archiveren

Tagarchief: Dbs

Drie dagen vooraf ontvang ik van dB’s een instructiemail van waarlijk literaire snit en omvang, met meer toelichting op alle coronamaatregelen dan de hele site van de rijksoverheid bij elkaar. De boodschap is glashelder: dB’s gaat weer open, voor het eerste concert in postnormale tijden, en hoe dat werkt gaan we samen ontdekken. Dit wordt een gedenkwaardige avond met La Jungle!

Alle foto’s: (c) Anne-Marie van Rijn

Ik ben zowaar een beetje zenuwachtig, niet zozeer van de overdaad aan regels, maar over de vraag of en hoe dit gaat werken vanavond. We zitten middenin een zoektocht naar Het Concert in coronatijd. We moeten experimenteren en proberen om al die regels niet de dood in de pot te laten zijn en als het even kan te laten uitdagen tot nieuwe verrassingen. Vorige week was ik al bij Clean Pete in TV, voor mijn start van dit experiment. Dat was een prachtige avond vol van hoop, maar het had ook wel iets tragisch, met het publiek zo op afstand van elkaar en van de artiest. Vanavond gaat het hoe dan ook anders zijn, want voor het eerst in maanden kunnen de oordopjes weer mee.

Er is ruimte voor 20 mensen op evenzoveel stoeltjes, die in de zaal gereed staan. In kleine groepjes worden we via de podiumingang naar binnen geloodst, iedereen loert nog wat giechelig rond, alsof we op schooluitje zijn. Ik vind een kruk op mijn vertrouwde hoekje linksvoor, dat voelt goed. Strak op tijd begint de band, dat is dan alvast iets nieuws in coronatijd.

En laat ik hier net zo to the point komen, want, beste mensen, La Jungle speelt genadeloos alle versufte trommelvliezen weer in opperste staat van paraatheid. Slechts twee man sterk, drummer en gitarist, de rest van het podium is gevuld met apparatuur voor feedback, loops, fuzz en versterking.

Drummer Rémy en zanger/gitarist Mat van La Jungle komen ergens uit Wallonië, heb ik me laten vertellen. Ik stel me voor uit zo’n weggeroeste staalstadje, een voedingsbodem voor een zielloos leven lang Duvel drinken, maar het kan dus ook inspireren tot cutting edge anarchistische technokraut, vol uitzinnige loopjes, rare ritmes en stuiterende zang. La Jungle doet denken aan Madensuyu en soms aan Gnod. De krukjes en de stoeltjes blijven dan ook niet langer dan een halve minuut bezet en als we allemaal naar de band staan te kijken en lekker meedansen (keurig op afstand van elkaar, ieder op een eigen wit kruis op de vloer), ja dan ontstaat er zowaar een gevoel van euforie: jawel, zo was het! Zo moet het! Zo willen we het!

Tussendoor hapert de machine even in een momentje van technische malheur, maar de band laat zich daardoor niet kisten, net zomin als door de rare setting met al die stoeltjes in de zaal. Daarna gaat het weer ongenadig hard tekeer, met een denderende bas als ondergrond voor de oneindig repeterende boodschap want o zo belangrijke boodschap dat Black Lives Matter.

Het hele concert duurt maar een uurtje, langer houdt de drummer het vermoedelijk ook niet vol. Maar het is een belangrijk uurtje: de band laat zien dat je gewoon hard en goed en vol overtuiging kan spelen, dB’s laat zien dat dat coronaproof georganiseerd kan worden. We zijn er natuurlijk nog lang niet: hier hadden honderd mensen bij moeten zijn, een moshpitje had wel gemogen, heen een weer lopen naar de bar zou fijn zijn, maar laten we niet mekkeren over wat er niet is en koesteren wat er wel is: Het Concert Leeft Weer!

Het leven is rommelig en onvoorspelbaar. Je gaat naar school, je bent verlegen, je wordt verliefd, maar durft het niemand te vertellen. Daarna ga je studeren, je maakt vrienden, je overwint tegenslag, maar als dan de wereld voor je open ligt heb je geen idee wat je er mee aan moet. Maar het komt goed. Je werkt, je vrijt, je zoekt, je wordt volwassen en zowaar: iemand houdt van je, en je houdt ook van haar, er zijn kinderen, je bent zo tien jaar verder, en dan nog eens tien, je wordt wijzer en ook melancholiek, want mensen worden niet alleen geboren, ze gaan ook dood.

