archiveren

Tagarchief: utrecht

Veel klassieker wordt een hardrockavond niet als Death Angel, Exodus en Testament op het programma staan. De grote Ronda is dan ook stijf uitverkocht, want hier staat bij elkaar toch ruim een eeuw aan metalervaring bij elkaar.

Zoals gebruikelijk bij dit soort concerten is de sfeer gemoedelijk, in een zaal voor negentig procent gevuld met mannen in hun beste heavy shirts. Zo te horen zijn er bussen vol bezoekers vanuit het oosten gearriveerd. Ik mis helaas Death Angel (met goede reden want hoera voor de verjaardag van oom Bertus!), vlak voor Exodus val ik binnen in met de intro Viva Hollandia. WTF? Die lolligheid is gelukkig snel voorbij, want Exodus wil vanavond graag laten horen dat ze nog niet afgeschreven zijn als een van de echt grote bands in de trashmetal. Dat is niet vanzelfsprekend, want tussen de pieken in de Exodus geschiedenis zitten ook vele dalen, maar gitarist Gary Holt is vanavond weer terug om de boel te stutten.

De zanger gaat er vol overgave voor. Hij is er niet vies van om de zaal lekker te laten meebrullen, maar hij levert ook, met zeker aan het begin van de set nog een opvallend goed bereik in de hoge regionen. Voortdurend wijzend zoekt hij contact in de zaal. Throw your horns in the air! roept hij en bij de volgende riff ontstaat een behoorlijke moshpit midden in de zaal. Aan de rand staat een blond meisje indrukwekkend koppig te headbangen, woest in haar eigen wereld, terwijl de pogo om haar heen beukt.

Soms klinkt het in de uitvoering wat rommelig, maar dat kun je ook lekker smerig noemen. Veel belangrijker is het warme onthaal van de zaal en de band is duidelijk heel blij met deze uitverkochte avond. Niks oldschool, de Bay Trash doet er nog toe!

Dat horen we des te meer bij Testament. Dit klinkt nog aanmerkelijk strakker. Testament is gezegend met zanger Chuck Billy, die zichzelf nog wel eens afleidt met wat luchtgitaarwerk, maar vooral indruk maakt met zijn behoorlijk verpletterende vocals. Als jonge zanger had hij een hoog bereik, maar als grote kerel is zijn stem veel dieper en gruiziger, en daarmee wordt Testament harder en beter. Tussendoor haalt hij achter een kopje thee om de keel te smeren en dat zal ook best helpen.

Al bij het eerste nummer worden T-shirts het publiek in gegooid. Gitarist Alex Skolnick geeft de ene na de andere schaamteloze gitaarsolo, liefst op de verhogingen voor op het podium. Het oogt super classic, maar het is ook gewoon wel heel erg goed. Wat ook helpt is het geweldige licht, de uitgekiende podiumopzet met de verhogingen, en de steeds wisselende backdrop. En hoor ik daar een cover van Soulfly?

Testament en Exodus komen hier vanavond niet om louter indruk te maken met wat klassieke gitaarsolo’s uit de catalogus van de afgelopen vier decennia, al geven ze met referenties naar Dynamo Open Air wel aan al een tijd mee te draaien. Maar ze leunen niet lui op die geschiedenis. Beide bands willen laten zien dat ze er na al die tijd nog steeds toe doen. Ze spelen vol overgave, het nieuwere werk doet bovendien niet onder voor de klassiekers. En dat is allemaal heel goed om te zien. Hardrock lives!

Vakantie zit er weer op en dat is maar goed ook want in de overloop van het festivalseizoen komt het uiterst spannende Crack Cloud op bezoek. Ekko ligt even in de verbouwing en het concert is neergezet in De Nijverheid. Daar hoorde ik al goede dingen over, dus dit is tevens een mooie gelegenheid voor kennismaking met een mooie nieuwe concertlocatie in Utrecht.

