Deze editie van de Utrechtse culturele zondag (op pinkstermaandag) is een ode aan de popmuziek. Er zitten een paar mooie pareltjes in het programma en evangelist dat ik ben neem ik dochter Nynke (11) en later ook zoon Tjebbe (8) mee. Want Darth Faber zegt: laat de kinderen tot mij komen, voor een stichtelijke middag om met papa mooie muziek te ontdekken.

We beginnen met The Fire Harvest, de beste band van Utrecht (en De Bilt) voor een fijne showcase van het onvolprezen Snowstar Records in sterrewacht De Sonneborgh. Dat is een verrassend mooi podium voor dit soort gelegenheden. Een vertrouwde set van een half uur vol fijn vertraagde donkere waverock. Ik kan alle nummers ondertussen wel helemaal dromen, maar dit verveelt nooit. Fijn intiem optreden dit.

Wat vindt Nynke er van: ik vond het wel goed. Mooie rustige muziek, maar voor mij wel net een tikkie te hard.

20170605_131022 (2)

Na een kleine pauze dan in dezelfde Sonnenborgh Town of Saints, in de minimale akoestische versie met alleen Harmen en Heta. Dat past hier wonderwel in de mooie sterrenwacht. Ik heb niet zoveel met de platen van Town of Saints, maar op het podium is dit folk van buitencategorie, ook (of: vooral) als ze maar met zijn tweeën zijn. Een heerlijk bevolgen optreden, waarbij Harmen het stof uit de vloer klakt met zijn hakkenpercussie. Als de PA even hapert worden de stekkers er uit getrokken, helemaal akoestisch kan immers ook wel in deze setting. Heerlijk, een band om van te houden.

Wat vindt Nynke er van: Dit was echt een leuke band! Veel andere bands hebben veel elektronische instrumenten, deze alleen viool en gitaar, waar ze echt heel goed op spelen.

20170605_140725 (2)

Voordat we ons vervoegen bij de mis van Broeder Dieleman c.s. in de Pieterkerk komt Tjebbe (8) er ook er bij, want “dit is echt leuk, papa”. Nou dat weet papa ook wel! Dit optreden is wel veel meer dan alleen de Broeder, eigenlijk heet dit onderdeel het Geestdrift Festival. Tonnie begint (natuurlijk) met een bijzondere versie van zijn ode aan Omer Gielliet, de onlangs overleden Zeeuwse houtsnijkunstenaar en evangelist. Het is sowieso al het mooiste nummer van Uut de Bron, nu adembenemend mooi gezongen vanuit het gangpad van de kerk, met de drone van het nummer vanaf het kerkorgel. Erg mooi. Daarna nog meer melancholie, ook het nummer dat wordt aangekondigd als “wat vrolijker”. Tussen de nummers aarzelt het publiek wat tussen applaus en devotie, beide van bewondering.

20170605_151503 (2)Na een paar nummers komt de Friese dichter en voordrachtskunstenaar Tsead Bruinja er bij. Bruinja is fenomenaal. Het eerste gedicht wordt in het Fries en het Nederlands gebracht. De teksten zijn moeilijk grijpbaar, maar het is de dictie, het mooie metrum en de enorme taalrijkdom die je onmiddellijk naar binnen trekt. We moeten in de kerk God’s naam niet ijdel gebruiken, maar ik moet verdorie toch wel meer dan een beetje denken aan Tsjêbbe Hettinga. Niet toevallig zit de kleine Tjebbe naast mij. Tsead declameert met deze hogeschoolvoordracht vrijwel alle tekstjonglerende rappers van Nederland weer terug naar de peuterschool. Zeldzame klasse, een mooie combinatie van Zeeuws-Vlaanderen en Rinsumageest.

