Na een lange, lange coronaslaap breekt eindelijk de zon weer door. Bands zijn getroffen, boekers zijn beschadigd, zalen zijn hard geraakt en bezoekers zijn murw, maar velen hebben, oh wonder, de dorre winter overleefd. En zie hier, de programmering komt weer op gang, het najaar staat ramvol geprogrammeerd en alles zal weer bloeien!

Ook Darth Faber schudt de lethargie van zich af. Coronahobby’s als vogels kijken, wandelen en boeken lezen zullen weer moeten wijken voor de echte liefde van de concerten in de duistere zalen. Een paar weken geleden was het al even oefenen met Meindert Talma’s voetbalshow, maar het echte werk begint vanavond met De Ambassade. Die denderende bas! Dat kan het stereosetje thuis niet. De lucht van bier! Die ken ik vooral van de glasbak. Mensen om me heen! Het is weer even wennen. Aah, wat heerlijk om weer bij een concert te zijn.

In de Ronda passen normaal pakweg 2000 mensen, maar in de setting met hoge tafels en stoeltjes zal dat nu een tiende van die capaciteit zijn. Het is eigenlijk wel gemütlich, er zijn weer oude bekenden en iedereen is blij elkaar weer te zien. Dit is de setting voor De Ambassade in bijna-post-coronatijd.

De Ambassade brengt ons een korte maar uitgekiende set van straffe Nederlandstalige oldschool new wave. Ondanks de vele referenties aan oude invloeden als Clan of Xymox, Twee Belgen en Visage klinkt De Ambassade fris en actueel. Wave is weer helemaal van nu. Het donkere van deze tijd, het dansbare dat we nodig hebben.

De onderlaag is een vette bas, maar gaandeweg legt de band mooie lagen galm en reverb er overheen. Helemaal volgens het boekje. Hier en daar klinkt een viool, en hoor ik daar een dwarsfluit? We weten het niet zeker, op de bassist na komt alles uit de computers en synths op de tafels.

Er komt steeds meer dynamiek en diepgang in de nummers, in het licht en in de beelden. Zo bouwt het lekker op tot een behoorlijk dampende set. Na pakweg drie kwartier zitten we al behoorlijk richting het einde en staat het publiek voor de krukken (maar nog nabij de tafels) heerlijk te dansen.

Eerst is het nog even wennen om te zien dat iedereen weer los gaat, maar al snel dringt zich een traantje van geluk in de ogen. Verdomd, het kan weer! Band op dreef, publiek enthousiast, bier en liefde in de zaal. De wereld ontwaakt!

Drie dagen vooraf ontvang ik van dB’s een instructiemail van waarlijk literaire snit en omvang, met meer toelichting op alle coronamaatregelen dan de hele site van de rijksoverheid bij elkaar. De boodschap is glashelder: dB’s gaat weer open, voor het eerste concert in postnormale tijden, en hoe dat werkt gaan we samen ontdekken. Dit wordt een gedenkwaardige avond met La Jungle!

Alle foto’s: (c) Anne-Marie van Rijn

Ik ben zowaar een beetje zenuwachtig, niet zozeer van de overdaad aan regels, maar over de vraag of en hoe dit gaat werken vanavond. We zitten middenin een zoektocht naar Het Concert in coronatijd. We moeten experimenteren en proberen om al die regels niet de dood in de pot te laten zijn en als het even kan te laten uitdagen tot nieuwe verrassingen. Vorige week was ik al bij Clean Pete in TV, voor mijn start van dit experiment. Dat was een prachtige avond vol van hoop, maar het had ook wel iets tragisch, met het publiek zo op afstand van elkaar en van de artiest. Vanavond gaat het hoe dan ook anders zijn, want voor het eerst in maanden kunnen de oordopjes weer mee.

Er is ruimte voor 20 mensen op evenzoveel stoeltjes, die in de zaal gereed staan. In kleine groepjes worden we via de podiumingang naar binnen geloodst, iedereen loert nog wat giechelig rond, alsof we op schooluitje zijn. Ik vind een kruk op mijn vertrouwde hoekje linksvoor, dat voelt goed. Strak op tijd begint de band, dat is dan alvast iets nieuws in coronatijd.