Eerst even over De Nijverheid. Met de ontwikkeling van het Werkspoorkwartier is hier nu ook ontstaan de culturele vrijhaven De Nijverheid, met werkplaatsen, aterliers, een cafe en in de oude loods een mooi verborgen podium, waar sinds kort de underground van Utrecht een nieuwe uitlaatklep vindt. De zaal zelf vinden we een prachtig industrial bedrijfshal, zoals het hoort in oude bedrijfspanden. Er zijn notabene balkonnen zoals in Tolhuistuin, Paard, Melkweg en Pandora. Dit is echt een aanwinst voor Utrecht, niet alleen in de zaal binnen, maar ook in het prachtige café en op de nog veel fijnere hangplekken buiten, waar op gegeven moment het vuur in de enorme vuurkorf onverantwoord lekker hoog opgestookt wordt. Dit is een plek om de hele nacht te willen zijn.

Voorprogramma is Military Genius, twee man van de hoofdact, met een set die me nog het meest doet denken aan een tweemansversie van These New Puritans, ongrijpbaar vreemde instrumentcombinaties zonder echte songstructuren. Enerzijds is er de beperking van orkestratie, anderzijds zijn er ook de ideeën en het lef om te variëren met vele instrumenten en met dynamiek. Er is een saxofoongedreven nummer dat wat blijft hangen tussen saai en spannend, gevolgd door een nummer gedreven door vette synths. Lastig om te zeggen wat dit doet: een dapper optreden, maar het komt wellicht beter tot zijn recht met een goed boek op de zondagmiddag.

Dan Crack Cloud. Deze Canadese jongens passen goed in een postpunk-revival met ook Idles, Fontaines DC en Shame, maar meer dan deze bands refereren ze aan de oldschool postpunk van Gang of Four en The Pop Group, met hints van Joy Division en Talking Heads.

De drummer, Zach Choy, is tevens frontman en (eerste) zanger van dit zevenmanscollectief, in het midden gestoeld tussen de zevenmansband. Dat aantal fluctueert nogal eens, want Crack Cloud is meer een collectief dan een band (een mooie traditie in de Canadese underground). De energieke ritmes van Choy en de onvolprezen basloopjes zijn razendstrak, de hoekige gitaren zijn hypnotiserend. De bandleden wisselen elkaar af voor declamerende vocalen. Crack Cloud begint bescheiden en tamelijk statisch, maar met nummers als Drab Measure en Swish Swash gaat al snel de lont in het kruitvat. De bedrijfshal van de Nijverheid wordt een swingend postpunkfeestje, bevangen door stuiterende grooves. Na een klein uurtje is het ook allemaal al weer voorbij. Dit is niet de muziek of de band voor een avondvullend programma, maar wel eentje die in het hoofd nog dagen blijft knetteren en die zomaar de ontdekking van het jaar kan blijken te zijn.

Foto’s (c): Anne-Marie van Rhijn

Zie hier ook de beschouwing van De Kettingzaag: http://www.dekettingzaag.nl/de-spanning-van-je-af-dansen-met-crack-cloud/

Het is al weer mei voor je er erg in hebt, maar bij deze dan toch gauw even wat tips voor het voorjaar. Ik kan deze maand als vanouds chronologisch opdelen, maar belangrijkste om te weten is dat er vier grootse concerten gaan gebeuren in Utrecht, en daar moet je allemaal bij zijn. Het gaat om Wrekmeister Harmonies, GNOD, The Ex en Sleep. Al het andere is mooi meegenomen.

Op 10 mei komt GNOD naar DB’s voor de jaarlijkse afbraak. Wie GNOD nog nooit zag leeft een leven in armoe, maar kan zich vandaag verrijken. Wie GNOD al wel eerder zag weet ook nog niks, want elk optreden is anders. De afgelopen keren dacht ik dat de tour te maken had met recente albums, maar niks daarvan, optredens zijn veel vaker indicaties van wat er komen gaat. Verrassend, verpletterend en ongelooflijk goed.

