archiveren

Tagarchief: Ekko

Voor de vierde keer speelt Het Zesde Metaal in Ekko, uitverkochte zaal nog wel, en de eerste keer dat ik niet vergeet om er bij te zijn. En dat wordt tijd ook, want Het Zesde Metaal is van een grote schoonheid.

Het Zesde Metaal wordt door Ekko aangekondigd als ‘Vlaamse dialectrock vol sagen, verwondering en misère’ en dat is nog niet eens zo gek, geeft ook zanger Wannes Capelle toe, maar Het Zesde Metaal is ook liefde, optimisme en vooral poëzie. De verhalen zijn als kleine West-Vlaamse monumenten, licht overwoekerd met melancholie, maar met de kracht van de eeuwigheid.

Wannes Capelle is een zanger van het klassieke soort, de Bonnie Prince Billy van West-Vlaanderen. Alles aan hem ademt verhalen, soms beschouwend, maar vaker nog heel persoonlijk. Daarbij heeft hij ook nog eens een machtige band achter zich. We horen een dampende versie van Calais, de Vlaamse wielerklassieker Ploegsteert (een ode aan de tragische Frans Vandenbroucke), en een prachtig opgebouwde Hier bie oe, met bloedstollende lapsteel.

Wannes speelt een paar prachtig ingetogen akoestische nummers – waarbij hij zelfs even de tekst vergeet, maar dat geeft niet, want er besta niet slechts perfect, er besta ook goed genoeg. Soms is er vervreemding en donkere nostalgie, maar uiteindelijk overheerst de schoonheid en de warmte.

Darth Faber zit dit weekend behoorlijk in de festivalmodus, want net als gisteravond leidt de weg naar Ekko. Vanavond een gevarieerd programma met drie bands uit de voorhoede van de Nederlandse underground.

Spiksplinternieuw is het Utrechtse project Classic Water. Een plaat of überhaupt veel info is er nog niet, maar referenties zijn er te over: de naam van de band verwijst naar een gedicht van David Berman, de zanger van Purple Mountains die ons vorig jaar eerst één van de mooiste platen van het jaar leverde en daarna tragisch zijn einde verkoos. Classic Water beweegt in diezelfde muzikale hoek van americana-folk bluesrock, naar het zich doet aanzien gelukkig wel met meer levensvreugde dan Purple Mountains. Zanger Tom Gerritsen levert met breekbare stem vreemde teksten. De microfoonstandaard staat voor hem nét te laag, waardoor het geheel mooi ongemakkelijk oogt. Muzikaal is het een warm bad, een heerlijk eindeloze nazomermiddag in het park.

20200125_204825.jpg

20200125_212242.jpgThe Fire Harvest heb ik al veel vaker gezien, maar nog niet met nummers van de prachtige laatste plaat Open Water. Dat wordt dan hoog tijd, want het album kwam op mijn spotify-jaarlijstje al boven als meest gedraaide van 2019. De band moet even op gang komen: het oogt wat statisch, het publiek lijkt er aanvankelijk ook nog niet helemaal klaar voor, er wordt wat gerommeld met het geluid. Maar in de loop van de set pakt Fire Harvest het momumentum weer stevig terug. De donkere altcountry klinkt meer slowcore dan ooit, minimalistisch haast. The Fire Harvest zijn meesters van de timing: geen noot teveel, alles perfect gedoseerd. Af en toe is er een extraatje, zo heeft The Runner een mooie gitaartokkel die er op de plaat volgens mij nog niet in zit. Laatste nummer is Picture of a Man, één van de mooiste nummers ooit op Utrechtse bodem gemaakt.

Volstrekt andere koek is The Sweet Release of Death, knettere shoegaze-noise-wave uit Rotjeknor. Onlangs waren ze naar verluidt op Le Guess Who al een grote revelatie, maar dat had ik ter plekke even gemist. Vanavond herkansing dus en dat is een behoorlijk overdonderende explosie! SROD is energieke avant garde noise, vol van intense dreiging in de beste traditie van Unwound en My Bloody Valentine, maar dan donkerder en minder afgerond. Het zijn niet zozeer nummers maar eerder nerveuze, staccato noise-collages, vaak niet meer dan twee minuten lang. Alicia is een kunstzinnig type zangeres met een godallemachtig denderende bas, de minimale drum van Sven is dodelijk effectief, en gitarist Martijn dwaalt heerlijk rond in zijn oerwoud van geluid. The Sweet Release of Death is een ongrijpbare band, vol donkere humor, liefde naar elkaar en naar het publiek, maar vooral weerbarstig en compromisloos.

