archiveren

Tagarchief: helling

De maandag is niet erg geschikt voor concerten, zo vertellen de mannen van Beak> ons al, dus ik sta nog druk om te schakelen van de sores van werk en huishoudelijke routines als ik Paddy Steer op het podium van De Helling aantref.

Daar wordt een mens toch instant blij van. Paddy Steer is een vrolijke paradijsvogel en eenpersoonsband, die anderhalf jaar geleden al op Le Guess Who te zien was. Bij sommige nummers draagt hij een constructie met muts en zwaar vervormende vocoder, bij andere nummers een soort van lichtgevende helm, naar eigen zeggen ‘to hide my shame’. Paddy vertelt dat zijn schoenen stinken en dat hij een hipster is, omdat hij mooie kleren belangrijk vindt en een baard heeft. Ja ja! Is het muzikaal ook nog wat? Dat valt alleszins mee, met koffers vol beats en fraai gemoduleerde geluiden, een mooie vintage vocoder en een drum vol riedels en rinkels.

Als alles voor BEAK> is omgebouwd begint de band zonder verdere introductie en hop, we zitten gehypnotiseerd in een wervelend krautrockuniversum. Geoff Barrow, de drummer van Beak>, die ook dienst doet bij Portishead, speelt geweldig strakke motorik, bassist Bill Fuller zit lekker op een stoel middenop het podium, terwijl hij de geilste baslijnen produceert. Gitarist en geluidskunstenaar Will Young, met tof Slint-shirt, dompelt de ritmes in warme synths, straffe riffs en atmosferische dub.

Ook BEAK> speelde al eerder in Utrecht, op LGW (zie hier en hier), en dat was al niet misselijk, maar vandaag is nog veel beter. De nummers zijn completer, het geluid is voller en de trip is hallucinerend. Voorzichtig wordt hier en daar een dansje gewaagd en dat kan ook best, maar de stille bewondering overheerst. BEAK> doet niet onder voor Can en Neu!

Richting het einde komt de roadie nog een nummer meedoen op de bongo’s. Met de lange repetitieve ritmes speelt de band zich de RSI in de armen en benen, dus tussen de nummers door is het zaak om de ledematen weer wat los te gooien. De band heeft goede luim en het geouwehoer tussen de nummers is welhaast van niveau Armand. Young vertelt hoe het publiek eergisteren in Brussel schreeuwde om een fucking smoke machine, Barrow moet hard lachen om het commentaar onder een KEXP YouTube-filmpje dat het nummer Eggdog ‘unlistenable’ noemt, en hij verwijst naar Young, ‘our young millenial’, die het filmpje nog even opzoekt op zijn internet phone. Krautcabaret, wie had dat gedacht. Zo wordt het met BEAK> op de maandag toch een behoorlijk gedenkwaardige avond.

Bob Fosko begint met de aankondiging dat hij net even in een chemovrije week zit, maar wel mag spelen van de dokter. Het klinkt luchtig, maar dat is het natuurlijk niet, want van binnen zit de slokdarmkanker. Maar De Raggende Manne leggen zich daar niet zomaar bij neer. Want er is eindelijk weer een geweldige nieuwe plaat, en Bob rust niet voordat hij dat iedereen in zijn gezicht heeft geschreeuwd.

Foto’s: Anne Marie van Rijn

2019-03-23 De Raggende Mannen-de Helling Anne-Marie van Rijn 055

Aftrap is Zand, van Brandende Vlierbessen. Dat is een mooie binnenkomer, want dit is direct een staalkaart van alles wat De Raggende Manne zo goed maakt: een ondergrond van broeierige jazzpunk, ontsporende gitaren, razend tempo, schreeuwende woede en teksten die Jules Deelder niet zouden misstaan. Later in de set zit het bloedstollend mooie Bonnetje, een schreeuw van teenage angst zoals eigenlijk alleen Dinosaur jr. en Armand dat ook konden:

Je ouders vinden me niets
Ik heb geen auto maar een fiets
Jij bent klein en ik zo lang
Van geschreeuw word ik al bang
Maar grijp m’n hand
Grijp mijn uitgestoken hand

De Raggende Manne worden al te vaak gelabeld onder pretpunk of meligheid, getuige ook de lollige opblaaslul die door het publiek gaat. Maar vergis je niet, dit is poëzie. Naadloos in het oeuvre past de nieuwe plaat, ‘Alles Kleeft!’, behoudens een EP-tje de eerste in een jaar of twintig. KNEET is een prachtige ode aan de meest raggende wielrenner aller tijden. Titelnummer ALLES KLEEFT balt alle woede in anderhalve minuut: jij bent hier geweest, ik zie het, ik voel het, alles kleeft!