Op 17 mei komt Wrekmeister Harmonies naar Ekko, als onderdeel van het onvolprezen programma Doomstad, editie 4. De andere bands zijn het aardedonkere Wiegedood en het Utrechtse black metal collectief Verval. Je hoort het al, vrolijk wordt het niet. En dat geldt ook voor Wrekmeister Harmonies. Eerder zetten ze met Light Falls al eens ‘Is dit een mens’ van Primo Levi op muziek – als je dat hebt gelezen of weet dat het een ooggetuigenverslag van Auschwitz is dan weet je wel ongeveer in welke sfeer je zit. De nieuwe plaat heet The Alone Rush en is minder hard in de ontlading, nog wel hier en daar met grootse suspense, maar vooral een plaat van duistere berusting. JR Robinson klinkt donker als Andrew Eldritch of Michael Gira. Ik ben heel erg benieuwd, en pik daarom ook de voorgaande avond in Het Paard in Den Haag mee, want een nadeel van programma’s als Doomstad in Ekko is toch wel dat alle optredens doorgaans net te kort zijn.

Op 20 mei komt The Ex naar Ekko. Ik heb hier al heel veel over The Ex geschreven, maar voor nu: wees verzekerd dat niet alleen de nieuwe plaat geweldig goed is, maar vooral ook dat de live een verpletterende set oplevert. The Ex bestaat bijkans veertig jaar maar is nog altijd de belangrijkste band van Nederland. En dat zeggen niet alleen de ouwe lullen zoals ik, want het viel bij de plaatpresentatie al op dat er een heel nieuwe, jongere doelgroep lijkt te zijn aangesproken. Ik kan er geen genoeg van krijgen en ik reken er op dat ik alle lezers van dit stukje straks bij Ekko zie! Dit is geen aanbeveling, maar een laatste waarschuwing.

Op 26 mei speelt Sleep in TV Ronda. Aanvankelijk stond het geprogrammeerd in De Helling, maar daar had Tivoli zich even verkeken op de legendarische cultstatus van deze band. Sleep is de band die in de jaren negentig loodzware stoner/doom naar een hoger plan tilde, vervolgens een groots contract voor een nieuwe plaat grotendeels omzette in wiet en, jawel, de plaat Dopesmoker, bestaande uit één nummer van pakweg 70 minuten. Dat werd dus een jarenlang conflict met de platenmaatschappij, het einde van de band en na vele jaren (ik dacht 2003 of daaromtrent) dan toch de plaat in klein beheer (eerder al wel uitgebracht als Jerusalem), die een meesterwerk bleek te zijn. Sleep is ook bekend van lange uitvoeringen, ik meen ergens te hebben gelezen over een vijf uur durende uitvoering. Verder kennen we een deel van Sleep, met name bassist en zanger Al Cisneros, van band OM, die tweemaal op LGW speelde. Dat waren geen concerten, maar een soort van boeddhistische metal-diensten. En last but not least verscheen kort geleden plots voor het eerst in tijden een heel nieuw album, The Sciences. En wat voor plaat! Kortom: veel verhaal, lange geschiedenis, geniale nevenprojecten, en dat alles komt nu weer bij elkaar. Heb ik de term verpletterend al genoemd? Dan wederom.

Verder is er vast nog veel tofs om te kijken, maar het is inmiddels al mei en Darth Faber heeft vakantie, dus dat moet je zelf maar even uitzoeken.

Terug in Utrecht, met een nieuwe plaat: de working man heroes van Sleaford Mods! Op de zesde verdieping van ons eigen kapitalisties cultuurpaleis, maar daar kijken we maar even doorheen dan.

