archiveren

Tagarchief: paddy steer

De maandag is niet erg geschikt voor concerten, zo vertellen de mannen van Beak> ons al, dus ik sta nog druk om te schakelen van de sores van werk en huishoudelijke routines als ik Paddy Steer op het podium van De Helling aantref.

Daar wordt een mens toch instant blij van. Paddy Steer is een vrolijke paradijsvogel en eenpersoonsband, die anderhalf jaar geleden al op Le Guess Who te zien was. Bij sommige nummers draagt hij een constructie met muts en zwaar vervormende vocoder, bij andere nummers een soort van lichtgevende helm, naar eigen zeggen ‘to hide my shame’. Paddy vertelt dat zijn schoenen stinken en dat hij een hipster is, omdat hij mooie kleren belangrijk vindt en een baard heeft. Ja ja! Is het muzikaal ook nog wat? Dat valt alleszins mee, met koffers vol beats en fraai gemoduleerde geluiden, een mooie vintage vocoder en een drum vol riedels en rinkels.

Als alles voor BEAK> is omgebouwd begint de band zonder verdere introductie en hop, we zitten gehypnotiseerd in een wervelend krautrockuniversum. Geoff Barrow, de drummer van Beak>, die ook dienst doet bij Portishead, speelt geweldig strakke motorik, bassist Bill Fuller zit lekker op een stoel middenop het podium, terwijl hij de geilste baslijnen produceert. Gitarist en geluidskunstenaar Will Young, met tof Slint-shirt, dompelt de ritmes in warme synths, straffe riffs en atmosferische dub.

Ook BEAK> speelde al eerder in Utrecht, op LGW (zie hier en hier), en dat was al niet misselijk, maar vandaag is nog veel beter. De nummers zijn completer, het geluid is voller en de trip is hallucinerend. Voorzichtig wordt hier en daar een dansje gewaagd en dat kan ook best, maar de stille bewondering overheerst. BEAK> doet niet onder voor Can en Neu!

Richting het einde komt de roadie nog een nummer meedoen op de bongo’s. Met de lange repetitieve ritmes speelt de band zich de RSI in de armen en benen, dus tussen de nummers door is het zaak om de ledematen weer wat los te gooien. De band heeft goede luim en het geouwehoer tussen de nummers is welhaast van niveau Armand. Young vertelt hoe het publiek eergisteren in Brussel schreeuwde om een fucking smoke machine, Barrow moet hard lachen om het commentaar onder een KEXP YouTube-filmpje dat het nummer Eggdog ‘unlistenable’ noemt, en hij verwijst naar Young, ‘our young millenial’, die het filmpje nog even opzoekt op zijn internet phone. Krautcabaret, wie had dat gedacht. Zo wordt het met BEAK> op de maandag toch een behoorlijk gedenkwaardige avond.

Tweede dag Le Guess Who? Ik ben wat onbestemd in het programma, dus een mooie dag om rijen te omzeilen en in het wilde weg op ontdekkingsreis te gaan.

Die toch begint bij Shintaro Sakamoto, in het programma aangeprezen als ‘post apocalyptic exotica’, maar in de praktijk vrij tamme luisterliedjes in het Japans. Af en toe klinkt er een mooie melodieus verstuivende gitaarlijn door, maar echt wakker word ik er niet van. Een heel begenadigd zanger is Sakamoto ook niet.

20181109_204337
Dan maar even door naar de performance van Joe Coleman. Coleman brengt in spoken word een bevlogen verhaal, waarvan de fragmenten in de collage van schilderingen en teksten op de achtergrond geprojecteerd worden. Ik val er middenin en dat is even omschakelen, maar dit is zeker niet verkeerd. Het is een bizarro van tragiek en gekte, een heel persoonlijk verhaal, maar ook een reflectie op de mens. Jammer dat het al weer snel voorbij is, want een kwartier voor tijd houdt hij er al weer mee op.

Dat geeft mij gelegenheid om op tijd bij King Champion Sounds in Ekko te zijn, de enige band vanavond die ik persé wil zien. Vorig jaar in dBs was het al geweldig goed; vandaag brengt KCS het nieuwe album For a Lark uit en dat is helemaal veelbelovend. King Champion Sounds is een ongrijpbaar wervelende kruisbestuiving van punk, jazz, hoempa, kraut en weet ik al wat niet meer. Allerhande referenties ontploffen in je hoofd, denk The Fall, Sun Ra, Gang of Four, De Kift voor mijn part. Gitarist en geluidstovenaar Ajay Saggar is de spil van de band, met Jos (eertijds G.W. Sok van The Ex) als vocalist, dwingend en activistisch als geen ander. De basis van de band ligt bij de blazerssectie, die lekker los kunnen op een onwrikbaar fundament van bas en drum. Merinde (ook al samen met Saggar het duo Deutsche Ashram) vlecht er subtiel allerhande synths en af en toe wat aanvullende vocalen doorheen. Bij elkaar is het een superswingende machine, een hypnotiserende eclectica, een spannend feest om bij te zijn. We horen vooral (of alleen maar) nieuwe nummers en daar word ik echt heel blij van. Check ze ergens in Europa, met de komende tour!