20200125_223440.jpg20200125_224839.jpg

Darth Faber is een tijdje wat stilletjes geweest, druk met dagelijkse dingen die ook moeten gebeuren. En zo schrijdt de tijd voort en is het al weer 2020, een jaar dat ons vroeger met vrees vervulde, maar wat in elk geval in muzikaal opzicht zeer veelbelovend lijkt te worden. Voor mij dit jaar een late maar bijzonder aangename aftrap met Litzberg.

We komen binnen bij het giechelende geleuter van de twee dames van The Secret Love Parade. Waar de praatjes tussendoor van zenuwachtige charme zijn, is de muziek zeker en direct, en daar gaat het om. Ze spelen in samenzang een heerlijke lo-fi dreampop, af en toe wat beats, soms een beetje rammelend, altijd vrolijk. Lekkere band!

Waar kennen we Litzberg van? Dit is het project van Mathijs Peeters, voorheen gitarist in Sandusky, The Gasoline Brothers en Reiger. De muzikale ideeën en inspiratie vinden nu een uitweg via zijn eigen Litzberg, in feite een soloproject.

Litzberg bracht vorig jaar In_My_Head uit, een prachtig juweeltje (op gifgeel vinyl) vol energieke gitaarnummers. Op het podium klinkt dat alles nog even wat scherper, strakker, vuiger en harder. Soms oogt het bijna achteloos van ervaring, vaker nog super geconcentreerd, gestut door droge drum en denderende bas, telkens weer opbouwend tot euforische riffs en lyrische instrumentaaltjes. Peeters is van gitarist op de achtergrond uitgegroeid tot een zelfverzekerde frontman, 3 voor 12 maakte al de vergelijking met Noël Gallagher en dat is niet eens heel gek gedacht. Wat een geweldige band is dit, zeg.

Dat weet nog lang niet iedereen, ik had tenminste wel een vollere zaal verwacht. Maar aan de kwaliteit van het publiek ligt het niet, want Peeters heeft voormalige medemuzikanten en de papa’s van de zwemclub meegebracht, en ik zie ook de scherpste muzikale kenners van Utrecht om mij heen. Peeters onderhoudt zich vrolijk met de zaal. Met priemende blik lokt hij één van zijn vrienden naar voren, om hem vervolgens zijn gitaar om te hangen en een lekker stukje bluesrock te laten spelen.

Litzberg past in een grote Nederlandse traditie van uitmuntende indie gitaarbands, met nostalgie naar Johan, Moss, Blaudzun, Hallo Venray, een snufje Fatal Flowers wellicht. Het is een traditie die zich muzikaal met gemak kan meten met grootheden als Wilco, War on Drugs, Dinosaur jr. zelfs, maar die internationaal nooit echt lijkt te willen aanslaan. Ergens hoop je dat Litzberg dan die band is om deze vloek te doorbreken, maar ik zou ze ook tot in lengte van jaren in zaaltjes als Ekko willen zien. Een band om te koesteren.

20200124_215310

20200124_215120

De vrienden van Kettingzaag waren er ook: http://www.dekettingzaag.nl/schijnbare-nonchalance-bij-litzberg/

Laag na laag na laag bouwt het op, steeds onheilspellender en grootser klinkt Oiseaux Tempête. De stormvogeltjes is meer een muzikaal collectief dan een band, in deze constellatie met o.a. violiste Jessica Moss (GYBE), Ghazi Moumneh (Jerusalem in my Heart) en dus GW Sok (King Champion Sounds. Al die invloeden horen we terug, verweven in een heksensabbat van postrock en doomjazz. De pakkende synths en gitaren grijpen je bij de strot, viool, saxofoon en bouzouki geven heerlijk veel kleur. Wat een indrukwekkend goede band en wat een verpletterend goed optreden is dit, zeg. He is afraid and so am I, declameert GW Sok dreigend, maar hier is geen ontsnappen aan. Grasse matinée is pure poëzie, in het Frans en het Nederlands. Dit is next level, vermoedelijk het beste van LGW19.

