Terwijl half Nederland vanavond zijn tijd verdoet met het jaarlijkse dieptepunt van de retecommerciële EO-kruistocht, moeten we tot in de krochten van de ACU afdalen voor culturele verlichting met The Homesick. Jahaa! The boys uut Dokkuuuuum!

The Homesick speelt een paar avonden met Lewsberg, een splinternieuwe band uit Rotterdam. Ze treuzelen wat met aanvang, maar als de zaal dan goed gevuld is komen ze snel los met een fijne set van lekker slordige slacker in de beste traditie van Naive Set of Ultimate Painting. Lewsberg oogt als een wat wonderlijk collectief, met een moeilijk kijkende linkshandige gitarist, een aanvankelijk wat nerveus ogende maar strak bassende dame, een op het oor doodgewone drummer die zich onderscheidt met eenvoud die kunde verraadt, en een zanger/gitarist die oogt als een consultant strategic public management voor middelgrote gemeenten. Dat geeft een aangenaam rommelige mix, met lekker dissonante gitaarloopjes die fijn drijven op de lekker in het gehoor liggende ritmesectie. In het begin dwaalt het soms wat al teveel af in uitweidingen, maar met name in het laatste nummer laat Lewsberg het vermogen horen om tot lange trance te komen, zoals Kevin Morby dat ook zo goed kan. Dit is een veelbelovende band! Er is vooralsnog alleen maar een cassette beschikbaar (en Darth Faber heeft zijn taperecorder ergens achter op de vliering staan), maar er zijn concrete plannen voor meer, heb ik vernomen. 20170413_213545
The Homesick zet eerst even flink de pedalen voor feedback, galm, echo en reverb open voor wat je een slacker versie van postpunk zou kunnen noemen. The Homesick verovert op volstrekt autonome wijze heel Nederland vanuit hometown Dokkum. Heel Nederland? Nou, vorige maand bij DWDD begrepen de randstedelijke hipsters er niet veel van had ik de indruk, en ook de Acu staat vanavond niet helemaal vol, maar daar tegenover staat dan wel dat het veel waard is om gewoon lekker eigenwijs te kunnen zijn.

The Homesick komt wat tam op gang vanavond, de diesel moet even opstarten. Dat past natuurlijk niet zo goed bij de niet al te lange set, maar na een paar nummers komt toch de gang er wel in. De nummers van de spiksplinternieuwe plaat Youth Hunt liggen wat vriendelijker in het gehoor dan wat ik hier de vorige keer hoorde. Dat ging er toen stevig op los, maar die knalharde randjes zijn er tegenwoordig wat vanaf. Voordeel daarvan is dat er veel meer gelaagdheid hoorbaar is, inclusief die lekker20170413_224417e 80s gitaar, die Elias Elgersma ook bij zijn andere band Yuko Yuko zo prominent laat klinken.

Met al die galm worden de vocalen een soort van extra instrument, in plaats van tekst bij muziek, al wordt achter mij gesuggereerd dat het wel Fries zal zijn. Ha! Gelul natuurlijk. Bovendien: de titels van de set en van het album suggereren dat er wel degelijk sprake is van tekst, in de zin van inhoud, en dat die hele kut-Passion hier stevig repliek krijgt… toch? Of vertelt The best part of being young is falling in love with Jesus dat The Homesick vanavond toch liever in Leeuwarden was geweest? En waar gaat Mattheus eigenlijk over? Niettemin: alleen uit Dokkum kan een nummer over Bonifatius komen, de eertijds ter plaatse om zeep geholpen evangelist die het later klaarspeelde om des stads beschermheilige te worden, inclusief een eigen (door mijn eigen pake Dirk nog gemetselde!) kapel en bron.

Hoe het ook zei, na 9 of 10 nummers zegt Jaap galmend “We hebben de toegift er maar meteen bij gedaan, tot ziens”, waarna de band het weer voor gezien houdt. Beetje kort optreden dit, als je het ziet in reistijd ben je in deze tijd net van Dokkum in Steenwijk, maar een lekker avondje is het wel. Hopelijk gauw weer terug in Utreg, want van The Homesick krijg ik niet snel genoeg.

20170413_222152

 

In de keurige Hertz-zaal van TV treffen wij op deze zondagavond Amenra, vanouds verschroeiende postmetal uit de Gentse school. Deze avond wordt gepresenteerd als Amenra Afterlife, in de semi-akoestische setting van het vorig jaar verschenen album Alive.

