archiveren

Tagarchief: Dbs

Vandaag spiksplinternieuwe show van een collectief veteranen zonder weerga uit de Amerikaanse underground. Steve Shelley (Sonic Youth), Ernie Brooks (Modern Lovers) en Matt Mottel (Talibam!) hebben nog niet eens een naam verzonnen voor deze nieuwe incarnatie, maar de labels van de vroegere affiliaties zijn meer dan voldoende om nieuwsgierig naar dB’s te fietsen.

Voorprogramma is Black Monsoon, een sympathieke geluidsmachine uit Deventer. De band moet duidelijke even op gang komen. Het geluid werkt aanvankelijk ook niet echt mee, maar uit de moddervette sound kristalliseert gaandeweg een lekker venijnige fuzz noise. De zangeres gooit de schroom van zich af en vooral het laatste nummer is goed, als de zanger haast cobainesk de psychische nood van zich af schreeuwt.

20190203_205328

De opstelling van Shelley, Brooks & Mottel is wat onverwacht, want hier geen scheurende gitaren, maar een oldskool keytar, gestut door een enorme batterij aan effectpanelen. Had ik kunnen weten, want Mottel speelt dit blijkbaar al jaren, maar ik kom ook niet wekelijks in de Newyorkse underground, dus eerst even wat verdieping:

20190203_225157Steve Shelley was decennialang de ritmepilaar van Sonic Youth, de betrouwbare kracht tussen de botsende charisma’s van Ranaldo, Moore en Gordon, de droge klap tussen de moddervette gitaren. Een grootheid, kun je gerust zeggen. Bassist Ernie Brooks gaat nog langer mee en speelde in de jaren zeventig in de The Modern Lovers (met Jonathan Richman), supercatchy proto-alles voor de antihelden. Je kent het van Egyptian reggae. Matt Mottel is de jongste. Hij speelt in Talibam!, een dadaistisch kunstzinnig freejazz duo. En daar speelt hij, juist, de synths en de keytar.

We krijgen een set van 11 nummers, plus 3 in de toegift. De drie spelen af en toe nog wat onwennig, maar dat is niet raar want dit is één van de eerste keren dat deze combinatie live speelt. We krijgen wat je noemt een gevarieerde set: een aantal instrumentale keytar attacks, ziedende avant garde en nummers die met recht ballads kunt noemen. De band schakelt mooi tussen heden en verleden, met heel toffe oude nummers van The Modern Lovers (Suburbs, She Cracked, Modern World), een nummer van Brooks en avantgardist Arthur Russell (I forget) en dat alles gelardeerd met fijne nieuwe nummers.20190203_223420

Meest interessant zijn de nummers waar de nostalgie van de Modern Lovers, de übergeile basloopjes van Brooks, de zweepslagen van Shelley en de keytar-gekte van Mottel bij elkaar komt tot echt iets wonderlijk nieuws. Ik ben bepaald geen fan van de suffe keytar, maar dit is toch wel echt een heel interessante combinatie, gestut door decennialang ervaring en experimenteerdrift. Maar het allergeweldigst is de fantastische Sonic Youth-afsluiter Youth Against Fascism. Aah, die had ik lang niet gehoord!

Ja, dit is wel veelbelovend. Nog een paar pittige nummers erbij om het originele werk (en het geouwehoer achterin) te overstijgen, nog een naam verzinnen, maar dat kan allemaal best. Laten we hopen dat dit experiment wordt doorgezet, want dit kan een hele mooie ontdekkingstocht worden.

20190203_225504

20190203_225632

Advertenties

Veelbelovende avond vandaag! Dead Meadow gaat al twee decennia mee en heeft net (voor het eerst in lange tijd) weer een fijne nieuwe plaat, The Nothing They Need, en we weten dat het live altijd goed is. Ze zitten middenin een zeer uitgebreide tour, die ze brengt tot in Rusland en Zuid-Afrika, binnenkort ook op Desertfest in Antwerpen, maar nergens is het zo leuk natuurlijk als in ons eigen dBs, zoals we eerder al een paar keer zagen.