En laat ik hier net zo to the point komen, want, beste mensen, La Jungle speelt genadeloos alle versufte trommelvliezen weer in opperste staat van paraatheid. Slechts twee man sterk, drummer en gitarist, de rest van het podium is gevuld met apparatuur voor feedback, loops, fuzz en versterking.

Drummer Rémy en zanger/gitarist Mat van La Jungle komen ergens uit Wallonië, heb ik me laten vertellen. Ik stel me voor uit zo’n weggeroeste staalstadje, een voedingsbodem voor een zielloos leven lang Duvel drinken, maar het kan dus ook inspireren tot cutting edge anarchistische technokraut, vol uitzinnige loopjes, rare ritmes en stuiterende zang. La Jungle doet denken aan Madensuyu en soms aan Gnod. De krukjes en de stoeltjes blijven dan ook niet langer dan een halve minuut bezet en als we allemaal naar de band staan te kijken en lekker meedansen (keurig op afstand van elkaar, ieder op een eigen wit kruis op de vloer), ja dan ontstaat er zowaar een gevoel van euforie: jawel, zo was het! Zo moet het! Zo willen we het!

Tussendoor hapert de machine even in een momentje van technische malheur, maar de band laat zich daardoor niet kisten, net zomin als door de rare setting met al die stoeltjes in de zaal. Daarna gaat het weer ongenadig hard tekeer, met een denderende bas als ondergrond voor de oneindig repeterende boodschap want o zo belangrijke boodschap dat Black Lives Matter.

Het hele concert duurt maar een uurtje, langer houdt de drummer het vermoedelijk ook niet vol. Maar het is een belangrijk uurtje: de band laat zien dat je gewoon hard en goed en vol overtuiging kan spelen, dB’s laat zien dat dat coronaproof georganiseerd kan worden. We zijn er natuurlijk nog lang niet: hier hadden honderd mensen bij moeten zijn, een moshpitje had wel gemogen, heen een weer lopen naar de bar zou fijn zijn, maar laten we niet mekkeren over wat er niet is en koesteren wat er wel is: Het Concert Leeft Weer!

Na tachtig lange dagen wachten gaan dan eindelijk de podia weer een héél klein beetje open. De zalen zijn verstoft, de artiesten zijn de spanning kwijt, het publiek mag met slechts dertig mensen naar binnen. Het is nog wat onwennig allemaal, maar het is van levensbelang en daarom gaat TivoliVredenburg heel voorzichtig open, op een kiertje: kleine concerten in de grote zaal, met publiek op grote afstand van de de band. Hoe is dat nu?

Nou, dat is heel erg raar. De entree is verplaatst naar een nooduitgang aan het Vredenburgplein, we krijgen vragen over onze gezondheid en moeten de handjes wassen met handgel. Ik ga met mijn dochter en omdat we van hetzelfde huishouden zijn mogen we naast elkaar zitten op een toegewezen plekje op rij 4, strikt gescheiden van de andere 28 bezoekers. Je krijgt het gevoel toegelaten te zijn tot een exclusieve, haast geheime bijeenkomst.

Het valt ook niet mee, na krap drie maanden geestelijke versuffing. Het werk beperkt zich tot videobellen en belachelijke hoeveelheden email, het sociale leven is gereduceerd tot Netflix en spelletjes in het huishouden, cultuur is verdund tot boeken, Spotify en bierpakketten van de lokale ondernemers. De popquizen via Zoom zijn leuk, maar eerlijk gezegd kan ik geen scherm meer zien. Ik wil theater! Ik wil concerten! Ik wil de vonken over zien slaan tussen artiest en publiek, ik wil zweet en verschraald bier ruiken, ik wil een opdonder in de moshpit en een schoen in mijn gezicht van een stagediver, ik wil ervaringen die maar één keer in je leven voorkomen, ik wil onvergetelijke herinneringen, ik wil lachen en huilen en vrolijk zijn! En laat ik het perspectief niet verliezen, want uiteindelijk red ik me wel, maar hoe is dat de artiesten, de zalen, de roadies, de geluidsmensen, de lichtmensen, de sjouwers, de boekers, de agenten, de busjesrijders, de horeca en wie al niet meer, alles ligt op zijn reet, banen zijn weg, de infrastructuur gaat verloren, waar moet je verdomme nog heen met je inspiratie, je ideeën, je energie? Wat een tragiek is dit alles toch…

Maar dat terzijde. We beginnen weer en dat is nu het allerbelangrijkste in de hele wereld.