Voorprogramma is G.O.D., in andere gedaante ook bekend als Onze Vader, als een Australische rockband waarvan beide leden aan een heroïne overdose ten onder gingen, als Koreaanse boyband (acroniem voor Groove Over Dose, echt waar), als speedrockband uit Den Haag, en vooral als knetterend Brits electronoisecollectief. Erg origineel is de naam dus niet. De incarnatie van vanavond is een tweetal dat zich op een vette laag van smerige diepe beats richt op wat je doom-hiphop zou kunnen noemen. De band heeft roots in het ook nogal pittige Cairo Liberation Front. De vocalist klinkt lijzig als Maxi Jazz, en dat alles combineert muzikaal wel lekker tot een kille, afstandelijke sfeer. De podiumpresentatie is een soort andersom van Sleaford Mods, want hier werkt de gast van de beats aanmerkelijk harder dan de zanger. Dat gaat al snel tegenstaan. Deze jongen blijft net teveel in de fuck you houding staan, maar ik wil hier verdomme afgetuigd worden! Deze leeuw is te lui om te bijten. Dat slaat niet over en na een goede 20 min is het wel weer mooi geweest.

Na een tijdje volgt als een soort van tussengerecht een 5-minutenset van een spreekzanger met muts, die er uit ziet als de roadie en ondanks het geklooi om een suffig deuntje uit de computer te krijgen toch een verdomd goede flow blijkt te hebben. We krijgen twee nummers, dan weer ombouwen.

Veel werk kan dat niet zijn bij Sleaford Mods, zou je zeggen, maar we worden toch een half uur in spanning gehouden. Voor mij houdt de jeugd het al niet meer, en het is niet verrassend dat ik deze gasten later als eerste terugzie bij het crowdsurfen. Maar dan toch, de fokking Sleaford Mods!

De setting bij de Mods is overzichtelijk. Andrew Fearn staat met een petje op en een biertje in zijn hand voor de laptop mee te swingen, hij drukt af en toe op enter en start weer een nieuw nummer met rauwe minimalistische beats. Jason Williamson (meet ontzagwekkend lelijk shirt) heeft genoeg aan een microfoon om daaroverheen zijn teksten over de Britse maatschappelijke zelfkant de zaal in te spugen. En dat klinkt als een smerige punker, maar zijn timing en vocalen zijn echt van buitencategorie. Had de Sex Pistols zo’n vocalist gehad dan was het nog eens echt een grote band geworden!

Het tweede nummer, Army Nights, is meteen een knaller van de fijne laatste plaat, English Tapas, en direct daarna gaat met Moptop meteen de versnelling erin. De beats zijn smeriger dan op de plaat, Williamson heeft grootse schijt aan alles, hij krabt nog eens in zijn kruis, spuugt eens in het rond, en de meute van de Pandora komt goed beweging, met wat voorzichtig crowdsurfen en een halfslachtige stagedive. Zo zie ik nog wel eens een avondje Bunnik-side voor me!

Het is een lekker stukje minimalistische elektropunkhop, maar uiteindelijk blijft toch ook een wat dubbel gevoel hangen, net als vorige keer in Ekko. Aan de ene kant is dit een geweldige poetry slam met working class beats, aan de andere kant toch ook een gimmick met houdbaarheid van max drie kwartier. Daar is de band het natuurlijk niet mee eens: https://twitter.com/sleafordmods/status/982012957839314944?s=21, en ook De Kettingzaag heeft zijn bedenkingen: http://www.dekettingzaag.nl/sleaford-mods-triomferen-in-pandora/

En ze hebben naturlijk gelijk, want zo gaat alle serieuze muziek kapot: hardrock werd vernield door de glamrock-gimmick, gabber ging ten onder aan kale gabbertje, en ik heb zelf al op de lagere school de punk om zeep geholpen door The Ramones te playbacken op de verjaardag van de hoofdmeester. Zo moet dat niet, en zeker niet bij Sleaford Mods! Dood aan de gimmick! En laten we wel wezen, het vuur blijft goed branden en de epiloog mag er vanavond serieus wezen, al is het maar omdat daarvoor novelty-hit Tied Up in Nottz nog klaar lag voor een verschroeiende uitvoering. Fuck it, volgende keer tank ik eerst tien blikken bier en dan ben ik er weer bij!