Terwijl Tonnie en Tsead nog spelen komt VanDryver op. Het festival neemt weer een nieuwe wending, met nu een klassiek-pop crossover gezelschap met vijf dames op dwarsfluit, saxofoon, harp, altsax en bugel en een hipster aandoende zanger van uitzonderlijke klasse. De zanger is Arjen van Wijk en de band komt uit dezelfde klei als Broeder Dieleman, met ook dezelfde producer, Pim vd Werken. Het is eigenlijk meer een ensemble dan een band, want de samenstelling wisselt naar omstandigheid, begrijp ik.

Ik kende dit helemaal niet, maar VanDryver is echt een mooie band vol van lekkere klassieke poparrangementen. Zo’n zeldzaam sprankelende combinatie die je zowel aan je undergroundvrienden als aan je oma kunt laten horen. Jonathan en Defender zijn serieus prachtige nummers, daar herkent deze papa zich wel in. Ik mag toch aannemen dat VanDryver voortaan op alle festivals in Nederland en ver daarbuiten speelt, altijd. Grote klasse.

Wat vindt Nynke er van: ik vond de gedichten van die Tsead echt heel erg mooi gemaakt. Broeder Dieleman deed het ook heel goed. De blazers speelden vooral heel goed samen.

Wat vindt Tjebbe er van: echt heel erg grappig vooral. Die banjo was heel bijzonder. Ik had nog nooit een banjo gehoord maar nu wel. Die dichter was ook erg leuk. Geen woord gelogen aan de aankondiging ‘onverstaanbare band’, ik verstond er niks van.

20170605_152247

Met de kinderen op sleeptouw is het LGW-programma met Six Organs of Admittance in LE:EN iets teveel van het goede, maar deze middag was in alle opzichten toch zeer de moeite waard. De poffertjes zijn welverdiend!

Ik zal eerlijk zijn: zo aan het begin van het jaar heeft het wel even aan me geknaagd, al dit geschrijf. Het is een hoop gedoe, zo’n blog. Gewoon een bandje kijken voor eigen plezier en als excuus voor bier drinken is er haast niet meer bij, want elke keer moet er weer een tekstje komen, ik moet aantekeningen maken en ik moet weer een foto uitzoeken, die ene die wel gelukt is temidden van soms een honderdvoud aan wazige plaatjes. Het moet allemaal een beetje tussen het werk door, terwijl tegelijkertijd de vaderlijke plichten van het gezin om aandacht vragen en huis en tuin in steeds verdergaande staat van chaos verkeren. Als ik er dan in slaag om de diepere gevoelens voor een band in een tekst te vatten en de computer afsluit kan het zomaar voorkomen dat ik de kinderen nog eens moet uitleggen waarom Nick Cave eigenlijk beter is dan Nick en Simon. Stukjes komen tot stand in korte ritjes in de trein, tussen zoonlief’s judoles en eten koken door, of godbetert in de marge van een gitaaruitvoering van dochterlief. Maar het moet.

Van wie moet dat dan? Van niemand ander dan mezelf. Daar ligt een grote passie en bevlogenheid aan ten grondslag. Ik vind het namelijk niet alleen leuk om goede bands te ontdekken en te kijken, maar ook om te beschrijven wat ik er van vind, om de woorden te vinden voor wat het in me los maakt. Aldus gaat Darth Faber stug voort, vanuit de liefde voor muziek en schrijven, en vanuit de spanning om telkens weer iets ontwrichtend moois te kunnen ontdekken.

En dat inmiddels dus al bijna vijf jaar lang. Darth Faber begon in 2012, na al ruim twintig jaar van bands kijken, met het doel om zo ten eerste een beetje bij te kunnen houden wat ik allemaal wel niet zag, en ten tweede om mezelf een beetje te bekwamen in het beschrijven van die ervaringen. Een archief en een schrijfcursus dus.

Na vijf jaar, 180 posts, 452 bands en vele onvergetelijke ervaringen, prachtige muziek en ontwrichtende avonden is het dan nu een mooi moment om dat alles bij elkaar te rapen tot één fenomenale avond om dat alles te vieren met DARTH FABER FEST! Jawel, Darth Faber doet op zaterdag 16 september niks minder dan een eigen festival, een staalkaart van de cutting edge van ruim dertig jaar aan Nederlandse underground, in de beste zaal van Nederland. Hoeveel mooier kan het worden?