Zo modder je zo’n beetje door het leven. En al die tijd is er muziek. Er is muziek die past bij de tijdgeest en later weer vergeten raakt, er is muziek voor herinneringen van feesten, van samenzijn of van verdriet, soms klinkt de muziek duidelijk en hard, maar vaker nog ergens op de achtergrond, als een veelstemmig oorwurmpje dat niet los laat. Altijd is er de soundtrack van het voortmodderen door het leven. En vanavond realiseer ik me ineens dat Hallo Venray die soundtrack maakt.

Deze vrijdagavond speelde Hallo Venray weer in de dB’s, ik zie ze hier al voor de derde keer. Ditmaal worden er opnames gemaakt, voor wat hopelijk uitmondt in een heuse Live in Utrecht-plaat. Dat ging, geheel in lijn met bovenstaande, enigszins rommelig: er brak een snaar, de lichtman is te laat, het publiek kletst wat, Henk vertelt zowaar dat Hallo Venray al een jaar niet heeft gespeeld, maar nu dus wel meteen maar opnames maakt.

Maar die rommeligheid is dus ook perfect. Hallo Venray is een band die de dingen laat gebeuren en in die vrijheid bruist, ademt en bloeit. We horen nummers van de Excelsior-platen (de laatste vier) en daar zitten meer sieraden tussen dan bij een gemiddelde juwelier in de vitrine. Henk Jonkers is nog steeds de beste drummer van Nederland, Peter Konings bast er stoïcijns op los, Henk Koorn is zijn verlegen relativerende charmante zelf. Iedereen houdt van Henk.

Het laatste nummer is dan toch een oude klassieker. Tuck, the man wordt opgedragen aan de onlangs overleden drummer van De Abba’s, ooit een muzikaal nevenproject van Hallo Venray. Het is schitterende weemoed, met natte ogen en een brok in de keel. Een leven zonder de soundtrack van Hallo Venray is onvoorstelbaar.

De band Hallo Venray in dB's op 21-2-2020De band Hallo Venray in dB's op 21-2-2020De band Hallo Venray in dB's op 21-2-2020

Alle prachtige foto’s door (c) Anne-Marie van Rijn

Giant Drag en Deutsche Ashram doen samen een klein toertje door Nederland en de Joe-kee en de etappe van vandaag brengt ze naar Utrecht. De dinsdag is echter geen makkelijke avond voor de hardwerkende Nederlander van tegenwoordig, want druk is het niet in dBs. Blijkbaar ontbreekt de puf om op te draven voor een interessante avond muzikale fijnproeverij. Gelukkig was Darth Faber er om verslag te doen (@Kettingzaag: dit mag je zo overnemen hoor) en Anne-Marie van Rijn maakte daar prachtige foto’s bij.

Deutsche Ashram is het duo Ajay Saggar en Merinde Verbeek, beiden actief in de muziekscène rond Paradiso en ver daarbuiten. Ajay is ook de motor van King Champion Sound (die zagen we eerder al hier) en Merinde speelde daar in de begintijd ook in mee. Deutsche Ashram is andere koek. Ajay haalt uit zijn laptop kille industrial echo’s en breit daar wat overstuurde gitaar doorheen, terwijl Merinde dit pareert met haar warme zang. Het is een mooi contrast. Enige jaren tachtig-nostalgie bekruipt ons wel, met referenties aan de wave van de Cocteau Twins. Vooral Stumbleweed, het openingsnummer van de spiksplinternieuwe plaat Whisper Om mag er zijn. In deze setting ontbreekt niettemin wel wat dynamiek, Merinde staat er naast de verlegen Ajay wat eenzaam bij, al kan ze wel prachtig nuffig over het publiek heen kijken.

De band Deutsche Ashram in dB's op 4-2-2020

Giant Drag koestert ook de wat verveelde pose, hier in Utrecht ‘or wherever we are’. Giant Drag is de band van zangeres/gitarist Annie Hardy, die vandaag drummer Colin heeft meegenomen als enige rest van de band. Annie oogt als een kleine meid, maar is dat zeker niet. Giant Drag begon al in 2005, hield tussendoor ook even op, ze speelde met Lemonheads, Jesus & Mary Chain, Deftones en vele andere grootheden, ze ging privé door diepe dalen, maar here she is, een kleine legende inmiddels, op blote voeten in een vergeelde grungejurk voor een mager gevulde zaal in Joetrek.