Ver, heel ver buiten de sfeer van de radiovriendelijke muzak van de middelmaat en de muziekindustrie vinden we de meest opwindende muzikale experimenten, vanavond door dB’s bijeengebracht onder de noemer DwArSmUzIeK. Dit is een avond in de absolute voorhoede van de keiharde avant garde met drie fantastisch ontwrichtende bands (en de vierde moest helaas afzeggen).

Eerste band is Don Vito, een drietal uit Leipzig. Ze spelen op de vloer voor het podium, met nauwelijks meer verlichting dan een lamp op de bassdrum en zo’n Hema-discobol op de grond. Het geeft een geweldig underground-effect, alsof we hier bij elkaar staan in de krochten van een kraakpandkelder. Don Vito gaat meteen als de brandweer in een verwoestende instrumentale set, die wel wat klinkt als de intense, gestructureerde noise à la Unsane of de oude Sonic Youth. Zelf noemen ze het ‘hyper kinetic instrumental noise tohubohu’. Dat mag ook. Wie hier halverwege binnenloopt zal wel even nodig hebben om de draad op te pikken. Die draad is er wel degelijk, want al klinkt dit als noise, het is buitengewoon strak gespeeld. De drummer hakt echt de meest complexe ritmes bijna achteloos en in een razend tempo bij elkaar. Don Vito is nog niet vaak in Nederland geweest (ook al gaan ze al sinds 2004 mee!) en daar moet snel verandering in komen, want dit is zeer opwindende herrie.

20180126_211247

Dan de Dead Neanderthals. Deze instrumentele tweemansmix van freejazz en metal had ik al een tijdje op de radar, maar nog niet gezien. 20180126_220320Een serieus hiaat! Ook Dead Neanderthals speelt op de vloer voor het podium, met alleen drum en baritonsax, en uitgelicht door een muur van spots achter de band voor een industrial effect. Dead Neanderthals spelen één lang bedwelmend nummer van pakweg een half uur. Het klinkt als een almaar doordenderende drone, die met eem minimum aan variatie in noten ontzettend veel kleuren van de bariton laat horen. Dead Neanderthals is als een opgevoerde versie van Colin Stetson, met striemende drums van Rene en vooral natuurlijk de verpletterende, nietsontziende sax van Otto. Dit is genre-overstijgende topsport van eenzaam niveau.

Zowaar de hoofdact van de avond is het onvolprezen It Dockumer Lokaeltsje! Daar zijn ze weer; bij Darth Faber Fest speelden zij nog op de vloer, vandaag staan Peter, Sytse en Fritz als enigen op het podium voor een lekker potje avantgarde-punk. “They are quite legendary, aren’t they?” vraagt de dame van Don Vito mij achteraf, en dat kan ik beamen. It Dockumer Lokaeltsje was als band even op sabbatical, maar na een kwart eeuw zijn ze weer terug alsof het nooit anders was. Inmiddels is de set van Tonger al verschillende keren opgevoerd en dat hoor je, want het lijkt elke keer weer een stukje strakker te klinken.

We krijgen een mooie mix van nieuwe klassiekers als Bonkerak en De Komeet van Strikwerda en oude krakers als Piemelsjen. Met de gekke maar stevig geheide structuren van bas en drum ligt een mooie bodem voor gitaarcowboy Sytse om op los te gaan. It Dockumer Lokaeltsje speelt (net als vorige keren) DAF-cover Der Räuber und der Prinz, naar verluid wellicht het begin van wat zomaar zou kunnen uitgroeien tot een nieuw project. De toegift wordt meteen ook maar weggegeven, met het bijna atmosferische Foar de oarloch, een mooi nieuw)nummer dat wel meer dan twee minuten duurt. Het moge duidelijk zijn: It Dockumer Lokaeltsje heeft zijn draai weer helemaal gevonden en is beter, relevanter en ontwrichtender dan ooit!

20180126_22464920180126_225547

En dat was DwArSmUzIeK! Dit was geen avond voor de massa, maar de pakweg vijftig mensen die er bij waren zullen het koesteren. DwArSmUzIeK was een ontdekkingstocht zoals je die veel vaker zou willen maken. Waar de meeste mensen liefst in volle vaart over de middle of the road voorbijrazen blijkt de berm vol te liggen met prachtige muzikale juweeltjes. DwArSmUzIeK is daar een hele fijne staalkaart van. Wat een voorrecht is het toch om in Utrecht nabij een podium te wonen dat zich over deze juweeltjes ontfermt.