Het dringt al gauw tot me door dat de logistiek van deze avond wat aanpassingsvermogen vergt, als ik pardoes een rij van 150m voor de Janskerk zie staan. Als die allemaal naar King Midas Sound moeten calculeer ik gauw dat dat ‘m voor mij niet meer gaat worden helaas.

Deerhunter dan maar! Een paar jaar geleden speelden ze als afsluitende act op LGW en dat viel toen behoorlijk tegen, maar hoe anders is het vandaag, in de afgeladen Ronda. Bradford Cox heeft er overduidelijk zin in, en dat maakt een hoop verschil bij de artrock van Deerhunter. De band is serieus goed op dreef en doet daarmee eindelijk recht aan de catalogus aan geweldige nummers die ze hebben. Fijn om te zien, al neigt het soms naar behaaglijk (getuige ook die vervelend meezingende verliefde kids achter mij…).

20191108_203034 (2)

De gimmick van avond moet toch wel The Raincoats zijn, dus hoppa, dat pikken we dan maar even mee. The Raincoats speelden veertig jaar geleden een soort DIY rammelpunk die zelfs binnen dat genre technisch eenvoudig genoemd kan worden. Niettemin hebben de dames wel het vermogen om leuke liedjes te schrijven, dus ben benieuwd wat deze reünie (is het dat?) brengt. In veertig jaar zijn de rockchicks van weleer giechelende oma’s geworden, lekker keuvelend met het publiek en tussendoor echt wel aanstekelijk goede liedjes van meestal nog geen twee minuten, inclusief cover Lola. Ze zijn wel zo wijs om hun muzikale bereik wat op te rekken met een jonge drummer, die de boel bij elkaar houdt, en een violiste/gitariste, die het geheel van wat meer kleur voorziet. The Raincoats is een legende die oogt als een gimmick, met de goede conclusie van de Kettingzaag: hier gewoon weer staan past misschien wel het beste bij de schijt-ik-doe-lekker-mijn-ding-mentaliteit van de punkrock.

20191108_212415 (2)

Ik ontsnap aan de drukte en de rijen van TV richting Ekko, waar het onvolprezen Moon Relay een bijzonder lekkere set neerlegt. Stoïcijns gebrachte lange repetitieve instrumentale nummers, kraut motorik met sinistere ondertonen, onder heerlijk psychedelische beamer belichting. Hier was ik echt even heel erg aan toe.

Intussen gaat de berichtenfoon hard tekeer voor het hardnekkige gerucht dat Björk aantreedt in de kleine Cloud Nine, maar ik schat in dat ik vanuit Ekko niet op kan rennen tegen de inmiddels bevestigde geruchten. Ik koester wat ik zie, niet wat ik mis. Als ik ruimschoots later toch weer in het gebouw staat daar inderdaad een rij tot aan de roltrap, kansloos natuurlijk.

20191108_232643 (2)

In de grote Ronda staat even later Girl Band, een paar jaar geleden nog op affiche voor de ACU (wat toen niet doorging, maar werd vervangen door The Homesick, met hun kersverse contract bij SubPop inmiddels ook van groot formaat!). Girl Band moet dan ook eventjes de kat uit de boom kijken, maar komt na een paar nummers goed op gang met een strakke set van whitenoise geïnfiltreerde postpunk volgens het boekje. De zanger doet alsof hij James Murphy van LCD Soundsystem is, met een set die meer dan een beetje aan Protomartyr doet denken. Girl Band speelt het dak er af en het publiek vindt het heerlijk, stuiterend tot achterin de zaal.

20191109_002809 (2).jpg

Het is al laat als Lightning Bolt aantreedt, een tweemans sloopbedrijf zonder weerga. Ik ben inmiddels wel wat gewend, maar dit raakt toch wel aan het hardste dat ik ooit zag. Totaal overstuurde drum, verschroeiende bas, de gemaskerde drummer die ons genadeloos toeschreeuwt, en dat alles op volume standje afbraak. Allejezusnogaantoe, wat een alles verpulverende hoop kabaal. Ik kan hier op dit uur van de nacht echt even niks zinnigs meer van maken, dus hier zeg ik tabee.