Als voorprogramma krijgen we Forever and a Day van Syndrome, een half uur lange drone-soundscape van Amenra-gitarist Mathieu Vandekerckhove. Vandekerckhove gooit met zijn gitaar laag op laag op laag, met telkens nieuwe loops, totdat na een minuut of tien het volume terugneemt, om ruimte te nemen voor een helder gitaarspel en donkere zang. Langzaam verschuift ook dit weer  naar een gelaagde atmosferische compositie. Het is een meditatieve, haast emotionele reis, die je kunt ondergaan met je ogen dicht, maar ook met contemplatie over de fascinerende filmbeelden op de achtergrond. Het zijn visuals van de koele meren des doods. Het is geen zwart-wit, maar kleur dringt amper door in de grijze post-apocalyptische wereld, waar het leven niet veel meer omvat dan het ruisende riet. De warme klanken van Vandekerckhove’s gitaar contrasteren op een aangename manier, als donkere romantiek. Maar na goed twintig minuten wordt het somberder en gaandeweg steeds harder, tot een explosieve finale, dwars door merg en been.

En dan moet Amenra nog komen. Haast ongemerkt neemt de band plaats, zittend op kerkstoelen in een nauwelijks verlichte kring op het podium. Dit is Afterlife, een séance op zoek naar de krochten van de ziel. Zanger Colin van Eeckhout zit met zijn rug naar het publiek toe, maar in deze donkere setting maakt het feitelijk niet eens uit. Dit kun je werkelijk met je ogen dicht ondergaan.

Amenra speelt grotendeels de nummers van Alive (grotendeels dus eerder verschenen als Afterlife), aangevuld met nog wat nieuw materiaal. Ik heb bij de nieuwe nummers een vaag gevoel van herkenning, maar kan het niet helemaal plaatsen. Dat kan best zijn, want ook een nummer als Aorte.Nous sommes du même sang is eerder al in loodzware doomversie verschenen op Mass IIII, en Parabol is een akoestische cover van Tool. Waar Amenra in reguliere opstelling overdonderende wanhoop brengt, klinkt het in deze akoestische setting haast breekbaar. Die veelheid aan interpretaties maakt Amenra tot een razend interessante band, die continu stijlen doorbreekt, maar wel met een constante, haast spirituele atmosfeer. Ons dorp klinkt haast even lief en vredig, maar de nadruk ligt op de sociale beklemming van de kleine gemeenschap.

De interactie met het publiek is in deze setting vanzelfsprekend minimaal, pas na een nummer of tien waagt Van Eeckhout zich aan een ‘dank u wel’. Het past bij de intensiteit en concentratie van deze avond. Dat werkt, want het geluid is werkelijk perfect, zoals altijd in deze zaal. Dat maakt dat alle details van de muziek uitmuntend naar voren komen, zoals de subtiele viool, de enkele noten van de tweede gitarist, de perfecte timing van zangeres Femke de Beleyr en de prachtige samenzang.

In akoestische setting blijkt Amenra geen band van wanhoop, maar van melancholie en berusting. Als op het eind de gitaar weer in een loop wordt gezet verlaten de bandleden één voor één het podium, zonder verdere interactie met het publiek. Prachtige avond.

20170319_122807

Foto’s maken van Amenra in de duisternis is geen doen. Daarom bij deze maar een Amenra-achtig kunstwerk, dat ik eerder dit weekend tegenkwam in het Musée Européenne de la Photographie in Parijs. Dit is Requiem III en IV, ‘L’immensité de la mort’, van de expositie ‘Les offrandes’ van de Chinese kunstenaar Gao Bo. Voor meer info zie hier.

 

 

Daar zijn ze weer, het niet te stoppen Underworld, dat mij elektronische muziek leerde waarderen. Ik zag ze al in 1995 op Roskilde en ook twee jaar geleden nog, tijdens de jubileumtoer voor de geniale eerste plaat Dubnobasswithmyheadman. Ze staan nu liefst drie avonden achter elkaar voor een uitverkochte Ronda, de tijd van Underworld is dus nog lang niet voorbij. Ook al wordt Karl Hyde later dit jaar zestig, jawel, maar als de diesel eenmaal is opgestart gaat hij nog als de brandweer.

Ik ben er op de middelste avond bij. Underworld knalt er twee uur lang stevig op los. Het is een uitgekiende set, met de lekkere trance van Skyscraper en het eeuwigdurende Juanita om er in het eerste half uur even lekker in te komen. Ooit speelde Karl Hyde hierbij gitaar,  maar dat is tegenwoordig niet meer. Hyde oogt aanvankelijk nog wat lethargisch, maar later blijkt dat het kruit is opgespaard voor knallers als King of Snake, verderop in de set. Knetterhard, gehuld in rook en stroboscopen omvat Underworld ons voor een waarlijke totaalervaring. Absoluut hoogtepunt van de avond.