Onder scherp toezicht goed verspreid over de zaal zijn we dus bij Clean Pete, die vandaag voor de derde keer een set op het podium brengt. Ik ben niet alleen blij hier te zijn omdat het eindelijk weer kan, maar ook omdat ik Clean Pete al wel een tijdje op de radar had, maar telkens wist te missen. Dubbel goed om hier te zijn dus.

Loes en Renée houden het overzichtelijk, met tweestemmige zang, gitaar en cello. We horen Hout van jou, Ik wil een kunstenaar, Geheimen en het net opgenomen Geweldig Bestaan, een hertaling van Wonderful life van Black en stiekem veel mooier dan het origineel. Renée vertelt dat de afgelopen periode ook haar niet meeviel en heeft daar een mooi nieuw nummer over gemaakt. Loes vraagt of er nog aanvraagjes zijn. Dat kan goed in deze setting, afstandelijk maar intiem, al zijn wij als publiek nog wel wat bedeesd. Maar Clean Pete stelt iedereen op het gemak en uiteindelijk mogen we (strikt op de eigen plek) nog een dansje doen ook. Tranen van ontroering en geluk kan ik nauwelijks onderdrukken.

Alles bij elkaar duurt het maar veertig minuten, pakweg twaalf parelende liedjes. De zaal is een gapend gat en Clean Pete is onaanraakbaar ver weg, maar Loes en Renée zingen zich dichtbij en mijn gebroken hart heelt toch langzaam weer een beetje.

Thuis luister ik nog een beetje na en mijn dochter luistert mee en zegt dat het mooie liedjes zijn, maar dat het eerder vanavond op het podium toch beter was. En verdomd zo is het! De magie van de livemuziek is weer terug!!

Het leven is rommelig en onvoorspelbaar. Je gaat naar school, je bent verlegen, je wordt verliefd, maar durft het niemand te vertellen. Daarna ga je studeren, je maakt vrienden, je overwint tegenslag, maar als dan de wereld voor je open ligt heb je geen idee wat je er mee aan moet. Maar het komt goed. Je werkt, je vrijt, je zoekt, je wordt volwassen en zowaar: iemand houdt van je, en je houdt ook van haar, er zijn kinderen, je bent zo tien jaar verder, en dan nog eens tien, je wordt wijzer en ook melancholiek, want mensen worden niet alleen geboren, ze gaan ook dood.

Zo modder je zo’n beetje door het leven. En al die tijd is er muziek. Er is muziek die past bij de tijdgeest en later weer vergeten raakt, er is muziek voor herinneringen van feesten, van samenzijn of van verdriet, soms klinkt de muziek duidelijk en hard, maar vaker nog ergens op de achtergrond, als een veelstemmig oorwurmpje dat niet los laat. Altijd is er de soundtrack van het voortmodderen door het leven. En vanavond realiseer ik me ineens dat Hallo Venray die soundtrack maakt.

Deze vrijdagavond speelde Hallo Venray weer in de dB’s, ik zie ze hier al voor de derde keer. Ditmaal worden er opnames gemaakt, voor wat hopelijk uitmondt in een heuse Live in Utrecht-plaat. Dat ging, geheel in lijn met bovenstaande, enigszins rommelig: er brak een snaar, de lichtman is te laat, het publiek kletst wat, Henk vertelt zowaar dat Hallo Venray al een jaar niet heeft gespeeld, maar nu dus wel meteen maar opnames maakt.

Maar die rommeligheid is dus ook perfect. Hallo Venray is een band die de dingen laat gebeuren en in die vrijheid bruist, ademt en bloeit. We horen nummers van de Excelsior-platen (de laatste vier) en daar zitten meer sieraden tussen dan bij een gemiddelde juwelier in de vitrine. Henk Jonkers is nog steeds de beste drummer van Nederland, Peter Konings bast er stoïcijns op los, Henk Koorn is zijn verlegen relativerende charmante zelf. Iedereen houdt van Henk.