2019-03-23 De Raggende Mannen-de Helling Anne-Marie van Rijn 028

Bob Fosko is redelijk bij stem, vooral de timing is griezelig perfect, maar de energie is natuurlijk wel minder dan het ooit was. Daarom is er wat hulp ingeschakeld, om Fosko af en toe wat rust te gunnen. En dat zijn niet de minste. Pierre van Duijl (Dopegezinde Gemeente, eerder ook al met Fosko in Gorelev) doet onder meer Grote Bek, good old Frederique Spigt doet Lullen bij de bus en Bloedeloos, en Colin Linnekamp, die klinkt als een metalzanger maar uit het theater (Zoutmus) komt, schreeuwt Het rijdt niet met een strot vol smerigheid.

Zo is het een meer dan gevarieerde avond, zeker als iedereen voor de toegift nog eens samen het podium deelt, met Van Duijl op accordeon, voor een fraaie versie van De Fles. En omdat afscheid moeilijk is proosten we samen, en vooruit nog eentje dan, want Nee’s niks om zomaar naar huis te gaan. Het ga je goed, Bob.

2019-03-23 De Raggende Mannen-de Helling Anne-Marie van Rijn 122

Eerst even een stukje context. Sólstafir ontdekte ik een paar jaar geleden op Eurosonic, met een verpletterend goede show in Vera. Dat had alles te maken met het geweldige album Otta, hun vijfde al, waarmee ze een prachtige brug sloegen tussen metal, postrock en de mystiek die IJsland blijkbaar eigen is. Een paar maanden later zag ik ze weer, nu op Into the Void in Leeuwarden, maar dat was een heel stuk minder. Er was pretentie en bombast in de band geslopen, die het bovendien moest doen met een ontwrichte ritmesectie vanwege de met ruzie weggestuurde drummer. Onlangs kwam dan het vervolg op Otta uit, Berdreyminn, met hier en daar lovende recensies, maar ik vind het vooral nogal wisselvallig. Ergo: zonder al te hoog gespannen verwachtingen dan toch maar naar De Helling vanavond, wetende wat er mogelijk is maar ook wetende dat er geen garanties zijn bij Sólstafir.

Mijn bedenkingen raken verder verduisterd door Gold, een voorprogramma van zgn. female-fronted metal. Dat is geen feest. De zangeres heeft een beperkt vocaal bereik en de gitaristen staan continu in pose te headbangen. Dat alles verzuipt in een brei van geluid waar je oorpijn van krijgt. Nog maar even buiten aan het bier dan.

Sólstafir zet bij wijze van intro Nàttfari op, het laatste nummer van de allereerste plaat, en vangt dan aan met Silfur-Refur, het prachtige eerste nummer van de laatste plaat. Het wordt snel duidelijk dat al mijn bedenkingen de prullebak in kunnen. Sólstafir speelt uiterst geconcentreerd en bevlogen. Het volgende nummer is meteen Otta, ingezet met een prominente banjo voor het eerste melodieuze stuk. Dit is atmosferisch geniaal, versterkt door het prachtige licht en het wonderbaarlijk herstelde zaalgeluid.

Dat zaalgeluid legt vrij veel nadruk op de zang en dat is niet het sterkste element van Sólstafir. Dat wringt bij een aantal van de nieuwe nummers en is waarschijnlijk ook de kern van mijn bedenking bij de nieuwe plaat: Addi wil dan teveel vertellen, terwijl het verhaal van Sólstafir naar mijn gevoel juist vooral zit in de mystieke suggestie van de muziek, opgezet door uitgekiende vertragingen en lange spanningsbogen.

20170617_223843

Deze gedachten worden echter direct de grond in geboord door de introductie van Addi, waar hij volle aandacht van het publiek voor nodig heeft en tot stilte maant. Terwijl bassist Halldór rustig op een flightcase gaat zitten vertelt Addi met nauwelijks verholen emotie van een goede vriend die tien jaar geleden depressief zelfmoord pleegde. Volgt een verpletterend mooie versie van Necrologue.

