archiveren

Tagarchief: België

Drie dagen vooraf ontvang ik van dB’s een instructiemail van waarlijk literaire snit en omvang, met meer toelichting op alle coronamaatregelen dan de hele site van de rijksoverheid bij elkaar. De boodschap is glashelder: dB’s gaat weer open, voor het eerste concert in postnormale tijden, en hoe dat werkt gaan we samen ontdekken. Dit wordt een gedenkwaardige avond met La Jungle!

Alle foto’s: (c) Anne-Marie van Rijn

Ik ben zowaar een beetje zenuwachtig, niet zozeer van de overdaad aan regels, maar over de vraag of en hoe dit gaat werken vanavond. We zitten middenin een zoektocht naar Het Concert in coronatijd. We moeten experimenteren en proberen om al die regels niet de dood in de pot te laten zijn en als het even kan te laten uitdagen tot nieuwe verrassingen. Vorige week was ik al bij Clean Pete in TV, voor mijn start van dit experiment. Dat was een prachtige avond vol van hoop, maar het had ook wel iets tragisch, met het publiek zo op afstand van elkaar en van de artiest. Vanavond gaat het hoe dan ook anders zijn, want voor het eerst in maanden kunnen de oordopjes weer mee.

Er is ruimte voor 20 mensen op evenzoveel stoeltjes, die in de zaal gereed staan. In kleine groepjes worden we via de podiumingang naar binnen geloodst, iedereen loert nog wat giechelig rond, alsof we op schooluitje zijn. Ik vind een kruk op mijn vertrouwde hoekje linksvoor, dat voelt goed. Strak op tijd begint de band, dat is dan alvast iets nieuws in coronatijd.

En laat ik hier net zo to the point komen, want, beste mensen, La Jungle speelt genadeloos alle versufte trommelvliezen weer in opperste staat van paraatheid. Slechts twee man sterk, drummer en gitarist, de rest van het podium is gevuld met apparatuur voor feedback, loops, fuzz en versterking.

Drummer Rémy en zanger/gitarist Mat van La Jungle komen ergens uit Wallonië, heb ik me laten vertellen. Ik stel me voor uit zo’n weggeroeste staalstadje, een voedingsbodem voor een zielloos leven lang Duvel drinken, maar het kan dus ook inspireren tot cutting edge anarchistische technokraut, vol uitzinnige loopjes, rare ritmes en stuiterende zang. La Jungle doet denken aan Madensuyu en soms aan Gnod. De krukjes en de stoeltjes blijven dan ook niet langer dan een halve minuut bezet en als we allemaal naar de band staan te kijken en lekker meedansen (keurig op afstand van elkaar, ieder op een eigen wit kruis op de vloer), ja dan ontstaat er zowaar een gevoel van euforie: jawel, zo was het! Zo moet het! Zo willen we het!

Tussendoor hapert de machine even in een momentje van technische malheur, maar de band laat zich daardoor niet kisten, net zomin als door de rare setting met al die stoeltjes in de zaal. Daarna gaat het weer ongenadig hard tekeer, met een denderende bas als ondergrond voor de oneindig repeterende boodschap want o zo belangrijke boodschap dat Black Lives Matter.

Het hele concert duurt maar een uurtje, langer houdt de drummer het vermoedelijk ook niet vol. Maar het is een belangrijk uurtje: de band laat zien dat je gewoon hard en goed en vol overtuiging kan spelen, dB’s laat zien dat dat coronaproof georganiseerd kan worden. We zijn er natuurlijk nog lang niet: hier hadden honderd mensen bij moeten zijn, een moshpitje had wel gemogen, heen een weer lopen naar de bar zou fijn zijn, maar laten we niet mekkeren over wat er niet is en koesteren wat er wel is: Het Concert Leeft Weer!

****
Gastrecensie Luuk Zandloper

In Nederland zijn Vlaamse artiesten artistiek en commercieel redelijk succesvol, maar er dringt vrijwel nooit een Franstalige Belgische artiest door het ijzeren taalgordijn heen. Na Jacques Brel (maar dat was de verwarring van België in één persoon: een Vlaming die Frans zong) was Sandra Kim de laatste Waalse artiest die een blipje op de Nederlandse muziekradar gaf toen ze in 1986 het Songfestival won. En toen… heel lang helemaal niks… totdat Brusselaar Stromae (pseudoniem van Paul Van Haver) in 2010 zijn gekmakend aanstekelijke deuntje Alors On Danse uitbracht. Het wat atypische electropop-nummer met een ongekend deprimerende tekst ging in Europa meer dan een half miljoen keer over de digitale toonbank. Het daarop volgende album Cheese was zeer succesvol in België en Frankrijk en bevatte meer moois zoals Te Quiero (ook weer zo’n lachsucces met teksten (in vertaling) als ‘We zullen ons leven niet veranderen/dus net als iedereen zal ik lijden/tot de dood’). In Nederland brak Stromae pas echt door met zijn eerder dit jaar uitgekomen album Racine Carrée en de singles Formidable en Papaoutai, waarin opnieuw intelligente teksten worden gecombineerd met slim gemaakte electropop.