20181010_210414Eerst krijgen we Trans van Santos voorgeschoteld, een Californische Portugees die solo met akoestische gitaar een paar nummers voor ons speelt. Van Santos gaat aanvankelijk wat verborgen onder zijn hoodie, maar durft gaandeweg steeds meer los te komen. Hij pingelt lange instrumentale stukken, soms in combinatie met zijn hakken als percussie, en een stem met het aangename timbre van Lou Reed. I am a neon tree, zingt hij. Het luistert lekker weg, een fijne Californische geestverruiming. Van Santos is tussen de nummers door nogal breedsprakig met wonderlijke teksten over zijn eerste avonturen buiten de VS, blijkbaar wilden de autoriteiten niet erg meewerken aan zijn tournee. Het laatste nummer krijgt een mooie aankondiging: “This may be the last one you ever hear, you never fucking know”. Zo is het inderdaad ook altijd maar weer. Van Santos was tevoren wat gespannen, maar hij durft kwetsbaar te zijn en krijgt in ruil daarvoor een warm bad van het publiek.

Dead Meadow is een hypnotiserende spacemachine van het beste soort en een vergelijking met Spacemen 3 is bepaald niet te ver gezocht. Dead Meadow verkent vanavond heel het genre van de psychedelische rock, van repeterende motorik en wah-wah galm, tot aan luisteren met je ogen dicht naar de melancholie die in dikke lagen door de muziek heen is gemengd.

Dat levert een mooi spacy palet op, met vele referenties. We horen de lijzigheid (of slack zoals dat tegenwoordig heet) van J. Mascis, de sludgy motor van Black Mountain, de ondertoon van blues van Black Rebel Motorcycle Club, de melancholie van Spiritualized en de zompige  space van Moon Duo. Dat zijn niet slechts referenties, maar de ingrediënten van een heel eigen geluid.

De vorige keer in dBs vond ik Dead Meadow al heel goed, maar deze keer is het buitengewoon. Het is mooi om te zien hoe een band die al lang meegaat nog steeds aan zeggingskracht weet te winnen. Dat alles wordt nog eens mooi samengevat in de toegift, met een nummertje solo, gevolgd door een knetterende trip in outer space. Dead Meadow is een band om te koesteren.

20181010_22245820181010_222445

Vanavond een uitverkochte pot ultrazware rock in da house bij dB’s. En niet de minste, want Crowbar brengt 30 jaar sloopervaring mee. Een band die in de sublagen van het harde werk een stevige naam heeft opgebouwd, en daarmee vanavond de enige show van deze toer in Nederland doet, bij mij om de hoek. Mooi!

Voorprogramma is het bepaald niet misselijke Earth Ship. Eigenlijk best wonderlijk dat deze bandnaam niet veel meer circuleert, maar de metalarchieven houden het bij deze Duitse sludge/doom machine. We pikken maar twee (lange) nummers mee, maar potverdorie, deze sludge astronauten meten zich moeiteloos met gelijksgestemden als Monolord of voor mijn part zelfs Conan. Stevige sludge, lange trancy riffs, spacy tot aan de randen van de galaxy. Hier had ik wat eerder bij moeten zijn, want dit is wel een mooie ontdekking, hoor.

Crowbar gaat al zo’n dertig jaar mee, in het schemergebied tussen af en toe een grote set (als voorprogramma), maar vooral als band die met steeds meer staat van dienst de wat bescheidener zalen aandoet. Voor dBs is het een grote vangst en het was dan ook in no time uitverkocht.

Ik behoor zeker niet tot de aanhangers van het eerste uur en dat oogt op het eerste gezicht wederzijds, want Kirk Windstein en zijn kornuiten ogen nog wat knorrig bij aanvang. Kom op jongens, niet mekkeren maar spelen! Het duurt wel een paar nummers voordat de band werkelijk op stoom komt, maar in pakweg de tweede helft van de set ontstaan er wel wat riffs die passen bij een sub-classic als Crowbar.