De band Giant Drag in dB's op 4-2-2020Dat wordt een bijzondere set. Annie moet even op stoom komen, het publiek moet even wennen. Ze speelt lekker smerig gitaar, echt bijzonder goed bij stem is ze aanvankelijk nog niet, maar ze legt er wel verdomd veel overtuiging in. Op de drum zit een volle galm, voor een groots en vuig geluid. Ja ja, dit is wel wat. Het nieuwe nummer Devil Inside leunt op gitaar vol spannende smerigheid, met rauw overstuurde stem wordt hier een ex-vriendje de hoek in geparkeerd. Pak aan!

Het tussenstuk is solo akoestisch, maar de aandacht verslapt geen moment. Tussen de nummers door blijkt Annie onstuitbaar ouwehoerend in monologen, in één volzin van Zweden tot kaas tot Michael Jackson, een zin later over het genot van dicks, het is heerlijk associatief cabaret. Je kan Annie heel goed bloedirritant vinden, maar dan wel met bewondering voor haar theatrale lef. 

Het geluid, wat zeg ik, de hele uitstraling van Giant Drag is de grunge van weleer, postmodernisten spreken dan van nü grunge: verveelde uitstraling, problematiek van de welvaart der witte middenklasse, raggende gitaar, Courtney Love-jurkje, lummelig lang haar van de drummer, het is er allemaal. Eerste uitsmijter van de avond is een wonderlijk avantgardistisch ritueel met kunstenaar Flux (of zoiets), die met bontmutsje op en vol flair rechts van het podium tegen de muur een tekening krijt, die nog het meest weg heeft van de naïeve en vooralsnog bij het grote publiek onbegrepen kunst van kinderdagverblijf Duimelot. Tweede uitsmijter van de avond is een prachtig verscheurde versie van Chris Isaak’s Wicked Games, waarin alle Weltschmertz van de hedendaagse grunger nog eens helemaal over ons uit wordt gestort.

De band Giant Drag in dB's op 4-2-2020De band Giant Drag in dB's op 4-2-2020

Foto’s: (c) Anne-Marie van Rijn

Zie hier mooi verslag van Kettingzaag: http://www.dekettingzaag.nl/giant-drag-is-vooral-schrijnend/

Het is weer back to business in dB’s, na een toch behoorlijk gedenkwaardige DBs-verjaardagsfeest vorig week: prachtig weer, geweldige muziek, letterlijk duizenden bezoekers, bier bijna op, maar euforie voor bands die we al kennen of die we ter plekke ontdekken. Ik was daadwerkelijk geroerd om te zien hoe groot de basis is voor De Basis, want dat zal in de komende tijd hard nodig zijn.

Nu we allemaal weer zijn bekomen is het weer alle ruimte voor het reguliere programma, en zo staan hier vanavond Cosmic Dead en Rainbow Grave. Zei ik bekomen? Dat is voorbij, want vanavond gaan alle remmen er af voor een avondje keiharde spacerock.

Ik kom halverwege de set van Rainbow Grave binnen en zie dat alle kaarten al op tafel liggen. Dit is een verschroeiend harde mix van postpunk en metal, maar met een bijzonder knappe touch van melancholie er doorheen. De zanger is als technicus niet bijzonder goed, maar de emotie is oprecht. De gitarist gaat ziedend hard, leunend op een denderende drummer en bassist. De mateloosheid van het volume doet me wel wat denken aan Pop.1280, ook al zo’n band die totaal eigenzinnig het publiek niet voor zich wil winnen, maar liever overdondert.

Cosmic Dead uit Schotland begint haast achteloos aan de set. De gitarist staat enorm te prutsen, de bassist loopt nog even weg, de synth-man is nogal afwezig, en als we dan kunnen beginnen gaat de drummer nog eens op zoek naar zijn oordopjes. Het lijkt verdomme wel een toneelstuk van Tsjechov. Maar toch kristalliseert het gepiel zowaar uit in een stuk onverwoestbare spacerock. Is dit nu net geïmproviseerd? De bassist heeft er maling aan en staat te hakken alsof hij de nachttrein naar Uranus nog moet halen. Nondeju, dit is nog eens een start!