Voor zover ik kon nagaan had Stromae nog nooit in Nederland opgetreden totdat hij op 21 december in De Melkweg stond. Eigenlijk raar, maar anderszijds: als er in België en Frankrijk een miljoen exemplaren van Racine Carrée worden verkocht dan is er misschien ook maar weinig reden om naar onze moerasdelta af te reizen. Maar goed daar staat hij dan toch, voor een uitgelaten en overvolle Melkweg in Amsterdam. Het voorprogramma bestaat uit de Nederlandse electro-popperThomas Azier: dat pakken we maar voor de helft mee door een fikse rij voor de ingang van De Melkweg, dus heel veel kan ik er niet over zeggen. Hij krijgt de zaal in beweging en dat is niet altijd even makkelijk als de bezoekers voor iemand anders zijn gekomen, dus die naam moeten we even onthouden.

Het optreden van Stromae begint met een geprojecteerde tekenfilm. We zien Stromae door een zwartwit-landschap buitelen terwijl stuk-voor-stuk de bandleden op het podium verschijnen. Die zijn gekleed in een soort 19e eeuwse outfit in korte broek met lange kniekousen en bolhoed, waardoor het soms lijkt of het van Kuifje bekende detective-duo Jansen en Janssen achter de instrumenten staat. Als laatste schuift de ster van de avond het podium op en beginnen we met Ta Fête. Na dat nummer richt Stromae zich voor het eerst tot het publiek in een aandoenlijke mengeling van Nederlands, Frans en Engels en hiermee wikkelt Stromae Amsterdam binnen no time om zijn vinger.

Stromae is zeer goed van stem en zijn band ondersteunt hem kundig. Hij is op het podium een zeer innemende persoonlijkheid en beweegt als een slangenmens. Soms wordt het optreden een soort muziektheater, bijvoorbeeld als Stromae gezellig kwebbelend aan een terrastafeltje op het podium gaat zitten en de helft van zijn gezicht met lipstick opmaakt. C’est bizarre, non? Muzikaal is het over het algemeen heel goed verzorgd en eclectisch met invloeden uit electro, hiphop, Afropop en (jawel) Jacques Brel. Helaas zijn niet alle nummers even sterk. Wie zit er te wachten op een verhandeling over ‘moules-frites’ en het gelijknamige nummer dat klinkt alsof het anno 1991 in een Zedelgemse disco is opgenomen?

Stromae is uitzonderlijk creatief maar ook gewiekst want de kneiterende hits zitten allemaal achter in de setlist. Halverwege Alors On Danse introduceert Stromae opeens zijn favoriete Nederlanders: Zie Opposiets! En ja hoor daar komen Willy en Big2 het podium opgestuiterd om nog wat mee te feesten. Vervolgens gooien die hun ultra-lompe stamper Thunder er nog even in. Hoewel Stromae dit allemaal prachtig lijkt te vinden, onderstreept het onbedoeld de artistieke armoe die bij de The Opposites, in vergelijking met Stromae, op de loer ligt. Stromae zelf sluit af met Papaoutai en het instrumentale Merci maar de bedankjes zijn geheel wederzijds.

Stromae is pas net begonnen aan zijn offensief om Nederland te veroveren. Binnenkort speelt hij nog in Eindhoven, Utrecht en in de Heineken Music Hall (allemaal uitverkocht). Hopelijk neemt hij De Melkweg nooit meer in zijn schema op, want (mag ik dat zeggen, ja dat mag ik zeggen) dat is toch wel één van de beroerdste concertzalen van Nederland vanwege chronisch zuurstofgebrek, slechte zichtlijnen in de zaal en de totaalchaos met doorelkaar lopende publieksstromen bij de uitgang van de zaal, waardoor ik overigens wel tegen een hyper-enthousiaste voormalige Dolly Dot opbotste. Stromae: 4, De Melkweg: 0.

Luuk Zandloper

20131223-095043.jpg