Het laatste nummer is dan toch een oude klassieker. Tuck, the man wordt opgedragen aan de onlangs overleden drummer van De Abba’s, ooit een muzikaal nevenproject van Hallo Venray. Het is schitterende weemoed, met natte ogen en een brok in de keel. Een leven zonder de soundtrack van Hallo Venray is onvoorstelbaar.

De band Hallo Venray in dB's op 21-2-2020De band Hallo Venray in dB's op 21-2-2020De band Hallo Venray in dB's op 21-2-2020

Alle prachtige foto’s door (c) Anne-Marie van Rijn

Voor de vierde keer speelt Het Zesde Metaal in Ekko, uitverkochte zaal nog wel, en de eerste keer dat ik niet vergeet om er bij te zijn. En dat wordt tijd ook, want Het Zesde Metaal is van een grote schoonheid.

Het Zesde Metaal wordt door Ekko aangekondigd als ‘Vlaamse dialectrock vol sagen, verwondering en misère’ en dat is nog niet eens zo gek, geeft ook zanger Wannes Capelle toe, maar Het Zesde Metaal is ook liefde, optimisme en vooral poëzie. De verhalen zijn als kleine West-Vlaamse monumenten, licht overwoekerd met melancholie, maar met de kracht van de eeuwigheid.

Wannes Capelle is een zanger van het klassieke soort, de Bonnie Prince Billy van West-Vlaanderen. Alles aan hem ademt verhalen, soms beschouwend, maar vaker nog heel persoonlijk. Daarbij heeft hij ook nog eens een machtige band achter zich. We horen een dampende versie van Calais, de Vlaamse wielerklassieker Ploegsteert (een ode aan de tragische Frans Vandenbroucke), en een prachtig opgebouwde Hier bie oe, met bloedstollende lapsteel.

Wannes speelt een paar prachtig ingetogen akoestische nummers – waarbij hij zelfs even de tekst vergeet, maar dat geeft niet, want er besta niet slechts perfect, er besta ook goed genoeg. Soms is er vervreemding en donkere nostalgie, maar uiteindelijk overheerst de schoonheid en de warmte.

Veel klassieker wordt een hardrockavond niet als Death Angel, Exodus en Testament op het programma staan. De grote Ronda is dan ook stijf uitverkocht, want hier staat bij elkaar toch ruim een eeuw aan metalervaring bij elkaar.

Zoals gebruikelijk bij dit soort concerten is de sfeer gemoedelijk, in een zaal voor negentig procent gevuld met mannen in hun beste heavy shirts. Zo te horen zijn er bussen vol bezoekers vanuit het oosten gearriveerd. Ik mis helaas Death Angel (met goede reden want hoera voor de verjaardag van oom Bertus!), vlak voor Exodus val ik binnen in met de intro Viva Hollandia. WTF? Die lolligheid is gelukkig snel voorbij, want Exodus wil vanavond graag laten horen dat ze nog niet afgeschreven zijn als een van de echt grote bands in de trashmetal. Dat is niet vanzelfsprekend, want tussen de pieken in de Exodus geschiedenis zitten ook vele dalen, maar gitarist Gary Holt is vanavond weer terug om de boel te stutten.

De zanger gaat er vol overgave voor. Hij is er niet vies van om de zaal lekker te laten meebrullen, maar hij levert ook, met zeker aan het begin van de set nog een opvallend goed bereik in de hoge regionen. Voortdurend wijzend zoekt hij contact in de zaal. Throw your horns in the air! roept hij en bij de volgende riff ontstaat een behoorlijke moshpit midden in de zaal. Aan de rand staat een blond meisje indrukwekkend koppig te headbangen, woest in haar eigen wereld, terwijl de pogo om haar heen beukt.

Soms klinkt het in de uitvoering wat rommelig, maar dat kun je ook lekker smerig noemen. Veel belangrijker is het warme onthaal van de zaal en de band is duidelijk heel blij met deze uitverkochte avond. Niks oldschool, de Bay Trash doet er nog toe!