Alleen dit is al genoeg voor een prachtige avond, maar Sólstafir in bloedvorm doet er nog vele scheppen bovenop. Prijsnummer Fjara komt langs, en daarnaast vooral nummers van de (toch ok vrij wisselvallige) plaat Köld uit 2009, terwijl van de nieuwe plaat misschien maar drie of vier nummers nummers worden gespeeld. Dat is toch wel opmerkelijk voor deze Berdreyminn-tour, maar mij hoor je niet klagen. Het laatste nummer is Goddess of the Ages, ook van Köld, tien minuten waarin Sólstafir nog eens alles uit de kast trekt. Addi staat hoog voor op het podium, haast in trance, hij speelt gitaar op zijn knieën, hij komt de zaal in en omhelst een vrouw die hij nooit meer los lijkt te willen laten. Als ik het zo opschrijf klinkt het pathetisch, vol van bombast uit de truckendoos, maar vanavond was Sólstafir perfect in balans, zeven kwartier lang. Uitmuntend goed optreden.

IMG-20170618-WA0003

Het is weliswaar Stille Zaterdag, tussen Goede Vrijdag en Pasen, maar we controleren nog maar eens goed of we de oordopjes paraat hebben, want vanavond staat niemand minder dan Monomyth op het podium in De Helling. Yes!

In het voorprogramma staat eerst Mantra Machine. Dat is alles wat je je voorstelt bij een band met die naam: instrumentaal, slepend, bedwelmend. Met slechts drie man in basisopstelling drum, bas en gitaar wordt een breed palet aan denderende soundscapes over de langzaam vullende zaal heen gestrooid. Achter de band zien we fascinerende beelden, van een motor door de woestijn, abstracte fractals, en uiteindelijk een soort van buitenaardse landschappen. Dit is zeker niet verkeerd!

Monomyth kleurt het geluid nog veel verder in, met synths, keyboards en jawel, de gitaar met dubbele hals. De nieuwe plaat Exo is net vorige week verschenen als afsluitend deel van een epische drieluik vol lange instrumentale nummers. Dit is hypnotiserende muziek van tijdloze proporties.

De monomythe staat voor de eenzame reis, de queeste van de held die als jongen vertrekt en uiteindelijk via vele avonturen als man weer thuis komt. Die Bildung maken we vanavond mee, in 7 nummers in 7 kwartier. Monomyth brengt een zeer zorgvuldig uitgevoerde catharsis met nummers waar je eindeloos in op kunt gaan. Het eerste nummer Surface Crawler hangt nog een beetje tegen de progrock aan, daarna komen we met stevige drones en retestrak gitaarspel langzaam in een steeds diepere trance. Drummer Sander Evers legt een onwaarschijnlijk strak tapijt van motorik neer, dit is van Jaki Liebezeit-achtige proporties.

Classic Vanderwaalskrachten krijgt een extra lange uitvoering, lijkt het wel, en dat geldt zeker voor nieuwe classic Uncharted, dat pas na ruim tien minuten tot een zinderende explosie komt. De plaat is al goed, maar live is dit echt geweldig. Het is eigenlijk een grote schande dat we hier met nog geen tweehonderd man staan, maar hier zijn wel de fans die deze loutering helemaal weten te ondergaan. Als het dan eindelijk toch afgelopen is maakt het overwinningsgebaar van Evers duidelijk dat Monomyth hier boven zichzelf is uitgestegen. En zo is het, dit was echt onwaarschijnlijk goed.

2016-03-26 21.29.142016-03-26 21.29.21
2016-03-26 21.44.59-2
2016-03-26 21.55.39-1

Dit is een veelbelovende avond van twee bands die ik al een tijdje op het podium volg. The Mysterons ontdekte ik vorig jaar op Noorderslag en ik zag ze daarna weer op Motel Mozaïque. Birth of Joy was voor mij zelfs al eens de beste band van Noorderslag, in 2014, en ook kort daarna in Ekko weer bruut goed. De Helling loopt lekker vol, dus brand maar los!