Wat gaan we doen? Drie cruciale bands komen op het podium van DBs: The Ex (!!), It Dockumer Lokaeltsje (!!) en The Homesick (!!). Nondeju, het beste wat Nederland ooit voortbracht, gewoon bij Darth Faber in DBs op het podium!!

Dat alles is inmiddels gefikst en geregeld, dat doet Darth Faber i.s.m. DBs voor je, nu alleen het publiek nog. En dat ben jij, samen met al je vrienden en die van mij. Kaartje moet je zelf even fiksen, zie https://web.dbstudio.nl/event/darth-faber-fest-w-ex-homesick-t-dockumer-lokaeltsje/?instance_id=160. Darth Faber maakt t.z.t. natuurlijk geen verslag van wat hij zelf boekt (maar reken wel op mooie foto’s!), maar in de komende tijd zal ik van alle bands een mooie, persoonlijke aanbeveling maken. Alle bands liggen me na aan het hart, met heel verschillende redenen, herinneringen en verhalen. Die liefde zal ik proberen onder woorden te brengen. Want DARTH FABER FEST! wordt een reis door de geschiedenis, een omhelzing van onmisbare zalen als DBs, een herinnering aan Fryslân, een ode aan de underground, en vooral: een liefde voor de muziek.

12898_the-ex

Voor het eerst in 13 jaar is Spasmodique weer eens in town. Gek genoeg heb ik ze in de in de afgelopen decennia nooit eerder live gezien, maar de band is natuurlijk niet aan mij voorbij gegaan en Spasmodique hoor gewoon in het rijtje Nederlandse klassiekers als Ivy Green, Fatal Flowers, Brood, The Ex, enz. Kortom, alle seinen op groen voor een avond der legenden, en misschien wel een legendarische avond.

Dat begint bijzonder goed met Stöma, een ongrijpbaar geniale tweemansband met drum en bas, vol van funk en metal, maar alleen ter indicatie, want dit is volstrekt buiten alle genres. De drummer plamuurt een onderlaag van onnavolgbare ritmes, met zijn dubbele bass en zeker zes bekkens. De bassist legt daar laag op laag aan briljante basloopjes overheen, naar het schijnt nog deels geïmproviseerd ook, vol van fantastisch complexe ritmes en basmelodieën. Het is totaal maf, hij speelt als Les Claypool en declameert zijn absurde teksten alsof hij op nineties college radio zit. “Het volgende nummer gaat over een degenslikker, maar dan met een neonbuis.” Ik kan het niet beter omschrijven. Stöma is het beste dat Darth Faber in tijden heeft gezien.

En dan moet Spasmodique nog komen!

Spasmodique begint met een lang vocaal intro van oude klassieker Retreat in Anger. Meteen vanaf het begin grijpt Ritsema bij de strot om de komende anderhalf uur niet meer los te laten. De band speelt onwaarschijnlijk strak, hard en zeer herkenbaar, tussen wave, punk en gothische duisternis. Ritsema eist alle aandacht op, hij is uitermate goed bij stem, met zijn prachtige bariton, hij zingt en schreeuwt, hij fluistert, bezweert en commandeert.

Pas het vierde nummer of daaromtrent komt het nieuwe materiaal van het recente album Six, de eerste in een decennium of zo. Dit past helemaal tussen het oudere werk. Verdorie, Spasmodique blijkt een tijdloze band! De reguliere set eindigt met een ruim tien minuten durende uitvoering van Savanna Sweatheart, van Six, met The Split Up als een soort van lang outro daarvan. Dit is het soort werk dat ik ook ken van Cobraz, ooit een ander project van Ritsema. De zang van Ritsema bezwerend, vol overgave en haast in trance, de gitaar hard en strak, drum is uitermate dwingend, de bas is onontkoombaar prominent. Dit is echt next level goed.