Dat horen we des te meer bij Testament. Dit klinkt nog aanmerkelijk strakker. Testament is gezegend met zanger Chuck Billy, die zichzelf nog wel eens afleidt met wat luchtgitaarwerk, maar vooral indruk maakt met zijn behoorlijk verpletterende vocals. Als jonge zanger had hij een hoog bereik, maar als grote kerel is zijn stem veel dieper en gruiziger, en daarmee wordt Testament harder en beter. Tussendoor haalt hij achter een kopje thee om de keel te smeren en dat zal ook best helpen.

Al bij het eerste nummer worden T-shirts het publiek in gegooid. Gitarist Alex Skolnick geeft de ene na de andere schaamteloze gitaarsolo, liefst op de verhogingen voor op het podium. Het oogt super classic, maar het is ook gewoon wel heel erg goed. Wat ook helpt is het geweldige licht, de uitgekiende podiumopzet met de verhogingen, en de steeds wisselende backdrop. En hoor ik daar een cover van Soulfly?

Testament en Exodus komen hier vanavond niet om louter indruk te maken met wat klassieke gitaarsolo’s uit de catalogus van de afgelopen vier decennia, al geven ze met referenties naar Dynamo Open Air wel aan al een tijd mee te draaien. Maar ze leunen niet lui op die geschiedenis. Beide bands willen laten zien dat ze er na al die tijd nog steeds toe doen. Ze spelen vol overgave, het nieuwere werk doet bovendien niet onder voor de klassiekers. En dat is allemaal heel goed om te zien. Hardrock lives!

Vorig jaar begon TivoliVredenburg het nieuwe Footprints festival, een kruisbestuiving tussen traditioneel en modern, tussen dichtbij en ver weg. Dit jaar dus de tweede editie, met een intrigerende line-up. Zo’n festival van één dag is ook wel fijn, dus alle reden om een middag en een avond lekker door het gebouw te dwalen, op zoek naar het muzikale avontuur.

Deze tweede editie is niet uitverkocht, maar wie er is komt wel op tijd, tot opluchting van Yīn Yīn, die het festival aftrappen en snel na aanvang de zaal lekker vol zien lopen. Dat motiveert tot een hele lekkere set vol mooie Oosterse psychpop uit Maastricht. De band speelt technisch retestrak, af en toe mis je wat gruizigheid en richting, maar daar staan lekkere funky lijntjes tegenover en al voor de vier op de klok staat wordt er voorin de zaal lekker gedanst.

20200208_154320 (2)

Footprints is er voor het muzikale avontuur, maar het is dus zeker ook een fijn dagje op stap voor young hipsters. De sfeer is uitstekend, al slaat het nog wel eens door in oeverloos geouwehoer overal om me heen. Maar ach, vandaag ben ik zelf ook niet helemaal onschuldig. In de programmering van het festival zit wel veel avontuur, maar niet echt veel samenhang, we cruisen wat willekeurig maar vrolijk door het programma.

De Afghaanse zangeres Elaha Soroor wordt begeleid door Kefaya, samengekomen in Londen. Het klinkt als een typische studioband, technisch vaardig maar niet erg spannend. Elaha is vast een goede zangeres, maar al met al is het wat saai, er is te weinig om het publiek vast te houden. Dat kun je niet zeggen van Los Bitchos, een suffe naam voor een bandje van vijf tequila drinkende dames en een hoop gastmuzikanten. Ze hebben er in elk geval zin. Met de gastmuzikanten erbij is het een zonnig cumbía-collectief, maar als band zelf zijn het toch vrij dunne surf-achtige instrumentaaltjes. Ook de Ibibio Sound Machine is niet erg overtuigend, maar vooral een Grace Jones partyband voor al uw bedrijfsfeesten, maar niet spannend genoeg voor hier.

20200208_171314 (2)

Na deze wat onbestemde rondgang zijn er dan gelukkig de Flamingods. Daar zijn we inmiddels wel aan toe. De Flamingods kunnen nog wel eens wat wisselvallig zijn, ingegeven door de voortdurende instrumentwisselingen, de nummers die eigenlijk meer medleys zijn, en de soms wat zenuwachtige zanger. Maar vandaag staan alle seinen op groen voor een heerlijk dampende set! Als de langharige Viking zijn shirt uittrekt schroeft hij het energieniveau nog een paar niveaus hoger. Flamingods eindigt met een kwartier lange midden oosten psychedelische kraut medley moloch en van de Cloud Nine resteert nog slechts een verpletterde hoop gelukzaligheid. Overtuigend is een understatement.