2016-03-10 20.39.33The Mysterons begint met een mooi instrumenteel intro, mooi om meteen even kennis te maken met de nieuwe gitarist, die Brian Pots van Pauw vervangt. Hij heeft een lekkere desertgroove in de vingers, heel fijn. Als zangeres Josephine er dan bij komt ontstaat er weer wat moois op het podium. Vooral dankzij de energieke bassist en de blije orgelaar oogt de band relaxter dan ooit. Het geluid klinkt ook goed in balans, terwijl eerder de hoge, wat dweperige zang nogal overheerste. Dat is goed nieuws, al kan al teveel balans ook saai worden. Maar ik zie de nu nog wat bedeesde gitarist in de toekomst nog wel eens tekeer gaan met een lekkere bak gitaarnoise hier overheen. Hij oogt in elk geval al een beetje als Joey Santiago. Het is echt goed om te zien hoe The Mysterons het afgelopen jaar zijn gegroeid, en vooral om te zien hoeveel potentie er nog in zit om in de toekomst uit te pakken. Volgende keer ben ik er weer bij!

Birth of Joy begint daarna een beetje moeizaam. Ze staan ver uit elkaar, waardoor het podium ineens heel groot en leeg oogt. De moeizame start heeft wellicht te maken met de nummers van de nieuwe plaat. Deze is wat minder gruizig dan eerder werk, waardoor het wat cleaner overkomt allemaal. Dat geeft wel veel meer ruimte aan de waanzinnige virtuositeit van de muzikanten, die technisch helemaal hun eitje kwijt kunnen, maar het lijkt ook wat in de weg te staan voor wat Birth of Joy vroeger wel deed, namelijk het publiek direct bij de strot grijpen en meenemen naar hun orgelfest.

Halverwege de set van toch pakweg anderhalf uur keert het tij, en met twee sterk doordenderende psychnummers slaat de vonk over. Zanger en gitarist Kevin Stunnenberg draait de versnelling een tandje hoger, Gert Jan Gutman gooit er wat meer vieze orgelgrooves in, en drummer Bob Hogenelst laat met een verwoestende solo nog eens horen waarom hij als enige ooit een tien haalde op het conservatorium. Hier komt de ware Birth of Joy weer boven. Laat de bierfeesten en festivalweides maar weer komen.

2016-03-10 22.39.49

 

 

.

Aan het begin van dit jaar bracht Alamo Race Track met Hawks één van de beste platen van het jaar uit, en nu op de valreep van het jaar is er nog mooi een gelegenheid om ze in de buurt op het podium te bewonderen, zo aan het einde van de tour langs de vaderlandse clubpodia.

Het pas laat aangekondigde voorprogramma is Roald van Oosten met band. Van Oosten speelde ooit al eens samen met Alamo Race Track-zanger Ralph Mulder in de band Ghost Trucker, en was in een vorig leven vooral voorman van Caesar. Al die lijnen horen we hier terug, soms zelfs heel direct zoals in het afsluitende nummer, waarin ik Before my head explodes van Caesar meen te herkennen. Het valt me vooral op hoe sterk de zang van Oosten inmiddels doet denken aan Jonathan Donahue van Mercury Rev. En ook de muziek is daar niet ver van verwijderd, zeker niet als Van Oosten op het orgeltje een spacy geluid mee geeft. Dit klinkt helemaal niet verkeerd! Roald van Oosten heeft weer een degelijke band verzameld, die in de interactie op het podium soms nog wat onwennig oogt, maar die al wel geweldig speelt. Hier gaan we nog veel van horen; op 4 maart verschijnt de plaat.

2015-12-19 20.39.02
Alamo Race Track zit ergens tussen rock en roots in, soms sfeervol en warm, soms gierende gitaren, vaak als de alternatieve folk à la Wilco, en altijd tot in detail ingevuld met een grote rijkdom aan instrumenten. Alamo Race Track brengt niet veel platen uit, slechts vier in pakweg twintig jaar. Dat levert altijd goede en doordachte platen op, maar Hawks is toch wel de beste tot nu toe. De band trapt af met het titelnummer, en de rest van de set is een variatie van oud en nieuw werk. Afsluiter is Young Spruce and Wire, het prachtige, haast catchy beginnummer van de plaat, dat blijkbaar gaat over de jammerlijke reis van Scott.