Bij Spasmodique gaat het niet alleen om de inhoud, maar ook om de de vorm, om de strotgrijpende stijl van de performer in pak Ritsema. Hij spuugt zijn teksten in de microfoon of er net naast, hij klikt met zijn hakken, hij is de voorganger in de kerk vol dorstige gelovigen. Als een paar mensen voorin woord voor woord alles blijken mee te kunnen zingen word ik even bang… wordt het zo’n avond, gaan we straks ook nog met de handjes in de lucht? Wordt dit de avond van de luchtgitarende meezingende subzestiger? Nee, zo flauw is het niet. Spasmodique is zo’n zeldzame band die voor velen hier tot het muzikale fundament van de coming of age hoortzo’n band die levenslang ultiem belangrijk zal blijven. Spasmodique is een band die je pakt, omringt in een muzikale houdgreep en nooit meer los laat, vroeger niet en nooit niet. Er zijn niet veel van zulke bands, dit hoort tot de mijlpalen van het leven in de muziek. Spasmodique is een band die tot aan begrafenissen aan toe gedraaid zal worden. En terecht. Want ook mythische status moet keer op keer heroverd worden, en dat is precies wat Spasmodique hier vanavond doet. Wat een legendarische band is dit, nog altijd.

Exact 37 jaar na de dood van Ian Curtis duikt Darth Faber een avond in de experimentele half-postpunkige muziek. Curtis is dan dood, maar de inspiratie is er nog altijd! Dergelijke metafysica blijft een beetje hangen (sic) door de zeer matige opkomst in DBs, het was naar verluid vanmiddag al drukker bij de uitvoering van het kinderensemble van Muziek in de Wijk. Het affiche vanavond is niettemin toch wel de moeite waard. En daarom is er natuurlijk altijd nog Darth Faber, voor iedereen die er niet bij was.
De meest experimentele band vanavond is Lärmschutz uit ons eigen statsie. Drie man met trombone, gitaar, synths, een transistorradio, distorted viool, drum en blokfluit spelen een soort van jazz noise. Het is min of meer één lange take, die zomaar eens half om half geïmproviseerd kan zijn, maar er zijn wel wat actes in te onderscheiden. De eerste acte is hard en ontregelend, met freejazz trombone en continu op de achtergrond de ruis van het transistorradiootje. In acte twee gaat de man van de synths achter de drums, de trombone klinkt meer als een experimentele bas, en het stuk eindigt met een Gnod-achtige drum. In de derde acte zijn het meer soundscapes, doet een beetje denken aan de Kilimanjaro Darkjazz Ensemble, maar minder vriendelijk voor de oren. De laatste acte begint met min of meer reguliere vioolklanken, in combinatie met een soort van geluiden uit het museum Van Speelklok tot Pierement, om uit te monden in een soort van freejazz, bij gebrek aan betere omschrijving. Fascinerend, maar niet makkelijk.20170518_210303 (2)
In deze context is Ella Pine bijna een reguliere band, al is dat vanavond zeer betrekkelijk. De driemansformatie zit in het hoekje van Fumaça Preta, met een mix van doldwaze bas, extreem verhoogde stem, exotica, enorm veel loopjes, geserveerd op een dikke laag uiterst complexe drumritmes. Fotograaf Anne-Marie mag ook even meedoen als haar favoriete kleur, “eh… blauw” in een loopje wordt verwerkt. Het is wel even leuk om aan te zien, maar uiteindelijk kan het me toch niet echt boeien. Ella Pine is me iets teveel gimmick.20170518_214315(1)
PILL is een artpunkband uit NY, een soort van ingewikkelde en minder vrolijke versie van Deerhoof, en de zangeres Veronica Torres doet ook denken aan haar collega van Kanipchen Fit. Het onderscheidende element is de saxofoon, normaalgesproken een 20170518_223837 (2)kutinstrument van jewelste, maar hier toch wel een goede aanwinst. Ook hier weer zo’n drummer die nog nooit van driekwartsmaat heeft gehoord, maar wel continu een soort van pi-kwartsmaatritmes eruit gooit. Het is jammer dat de opkomst vanavond zo matig is, het lijkt wat af te doen aan de inspiratie van de band. Je kunt er dan samen natuurlijk een vrolijke avond van maken, maar de interactie met het publiek blijft minimaal. PILL heeft een lekker experimentele postpunk inslag, doordrenkt met noise en toch wel fijne saxofoonjazz. De bas is dwingend en houdt continu de vaart er in. Tussendoor komt een soort van grappig klein gitaartje met enorm veel distortion tevoorschijn. Het zaalgeluid is vrij matig, maar toch horen we wel opvallend veel melodie in deze pittige mix. Leuke band, maar toch weinig inspirerend optreden.
20170518_225729