20200208_191217 (2)

Ik heb hoge verwachtingen van het Franse Tshegue, ‘afropunk uit de banlieus van Parijs’, maar dat komt er niet helemaal uit. Er is percussie, er is een zangeres die op Skin wil lijken, er is een bassist die het publiek mee laat klappen, maar er is ook ideeënarmoede en gebrek aan urgentie en eigenheid. Dan maar door naar de Mauskovic Dance Band, die ik hier al eerder de zaal naar de vaantjes zag spelen. Destijds bij Le Guess Who was het een ervaring, vandaag is het vooral een optreden. Mauskovic speelt degelijk en funky, er is eigenlijk niet veel op aan te merken, maar echt verschil maken ze vandaag ook niet, daarvoor is het te tam. Het geluid staat ook opvallend zacht, misschien ingegeven door de berichten over gehoorschade, maar de keerzijde is dat het geouwehoer in de zaal tot aan het podium doordringt.

20200208_210516 (2)

Dan gauw naar de Ronda voor de koning van de sax, de goden van de nieuwe jazz, want daar staat de geweldige Shabaka Hutchings met The Comet is Coming! Vanaf de eerste seconde na landing van het ruimteschip zitten we next level met Summon the Fire. De komeet brengt ons een verpletterende set vol kosmische jazz. Shabaka stuwt en duwt en stijgt lichtjaren ver op, maar vergeet ook de rest van de band niet, met fantastische jazzdrumritmes van Betamax en denderende synths van Danalogue. Dit zijn de kinderen van Sun Ra. The Comet is Coming is een explosie van energie, het heelal is te klein en Shaba is God.

20200208_222647 (2)

Zo is Footprints een mooi universum van vernieuwing en experiment. Experimenten kunnen slagen en mislukken en dat is allemaal prima, want de nieuwsgierigheid en het avontuur zijn niet aflatende drijfveren voor waar muziek ons kan brengen. Het is de kracht van vernieuwing, een mooie tocht naar plekken die we van tevoren niet hadden bedacht.

Giant Drag en Deutsche Ashram doen samen een klein toertje door Nederland en de Joe-kee en de etappe van vandaag brengt ze naar Utrecht. De dinsdag is echter geen makkelijke avond voor de hardwerkende Nederlander van tegenwoordig, want druk is het niet in dBs. Blijkbaar ontbreekt de puf om op te draven voor een interessante avond muzikale fijnproeverij. Gelukkig was Darth Faber er om verslag te doen (@Kettingzaag: dit mag je zo overnemen hoor) en Anne-Marie van Rijn maakte daar prachtige foto’s bij.

Deutsche Ashram is het duo Ajay Saggar en Merinde Verbeek, beiden actief in de muziekscène rond Paradiso en ver daarbuiten. Ajay is ook de motor van King Champion Sound (die zagen we eerder al hier) en Merinde speelde daar in de begintijd ook in mee. Deutsche Ashram is andere koek. Ajay haalt uit zijn laptop kille industrial echo’s en breit daar wat overstuurde gitaar doorheen, terwijl Merinde dit pareert met haar warme zang. Het is een mooi contrast. Enige jaren tachtig-nostalgie bekruipt ons wel, met referenties aan de wave van de Cocteau Twins. Vooral Stumbleweed, het openingsnummer van de spiksplinternieuwe plaat Whisper Om mag er zijn. In deze setting ontbreekt niettemin wel wat dynamiek, Merinde staat er naast de verlegen Ajay wat eenzaam bij, al kan ze wel prachtig nuffig over het publiek heen kijken.

De band Deutsche Ashram in dB's op 4-2-2020

Giant Drag koestert ook de wat verveelde pose, hier in Utrecht ‘or wherever we are’. Giant Drag is de band van zangeres/gitarist Annie Hardy, die vandaag drummer Colin heeft meegenomen als enige rest van de band. Annie oogt als een kleine meid, maar is dat zeker niet. Giant Drag begon al in 2005, hield tussendoor ook even op, ze speelde met Lemonheads, Jesus & Mary Chain, Deftones en vele andere grootheden, ze ging privé door diepe dalen, maar here she is, een kleine legende inmiddels, op blote voeten in een vergeelde grungejurk voor een mager gevulde zaal in Joetrek.