Crowbar heeft de naam een mix te spelen van sludge, hardcore, stoner en rock, en dat klopt vanavond ook wel. Maar het is niet echt een aanbeveling. Zeker in de eerste helft blijft Crowbar vaak wat hangen in een mix van stijlen. Je zou ook kunnen zeggen: de composities zijn eigenlijk niet zo goed. Soms komt men daar mee weg (er staat al jaren een mislukte compositie op 1 in de top 2000 per slot van rekening), maar bij Crowbar hoor je telkens ook weer nummers waar het allemaal wél op zijn plek valt, met straffe riffs, overtuigende grunt of knetterend gitaarwerk. Daardoor vallen de rommelige nummers wel extra op.

In de loop van de set komt Windstein er ook wat beter in. Aanvankelijk moet hij het hebben van opjutterij als “Are you with us dBs? Can’t hear you”, maar later komen er mooie maar volslagen onverstaanbare monologen over New Orleans, die nog het meest doen denken aan de vroege Tom Waits dronken in de kroeg.

Crowbar is een mooie band om hier in dBs te zien. Je hoort aan alles de classics, de ervaring en de kunde, maar tegelijk hoor je ook dat de band op alle genres waar ze opereert al lang en breed is ingehaald door veel betere acts. Zoals het voorprogramma Earth Ship. Maar menig festival kan nog jaren worden opgeleukt met een uurtje Crowbar.

Darth Faber zit nog even in de pauzestand vanwege drukke andere bezigheden, maar zoveel moois als wat Hallo Venray vanavond wederom brengt mag toch niet onbesproken blijven. Zeker niet als Anne-Marie van Rijn er prachtige foto’s bij levert!

Het is een toertje tussendoor, zonder specifieke aanleiding of zonder nieuw album, maar wel met goede reden, want vorig jaar verliep de samenwerking met Nouveau Vélo naar tevredenheid, dus waarom niet nog een keer? Bovendien speelde Hallo Venray hier in dBs eerder al eens een absolute vijfsterrenshow. Reden genoeg om het dak er weer eens af te blazen, al blijft het raar dat zo’n toch tamelijk legendarisch affiche de tent voor maar hooguit driekwart uitverkoopt.

Nouveau Vélo trapt af. Normaal zijn ze met zijn vieren, meen ik, maar vandaag is de setting minimaal, met retestrakke drum-motorik die niet veel meer is dan tom en snare, een melodieus galmende gitaar, en een bas die alles bij elkaar lijmt. De nummers van het fijne album Reflections zijn in deze driemansformatie mooi tot de kern zijn teruggebracht. Wat anderszins klinkt als een soort slowcore, is nu een haast bezwerende psychrock geworden. Heel erg lekker.

 

Hallo Venray brengt ons vanavond een staalkaart van het beste werk uit de grote catalogus van bijna drie decennia. “Slow Change is onze enige hit,” vertelt Henk. “Vroeger speelden we het omdat het moest, nu omdat het kan.” Zo ontspannen zit Hallo Venray er tegenwoordig dus in, spelend omdat het leuk is, leunend op speelplezier en bakken vol ervaring. Dan maakt het niet zoveel uit dat het af en toe wat onnauwkeurig is (mogelijk toch de tol van de whisky vooraf) of dat de galm wel wat minder had gekund.

2018-09-29 Hallo Venray-dB's Anne-Marie van Rijn 084Want wie maalt daar om na het intens prachtige Tuck the man, een van de mooiste nummers die ooit aan vaderlandse bodem ontsproot. Verdorie, weet Henk wel dat wij allemaal zelf verliefd waren als Tuck? Ziet Henk wel de tranen vol herinneringen aan onbeantwoorde liefdes? Voelt Henk wel hoe hier in de zaal de schatkamers vol nostalgie open gaan?

Het is een vroeg hoogtepunt in een gevarieerde set, waarin lustig met juweeltjes gestrooid wordt. Hallo Venray schakelt van ingetogen emotie naar lange instrumentale heftigheid en weer terug. Heel het spectrum van de moderne rock komt langs. Ik schreef het al eerder en ik blijf er bij: Hallo Venray is een band om voor altijd verliefd op te zijn.