20170314_211350 (2)De voorgaande avond kreeg men nog de geniale Dark train-versie van Dark & Long, wat mij betreft het beste wat Underworld ooit gemaakt heeft. Vandaag zit die er helaas niet in, maar wij krijgen verderop in de set weer Rez, dat er uiteindelijk natuurlijk niet veel voor onder doet. Ik blijf wel de nummers van de eerste twee platen een stevige slag beter vinden dan het navolgende werk, inclusief de toch best aardige laatste plaat Barbara Barbara we face a shining future. Maar niet gezeurd, want menig band zou zijn ziel aan de duivel verkopen voor zelfs een paar van de mindere nummers.

Al vanaf de eerste minuut gaat het publiek uit zijn dak alsof we hier bij de Toppers staan. Voor mij staat een zestiger hard te stuiteren om indruk te maken op zijn véél jongere missie (of dochter), naast mij staat iemand die verdacht veel op lullo Kamphuijs lijkt, verderop wordt groepsgewijs gehost en iemand met een ‘Underworld groupie’-jasje knalt bij elk nummer een pijpje confetti de lucht in. Ik hoor ineens ook opvallend veel Brabanders. Wa zeggegij? Underworld is godverdomme carnaval geworden! Dit is toch wel een stukje minder. Het volume staat gelukkig op oorvergruizend hard, waarschijnlijk tegen het onophoudelijke gelul van gezelligheid in de zaal. Ineens bekruipt me de angst dat het publiek met Underworld aan de haal is gegaan, Lager lager klinkt met dit publiek ineens verdomd veel als minder minder… Argh.

Mixed feelings ineens, maar ik vertik het om dat Underworld te verwijten, want die geven ons wederom een verpletterende draai om de oren als een van de weinige bands in het genre die alle tijdgeest fier weerstaat.

20170314_22170420170314_205651 (2)

 

20170314_220553 (2)

Setlist: http://www.setlist.fm/setlist/underworld/2017/tivolivredenburg-ronda-utrecht-netherlands-1bf93154.html (let op, er klopt niks van de albumsstatistieken, zei de wijsneus).

Het is op een trieste manier toepasselijk om dit concert te beginnen met Falling Man, nadat een aantal optredens zijn afgezegd vanwege het overlijden van de moeder van Simone en Amadeo, eerder deze week. Het is een intens, ontroerend nummer, de catharsis van een ongetwijfeld moeilijke tijd, met de boodschap dat Blonde Redhead staat.

Recent is van Blonde Redhead wel een ep-tje verschenen, maar de vorige volledige langspeler is toch al weer van 2014. Vrij matige, slome plaat, dat Barragán. De grootste valkuil van Blonde Redhead is dan ook dat het door de ondergrens van het gezapige heen zakt, verstrikt in een sfeer van zijige sloomheid. Daar tegenover staat de grote kracht van de band, als ze intensiteit weet te vinden om de rafelranden in de eigen nummers op te zoeken. Het is een beetje zoals Ajax voetbalt: als ze zich er toe kunnen zetten spelen ze iedereen van de mat, maar als de kop er niet naar staat dan is het meteen prut.

Vanavond lijkt Blonde Redhead er zeer op gebrand om haar kracht te benadrukken. Na Falling Man lukt dat grotendeels uitstekend, wellicht aangespoord door een zeer ontvankelijke zaal, die de band wel lijkt te willen omhelsen. Dit moet een heel warm bad zijn, zo wordt ook wel duidelijk als de band het podium verlaat en vooral Kazu Makino haast beduusd overdonderd lijkt. Toch is het diezelfde Makino die met haar zuchtende zang net teveel aan de irritatiegrens zit, maar dat brengt ze dan weer wel vol overtuiging. Dat is ook wat waard. Vanavond was de troost van de muziek.