De band Giant Drag in dB's op 4-2-2020Dat wordt een bijzondere set. Annie moet even op stoom komen, het publiek moet even wennen. Ze speelt lekker smerig gitaar, echt bijzonder goed bij stem is ze aanvankelijk nog niet, maar ze legt er wel verdomd veel overtuiging in. Op de drum zit een volle galm, voor een groots en vuig geluid. Ja ja, dit is wel wat. Het nieuwe nummer Devil Inside leunt op gitaar vol spannende smerigheid, met rauw overstuurde stem wordt hier een ex-vriendje de hoek in geparkeerd. Pak aan!

Het tussenstuk is solo akoestisch, maar de aandacht verslapt geen moment. Tussen de nummers door blijkt Annie onstuitbaar ouwehoerend in monologen, in één volzin van Zweden tot kaas tot Michael Jackson, een zin later over het genot van dicks, het is heerlijk associatief cabaret. Je kan Annie heel goed bloedirritant vinden, maar dan wel met bewondering voor haar theatrale lef. 

Het geluid, wat zeg ik, de hele uitstraling van Giant Drag is de grunge van weleer, postmodernisten spreken dan van nü grunge: verveelde uitstraling, problematiek van de welvaart der witte middenklasse, raggende gitaar, Courtney Love-jurkje, lummelig lang haar van de drummer, het is er allemaal. Eerste uitsmijter van de avond is een wonderlijk avantgardistisch ritueel met kunstenaar Flux (of zoiets), die met bontmutsje op en vol flair rechts van het podium tegen de muur een tekening krijt, die nog het meest weg heeft van de naïeve en vooralsnog bij het grote publiek onbegrepen kunst van kinderdagverblijf Duimelot. Tweede uitsmijter van de avond is een prachtig verscheurde versie van Chris Isaak’s Wicked Games, waarin alle Weltschmertz van de hedendaagse grunger nog eens helemaal over ons uit wordt gestort.

De band Giant Drag in dB's op 4-2-2020De band Giant Drag in dB's op 4-2-2020

Foto’s: (c) Anne-Marie van Rijn

Zie hier mooi verslag van Kettingzaag: http://www.dekettingzaag.nl/giant-drag-is-vooral-schrijnend/

De maandag is niet erg geschikt voor concerten, zo vertellen de mannen van Beak> ons al, dus ik sta nog druk om te schakelen van de sores van werk en huishoudelijke routines als ik Paddy Steer op het podium van De Helling aantref.

Daar wordt een mens toch instant blij van. Paddy Steer is een vrolijke paradijsvogel en eenpersoonsband, die anderhalf jaar geleden al op Le Guess Who te zien was. Bij sommige nummers draagt hij een constructie met muts en zwaar vervormende vocoder, bij andere nummers een soort van lichtgevende helm, naar eigen zeggen ‘to hide my shame’. Paddy vertelt dat zijn schoenen stinken en dat hij een hipster is, omdat hij mooie kleren belangrijk vindt en een baard heeft. Ja ja! Is het muzikaal ook nog wat? Dat valt alleszins mee, met koffers vol beats en fraai gemoduleerde geluiden, een mooie vintage vocoder en een drum vol riedels en rinkels.

Als alles voor BEAK> is omgebouwd begint de band zonder verdere introductie en hop, we zitten gehypnotiseerd in een wervelend krautrockuniversum. Geoff Barrow, de drummer van Beak>, die ook dienst doet bij Portishead, speelt geweldig strakke motorik, bassist Bill Fuller zit lekker op een stoel middenop het podium, terwijl hij de geilste baslijnen produceert. Gitarist en geluidskunstenaar Will Young, met tof Slint-shirt, dompelt de ritmes in warme synths, straffe riffs en atmosferische dub.