20191109_021237(1)

Maar omdat Ekko op de route ligt kan ik het niet laten om daar toch ook nog even Grupo Pilon mee te pikken, en dat blijkt een uitstekende keuze. Dit is een Kaapverdiaanse band die gesetteld is in Luxemburg of all places, maar nog vol gedrenkt is in de uiterst dansbare kuduro. Oneindig lange ritmes, nooit aflatende energie, een hemels feestje! Ik heb het niet helemaal uitgezeten maar vermoedelijk spelen ze nog steeds…

20191109_023542 (2)

Toen ik nog een Fabertje was maakte ik soms een kleine knapzak klaar, met proviand voor het avontuur. Met een appel, een zakmes, een flesje water en enkele vriendjes maakten we oneindige reizen, te beginnen met een polstok fierljeppend over de eerste sloot. Daarna zagen we wel verder, zolang maar niet de realiteit van de door makke schapen begraasde weilanden ons leidde, maar onze jongensfantasie, vol van vergezichten over verre landen met vreemde volken, heel andere planeten misschien wel.

20191004_215311Wie zijn ogen sluit hoort hierbij een soundtrack van Monomyth. Monomyth is zo’n zeldzame band die het hele idee van liedjes of composities over lijkt te slaan en direct bouwt aan een indrukwekkend oeuvre. Het eerste deel daarvan bestaat uit het fantastische drieluik Monomyth, Further en Exo, albums vol spacerock over ruimtereizen. En nu is er dan Orbis Quadrantis, voor nieuwe ontdekkingsreizen over zee. De release van de plaat werd wegens medische omstandigheden even uitgesteld, maar daar zijn we dan toch, klaar voor nieuwe avonturen.

Monomyth op het podium is soms meer theater dan concert. Eerste nummer Aquilo begint met zwenklichten door de zaal, terwijl ijzingwekkend nauwkeurig een lang intro wordt opgebouwd. Monomyth klinkt vertrouwd en vernieuwd tegelijk: instrumentele trance, straffe ritmes en uiterst gecontroleerde solo’s. Alles is minutieus uitgedacht en wordt ook zo gespeeld.

20191004_222622En daarin horen we dan meteen nieuwe gitarist Boudewijn Bonebakker. Hij verdiende al ruimschoots zijn sporen in Gorefest, maar kan ook prima uit de voeten met de sfeer van Monomyth. Elke complexe solo of riff speelt hij met het ogenschijnlijk gemak van de gitaargod. Hij klinkt niet alleen meteen als de beste gitarist van Nederland, maar ziet er ook nog eens zo uit.

Het is uiterst knap hoe Monomyth instrumentaal hele fantastische werelden op kan bouwen. In de literatuur is de monomyth het template voor de reis en metamorfose van de held, het verhaal waarin hij na een lang avontuur transformeert van jongen tot man. Het zijn de verhalen van Star Wars (ruimte) en Melville (zee). Monomyth als band weet dat beeld geweldig te vangen in muziek. Waar de ruimtereizen van weleer worden verpakt in een soort van spacy gitaartrance, horen we nu veel meer vertraging en nieuwe betekenis. Ik weet ook niet precies hoe ze dit doen, maar het werkt uitstekend. Mijn jongensfantasieën voegen zich naadloos bij deze soundtrack.

Alle nummers van de Orbis Quadrantis komen langs, plus nog wat werk van Exo en Further. De reis duurt vanavond slechts vijf kwartier, vrij kort voor Monomyth, maar de geluidsgrenzen zijn streng bij Ekko tegenwoordig. Maar verdorie, wat een louterend avontuur was het weer.

IMG-20191005-WA0004

20191004_213419 knip

De beste rock ’n roll wordt niet gemaakt met orkestrale bombast, maar volgt de essentie: gitaar, bas, drum. En vooral: tijdloos goede nummers. Zie hier de ingrediënten van een uitstekend avondje Ron Gallo.

Ron Gallo heeft in korte tijd drie uitstekende albums uitgepoept. De urgentie zit hoog bij hem en je voelt het ook meteen: hier gebeurt iets. Ekko heeft er een prachtige aankondiging voor bedacht: garagefilosoof uit Nashville met introspectieve feestplaat. En verdomd, dat zit er allemaal in.