Op het raakvlak van politiek en hardcore/metal vinden we een interessante biotoop van betrokken muzikanten en bevlogen politici, die veel te weinig meer bij elkaar komt. Ooit was dit een heel natuurlijke combinatie, die samenkwam op de podia in de zaaltjes van de krakersbeweging, maar na een kwart eeuw in de neoliberale marinade zijn dit inmiddels professionele uithangborden van gemeentelijke cultuurmarketing geworden, hangend aan het infuus van platte popmuziek en middle of the road politiek. Waar is die de politieke hardcore en de hardcore politiek dan nu gebleven? Gelukkig zijn er nog zalen als DBs en gelukkig zijn er nog politici als Esther Ouwehand. Dit komt vanavond samen in Stembangen, voor een mooie combi van harde herrie en keihard debat.
20170304_001133Stembangen: “Politieke liefhebbers van hardcore, metal, hardrock en meer kruisen de verbale degens over onder andere zorg, cultuur, immigratie en muziek!” Geoganiseerd door Hendrik Jan Derksen (Zwarte Cross) gaan vanavond (kandidaat)Kamerleden Esther Ouwehand (PvdD), Peter Kwint (SP), Huub Bellemakers (GroenLinks), Giselle Schellekens (PvdA) en Rico Brouwer (Piratenpartij) met elkaar in debat. Lekker links, maar het CDA heeft nog echt geprobeerd er bij te zijn, wordt ons verzekerd (ja ja). Wat moet Darth Faber hier mee? Aha, er zijn ook bands: Teethgrinder, Sisters of Suffocation en Stark.
Als ik binnenkom staat Stark uit Arnhem al lekker energiek los te gaan, met onverstaanbare politiek geëngageerde teksten. De zangeres heeft een tof T-shirt met ‘Post Milk Generation’ en ze stuitert alsof ze net drie liter Red Bull achter de kiezen heeft. Dit is behoorlijk classic hardcore. Vooral de bassist klinkt retestrak, waardoor het onzuivere gestuiter ook best wel kan. “Het volgende nummer gaat over het feit dat als iets een traditie is dat dat niet wil zeggen dat je het ook moet behouden. Dit gaat over Zwarte Piet!” De keuze van maatschappelijke thema’s kan nog wel wat scherper, maar het engagement is zeker. “Heeft er al iemand zin in de debatten?” vraagt de zangeres. “Neu!” zeg de zaal. “Dan doen we nu een interpretatie van Paradise by the dashboard light!” “Doe dan maar debatten!!”
Dan is het tijd voor de politici in een serieus debat over serieuze vraagstukken: de zorg! Onder kundige leiding van Derksen neem ik kennis van de oneliners uit de verschillende verkiezingsprogramma’s. De introductie is trouwens ook wel aardig. Peter Kwint kennen we wel als hardcore-jongen, Huub Bellemakers wil meer metal in de politiek, en Esther Ouwehand is politiek legendarisch door de harde ceedeetjes die ze regelmatig meebrengt voor minister Kamp – die daar ook als een baas op reageert! Rico Brouwer bekent op het podium helemaal niet zo’n hardrocker te zijn, maar wel bassist in Springsteen-achtige bandjes. En Giselle Schellekens houdt eigenlijk van alles maar niet van hard, zo zegt ze, maar ze vond Stark dan weer wel heel goed. Nou Giselle, dan ben je er al bijna! Welkom bij de hardrockers!
20170303_232021-2

Dan de lieftallige zusjes van Sisters is Suffocation, die haast verlegen het podium betreden en vervolgens een teringgloeiend harde bak metal op ons los laten. Allejezus! Het schattige zangeresje is op slag veranderd in een keihard gruntende strot. Wie bij het debat even was weggedut is er nu weer helemaal bij. De sisters op bas en gitaar staan grijnzend tekeer te gaan, terwijl de drumster een soort van hoempa-metalritmes er in gooit. Dit is muzikaal heel niet misselijk, death metal met flinke scheuten post metal er doorheen. Ik kan er de politiek nog niet zo in ontdekken, maar het is lekker underground. Zou mooi zijn om met deze zusjes nog eens het songfestival op te schudden, is ineens zo’n gedachte die me bekruipt.

20170303_223647-2

In de tweede ronde van het debat gaat het onder andere over cultuur en popmuziek (als alomvattende term voor alles wat niet Bach is, vermoed ik). Belangrijkste punt is wat mij betreft: waarborg een culturele infrastructuur van oefenruimtes en podia. Maar ja, dat is dan weer grotendeels gemeentelijk beleid. Er is ook nog tijd voor een vraagje uit de zaal, die wonderlijk genoeg gaat over de inspraak van de islam in internationale gremia als de VN. Een rationele reactie zou kunnen zijn dat religies überhaupt niet vertegenwoordigd zijn in multilaterale constellaties gebaseerd op het concept natiestaat, maar dat er wel degelijk iets valt te zeggen voor een uitbreiding van bijvoorbeeld de in termen van politiek-economische verhoudingen toch zeer gedateerde Veiligheidsraad met grote opkomende economieën als India. Een emotionele reactie zou kunnen zijn als die van de dame voor in de zaal, die even helemaal flipt bij de term islam en het feitelijk wel genoeg vindt daarmee, want zo goed gaat het allemaal niet in Zuilen, waarna ze boos de zaal verlaat. Zo komt er dan toch nog mooi wat extra vuur in het debat!