Na een paar maanden cynische kleptocratie van Trump is er geen betere catharsis dan Ministry, de band die altijd weer opbloeit onder Republikeinse presidenten. Hypocrisie en zelfverrijking, daar krijg je Al Jourgensen wel mee op de kast.

Op naar een bij lange na niet uitverkochte Ronda dus, Ministry is ook niet meer wat het geweest is. We krijgen eerst van onze eigen Utrechtse noisegod Bong Ra een mooi overdonderend stukje herrie. Jason Kohnen vult de zaal tot in alle uithoeken met een compromisloze staalkaart van techno, trash, industrial en hardcore, af en toe zelfs wat breakbeats er door. Er wordt ons geen adempauze gegund en na een goed half uur is het ook wel weer mooi geweest, maar straf is het wel.

20170613_200625 (2)

Ministry is één van die weinige bands waarvan ik me nog exact het moment van kennismaking kan herinneren, toen iemand een cassettebandje opzette met Psalm 69. Godnondeju, alsof ik door de kanibalistische darmen van keizer Bokassa zelf werd gejaagd. Dat was by far het hardste wat ik op dat moment (en tot lang daarna) had gehoord. Ik heb het bandje en later de CD nog ontelbaar veel vaker gedraaid en veel van het andere materiaal ook, maar ik heb Jourgensen cs. maar één keer eerder gezien, op Sziget een jaar of acht geleden. Hoog tijd dus voor een reünie in de thuishaven.

Al Jourgensen is inmiddels ook al weer 58, hij begint nog wat stram, maar hij heeft er zin in. Het knalt er meteen op met Psalm 69 en binnen twee nummers slingert Jourgensen de eerste bierfles over het podium. Het is een opmaatje voor wat matiger werk van From Beer to Eternity, maar dan komt Antifa, een nummer van de nieuwe plaat, knetterhard en stevig geïnspireerd door Trump. Juist! Dit is de sloophamer voor het fascisme dat deze wereld nodig heeft!

Jourgensen komt steeds beter op gang, zij het met flink wat technische ondersteuning op de vocalen. Bad Blood van Dark side of the spoon komt in een snoeiharde apocalyptische versie; strak, hard en totaal compromisloos. En dan moet verdomme N.W.O. nog komen, met natuurlijk actuele beelden van de nieuwe mad king of America. Just one fix is dan weer heerlijk smerig, als een bak vol kotsende maden in de ranzige gier.

Jourgensen zuipt er lekker op los. In zijn malle pakje en met zijn rare fratsen oogt hij inmiddels als een stripfiguur in zijn eigen universum, als de ruige broer van Jack Sparrow. Ministry en vooral bassist Jason Christopher, ooit van Prong, gaat bruut hard, al klinkt het allemaal niet zo strak en zuiver meer. Maar verdorie, het is wel meedogenloos. “Are fascists afraid again!” staat op een langskomende foto. Zo is het. We kunnen Ministry nog steeds goed gebruiken in de strijd van de antifa!

20170613_211349 (2)

Setlist: http://www.setlist.fm/setlist/ministry/2017/tivolivredenburg-ronda-utrecht-netherlands-23e7402b.html

Deze editie van de Utrechtse culturele zondag (op pinkstermaandag) is een ode aan de popmuziek. Er zitten een paar mooie pareltjes in het programma en evangelist dat ik ben neem ik dochter Nynke (11) en later ook zoon Tjebbe (8) mee. Want Darth Faber zegt: laat de kinderen tot mij komen, voor een stichtelijke middag om met papa mooie muziek te ontdekken.