Na dit eerste nummer rent de synthman annex steelguitar-speler snel naar achteren om euforisch terug te komen met een fles rode wijn, en dan voel je al een beetje aankomen dat dit nog wel eens een avond met een wending kan worden.

Cosmic Dead gaat verder met een werkelijk fantastisch nummer, denderend tot voorbij de buitenste ringen van Saturnus, gedragen door een bezwerend repetitieve zang van de bassist en voortgestuwd tot tijdloze trance. En dan plots komt er een wending naar meer rechttoe-rechtaan metalcore, waar de synthman (die van de fles wijn) de brullende zanger wordt voor de tweede helft van de set.

En dat is een veel wonderlijker fase. Ineens ga ik net zo makkeijk even naar de wc of naar de bar. Het spacet lekker door allemaal, maar de concentratie is bij mij ineens weg. Het is niet zo dat Cosmic Dead te ver opstijgt, eerder dat het te aards wordt. De band speelt nog steeds prima, maar we moeten zelf op zoek naar de samenhang. Soms is het weer een tijdje goed uitgelijnd, maar net zo vaak schiet het alle kanten op, aangejaagd door de immer vrolijke synthman en zanger.

Zo ga ik naar huis met mixed feelings: je zou de Cosmic Dead zo de soundtrack van de eerste reis naar Mars toevertrouwen, maar je loopt wel het risico dat je er bij Pluto achterkomt een verkeerde afslag te hebben genomen. Avontuur verzekerd!

20190920_22493120190920_22033820190920_221816

Vandaag spiksplinternieuwe show van een collectief veteranen zonder weerga uit de Amerikaanse underground. Steve Shelley (Sonic Youth), Ernie Brooks (Modern Lovers) en Matt Mottel (Talibam!) hebben nog niet eens een naam verzonnen voor deze nieuwe incarnatie, maar de labels van de vroegere affiliaties zijn meer dan voldoende om nieuwsgierig naar dB’s te fietsen.

Voorprogramma is Black Monsoon, een sympathieke geluidsmachine uit Deventer. De band moet duidelijke even op gang komen. Het geluid werkt aanvankelijk ook niet echt mee, maar uit de moddervette sound kristalliseert gaandeweg een lekker venijnige fuzz noise. De zangeres gooit de schroom van zich af en vooral het laatste nummer is goed, als de zanger haast cobainesk de psychische nood van zich af schreeuwt.

20190203_205328

De opstelling van Shelley, Brooks & Mottel is wat onverwacht, want hier geen scheurende gitaren, maar een oldskool keytar, gestut door een enorme batterij aan effectpanelen. Had ik kunnen weten, want Mottel speelt dit blijkbaar al jaren, maar ik kom ook niet wekelijks in de Newyorkse underground, dus eerst even wat verdieping:

20190203_225157Steve Shelley was decennialang de ritmepilaar van Sonic Youth, de betrouwbare kracht tussen de botsende charisma’s van Ranaldo, Moore en Gordon, de droge klap tussen de moddervette gitaren. Een grootheid, kun je gerust zeggen. Bassist Ernie Brooks gaat nog langer mee en speelde in de jaren zeventig in de The Modern Lovers (met Jonathan Richman), supercatchy proto-alles voor de antihelden. Je kent het van Egyptian reggae. Matt Mottel is de jongste. Hij speelt in Talibam!, een dadaistisch kunstzinnig freejazz duo. En daar speelt hij, juist, de synths en de keytar.

We krijgen een set van 11 nummers, plus 3 in de toegift. De drie spelen af en toe nog wat onwennig, maar dat is niet raar want dit is één van de eerste keren dat deze combinatie live speelt. We krijgen wat je noemt een gevarieerde set: een aantal instrumentale keytar attacks, ziedende avant garde en nummers die met recht ballads kunt noemen. De band schakelt mooi tussen heden en verleden, met heel toffe oude nummers van The Modern Lovers (Suburbs, She Cracked, Modern World), een nummer van Brooks en avantgardist Arthur Russell (I forget) en dat alles gelardeerd met fijne nieuwe nummers.20190203_223420

Meest interessant zijn de nummers waar de nostalgie van de Modern Lovers, de übergeile basloopjes van Brooks, de zweepslagen van Shelley en de keytar-gekte van Mottel bij elkaar komt tot echt iets wonderlijk nieuws. Ik ben bepaald geen fan van de suffe keytar, maar dit is toch wel echt een heel interessante combinatie, gestut door decennialang ervaring en experimenteerdrift. Maar het allergeweldigst is de fantastische Sonic Youth-afsluiter Youth Against Fascism. Aah, die had ik lang niet gehoord!