2018-09-29 Hallo Venray-dB's Anne-Marie van Rijn 0812018-09-29 Hallo Venray-dB's Anne-Marie van Rijn 0532018-09-29 Hallo Venray-dB's Anne-Marie van Rijn 025

Alle foto’s (c) Anne-Marie van Rijn

Darth Faber was even een tijdje onder de radar vanwege allerlei andere bezigheden, en dan is er niks beter om de boel weer wakker te schudden dan een meedogenloze avond met GNOD.

We worden opgewarmd met Insect Ark, een tweevrouwsband die eerder naar verluid op Roadburn al grote indruk maakte. Insect Ark opereert in het gebied tussen doom, ambient en darkjazz. Ashley op drums en Dana op lapsteel, synth en bas spelen lange, haast filmische stukken, maar dan wel voor films als The Human Centipede of zoiets; zelf houden ze het bij abstracte visuals. Lange stukken dienen ter opbouw van ontladingen met vooral de lomp zware bas. Die ontladingen komen niet altijd; er zijn ook lange stukken vol fraaie soundscapes, op het gevaar af dat het wat doorkabbelt. Heel mooie band, maar het laat me net teveel ruimte om af te dwalen.

20180510_211113

Dat is bij GNOD onmogelijk. Zonder omhaal wordt meteen afgetrapt met Donovan’s Daughters, het kwartier lange brute eerste nummer van de nieuwste plaat Chapel Perilous. De eerste minuten zijn voor menig band al voldoende om door te gaan voor urgent, maatschappijkritisch en hard, maar GNOD begint dan pas.

GNOD is harder, strakker en vooral meedogenlozer dan alle eerdere sets die ik zag, en dat zijn er toch al heel wat. De band is wat ingekrompen ten opzichte van de vorige keer, want ze zijn ditmaal maar met zijn vijven. GNOD is dan ook meer een collectief dan een band, het lijkt wel alsof ze een intekenlijst hebben voor wie mee wil op de volgende tour. Zo ontbreken vanavond de bassiste en de maffe psycho-zanger. Paddy Shine doet weer de vocalen vanavond en, jawel, we hebben weer – als vanouds – twee drummers.

20180510_224244En dat hoor je! Geen omhaal of langdradigheid, maar een verpletterende stoomwals, een vuistslag recht in je gezicht, een ploertendoder in je darmen. Zie vooral de opbouw van een nummer als People, waarbij de drummers elkaar in de eerste paar minuten als het ware aanvullen, maar vervolgens gelijk opgaan voor een tsunami van totaalvolume. DBs wordt niet afgebroken, maar steen voor steen ontmanteld, een deconstructie waarmee GNOD vervolgens weer een heel nieuw geluid samenstelt, vol met de noise van de toekomst.

De ritmes en riffs repeteren tot een bedwelmende krauttrip. De dames van Insect Ark komen ook twee nummers meespelen, voor een extra laag spanning, iets van subtiliteit haast. Alles bij elkaar speelt GNOD misschien maar een uurtje, maar dan wel op verbluffend hoog niveau. Je kan je ook haast niet voorstellen dat vooral de drummers dit brute geweld veel langer vol zouden kunnen houden. Of wij, for that matter.

GNOD biedt vanavond genadeloze postindustriële noise, met de compromisloosheid, esthetica en experimenteerdrift van de oerpunk. Het is meer dan geweldig. Deze machine is een kunstwerk.

20180510_220840

 

Het is al weer mei voor je er erg in hebt, maar bij deze dan toch gauw even wat tips voor het voorjaar. Ik kan deze maand als vanouds chronologisch opdelen, maar belangrijkste om te weten is dat er vier grootse concerten gaan gebeuren in Utrecht, en daar moet je allemaal bij zijn. Het gaat om Wrekmeister Harmonies, GNOD, The Ex en Sleep. Al het andere is mooi meegenomen.