20181109_213509

2018-11-09 King Champignon Sound-Ekko-LGW 2018 Anne-Marie van Rijn 014

(c) Anne-Marie van Rijn

 

Terug in Utrechts cultuurpaleis tref ik nog de laatste 20 minuten van The Breeders. Dat is een stukje jeugdsentiment, want Pod was één van de eerste cd’s die ik ooit kocht. Ik val binnen bij When I was a painter van diezelfde plaat, die ik honderden keren moet hebben geluisterd. The Breeders hebben live een bedenkelijke reputatie, maar vandaag gaat het opvallend goed. Tussen de nummers door is het onnavolgbaar chaotisch tweelingzusjesgegiebel tussen Kim en Kelly Deal. Na jarenlange chaos gaan The Breeders tegenwoordig weer redelijk steady, in de formatie met, naast de Dealtjes, ook Josephine Wiggs en Jim McPherson. Het is zowaar een feestje, en ach was niet iedereen ooit verliefd op Kim Deal, een vrouw om van te houden, maar waar je ook knettergek van wordt. Vanavond zijn The Breeders fris en vrolijk, de sympathie en de liefde hangt in de zaal, helemaal als Gigantic wordt ingezet als afsluiter. Dikke knuffel!

20181109_224049.jpg

Hierna cruise ik wat door het gebouw, geen zin om te fietsen, maar wel om her en der wat te ontdekken. Eerst beland ik bij Paddy Steer, paradijsvogel en eenmansorkest. Steer heeft een grote hoop ogenschijnlijk zelf geknutselde instrumenten bij elkaar gebracht, hij trekt een maskerhelm over zijn hoofd en gaat los in een vervreemdend vertrouwde set orkestrale avant-garde. Het is een kosmische ervaring, meer nog dan een concert, en het klinkt toch echt wel behoorlijk goed.

20181109_233438.jpg

In de Ronda doet Blanck Mass een verpletterend harde set, die leunt op megalomane drones en stroboscopische visuals waar een beetje epilepticus van omvalt. Dit is wel even andere koek, al is het wederom een eenmansoptreden. Het oogt als een dj-set, maar dat is het niet. Af en toe komt Benjamin John Power er met vocalen overheen, die zo ontwrichtend overstuurd zijn dat ze rechtstreeks uit Dantes hel komen. Ik blijf hier wel even hangen, al zie ik onder mij de zaal langzaam leeg lopen. Links klimt nog iemand op het podium, hij danst een tijdje mee. Zo relaxed is het dan ook wel wel weer. Als je dit op normaal volume thuis op zou zetten dan kom je er zo de zondagmiddag wel mee door, maar op dit niveau is het een allesverzengende set.

Ik beland daarna even bij JPEG Mafia, die in het halfdonker en een podium vol rook heen en weer staat te stuiteren. Destructive performance, staat op de LGW-site, en dat breekt hem wel wat op, want hij stuitert niet helemaal nuchter over het podium en doet daarmee zijn naar verluid toch grensverleggende rap tekort. Vooraan zal het wellicht de beloofde mayhem zijn geweest, achterin de zaal was het reuze gezellig.

Katey Red is een transgender van indrukwekkende gestalte, maar muzikaal is het zeer matig. Ze zet op de computer haar eigen backline aan, ze heeft in beginsel best een stevige beat en lyrics, maar ze doet er veel te weinig mee. Dan worden we ook nog getrakteerd op drie danseressen die een sexy bedoelde butt dance doen, maar waarom in vredesnaam? Wat is de boodschap van deze vrouwen in onderdanigheid? Dat hebt we nu toch wel gehad? Ik snap best de noodzaak van de strijd voor identiteit en respect voor transseksuelen, maar ik kan echt helemaal niks met deze platte seksualisering. Als de strijd zo gevoerd wordt kunnen we lang wachten op echte gelijkheid en waardigheid. En verder is het muzikaal ook gewoon slecht. Snel door!

20181110_014018

Want daar is dan weer Bo Ningen, de Japanse rockers die ik steevast weet te missen op LGW. Ze spelen retestrak en eerlijk gezegd een beetje te degelijk naar mijn smaak, waardoor het niet zo ontwrichtend is als het toch ook kan zijn. Misschien sta ik wat te ver naar achteren, misschien is het wat te laat, maar ik kom er niet helemaal lekker in. Vreemd.

Dan maar even kijken bij Bliss Signal, een keiharde en meedogenloze band, waarvan je in de rook en het stroboscopische licht alleen de gitarist goed ziet. Het gaat er furieus aan toe, op het raakvlak van postmetal, noise en Steve Malley-achtige drones. Allemachtig, wat een volume. Muzikaal is het leuk, al onderscheiden de instrumentale nummers zich niet echt van elkaar, beginnend met ragwerk en dan door naar een soort van soundscapes.

20181110_020425(0)

Ik check nog even in bij Kelman Duran, maar ik ben intussen te gaar om er echt wat van te vinden, dus tijd om naar huis te gaan. We zijn pas halverwege.