Ja, dit is wel veelbelovend. Nog een paar pittige nummers erbij om het originele werk (en het geouwehoer achterin) te overstijgen, nog een naam verzinnen, maar dat kan allemaal best. Laten we hopen dat dit experiment wordt doorgezet, want dit kan een hele mooie ontdekkingstocht worden.

20190203_225504

20190203_225632

Veelbelovende avond vandaag! Dead Meadow gaat al twee decennia mee en heeft net (voor het eerst in lange tijd) weer een fijne nieuwe plaat, The Nothing They Need, en we weten dat het live altijd goed is. Ze zitten middenin een zeer uitgebreide tour, die ze brengt tot in Rusland en Zuid-Afrika, binnenkort ook op Desertfest in Antwerpen, maar nergens is het zo leuk natuurlijk als in ons eigen dBs, zoals we eerder al een paar keer zagen.

20181010_210414Eerst krijgen we Trans van Santos voorgeschoteld, een Californische Portugees die solo met akoestische gitaar een paar nummers voor ons speelt. Van Santos gaat aanvankelijk wat verborgen onder zijn hoodie, maar durft gaandeweg steeds meer los te komen. Hij pingelt lange instrumentale stukken, soms in combinatie met zijn hakken als percussie, en een stem met het aangename timbre van Lou Reed. I am a neon tree, zingt hij. Het luistert lekker weg, een fijne Californische geestverruiming. Van Santos is tussen de nummers door nogal breedsprakig met wonderlijke teksten over zijn eerste avonturen buiten de VS, blijkbaar wilden de autoriteiten niet erg meewerken aan zijn tournee. Het laatste nummer krijgt een mooie aankondiging: “This may be the last one you ever hear, you never fucking know”. Zo is het inderdaad ook altijd maar weer. Van Santos was tevoren wat gespannen, maar hij durft kwetsbaar te zijn en krijgt in ruil daarvoor een warm bad van het publiek.

Dead Meadow is een hypnotiserende spacemachine van het beste soort en een vergelijking met Spacemen 3 is bepaald niet te ver gezocht. Dead Meadow verkent vanavond heel het genre van de psychedelische rock, van repeterende motorik en wah-wah galm, tot aan luisteren met je ogen dicht naar de melancholie die in dikke lagen door de muziek heen is gemengd.

Dat levert een mooi spacy palet op, met vele referenties. We horen de lijzigheid (of slack zoals dat tegenwoordig heet) van J. Mascis, de sludgy motor van Black Mountain, de ondertoon van blues van Black Rebel Motorcycle Club, de melancholie van Spiritualized en de zompige  space van Moon Duo. Dat zijn niet slechts referenties, maar de ingrediënten van een heel eigen geluid.

De vorige keer in dBs vond ik Dead Meadow al heel goed, maar deze keer is het buitengewoon. Het is mooi om te zien hoe een band die al lang meegaat nog steeds aan zeggingskracht weet te winnen. Dat alles wordt nog eens mooi samengevat in de toegift, met een nummertje solo, gevolgd door een knetterende trip in outer space. Dead Meadow is een band om te koesteren.

20181010_22245820181010_222445

Vanavond een uitverkochte pot ultrazware rock in da house bij dB’s. En niet de minste, want Crowbar brengt 30 jaar sloopervaring mee. Een band die in de sublagen van het harde werk een stevige naam heeft opgebouwd, en daarmee vanavond de enige show van deze toer in Nederland doet, bij mij om de hoek. Mooi!

Voorprogramma is het bepaald niet misselijke Earth Ship. Eigenlijk best wonderlijk dat deze bandnaam niet veel meer circuleert, maar de metalarchieven houden het bij deze Duitse sludge/doom machine. We pikken maar twee (lange) nummers mee, maar potverdorie, deze sludge astronauten meten zich moeiteloos met gelijksgestemden als Monolord of voor mijn part zelfs Conan. Stevige sludge, lange trancy riffs, spacy tot aan de randen van de galaxy. Hier had ik wat eerder bij moeten zijn, want dit is wel een mooie ontdekking, hoor.