We beginnen met The Fire Harvest, de beste band van Utrecht (en De Bilt) voor een fijne showcase van het onvolprezen Snowstar Records in sterrewacht De Sonneborgh. Dat is een verrassend mooi podium voor dit soort gelegenheden. Een vertrouwde set van een half uur vol fijn vertraagde donkere waverock. Ik kan alle nummers ondertussen wel helemaal dromen, maar dit verveelt nooit. Fijn intiem optreden dit.

Wat vindt Nynke er van: ik vond het wel goed. Mooie rustige muziek, maar voor mij wel net een tikkie te hard.

20170605_131022 (2)

Na een kleine pauze dan in dezelfde Sonnenborgh Town of Saints, in de minimale akoestische versie met alleen Harmen en Heta. Dat past hier wonderwel in de mooie sterrenwacht. Ik heb niet zoveel met de platen van Town of Saints, maar op het podium is dit folk van buitencategorie, ook (of: vooral) als ze maar met zijn tweeën zijn. Een heerlijk bevolgen optreden, waarbij Harmen het stof uit de vloer klakt met zijn hakkenpercussie. Als de PA even hapert worden de stekkers er uit getrokken, helemaal akoestisch kan immers ook wel in deze setting. Heerlijk, een band om van te houden.

Wat vindt Nynke er van: Dit was echt een leuke band! Veel andere bands hebben veel elektronische instrumenten, deze alleen viool en gitaar, waar ze echt heel goed op spelen.

20170605_140725 (2)

Voordat we ons vervoegen bij de mis van Broeder Dieleman c.s. in de Pieterkerk komt Tjebbe (8) er ook er bij, want “dit is echt leuk, papa”. Nou dat weet papa ook wel! Dit optreden is wel veel meer dan alleen de Broeder, eigenlijk heet dit onderdeel het Geestdrift Festival. Tonnie begint (natuurlijk) met een bijzondere versie van zijn ode aan Omer Gielliet, de onlangs overleden Zeeuwse houtsnijkunstenaar en evangelist. Het is sowieso al het mooiste nummer van Uut de Bron, nu adembenemend mooi gezongen vanuit het gangpad van de kerk, met de drone van het nummer vanaf het kerkorgel. Erg mooi. Daarna nog meer melancholie, ook het nummer dat wordt aangekondigd als “wat vrolijker”. Tussen de nummers aarzelt het publiek wat tussen applaus en devotie, beide van bewondering.

20170605_151503 (2)Na een paar nummers komt de Friese dichter en voordrachtskunstenaar Tsead Bruinja er bij. Bruinja is fenomenaal. Het eerste gedicht wordt in het Fries en het Nederlands gebracht. De teksten zijn moeilijk grijpbaar, maar het is de dictie, het mooie metrum en de enorme taalrijkdom die je onmiddellijk naar binnen trekt. We moeten in de kerk God’s naam niet ijdel gebruiken, maar ik moet verdorie toch wel meer dan een beetje denken aan Tsjêbbe Hettinga. Niet toevallig zit de kleine Tjebbe naast mij. Tsead declameert met deze hogeschoolvoordracht vrijwel alle tekstjonglerende rappers van Nederland weer terug naar de peuterschool. Zeldzame klasse, een mooie combinatie van Zeeuws-Vlaanderen en Rinsumageest.

Terwijl Tonnie en Tsead nog spelen komt VanDryver op. Het festival neemt weer een nieuwe wending, met nu een klassiek-pop crossover gezelschap met vijf dames op dwarsfluit, saxofoon, harp, altsax en bugel en een hipster aandoende zanger van uitzonderlijke klasse. De zanger is Arjen van Wijk en de band komt uit dezelfde klei als Broeder Dieleman, met ook dezelfde producer, Pim vd Werken. Het is eigenlijk meer een ensemble dan een band, want de samenstelling wisselt naar omstandigheid, begrijp ik.