Samenvatting van onderstaande: HALLO VENRAY is de beste band van Nederland.

Heel mooi affiche in Ekko vandaag, met Hallo Venray en Nouveau Vélo, twee van de fijnste bands van Nederland.

2017-05-12 Hallo Venray-Ekko Anne-Marie van Rijn 014

De zaal moet nog een beetje vollopen als Nouveau Vélo aftrapt. De band bracht een tijdje terug via Excelsior de fijne plaat Reflections uit, dat flink wat meer psychedelica heeft dan het eerdere werk. Nouveau Vélo begint wat tam, maar al gauw komt de vaart er in voor een aantal lekker lang gerekte nummers. De bassist speelt haast motorik zo strak, en op die basis is het lekker losgaan voor de gitarist. Het laatste nummer is helemaal on fire. Lekker.

Terwijl het publiek nog lekker staat te babbelen betreedt Hallo Venray het podium om zonder verdere omhaal direct van start te gaan. Henk Jonkers begint te drummen en we zijn los.

Ik heb de laatste plaat Where is the Funky Party? nog niet echt in me opgenomen, maar dat verandert snel want Hallo Venray speelt de eerste helft alleen maar nieuwe nummers. Dat is straf en uitermate eigenzinnig materiaal, “goed gelukt, deze plaat,” zegt Henk Koorn terecht. Ik zal de enige niet zijn die de nummers nog niet goed kent, al vertelt Koorn dat de plaat op vinyl wel al is uitverkocht.

En wat een geweldig goede band is dit 2017-05-12 Hallo Venray-Ekko Anne-Marie van Rijn 051 (2)toch. Hallo Venray had net zo goed een soort van supergroep kunnen zijn, waarin de beste gitarist, beste drummer en beste bassist van Nederland eens per zoveel tijd bij elkaar komen om een meesterwerk te maken. Maar dit is gewoon een band die het al dertig jaar bestaat om in de voorhoede van de Nederlandse muziek voor te doen hoe het moet.

Hallo Venray heeft die fijne combinatie van relaxedheid en uiterst secuur spelen. Dat is wat al die ervaring dus doet. Hallo Venray is bovendien steeds relevanter, het klinkt af en toe als een soort zeer ervaren versie van Car Seat Headrest. 

In de tweede helft van de set dan nog wat classics uit de rijke geschiedenis, zelfs Tuck the man en Japanese Cars komen langs. Het gedoe met toegift wordt overgeslagen, publiek is echt wel enthousiast genoeg en bovendien is het echt een heel stuk lopen naar de kleedkamer van Ekko, vertelt Koorn. Dus hop, de hele set in één ruk door, lekker de zaal plat spelen.

Hallo Venray stoomt als een trein, Koorn haalt alle uithalen in stem en gitaar, Jonkers drumt de gekste ritmes, en bij elkaar is dit een ijzeren staalkaart van hoe rockmuziek moet klinken. Hallo Venray is de beste band van Nederland.

Alle foto’s zijn van Anne-Marie van Rijn.