Crowbar gaat al zo’n dertig jaar mee, in het schemergebied tussen af en toe een grote set (als voorprogramma), maar vooral als band die met steeds meer staat van dienst de wat bescheidener zalen aandoet. Voor dBs is het een grote vangst en het was dan ook in no time uitverkocht.

Ik behoor zeker niet tot de aanhangers van het eerste uur en dat oogt op het eerste gezicht wederzijds, want Kirk Windstein en zijn kornuiten ogen nog wat knorrig bij aanvang. Kom op jongens, niet mekkeren maar spelen! Het duurt wel een paar nummers voordat de band werkelijk op stoom komt, maar in pakweg de tweede helft van de set ontstaan er wel wat riffs die passen bij een sub-classic als Crowbar.

Crowbar heeft de naam een mix te spelen van sludge, hardcore, stoner en rock, en dat klopt vanavond ook wel. Maar het is niet echt een aanbeveling. Zeker in de eerste helft blijft Crowbar vaak wat hangen in een mix van stijlen. Je zou ook kunnen zeggen: de composities zijn eigenlijk niet zo goed. Soms komt men daar mee weg (er staat al jaren een mislukte compositie op 1 in de top 2000 per slot van rekening), maar bij Crowbar hoor je telkens ook weer nummers waar het allemaal wél op zijn plek valt, met straffe riffs, overtuigende grunt of knetterend gitaarwerk. Daardoor vallen de rommelige nummers wel extra op.

In de loop van de set komt Windstein er ook wat beter in. Aanvankelijk moet hij het hebben van opjutterij als “Are you with us dBs? Can’t hear you”, maar later komen er mooie maar volslagen onverstaanbare monologen over New Orleans, die nog het meest doen denken aan de vroege Tom Waits dronken in de kroeg.

Crowbar is een mooie band om hier in dBs te zien. Je hoort aan alles de classics, de ervaring en de kunde, maar tegelijk hoor je ook dat de band op alle genres waar ze opereert al lang en breed is ingehaald door veel betere acts. Zoals het voorprogramma Earth Ship. Maar menig festival kan nog jaren worden opgeleukt met een uurtje Crowbar.

Darth Faber zit nog even in de pauzestand vanwege drukke andere bezigheden, maar zoveel moois als wat Hallo Venray vanavond wederom brengt mag toch niet onbesproken blijven. Zeker niet als Anne-Marie van Rijn er prachtige foto’s bij levert!

Het is een toertje tussendoor, zonder specifieke aanleiding of zonder nieuw album, maar wel met goede reden, want vorig jaar verliep de samenwerking met Nouveau Vélo naar tevredenheid, dus waarom niet nog een keer? Bovendien speelde Hallo Venray hier in dBs eerder al eens een absolute vijfsterrenshow. Reden genoeg om het dak er weer eens af te blazen, al blijft het raar dat zo’n toch tamelijk legendarisch affiche de tent voor maar hooguit driekwart uitverkoopt.

Nouveau Vélo trapt af. Normaal zijn ze met zijn vieren, meen ik, maar vandaag is de setting minimaal, met retestrakke drum-motorik die niet veel meer is dan tom en snare, een melodieus galmende gitaar, en een bas die alles bij elkaar lijmt. De nummers van het fijne album Reflections zijn in deze driemansformatie mooi tot de kern zijn teruggebracht. Wat anderszins klinkt als een soort slowcore, is nu een haast bezwerende psychrock geworden. Heel erg lekker.

 

Hallo Venray brengt ons vanavond een staalkaart van het beste werk uit de grote catalogus van bijna drie decennia. “Slow Change is onze enige hit,” vertelt Henk. “Vroeger speelden we het omdat het moest, nu omdat het kan.” Zo ontspannen zit Hallo Venray er tegenwoordig dus in, spelend omdat het leuk is, leunend op speelplezier en bakken vol ervaring. Dan maakt het niet zoveel uit dat het af en toe wat onnauwkeurig is (mogelijk toch de tol van de whisky vooraf) of dat de galm wel wat minder had gekund.