Op 10 mei komt GNOD naar DB’s voor de jaarlijkse afbraak. Wie GNOD nog nooit zag leeft een leven in armoe, maar kan zich vandaag verrijken. Wie GNOD al wel eerder zag weet ook nog niks, want elk optreden is anders. De afgelopen keren dacht ik dat de tour te maken had met recente albums, maar niks daarvan, optredens zijn veel vaker indicaties van wat er komen gaat. Verrassend, verpletterend en ongelooflijk goed.

Op 17 mei komt Wrekmeister Harmonies naar Ekko, als onderdeel van het onvolprezen programma Doomstad, editie 4. De andere bands zijn het aardedonkere Wiegedood en het Utrechtse black metal collectief Verval. Je hoort het al, vrolijk wordt het niet. En dat geldt ook voor Wrekmeister Harmonies. Eerder zetten ze met Light Falls al eens ‘Is dit een mens’ van Primo Levi op muziek – als je dat hebt gelezen of weet dat het een ooggetuigenverslag van Auschwitz is dan weet je wel ongeveer in welke sfeer je zit. De nieuwe plaat heet The Alone Rush en is minder hard in de ontlading, nog wel hier en daar met grootse suspense, maar vooral een plaat van duistere berusting. JR Robinson klinkt donker als Andrew Eldritch of Michael Gira. Ik ben heel erg benieuwd, en pik daarom ook de voorgaande avond in Het Paard in Den Haag mee, want een nadeel van programma’s als Doomstad in Ekko is toch wel dat alle optredens doorgaans net te kort zijn.

Op 20 mei komt The Ex naar Ekko. Ik heb hier al heel veel over The Ex geschreven, maar voor nu: wees verzekerd dat niet alleen de nieuwe plaat geweldig goed is, maar vooral ook dat de live een verpletterende set oplevert. The Ex bestaat bijkans veertig jaar maar is nog altijd de belangrijkste band van Nederland. En dat zeggen niet alleen de ouwe lullen zoals ik, want het viel bij de plaatpresentatie al op dat er een heel nieuwe, jongere doelgroep lijkt te zijn aangesproken. Ik kan er geen genoeg van krijgen en ik reken er op dat ik alle lezers van dit stukje straks bij Ekko zie! Dit is geen aanbeveling, maar een laatste waarschuwing.

Op 26 mei speelt Sleep in TV Ronda. Aanvankelijk stond het geprogrammeerd in De Helling, maar daar had Tivoli zich even verkeken op de legendarische cultstatus van deze band. Sleep is de band die in de jaren negentig loodzware stoner/doom naar een hoger plan tilde, vervolgens een groots contract voor een nieuwe plaat grotendeels omzette in wiet en, jawel, de plaat Dopesmoker, bestaande uit één nummer van pakweg 70 minuten. Dat werd dus een jarenlang conflict met de platenmaatschappij, het einde van de band en na vele jaren (ik dacht 2003 of daaromtrent) dan toch de plaat in klein beheer (eerder al wel uitgebracht als Jerusalem), die een meesterwerk bleek te zijn. Sleep is ook bekend van lange uitvoeringen, ik meen ergens te hebben gelezen over een vijf uur durende uitvoering. Verder kennen we een deel van Sleep, met name bassist en zanger Al Cisneros, van band OM, die tweemaal op LGW speelde. Dat waren geen concerten, maar een soort van boeddhistische metal-diensten. En last but not least verscheen kort geleden plots voor het eerst in tijden een heel nieuw album, The Sciences. En wat voor plaat! Kortom: veel verhaal, lange geschiedenis, geniale nevenprojecten, en dat alles komt nu weer bij elkaar. Heb ik de term verpletterend al genoemd? Dan wederom.

Verder is er vast nog veel tofs om te kijken, maar het is inmiddels al mei en Darth Faber heeft vakantie, dus dat moet je zelf maar even uitzoeken.

Ver, heel ver buiten de sfeer van de radiovriendelijke muzak van de middelmaat en de muziekindustrie vinden we de meest opwindende muzikale experimenten, vanavond door dB’s bijeengebracht onder de noemer DwArSmUzIeK. Dit is een avond in de absolute voorhoede van de keiharde avant garde met drie fantastisch ontwrichtende bands (en de vierde moest helaas afzeggen).