Avondje Poolse hardrock, stoner en sludge, dat kan op voorhand al niet stuk. Dopelord, Weedpecker en Major Kong zijn lekker op tour om de rest van de wereld te overtuigen van de waarde van de Poolse underground. Ik weet niet of dat helemaal lukt, want ik hoor na binnenkomst in DBs vrij veel Pools om mij heen, dus er is een kans dat hier vooral voor eigen parochie is gepreekt, maar dat mag de pret natuurlijk niet drukken.

Major Kong mis ik helaas wegens wat huiselijke vertraging (jengelende kinders), maar voor Weedpecker sta ik met een lekkere IJ-wit vooraan. Dat blijkt toch wat overdone, want heel spannend is dit allemaal niet. Weedpecker is een vriendelijke hardrockband, die er in slaagt om alle vernieuwing van de laatste dertig jaar in het genre (en dat is al niet veel) helemaal te vermijden. Om het nog wat gedateerder, pardon, tijdlozer te maken wordt de hele zaak af en toe nog doorspekt met een solo of een vleugje progrock. De geluidsmix zit ook nog wat in de irritatiezone. Deze band gaat de hardrock niet naar een hoger plan tillen en is dat ook helemaal niet van plan. Is dat erg? Nee hoor, want dit zijn duidelijk ware vrienden van de hardrock. De band oogt wat statisch, beetje nerveus misschien, maar ze stralen ook liefde voor het genre uit. Weedpecker houdt van hardrock.

20170509_213246 (2)

Dopelord is dan wel even heel andere koek. Drie mannen met baarden op rij (waarvan we eentje ook al in Woodpecker zagen), plus een hardslaande drummer met baard, begint Dopelord op vol volume met tergend trage vieze sludge. Nog trager dan op de uitstekende plaat Children of the Haze, als een loeizware eg die in de regen ternauwernood door door de keiharde Poolse kleigrond gaat.

De effecten staan vol aan, Dopelord omringt ons met zijn smerige riffs en lange nummers vol van trance. Die atmosfeer wordt versterkt door de wierooklucht die op gegeven moment door de zaal trekt. De zang van de bassist is vrij hoog en past daar heel goed bij, maar als de gal de zaal in moet neemt de linkergitarist de vocale dienst over voor meer grom, grunt en algehele overmacht. Scum Priest klinkt beestachtig, vuil en goed. Minder tekenend voor Dopelord maar wel heel erg lekker is Reptile Sun, eigenlijk een doodgewoon potje hardrock, maar je kunt er wel overal de deur mee intrappen. Een goed uur Dopelord is weer een fijne teistering van geest en gemoed. Hele fijne band.

20170509_225514(0)20170509_231002 (2)

Als nabrander nog even een gedachte die me na deze avond bekroop.
Ondanks dat ik niet alles heb kunnen zien staan hier toch maar mooi drie Poolse bands uitstekend hun ding te doen. Nu kiest het afgegleden festival Eurosonic elk jaar een zgn. focusland en in 2016 was dat ‘Oost Europa’. Is dat een land dan? hoor ik u zeggen. Nee, dat is een verzameling van liefst 14 landen, waaronder Polen. Is de spoeling daar zo dun dan? Welnee, dat kan niet waar zijn, getuige zo’n avond als vanavond. Niemand maakt mij wijs dat er uit de krochten van Warschau, Gdansk, Krakau, Wroclaw, Lodz en Poznán niet een serieuze delegatie voor een Poolse inkleuring van zo’n festival bijeen valt te schrapen. En dat geldt ook voor alle andere landen, inclusief onbekende parels als Slowakije en Bulgarije enz. Commerciële belangen zullen wel weer in de weg staan, maar fuck dat, artistieke belangen zijn veel belangrijker. Kortom: er is ook bij de festivalorganisatoren van Eurosonic nog wel wat zendingswerk te verrichten, zo concludeer ik na vanavond.

 

De dagen lengen, de lammetjes dartelen al weer door de wei en de bloesem barst uit de knoppen, maar dat is geen enkele reden voor vreugde of romantiek, want deze maandagavond wordt aangenaam verduisterd met de gothfolk van Emma Ruth Rundle en Jaye Jayle. Utrecht is passend toegedekt met dikke grijze wolken en als Emma begint te spelen begint het ook zachtjes te regenen. Love it when a plan comes together.