2018-09-29 Hallo Venray-dB's Anne-Marie van Rijn 084Want wie maalt daar om na het intens prachtige Tuck the man, een van de mooiste nummers die ooit aan vaderlandse bodem ontsproot. Verdorie, weet Henk wel dat wij allemaal zelf verliefd waren als Tuck? Ziet Henk wel de tranen vol herinneringen aan onbeantwoorde liefdes? Voelt Henk wel hoe hier in de zaal de schatkamers vol nostalgie open gaan?

Het is een vroeg hoogtepunt in een gevarieerde set, waarin lustig met juweeltjes gestrooid wordt. Hallo Venray schakelt van ingetogen emotie naar lange instrumentale heftigheid en weer terug. Heel het spectrum van de moderne rock komt langs. Ik schreef het al eerder en ik blijf er bij: Hallo Venray is een band om voor altijd verliefd op te zijn.

2018-09-29 Hallo Venray-dB's Anne-Marie van Rijn 0812018-09-29 Hallo Venray-dB's Anne-Marie van Rijn 0532018-09-29 Hallo Venray-dB's Anne-Marie van Rijn 025

Alle foto’s (c) Anne-Marie van Rijn

Darth Faber was even een tijdje onder de radar vanwege allerlei andere bezigheden, en dan is er niks beter om de boel weer wakker te schudden dan een meedogenloze avond met GNOD.

We worden opgewarmd met Insect Ark, een tweevrouwsband die eerder naar verluid op Roadburn al grote indruk maakte. Insect Ark opereert in het gebied tussen doom, ambient en darkjazz. Ashley op drums en Dana op lapsteel, synth en bas spelen lange, haast filmische stukken, maar dan wel voor films als The Human Centipede of zoiets; zelf houden ze het bij abstracte visuals. Lange stukken dienen ter opbouw van ontladingen met vooral de lomp zware bas. Die ontladingen komen niet altijd; er zijn ook lange stukken vol fraaie soundscapes, op het gevaar af dat het wat doorkabbelt. Heel mooie band, maar het laat me net teveel ruimte om af te dwalen.

20180510_211113

Dat is bij GNOD onmogelijk. Zonder omhaal wordt meteen afgetrapt met Donovan’s Daughters, het kwartier lange brute eerste nummer van de nieuwste plaat Chapel Perilous. De eerste minuten zijn voor menig band al voldoende om door te gaan voor urgent, maatschappijkritisch en hard, maar GNOD begint dan pas.

GNOD is harder, strakker en vooral meedogenlozer dan alle eerdere sets die ik zag, en dat zijn er toch al heel wat. De band is wat ingekrompen ten opzichte van de vorige keer, want ze zijn ditmaal maar met zijn vijven. GNOD is dan ook meer een collectief dan een band, het lijkt wel alsof ze een intekenlijst hebben voor wie mee wil op de volgende tour. Zo ontbreken vanavond de bassiste en de maffe psycho-zanger. Paddy Shine doet weer de vocalen vanavond en, jawel, we hebben weer – als vanouds – twee drummers.

20180510_224244En dat hoor je! Geen omhaal of langdradigheid, maar een verpletterende stoomwals, een vuistslag recht in je gezicht, een ploertendoder in je darmen. Zie vooral de opbouw van een nummer als People, waarbij de drummers elkaar in de eerste paar minuten als het ware aanvullen, maar vervolgens gelijk opgaan voor een tsunami van totaalvolume. DBs wordt niet afgebroken, maar steen voor steen ontmanteld, een deconstructie waarmee GNOD vervolgens weer een heel nieuw geluid samenstelt, vol met de noise van de toekomst.

De ritmes en riffs repeteren tot een bedwelmende krauttrip. De dames van Insect Ark komen ook twee nummers meespelen, voor een extra laag spanning, iets van subtiliteit haast. Alles bij elkaar speelt GNOD misschien maar een uurtje, maar dan wel op verbluffend hoog niveau. Je kan je ook haast niet voorstellen dat vooral de drummers dit brute geweld veel langer vol zouden kunnen houden. Of wij, for that matter.

GNOD biedt vanavond genadeloze postindustriële noise, met de compromisloosheid, esthetica en experimenteerdrift van de oerpunk. Het is meer dan geweldig. Deze machine is een kunstwerk.