Echt goede, puntige, tijdloze rock ’n roll-liedjes, dat horen we niet zo vaak. De essentie van heel een gevoelsleven in een paar akkoorden, dat is verdomd moeilijk. Greg Carter van Reigning Sound kan het, en Ron Gallo kan het: nummers zoals de Stones die al decennia niet meer maken. Ron Gallo is introspectief in zijn teksten en lyrisch in zijn muziek. Het is een parel die nog ontdekt moet worden, want Ekko is maar half vol. Maar mind you, want Gallo speelt met zekerheid straks menig festival plat.

Het is ongecompliceerde rock rechtstreeks uit de garage, met Ron relaxed in zijn tuinbroek, een fijne pompende ritmesectie en mooi aanvullende tweede stem van de bassist. Het is wel doodzonde dat de zang van Ron zelf verzuipt in galm. Het zal wel een artistieke keuze zijn, maar het is nergens voor nodig, want hij zingt er veel te goed voor. Bovendien versta je zo zijn geweldige teksten niet, zoals bijv. de geweldige aanklacht tegen gezapigheid in All of the punks are domesticated (alleen die titel al!). Zo rond het vijfde nummer trekt Gallo een stelletje lookalikes het podium op om een nummertje te doen. Meteen gaat de galm er af, en verdomd, dat klinkt geluidstechnisch aanmerkelijk beter! Sowieso spelen deze gasten heel goed. Wie zijn dit?

Wat blijft hangen is dat Ron Gallo in een uurtje de hele rockgeschiedenis omvat. Ron Gallo grijpt terug op de Stones en de Kinks, hij vindt inspiratie in Jon Spencer en The Oblivians, en hij steelt het vuur van Ty Segall. Maar veel belangrijker nog: Ron Gallo kneedt uit dit verleden een meer dan zonnige toekomst voor de rock ’n roll. Yeah!

Geen tijd voor uitgebreid verslag deze keer, behalve de korte constatering dat Die Nerven afgelopen donderdag in de Ekko een serieus goede masterclass Duitse postpunk gaven. Wonderlijk toch hoe Duitse noise meteen enorm eighties klinkt, maar vergis je niet, Die Nerven zijn extreem goed bij de tijd. Fijne dynamische performance ook. Voorprogramma Crows mag er ook wezen. Viertal zompige noiserockers, met energieke zanger die ook nog wel even het publiek in wil. Zo doe je dat, want als voorprogramma is elk optreden een showcase. Heel goede avond om het lange weekend mee in te duiken, dus. En de telefoon bleek the days after nog wel wat leuke foto’s te bevatten ook. 

20181018_21010720181018_215611(0)20181018_215708(0)

 

Sinds een jaar of twee ben ik behoorlijk gegrepen door Wrekmeister Harmonies. Op het snijvlak van folk, postrock en metal is het katharsis voor de vuile ziel en schoonheid voor de geest. De band heeft het eerder aangedurfd om Is dit een mens van Primo Levi in muziek te vangen, en nu brengen ze met The Alone Rush een album vol duistere berusting. Dit is nergens vrolijk, maar als ze dan tweemaal komen spelen, in mijn woonstad en mijn werkstad, weet ik wel waar ik moet zijn!

20180516_212151Op woensdag speelt Wrekmeister Harmonies in Het Paard in Den Haag, op donderdag als onderdeel van Doomstad #4 in Ekko in Utrecht. Ekko is volle bak, wellicht ook vanwege het navolgende Wiegedood, in het Paard moeten we het doen met een man of zestig. De sets zijn vergelijkbaar, maar in de setting van Utrecht iets korter. Je kunt ook zeggen: de set in Den Haag is nogal kort. Maar bij Wrekmeister Harmonies is dat de essentie niet. Want die zit in de enorme intensiteit van wat we voorgeschoteld krijgen, muziek die je totaal moet beleven en ondergaan. Ik weet dus mijn plekje vlak voor het podium.

Op de jongste plaat zingt JR Robinson meer dan op alle voorgaande platen bij elkaar, met een timbre dat het midden houdt tussen Andrew Eldritch en Michael Gira. Bij de eerste luisterbeurten bekroop me daarom nogal een old school gothic gevoel, maar met de tijd opent de plaat zich steeds meer. Violiste en multi-instrumentaliste Esther Shaw is het tweede lid van de band. Zij weeft prachtige melodieën door de ijzige duisternis. Deze week is ook drummer Murph mee op tour. Hij vervangt Thor Harris (Swans) en doet dat bijzonder vaardig, want hij geeft live precies die laag die op plaat soms ontbreekt. Zover ik kan overzien volgt het concert (in elk geval de eerste avond) de opbouw van The Alone Rush. En dan ontvouwt het zich in volle schoonheid.