Ik kende dit helemaal niet, maar VanDryver is echt een mooie band vol van lekkere klassieke poparrangementen. Zo’n zeldzaam sprankelende combinatie die je zowel aan je undergroundvrienden als aan je oma kunt laten horen. Jonathan en Defender zijn serieus prachtige nummers, daar herkent deze papa zich wel in. Ik mag toch aannemen dat VanDryver voortaan op alle festivals in Nederland en ver daarbuiten speelt, altijd. Grote klasse.

Wat vindt Nynke er van: ik vond de gedichten van die Tsead echt heel erg mooi gemaakt. Broeder Dieleman deed het ook heel goed. De blazers speelden vooral heel goed samen.

Wat vindt Tjebbe er van: echt heel erg grappig vooral. Die banjo was heel bijzonder. Ik had nog nooit een banjo gehoord maar nu wel. Die dichter was ook erg leuk. Geen woord gelogen aan de aankondiging ‘onverstaanbare band’, ik verstond er niks van.

20170605_152247

Met de kinderen op sleeptouw is het LGW-programma met Six Organs of Admittance in LE:EN iets teveel van het goede, maar deze middag was in alle opzichten toch zeer de moeite waard. De poffertjes zijn welverdiend!

Nietsvermoedend en nog een beetje loom van de zomeravond lopen we Ekko binnen, waar Jess Wiliamson het voorprogramma van Kevin Morby verzorgt. Binnen een halve minuut is glashelder dat hier iets zeer bijzonders aan het gebeuren is. We zijn meteen klaarwakker. Ekko is voor het eerst sinds mensenheugenis muisstil.

Jess speelt solo, onder kale begeleiding van alleen haar gitaar, betoverende folk/americanaliedjes van verlangen en verlies. Ontspannen en met een lef alsof ze al honderd jaar op het podium staat maakt ze tussendoor wat praatjes en windt en passant het publiek met gemak om haar vinger. Dan worden bekende akkoorden ingezet, voor een prachtig intense versie van Wicked Game. Dit is adembenemed goed zeg. “At once earthy and gothic”, zegt Pitchfork. Jess roept hetzelfde op als Jeff Buckley, met prachtige poëtische nummers, een goed gekozen cover en een intense uitvoering. Jess Williamson uit Texas, onthou die naam: dit is zo’n ontdekking die het zo mooi maakt om je voor concerten te laten verrassen. Hier gaan we nog heel veel van horen. Ik heb de bijna laatste (297/300) van haar eerste plaat bemachtigd, yes, en in november komt er nieuw materiaal.

2016-08-30 Jess Williamson Ekko 006-2

En dan moet Kevin Morby met zijn band nog beginnen. Hij voelt ook wel dat de lat hoog is neergelegd en gaat voortvarend van start. Ekko is uitverkocht en stomend warm, met dank aan Singing Saw, één van de beste platen van het jaar totnogtoe. Morby past in de beste traditie van de grote singer-songwriters, met een karakteristieke, herkenbare stem en een heel eigen sound. Het kraakhelder goede geluid van Ekko geeft daar vanavond alle alle ruimte aan. Goed werk!2016-08-30 Kevin Morby Ekko 101

Eerste nummer Cut me Down begint nog ingetogen, net als op de plaat, maar al na een minuut of twee gaat de band helemaal on fire voor een energieke set. Dorothy houdt de vaart vast, en al vroeg in de set komt het prachtige Harlem River langs in een iets opgevoerde versie. Helemaal niks mis mee. Tiny Fires is een lekker nieuw nummer.

De band speelt retestrak en oogt stoïcijns, wat veel ruimte geeft aan Morby zelf. De zingende zaag is niet meegekomen, maar Meg Duffy haalt het geluid moeiteloos uit haar gitaar. Na Singing Saw verlaat de band het podium voor een paar solonummers van Morby, inclusief een mooie cover van Townes van Zandt. Vooruit, daarna nog een toegift van de hele band, met wat ouder werk.

Ja, dit was de beste avond in Ekko dit jaar.

2016-08-30 Kevin Morby Ekko 0092016-08-30 Kevin Morby Ekko 0682016-08-30 Kevin Morby Ekko 080

De superieure foto’s zijn van Anne-Marie van Rijn