Ook BEAK> speelde al eerder in Utrecht, op LGW (zie hier en hier), en dat was al niet misselijk, maar vandaag is nog veel beter. De nummers zijn completer, het geluid is voller en de trip is hallucinerend. Voorzichtig wordt hier en daar een dansje gewaagd en dat kan ook best, maar de stille bewondering overheerst. BEAK> doet niet onder voor Can en Neu!

Richting het einde komt de roadie nog een nummer meedoen op de bongo’s. Met de lange repetitieve ritmes speelt de band zich de RSI in de armen en benen, dus tussen de nummers door is het zaak om de ledematen weer wat los te gooien. De band heeft goede luim en het geouwehoer tussen de nummers is welhaast van niveau Armand. Young vertelt hoe het publiek eergisteren in Brussel schreeuwde om een fucking smoke machine, Barrow moet hard lachen om het commentaar onder een KEXP YouTube-filmpje dat het nummer Eggdog ‘unlistenable’ noemt, en hij verwijst naar Young, ‘our young millenial’, die het filmpje nog even opzoekt op zijn internet phone. Krautcabaret, wie had dat gedacht. Zo wordt het met BEAK> op de maandag toch een behoorlijk gedenkwaardige avond.

Darth Faber zit dit weekend behoorlijk in de festivalmodus, want net als gisteravond leidt de weg naar Ekko. Vanavond een gevarieerd programma met drie bands uit de voorhoede van de Nederlandse underground.

Spiksplinternieuw is het Utrechtse project Classic Water. Een plaat of überhaupt veel info is er nog niet, maar referenties zijn er te over: de naam van de band verwijst naar een gedicht van David Berman, de zanger van Purple Mountains die ons vorig jaar eerst één van de mooiste platen van het jaar leverde en daarna tragisch zijn einde verkoos. Classic Water beweegt in diezelfde muzikale hoek van americana-folk bluesrock, naar het zich doet aanzien gelukkig wel met meer levensvreugde dan Purple Mountains. Zanger Tom Gerritsen levert met breekbare stem vreemde teksten. De microfoonstandaard staat voor hem nét te laag, waardoor het geheel mooi ongemakkelijk oogt. Muzikaal is het een warm bad, een heerlijk eindeloze nazomermiddag in het park.

20200125_204825.jpg

20200125_212242.jpgThe Fire Harvest heb ik al veel vaker gezien, maar nog niet met nummers van de prachtige laatste plaat Open Water. Dat wordt dan hoog tijd, want het album kwam op mijn spotify-jaarlijstje al boven als meest gedraaide van 2019. De band moet even op gang komen: het oogt wat statisch, het publiek lijkt er aanvankelijk ook nog niet helemaal klaar voor, er wordt wat gerommeld met het geluid. Maar in de loop van de set pakt Fire Harvest het momumentum weer stevig terug. De donkere altcountry klinkt meer slowcore dan ooit, minimalistisch haast. The Fire Harvest zijn meesters van de timing: geen noot teveel, alles perfect gedoseerd. Af en toe is er een extraatje, zo heeft The Runner een mooie gitaartokkel die er op de plaat volgens mij nog niet in zit. Laatste nummer is Picture of a Man, één van de mooiste nummers ooit op Utrechtse bodem gemaakt.

Volstrekt andere koek is The Sweet Release of Death, knettere shoegaze-noise-wave uit Rotjeknor. Onlangs waren ze naar verluidt op Le Guess Who al een grote revelatie, maar dat had ik ter plekke even gemist. Vanavond herkansing dus en dat is een behoorlijk overdonderende explosie! SROD is energieke avant garde noise, vol van intense dreiging in de beste traditie van Unwound en My Bloody Valentine, maar dan donkerder en minder afgerond. Het zijn niet zozeer nummers maar eerder nerveuze, staccato noise-collages, vaak niet meer dan twee minuten lang. Alicia is een kunstzinnig type zangeres met een godallemachtig denderende bas, de minimale drum van Sven is dodelijk effectief, en gitarist Martijn dwaalt heerlijk rond in zijn oerwoud van geluid. The Sweet Release of Death is een ongrijpbare band, vol donkere humor, liefde naar elkaar en naar het publiek, maar vooral weerbarstig en compromisloos.

20200125_223440.jpg20200125_224839.jpg