Het leek me op voorhand wat optimistisch om op een maandagavond de hele Cloud Nine zaal te willen vullen met dit soort duisternis, maar bovenin ons plaatselijke cultuurpaleis blijkt dus nog een podium te zijn! Dat was mij tot vandaag volledig ontgaan. Recht tegenover de ingang van de Cloud Nine is dus nog een klein podium, aan de kant van de Bijenkorf zeg maar. Het is een hoog zaaltje, met een barretje achterin, wat aangename zitplekken, en gek balkonnetje zelfs, en plek voor een man of 150. Het heet blijkbaar ook gewoon Cloud Nine, de marketingadviseur had blijkbaar geen extra namen meer paraat.

Hier gaat het dus gebeuren.

Het kleine zaaltje is gevuld met pakweg zestig liefhebbers. Ik zie shirtjes rondlopen van Sunn O))), Swans en Neurosis, met de credibility van Emma bij de stevige jongens zit het wel snor. Niet voor niks heeft ze de avond vooraf blijkbaar ook nog Roadburn gedaan. Aftrap is door Jaye Jayle, die ik niet ken, maar frontman Evan Patterson heeft al wel ruimschoots zijn sporen heeft verdiend in metalband Young Widows. Inmiddels is er ook een split-EP met Emma Ruth Rundle uitgebracht en straks blijkt de band ook grotendeels de achtergrondband van Emma te zijn. Jaye Jayle oogt haast als Cave – niet in het minst vanwege de harige sidekick op bas -, maar ook Timber Timbre en Wreckmeister Harmonies klinken hier door. Dit is waarlijk een opbaring! De nummers worden goed lang uitgesponnen, de band is niet bang om spanningsvolle stiltes te laten vallen, om vervolgens met creepy noisegedreven folkrock weer helemaal los te gaan. Jaye Jayle, onthou die naam!

20170424_212415Emma Ruth Rundle is al een tijdje actief op het raakvlak van postrock, darkfolk, en Kate Bush, met een soort akoestische versie van Chelsea Wolfe, waarmee ze ook doet denken aan bijvoorbeeld Sharon van Etten. Op de prachtige platen Some Heavy Ocean en vooral Marked for Death geeft ze kleur aan de vaak zo zwartwitte gothic. Dat horen we vanavond in alle diepgang terug. Emma begint met een paar nummertjes solo, voor een muisstille zaal, begeleid op haar galmende akoestische gitaar. Af en toe geeft ze met haar hakken een ritme aan, een geinige aanvulling.

De stilte van de zaal maakt haar een beetje nerveus, lijkt het, wat net bij Jaye Jayle ook al zo was. Maar het is stilte vol bewondering en dat doet Emma toch ook zichtbaar goed. Emma is er bovendien niet bang voor om zich volledig open te stellen voor het aandachtige publiek. We zijn met maar weinig, maar dit is wel een stelletje fijnproevers bij elkaar! Na een paar solonummers komt de band er bij. Verdomd, als dat Jaye Jayle niet is. Dat scheelt weer in de reiskosten. Met de band erbij krijgt het geheel pas echt de reikwijdte en de kleur die we ook op de platen horen, tussen creepy gothfolk en ijzingwekkende schoonheid in.

Emma heeft een expressieve performance en op een gegeven moment gaat het wel opvallen dat Emma iets raars doet met haar mond, alsof even twijfelt tussen het uitspugen van een hete bitterbal en het blazen van een kauwgombal. Het hoort bij haar zang, blijkbaar, we zullen bij gelegenheid haar logopedist er eens op aanspreken. Het zit mij verder niet in de weg, zeker niet bij prachtige nummers als Protection en Furious Angel. Na pakweg een uurtje is het al weer voorbij, maar Emma én Jaye Jayle hebben hier weer een paar devote zieltjes gewonnen.

20170424_213825