Voorman Ralph Mulder, met zijn pet en houthakkershemd, is soms een wat nukkige figuur. Zijn irritaties geven nogal eens een ongemakkelijke schuring tussen band en publiek, met daarbij het spannende gevoel dat het perfectionistisch opgebouwde geheel wel eens over het randje zou kunnen donderen. Vandaag echter helemaal niets daarvan. Mulder is voor zijn doen buitengewoon goed gehumeurd, vol droogkloterigheid tussen de nummers door. “Het volgende nummer was eigenlijk bedoeld als onze hit” is de droge aankondiging van All Engines. We leren iets over het stemmen van gitaren, maar als dat wat al te lang uitweidt en iemand “Spelen!” roept reageert hij “Dit is de eerste keer dat ik het tof vind dat ik dat hoor!” om direct af te trappen voor het volgende nummer.

Goed om te zien dat de sfeer goed is, maar de band lijkt daarmee wel wat op afstand te blijven. Daarmee mist net dat beetje extra en dat vraagt iets meer concentratie van het publiek, wat zo te horen niet iedereen lukt, maar wie dat wel kan opbrengen ziet groot vakmanschap en gewoon een hele mooie show. Je kunt een uur lang alleen al naar de verbluffende complexiteit van de drummer kijken. Wie goed oplet ziet ook goed hoe de andere muzikanten tot in detail inkleuring geven aan de subtiel-knappe orkestraties. Wat een fijne band is dit toch. Alamo Race Track heeft die mooie combinatie om tegelijk ondoorgrondelijk, herkenbaar en vernuftig origineel te kunnen zijn.

2015-12-19 21.46.06
2015-12-19 21.37.07

Pallbearer ***
Yob ****

Clearing the Path to Ascend heet de jongste plaat van Yob, met vier nummers in ruim een uur aan allejezus hard gruntende tergend trage sludge metal. Juichende recensies tot in de New York Times aan toe, dus ik ben benieuwd hoe dit live in De Helling uitpakt.

Maar eerst speelt Pallbearer. Dat is ook bij lange na niet mis en ik baal dat ik te laat binnen ben, waardoor ik alleen de drie laatste nummers meepik. Pallbearer zet een fijn vertraagde muur van geluid neer, die door de zang onmiskenbaar referenties aan Black Sabbath boven haalt.

Zonder veel pauze gaat vervolgens Yob van start met In Our Blood, het eerste nummer van de nieuwe plaat, een meesterwerk van bijna twintig minuten. Dit begint haast verstild, maar dat is slechts een aanloop om vervolgens verwoestend hard uit te halen met monsterlijk trage, heerlijk diepe riffs. Deze dynamiek zit ook in de volgende pakweg zes nummers, waarmee toch al gauw een kleine anderhalf uur wordt gevuld.

De verstilde momenten in de nummers versterken alleen maar de intensiteit van de tergende traagheid en de teringharde geluidsmuren als de band echt los gaat. Er zit echter opvallend veel subtiliteit in. Zanger Mike Scheidt heeft een enorm bereik, van diepe grunts tot hoge uithalen, en af en – zeldzaam in het genre! – een haast verstaanbaar zuivere zang. Het gitaarwerk blinkt uit in een enorm breed palet aan riffs. En hoor ik daar even een likje progrock? Het is wonderbaarlijk hoe drie man in basisbezetting gitaar-bas-drum zulke veelzijdige orkestraties en zo’n immens bruut volume weten te brengen. Stevige drones vol doom zijn altijd de onderligger, maar de duisternis kent vele schakeringen.

IMG_0526.JPG

Zie hier een lovende recensie op Kindamuzik

Setlist: http://www.setlist.fm/setlist/yob/2014/tivoli-de-helling-utrecht-netherlands-5bcfbb00.html

Ravens & Chimes ***
Tim Hecker **
Foxygen **
Beak>; ***
Camera ****

Vandaag wederom een ontdekkingstocht, op basis van de summiere beschrijvingen in het boekje, wat snelle luisterbeurten op de onvolprezen Luisterpaal, en een handige route langs de Utrechtse zalen vanwege de in het sinterklaasjournaal voorspelde buien en mogelijke storm. De grote geografische spreiding van Le Guess Who over Utrecht maakt voor mij overigens wel dat er een wat vreemdsoortige sfeer over het festival blijft hangen. Zonder fiets is er geen beginnen aan: tussen De Helling en Db’s is toch al gauw twintig minuten fietsen, wat een echte ontdekkingstocht toch wel wat belemmert. Bovendien ontstaat er in de Utrechtse straten zo ook niet echt een festivalsfeer, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Eurosonic, waar de podiumlokaties veel meer op loopafstand van elkaar liggen. Heeft Utrecht echt niet meer verborgen podia in de binnenstad?