20180516_212438Wrekmeister Harmonies geeft tweemaal een intens mooie set. Met A 300 year old slit throat begint het rustig, op plaat is dat wat langdradig, maar live is het een essentieel nummer om ons het universum in te trekken. Descent into blindness geeft vol ruimte aan het mooie vioolspel van Shaw, om met ogen dicht te luisteren. Hier maakt het wel uit of je tussen het gerichte publiek van het Paard staat of tussen de gasten van Doomstad. Het nummer explodeert in prachtige dramatiek.

De band staat er om bekend de afzonderlijke nummers door te trekken tot één lange set. Dat is nu niet en Robinson neemt tussendoor met opgeheven armen en roepend het applaus in ontvangst, alsof het concert voor hemzelf ook een reiniging van de ziel is. Robinson neemt gelegenheid voor een aankondiging van Forgive yourself and let go: het begint rustig, wordt dan ‘rather noisy’, en eindigt ‘terrifying’, want vergeving is niet pijnloos. En die route neemt Wrekmeister Harmonies, in een kwartier lange catharsis, niet alleen voor ons, maar schijnbaar ook voor Robinson zelf,  die stampt op het podium, zijn gitaar mishandelt, hij schreeuwt het uit, hij tiert en schmiert. Allemachtig, wat een vagevuur. The Alone Rush rondt het optreden in grote intensiteit af. Echt prachtig om de bewondering van drummer Murph te zien voor het wonderschone vioolspel van Shaw.

20180516_212424

Twee keer Wrekmeister Harmonies, is dat niet teveel van het goede? Welnee, hier zit geen enkele limiet op. De eerste avond in Het Paard springt er uit, met publiek dat speciaal hiervoor komt en uitstekend geluid. De tweede avond is lastiger, vooral door het werkelijk abominabel slechte geluid in Ekko. Vooraan is de mix een totale brij, die doordreunt alsof ik in een klankkast sta. Dat is vooral bij het eerste nummer het geval; juist als de meest subtiele mix nodig is verzuipt het in een brij van bas en reverb. Ik vraag me zelfs even af of de band niet zo het podium af zal stappen. Gelukkig wordt het gaandeweg het gaandeweg iets beter (maar zeker niet goed) en speelt de band ook in Utrecht verpletterend goed. Deze avond moeten toch vele zieltjes zijn gewonnen.

Als ik na afloop Robinson bedank voor twee geweldige avonden krijg ik een heerlijk vieze knuffel terug. De melancholie zit diep bij de band, maar het kan de warmte gelukkig niet verdringen.

 

Het is al weer mei voor je er erg in hebt, maar bij deze dan toch gauw even wat tips voor het voorjaar. Ik kan deze maand als vanouds chronologisch opdelen, maar belangrijkste om te weten is dat er vier grootse concerten gaan gebeuren in Utrecht, en daar moet je allemaal bij zijn. Het gaat om Wrekmeister Harmonies, GNOD, The Ex en Sleep. Al het andere is mooi meegenomen.

Op 10 mei komt GNOD naar DB’s voor de jaarlijkse afbraak. Wie GNOD nog nooit zag leeft een leven in armoe, maar kan zich vandaag verrijken. Wie GNOD al wel eerder zag weet ook nog niks, want elk optreden is anders. De afgelopen keren dacht ik dat de tour te maken had met recente albums, maar niks daarvan, optredens zijn veel vaker indicaties van wat er komen gaat. Verrassend, verpletterend en ongelooflijk goed.

