote Ronda, want hier willen veel mensen bij zijn. Het maakt niet uit dat elke avond deze tour dezelfde set heeft, want voor het grote publiek aan devoten zijn alle nummer grote hits. De band trapt af met, hoe kan het ook anders, How many years, met natuurlijk de conclusie dat we er grotendeels allemaal wel weer staan, zij het met wat meer rimpels en littekens van het leven. Het is het begin van een rijtje nummers dat in een ander universum totale wereldhits zou zijn geweest.

Fatal Flowers speelt alsof de jaren van muzikaal gemis sinds 1990 alleen maar een pauze was, die nu weer wordt weggepoetst. De band speelt in klassieke bezetting en dan staat hier verdorie toch wel wat: Henk Jonkers is de beste drummer van Nederland (zie ook eerdere concerten met Hallo Venray), Robin Berlijn is een soort van nooit op de troon gehesen beste gitarist van Nederland, en Geert de Groot is de bassist die o.a. ook Claw Boys Claw stuwde. En Richard Janssen, waar was hij toch al die jaren? Ik heb hem nog wel eens aan het werk gezien met Shine en later met Ellen ten Damme, maar de eigen belofte was toch groter, want Richard was toch de golden boy van de Nederlandse muziek?

20190620_210351 - kopieZo raakten de Fatal Flowers uiteindelijk toch een tijdje in de vergetelheid. Elk gemis is een boek vol verhalen maar daar moeten we niet te lang bij stil staan. Het is vooral geweldig fijn om de Fatal Flowers in volle glorie weer te zien. Bovendien hebben ze (ogenschijnlijk) ook de oude gitaarversterkers nog meegebracht, een mooi stukje vintage op het podium.

Fatal Flowers heeft alleen maar goede nummers en het publiek bestaat uit fans en idolaten, maar dat betekent niet dat alles wat wordt aangeraakt ook goud is. Zo is de aanvullende organist wel even nodig bij extensie van Second Chance, en later ook bij Better Times. De geluidsman lijkt ook een paar nummers exit, als er steeds meer galm op de stem van Janssen komt. Dat is echt nergens voor nodig, want de Fatal Flowers zijn clean echt op hun best.

De Roxy Music-cover Both Ends Burning is dan weer verpletterend goed, maar het navolgende Speed of Life raakt weer teveel aan de vloek van mijn generatie, want het gelul in het publiek om mijn heen is tenenkrommend. Daar tegenover staat het superieure Younger Days, over opgroeien aan de Amsterdamsestraatweg, bij mij om de hoek verdorie! Ik had mij dat nooit gerealiseerd, maar we hebben een nieuw volkslied voor de buurt, jawel!

De toegift komt in twee rondes, met Johnny D. is back en natuurlijk Goodbye Dear Friends, maar het publiek weet Janssen te overreden tot een prachtig kale en kwetsbare encore. Ssst fluistert het publiek, en Where have all the flowers gone zingt Janssen, een klassieker van Marlène Dietrich, en alles van wat was en wat is en wat zal komen komt bij elkaar op deze gedenkwaardige avond.

20190620_205551

Na wat gehannes over kaartjes is de uitkomst vanavond zo dat ik mij bevind in een zaal vol mede-veertigers, die reikhalzend uitkijken naar dEUS. dEUS! De artrockband die consequent hoofdletters en kleine letters verwart, de aanvoerders van de Belgische bries die in de jaren negentig en nul over de lage landen woei, de band die dankzij talloze afsplitsingen een scene op zichzelf werd. dEUS had onnoemlijk veel fans en voor velen daarvan is het inmiddels gekoesterd jeugdsentiment. Die setting wordt nog eens aangewakkerd door het thema van de avond: we vieren dat het succesalbum The Ideal Crash twintig jaar geleden verscheen, want, zoals Tom Barman zegt, “Het doet ons veel dat dit album u veel doet.”

Ik heb mezelf nooit tot de grote schare aanhangers van dEUS gerekend. Integendeel, zou ik haast zeggen, want deze band is me altijd veel te pretentieus geweest. dEUS is zo’n bovenmatig serieuze band, waarin het dédain het altijd lijkt te winnen van de ironie. dEUS lijkt altijd te streven naar totale controle, maar verdringt zo de ziel uit de kunst. Maar laten we de band niet op karakter beoordelen, maar op wat er vandaag op het podium wordt gezet.

En dat is me nogal wat. Where to begin? dEUS heeft niets verloren van zijn streven naar perfectie, maar al bij de eerste nummers blijkt de realiteit weerbarstig. Het geluid is slecht, Tom Barman die met opgeheven arm wacht tot een roadie een gitaar aangeeft is lachwekkend. Al bij het eerste nummer komt vrij onverwachts een horde dansers het podium op, voor een hossende choreografie. Dit doet nog het meest doet denken aan de vervelend lang uitgesponnen dansscene uit Anyway the Wind Blows, de film van Barman uit 2003. Waarom?! Dit is als confetti in je bier. Ze komen nog een paar keer terug ook.

Geleidelijk komt dEUS wel beter op gang. Vooral de waarlijk dampende uitvoering van titelnummer The Ideal Crash is echt heel goed. Verder is het allemaal heel prima en degelijk. dEUS vraagt geen liefde, maar respect, en krijgt die ook volop, want het krediet is eindeloos. Wat kun je er eigenlijk ook op tegen hebben? Nou, dit misschien: dEUS is als Starbucks, terwijl je eigenlijk een authentiek bak zwarte pleur wil. dEUS is als een artikel in de Linda, terwijl je eigenlijk een goed stuk literatuur in gedachten had. dEUS is als Heineken icebeer, een kil surrogaat voor een lekkere pul ongefilterd thuisgebrouwen bier. Het is de soundtrack voor de gentrificatie, waarin makelaars en conceptontwikkelaars zich de vrije bohémiens van de 21e eeuw wanen. dEUS is uiteindelijk vooral een muzikaal concept, een sjabloon voor indie artpop bandjes.

Ik geloof direct dat het vanavond voor de fans een prachtige avond is geweest. Als jeugdsentiment functioneert het ook allemaal prima en de binnenkort te verschijnen nieuwe plaat zal ook wel weer gretig aftrek vinden. Maar Darth Faber heeft moeite om bij deze gladjakkers de ziel te ontdekken. Het vage idee van ‘urgentie’ dringt zich op, en dan vooral het gebrek er aan. De gelukkige keerzijde daarvan is dat het allemaal ook niet al te opdringerig is, en dus niet in de weg zit voor een prima avond. Maar niet eentje die nog lang in het geheugen na zal galmen.