20180510_220840

 

Het is al weer mei voor je er erg in hebt, maar bij deze dan toch gauw even wat tips voor het voorjaar. Ik kan deze maand als vanouds chronologisch opdelen, maar belangrijkste om te weten is dat er vier grootse concerten gaan gebeuren in Utrecht, en daar moet je allemaal bij zijn. Het gaat om Wrekmeister Harmonies, GNOD, The Ex en Sleep. Al het andere is mooi meegenomen.

Op 10 mei komt GNOD naar DB’s voor de jaarlijkse afbraak. Wie GNOD nog nooit zag leeft een leven in armoe, maar kan zich vandaag verrijken. Wie GNOD al wel eerder zag weet ook nog niks, want elk optreden is anders. De afgelopen keren dacht ik dat de tour te maken had met recente albums, maar niks daarvan, optredens zijn veel vaker indicaties van wat er komen gaat. Verrassend, verpletterend en ongelooflijk goed.

Op 17 mei komt Wrekmeister Harmonies naar Ekko, als onderdeel van het onvolprezen programma Doomstad, editie 4. De andere bands zijn het aardedonkere Wiegedood en het Utrechtse black metal collectief Verval. Je hoort het al, vrolijk wordt het niet. En dat geldt ook voor Wrekmeister Harmonies. Eerder zetten ze met Light Falls al eens ‘Is dit een mens’ van Primo Levi op muziek – als je dat hebt gelezen of weet dat het een ooggetuigenverslag van Auschwitz is dan weet je wel ongeveer in welke sfeer je zit. De nieuwe plaat heet The Alone Rush en is minder hard in de ontlading, nog wel hier en daar met grootse suspense, maar vooral een plaat van duistere berusting. JR Robinson klinkt donker als Andrew Eldritch of Michael Gira. Ik ben heel erg benieuwd, en pik daarom ook de voorgaande avond in Het Paard in Den Haag mee, want een nadeel van programma’s als Doomstad in Ekko is toch wel dat alle optredens doorgaans net te kort zijn.

Op 20 mei komt The Ex naar Ekko. Ik heb hier al heel veel over The Ex geschreven, maar voor nu: wees verzekerd dat niet alleen de nieuwe plaat geweldig goed is, maar vooral ook dat de live een verpletterende set oplevert. The Ex bestaat bijkans veertig jaar maar is nog altijd de belangrijkste band van Nederland. En dat zeggen niet alleen de ouwe lullen zoals ik, want het viel bij de plaatpresentatie al op dat er een heel nieuwe, jongere doelgroep lijkt te zijn aangesproken. Ik kan er geen genoeg van krijgen en ik reken er op dat ik alle lezers van dit stukje straks bij Ekko zie! Dit is geen aanbeveling, maar een laatste waarschuwing.

Op 26 mei speelt Sleep in TV Ronda. Aanvankelijk stond het geprogrammeerd in De Helling, maar daar had Tivoli zich even verkeken op de legendarische cultstatus van deze band. Sleep is de band die in de jaren negentig loodzware stoner/doom naar een hoger plan tilde, vervolgens een groots contract voor een nieuwe plaat grotendeels omzette in wiet en, jawel, de plaat Dopesmoker, bestaande uit één nummer van pakweg 70 minuten. Dat werd dus een jarenlang conflict met de platenmaatschappij, het einde van de band en na vele jaren (ik dacht 2003 of daaromtrent) dan toch de plaat in klein beheer (eerder al wel uitgebracht als Jerusalem), die een meesterwerk bleek te zijn. Sleep is ook bekend van lange uitvoeringen, ik meen ergens te hebben gelezen over een vijf uur durende uitvoering. Verder kennen we een deel van Sleep, met name bassist en zanger Al Cisneros, van band OM, die tweemaal op LGW speelde. Dat waren geen concerten, maar een soort van boeddhistische metal-diensten. En last but not least verscheen kort geleden plots voor het eerst in tijden een heel nieuw album, The Sciences. En wat voor plaat! Kortom: veel verhaal, lange geschiedenis, geniale nevenprojecten, en dat alles komt nu weer bij elkaar. Heb ik de term verpletterend al genoemd? Dan wederom.

Verder is er vast nog veel tofs om te kijken, maar het is inmiddels al mei en Darth Faber heeft vakantie, dus dat moet je zelf maar even uitzoeken.