Nog steviger gaat het er aan toe met Teethgrinder, grindcore van een verbluffende intensiteit. Had ik het eerder over een energieke band? Had ik het over een harde band? Teethgrinder is van alles de overtreffende trap. De band gaat zo beestachtig te keer dat zelfs de Partij vd Dieren even naar adem hapt. Teethgrinder is duister, knetterhard en, ja ik zeg het nog maar eens, intens. De zanger dondert tussendoor nog van het podium, maar dat past wel in deze set. De plaat heet Nihilism en dit verschroeiende optreden maakt wel duidelijk waarom. Niets blijft overeind, tot ons fundamentele zelf. Stiekem misschien wel de meest politieke band van de avond.

 

En dan nu op naar de verkiezingen. Niet vergeten te stemmen allemaal, 15 maart is het zover. Dat de hardcore u maar veel wijsheid heeft moge brengen. Dit Stembangen-debat was in elk geval zeer vermakelijk en jawel, ook best informatief.

Het is een schande van deze tijd dat de band met één van de beste albums van 2016 amper honderd bezoekers naar DBs trekt vanavond, maar King Champion Sounds is er niet de band naar om daar bij stil te staan. Hier staat niet zomaar een bandje, maar iets wat je een ‘supergroep’ kan noemen. Ga maar na: GW Sok (ex-Ex) doet de vocalen, J Mascis (Dinosaur jr.), Mike Watt (Stooges) en Ab Baars spelen op de plaat (maar niet op het podium) een riedeltje mee, en het geheel is bij elkaar geproduceerd door Ajay Saggar, ooit geluidsman bij My Bloody Valentine. Op het kleine podium is het met acht man/vrouw dan ook volle bak.20170224_223241

King Champion Sounds is nauwelijks muzikaal te vatten, stilistisch integreert het spoken word, punk, freejazz en noise en nog wel meer. Dit is geen concert, dit is een weldadig bad voor iedereen die het experiment koestert. GW Sok declameert zijn teksten als een betere versie van Mark E. Smith, met in zijn hand gedurende het hele concert een setje papier waarop alles waarschijnlijk staat uitgeschreven, maar waar hij geen moment naar kijkt. Het daagt mij dat Sok feitelijk al rapte voordat het woord bestond. Ga hier maar eens les nemen, jongelui van Broederliefde en New Wave! Zó knal je een tekst de zaal in!

A foggy day in Rotterdam is een vertaald gedicht van C.B. Vaandrager, bekender van het korte gedicht “De kroketten in het restaurant, zijn aan de kleine kant”, dat zelfs de grote Komrij haalde. Maar dat terzijde. Het nummer leunt op een geniaal basloopje, waar de rest van de band heerlijk overheen kan knallen. Het is ook het nummer waar de blazers het best tot hun recht komen; in de meeste andere nummers geven ze vooral extra inkleuring, maar geen eigen laag. Afsluiter is het niet veel minder geniale Mice, rats, roaches, het eerste nummer en tevens een goede samenvatting van de plaat en dit concert. Dit is wat er gebeurt in een melting pot vol creatieve energie. Gaat dat zien, beste mensen, want Nederland heeft er weer een band van grote alure bij!

20170224_223203-2

20170224_23184420170224_225443

Deze week geen tijd voor verslag van Magnapop in Ekko, maar for the record dan toch een paar foto’s. 

Een paar woorden dan: Magnapop rammelt lekker aan alle kanten,  maar is wel reuze gezellig. Met dat uiterst zeldzame vermogen tot het schrijven van ijzersterke korte puntige popliedjes is het zeer de moeite om de gevorderde vijftigers aan het werk te zien, wat zeg ik, mee te zingen!  Voorprogramma Roald van Oosten was vandaag wat minder bij stem, maar de liedjes blijven tof.


Hier meer: https://m.facebook.com/events/1620833358211218/1690147151279838/?acontext=%7B%22ref%22%3A%2229%22%2C%22ref_notif_type%22%3A%22admin_plan_mall_activity%22%2C%22action_history%22%3A%22null%22%7D