Dat gezegd hebbende, fluks naar Ekko voor het intrigerend beschreven Ravens & Chimes. Dat is meteen een uitstekende binnenkomer! Gisteravond vroeg ik me hier en daar nog af: “Willen deze mensen wel op het podium staan?”, maar daar bij dit kwartet – doorgaans een vijftal – uit New York geen sprake van. Losjes en met charisma onderhoudt de zanger tussen de nummers door het aanvankelijk nog wat stugge publiek. In de meeste gevallen leidt dit tot irritant geouwehoer, maar hier staat een sympathieke gast, die zijn best doet om het publiek mee te nemen. Met uitstekende nummers weten deze jongens de zaal overtuigend over de streep trekken. Ondanks hun jonge leeftijd staat hier een heel volwassen band, met complexe maar goed gestructureerde, spannende nummers. Hier word ik blij van.

Snel door naar Tim Hecker, want het is even droog buiten. In De Helling staat een volle zaal te loeren naar… ja, naar wat eigenlijk? Ik had er gisteravond al wat moeite mee dat de Fuck Buttons zo ignorant waren ten opzichte van het publiek, maar Hecker doet daar in het volledige duister nog een flinke schep bovenop. Toegegeven, uitstekende muziek, die zich, nogmaals toegegeven, ook uitstekend in het donker laat genieten, maar het knaagt mij zeer wat ik hier eigenlijk te zoeken heb….

Dan Foxygen in Tivoli aan de Oudegracht. Deze jongens halen de mosterd waar Mick Jagger ‘m al decennia geleden heeft laten liggen. Er zijn slechtere voorbeelden, en Foxygen kan er muzikaal ook goed mee overweg in interessante, barokke en licht psychedeIische pop. Maar door het oeverloze gelul van de zanger verwordt dit optreden toch enigszins tot een klus in het oefenhok. De lollige sfeer komt de nummers ook niet ten goede: veelbelovende inzetten worden zelden langer dan twee minuten uitgewerkt (of afgemaakt), plots gevolgd door een rare break en dan iets wat op een heel ander nummer lijkt. Na een keer of drie bekruipt me dan toch het gevoel dat ik naar een medley-band zit te kijken… Tijd om door te gaan.

image

Weer in De Helling bij Beak>;;, die net als Tim Hecker om duisternis vraagt, maar in dit geval is dat om de zelf meegebrachte (en niet heel bijzondere) knipperlichtjes op het podium tot hun recht te doen komen. Vooruit dan maar, concentreren op de muziek, Darth Faber. En dan is dit toch wel allemachtig goed, hoor. Zeer strakke drummer en bassist leggen een heel solide basis onder de geluidsexperimenten van toetsenist/gitarist. De band werd mij vooraf beschreven als Portishead zonder de zang, en op basis van het album Third zit daar wel wat in. Maar dit is toch wel een onmiskenbaar eigen geluid. Hou dit in de gaten!

Ten slotte nog even naar Acu voor de betonvlechters van Camera. Heftige krautrock guerilla, naar eigen zeggen. Deze degelijke Duitsers zijn in hun jonge jaren in vat vol elpees van The Swans gevallen, en dat betaalt zich stevig uit! Allejezus, dit is mooie herrie! Gouden vondst om alle bassdrumritmes gewoon uit een kastje te halen, waardoor de drummer met de restanten van zijn drumkit voor op het podium kan staan hakken, zonder zich om afleidend voetenwerk te hoeven bekommeren. Wat een houthakker! Animal is een schoothondje vergeleken bij deze capabele neanderthaler, die naar verluidt geketend in een busje moet worden vervoerd. Vergeet ook de rest van de band niet, met goed scheurende gitarist en een geluidsmuurbouwer. Heftig!

========

MATERIAAL ELDERS

– Zie 3voor12 voor meer recensies en cijfers

– Zie de festivalsite voor referenties naar meer recensies en foto’s

;