Op 17 mei komt Wrekmeister Harmonies naar Ekko, als onderdeel van het onvolprezen programma Doomstad, editie 4. De andere bands zijn het aardedonkere Wiegedood en het Utrechtse black metal collectief Verval. Je hoort het al, vrolijk wordt het niet. En dat geldt ook voor Wrekmeister Harmonies. Eerder zetten ze met Light Falls al eens ‘Is dit een mens’ van Primo Levi op muziek – als je dat hebt gelezen of weet dat het een ooggetuigenverslag van Auschwitz is dan weet je wel ongeveer in welke sfeer je zit. De nieuwe plaat heet The Alone Rush en is minder hard in de ontlading, nog wel hier en daar met grootse suspense, maar vooral een plaat van duistere berusting. JR Robinson klinkt donker als Andrew Eldritch of Michael Gira. Ik ben heel erg benieuwd, en pik daarom ook de voorgaande avond in Het Paard in Den Haag mee, want een nadeel van programma’s als Doomstad in Ekko is toch wel dat alle optredens doorgaans net te kort zijn.

Op 20 mei komt The Ex naar Ekko. Ik heb hier al heel veel over The Ex geschreven, maar voor nu: wees verzekerd dat niet alleen de nieuwe plaat geweldig goed is, maar vooral ook dat de live een verpletterende set oplevert. The Ex bestaat bijkans veertig jaar maar is nog altijd de belangrijkste band van Nederland. En dat zeggen niet alleen de ouwe lullen zoals ik, want het viel bij de plaatpresentatie al op dat er een heel nieuwe, jongere doelgroep lijkt te zijn aangesproken. Ik kan er geen genoeg van krijgen en ik reken er op dat ik alle lezers van dit stukje straks bij Ekko zie! Dit is geen aanbeveling, maar een laatste waarschuwing.

Op 26 mei speelt Sleep in TV Ronda. Aanvankelijk stond het geprogrammeerd in De Helling, maar daar had Tivoli zich even verkeken op de legendarische cultstatus van deze band. Sleep is de band die in de jaren negentig loodzware stoner/doom naar een hoger plan tilde, vervolgens een groots contract voor een nieuwe plaat grotendeels omzette in wiet en, jawel, de plaat Dopesmoker, bestaande uit één nummer van pakweg 70 minuten. Dat werd dus een jarenlang conflict met de platenmaatschappij, het einde van de band en na vele jaren (ik dacht 2003 of daaromtrent) dan toch de plaat in klein beheer (eerder al wel uitgebracht als Jerusalem), die een meesterwerk bleek te zijn. Sleep is ook bekend van lange uitvoeringen, ik meen ergens te hebben gelezen over een vijf uur durende uitvoering. Verder kennen we een deel van Sleep, met name bassist en zanger Al Cisneros, van band OM, die tweemaal op LGW speelde. Dat waren geen concerten, maar een soort van boeddhistische metal-diensten. En last but not least verscheen kort geleden plots voor het eerst in tijden een heel nieuw album, The Sciences. En wat voor plaat! Kortom: veel verhaal, lange geschiedenis, geniale nevenprojecten, en dat alles komt nu weer bij elkaar. Heb ik de term verpletterend al genoemd? Dan wederom.

Verder is er vast nog veel tofs om te kijken, maar het is inmiddels al mei en Darth Faber heeft vakantie, dus dat moet je zelf maar even uitzoeken.

Onder hoge tijdsdruk voor andere zaken iets nieuws verzonnen: het flitsverslag. Max 200 woorden voor korte review. Niet omdat de band het verdient, maar uit tijdgebrek. Dan kan een verslagje net in de trein tussen huis en werk. Bij deze:

Flying Horseman, prachtige driemans/tweevrouws-band (waarvan één hoogzwanger), uit Antwerpen. De nieuwe nummers (eerste deel van de set) zijn wat abstract, lastig te grijpen, maar wel bijzonder mooi. Het is aangename donker, licht mysterieus van sfeer, zonder dat het echt duister wordt. Wat een zegen moet het zijn om met zulke goede muzikanten te spelen, om zo’n mooie stem te hebben, en om zo te kunnen leunen op een geweldige drummer. De oudere nummers (tweede deel van de set) zijn veel intenser, pakt het publiek veel dichterbij. Hier komt veel meer ziel in de muziek. Mooi! Gek genoeg moet ik ineens aan Led Zeppelin denken, vanwege de Stairway-achtige opbouw van veel nummers: voorzichtig beginnen, opbouwen, hard gaan, afronden. Daarnaast ook een heel mooi solo-liedje van zanger/gitarist Bert Dockx. Flying Horseman is niet makkelijk te pakken, maar wel een bijzonder fraaie band.

20180324_214307 snij