Eerste band is Don Vito, een drietal uit Leipzig. Ze spelen op de vloer voor het podium, met nauwelijks meer verlichting dan een lamp op de bassdrum en zo’n Hema-discobol op de grond. Het geeft een geweldig underground-effect, alsof we hier bij elkaar staan in de krochten van een kraakpandkelder. Don Vito gaat meteen als de brandweer in een verwoestende instrumentale set, die wel wat klinkt als de intense, gestructureerde noise à la Unsane of de oude Sonic Youth. Zelf noemen ze het ‘hyper kinetic instrumental noise tohubohu’. Dat mag ook. Wie hier halverwege binnenloopt zal wel even nodig hebben om de draad op te pikken. Die draad is er wel degelijk, want al klinkt dit als noise, het is buitengewoon strak gespeeld. De drummer hakt echt de meest complexe ritmes bijna achteloos en in een razend tempo bij elkaar. Don Vito is nog niet vaak in Nederland geweest (ook al gaan ze al sinds 2004 mee!) en daar moet snel verandering in komen, want dit is zeer opwindende herrie.

20180126_211247

Dan de Dead Neanderthals. Deze instrumentele tweemansmix van freejazz en metal had ik al een tijdje op de radar, maar nog niet gezien. 20180126_220320Een serieus hiaat! Ook Dead Neanderthals speelt op de vloer voor het podium, met alleen drum en baritonsax, en uitgelicht door een muur van spots achter de band voor een industrial effect. Dead Neanderthals spelen één lang bedwelmend nummer van pakweg een half uur. Het klinkt als een almaar doordenderende drone, die met eem minimum aan variatie in noten ontzettend veel kleuren van de bariton laat horen. Dead Neanderthals is als een opgevoerde versie van Colin Stetson, met striemende drums van Rene en vooral natuurlijk de verpletterende, nietsontziende sax van Otto. Dit is genre-overstijgende topsport van eenzaam niveau.

Zowaar de hoofdact van de avond is het onvolprezen It Dockumer Lokaeltsje! Daar zijn ze weer; bij Darth Faber Fest speelden zij nog op de vloer, vandaag staan Peter, Sytse en Fritz als enigen op het podium voor een lekker potje avantgarde-punk. “They are quite legendary, aren’t they?” vraagt de dame van Don Vito mij achteraf, en dat kan ik beamen. It Dockumer Lokaeltsje was als band even op sabbatical, maar na een kwart eeuw zijn ze weer terug alsof het nooit anders was. Inmiddels is de set van Tonger al verschillende keren opgevoerd en dat hoor je, want het lijkt elke keer weer een stukje strakker te klinken.

We krijgen een mooie mix van nieuwe klassiekers als Bonkerak en De Komeet van Strikwerda en oude krakers als Piemelsjen. Met de gekke maar stevig geheide structuren van bas en drum ligt een mooie bodem voor gitaarcowboy Sytse om op los te gaan. It Dockumer Lokaeltsje speelt (net als vorige keren) DAF-cover Der Räuber und der Prinz, naar verluid wellicht het begin van wat zomaar zou kunnen uitgroeien tot een nieuw project. De toegift wordt meteen ook maar weggegeven, met het bijna atmosferische Foar de oarloch, een mooi nieuw)nummer dat wel meer dan twee minuten duurt. Het moge duidelijk zijn: It Dockumer Lokaeltsje heeft zijn draai weer helemaal gevonden en is beter, relevanter en ontwrichtender dan ooit!

20180126_22464920180126_225547

En dat was DwArSmUzIeK! Dit was geen avond voor de massa, maar de pakweg vijftig mensen die er bij waren zullen het koesteren. DwArSmUzIeK was een ontdekkingstocht zoals je die veel vaker zou willen maken. Waar de meeste mensen liefst in volle vaart over de middle of the road voorbijrazen blijkt de berm vol te liggen met prachtige muzikale juweeltjes. DwArSmUzIeK is daar een hele fijne staalkaart van. Wat een voorrecht is het toch om in Utrecht nabij een podium te wonen dat zich over deze juweeltjes ontfermt.