Darth Faber heeft dit jaar een wat rommelige Le Guess Who?, gefragmenteerd door een heidag van werk op vrijdag en een buikgriepje dankzij de roti van Mediterranee op zaterdag. Het is daardoor wat minder intensief dan voorgaande jaren, met wat meer moeite om er lekker in te komen. Verslag daarom in één lange eclectische blog. Ga er maar eens lekker voor zitten.

LGW begint pittig met Jerusalem In My Heart, want nog voordat hij begint stuurt Radwan Ghazi Moumneh iemand met een Israëlische vlag de zal uit. “That’s not a flag!” Het is geen al te sterk begin (al vraag ik me ook af waarom iemand hier überhaupt met een vlag rondloopt). Daarna dan toch los met prachtige en loepzuivere Arabische zang, die gaandeweg steeds meer distortion krijgt. De bevreemding wordt verstrekt door een geweldige visual artist, die van achterin met vier 16mm-projectoren supertoffe dingen projecteert van de vele stroken film die achter hem hangen. Visueel maatwerk. JIMH dendert door met drone en gitaarnoise, zittend achter zijn modulator vol vage klanken. Het telt op tot iets wat klinkt als een Arabisch-elektronische improvisatie.

Over improvisatie gesproken: ik kom binnen bij Han Bennink en Keji Haino, terwijl Bennink op de vloer trommelt en Haino met een basketbal (!) en een hamer zijn gitaar bespeeld. Achter hem hangt een andere gitaar aan het rek, die af en toe een mep krijgt. Ja; zo viert Han Bennink zijn 75e verjaardag, beste mensen! Het klinkt vaag en het is avant garde van de frontlinie, maar het is ook wonderlijk mooi om Bennink als het ware met zijn drumstel horen praten. Wat een meesterlijk drummer is hij toch.
20171109_211419 (2)

Ik heb een hartgrondige hekel aan Sun Kil Moon, maar met wat berichten van binnen hoor ik dat ik toch écht even moet kijken. Het klinkt bij binnenkomst best goed, maar na een minuutje wordt drummer Steve Shelley (half Sonic Youth aanwezig bij LGW!) ingeruild voor iemand die feitelijk niks hoeft te doen in een werkelijk oersaai nummer waar geen einde aan komt. Kozelek wil pertinent geen foto’s, hij heeft al van iemand een telefoon afgepakt, en hij begint opnieuw omdat het niet muisstil is. Ja, hierom haat ik Sun Kil Moon: het is saai, pretentieus, hautain, en met een intonatie die nog veel vlakker is dan een kind van zes dat sinterklaasgedichten voorleest. Wegwezen hier!

In Ekko kom ik bij Dark Buddha Rising, Finse meditatieve ambient black metal. Traag als schuivend gletsjers, tot het punt waarop de tijd bijna is uitgeschakeld, in een almaar repeterende riff. Dat geldt dan wel vooral voor de lange instrumentale stukken. De zanger is wel geinig in zijn poses en bezweringen, maar vocaal is het toch wel erg beperkt. Zo ontstaat er ook een duidelijk onderscheid tussen echt goede passages (instrumentaal) een mindere stukken (met zang).
20171109_224543 (2)

Big|Brave staat al een tijdje op mijn lijstje om te willen zien. Ze lopen tussendoor al wat zenuwachtig door Ekko en beginnen ook tien minuten te vroeg, als de zaal al bomvol is. Big|Brave speelt uiterst minimale maar loodzware doom, waarin een enkele drum- of gitaarslag een heel universum opent. De ruimte tussen de slagen is net zo belangrijk en beladen als de klap zelf. In die wereld zingt de loepzuivere Robin Wattie haar delicate wanhoop. Big|Brave zit niet voor niets op Southern Lord, het label van Sunn O))), maar is daar wel een buitenbeentje. Het is meer een band uit Montréal dan een doommetalband. Wattie oogt af en toe wat bezorgd, maar dat zal de warmte in de zaal zijn. Ze spelen in een goed uur vier lange, trage nummers van uiterst gracieuze doom.
20171110_003143 (2)

20171111_161004

Voorafje van Broeder Dieleman

Ik haak weer aan bij het programma op zaterdag, als de winkels en kroegen rond de Voorstraat flink gevuld zijn voor ontdekkingen op Le Mini Who. Het is goed om te zien dat er zoveel nieuwsgierigheid is naar spannende muziek, al betekent het ook dat het niet meevalt om overal binnen te komen. Op tijd binnen zijn is dan het devies. Ik land met een man of veertig in een moeilijk te definiëren conceptstore voor een mooie akoestische set van Broeder Dieleman, die Janine Osta en drummer Leo heeft meegenomen. Het goede nieuws (“niet doorvertellen”) is dat er een nieuwe plaat is opgenomen, jawel. We krijgen een mooi menu van wat oude en nieuwe nummers voorgeschoteld, mooie akoestische versies van Gloria, Aalschovers,Omer Gielliet, een nieuw liedje over de dood en een liedje Omer2, dat zich ontpopt tot welhaast een meezinger (“Kom maar!”). Tonnie is in een uitstekend humeur, uniek artiest die heel zijn publiek bij naam kent en de man van de oneliner van de dag: “Als ik bescheiden wil zijn dan neemt mijn ego toch altijd weer de overhand.” Leve het ego van Tonnie!

Het reguliere zaterdagprogramma begint met Gonjasufi, met bizar harde futuristische beats van twee mannetjes met blauwe mutsen. De bas trilt de longen haast uit mijn lijf. Gonjasufi zelf is een klein ventje met een hoed op. Hij loopt in het halfduister onder de fascinerende visuals heen en weer terwijl hij onverstaanbare vocalen schreeuwt. Ik geloof het wel na 20 minuten. Als ik de zaal verlaat staat er voor de Pandora een belachelijk lange rij, een goede hint dat het op de zaterdag van LGW lastig is om tijdens optredens nog binnen te komen.

Bij Kevin Morby gaat dat nog prima. Ik heb hem al vaak gezien en pik deze vooral mee omdat Gonjasufi me tegenvalt, met instant beloning. Morby is geweldig op dreef en hij bespeelt met gemak de Grote Zaal van TV, terwijl hij vorig jaar nog gewoon in Ekko stond. Morby is op deze editie van LGW zeker één van de makkelijker behapbare muzikanten, zo eentje met echte liedjes, een klassieke line-up van drum, bas en 2x gitaar. Maar die standaard is natuurlijk niet voor niets het fundament van de popmuziek. Morby heeft er ook de liedjes voor, met een mooie uitvoering van Harlem River en met Destroyer als een hele mooie ode aan Fred Cole, de net overleden held van Dead Moon. De folknummers van Morby zijn ook net wel even anders, met soms minutenlange herhaling van maar twee of drie akkoorden, totdat je haast in trance luistert. De grootste troef is Meg Duffy, de iele gitariste in de lange jurk die in niets lijkt maar in alles klinkt als een gitaargodin. Duffy speelt met jaloersmakend technisch gemak echt alles uit haar gitaar, van solo’s waar Jimmy Page nog van zou opkijken, tot een prachtig jankende tremolo bij Destroyer. Morby met band is inmiddels een kwaliteitskeurmerk geworden. 20171111_194022 (2)

In de Pandora staat het ramvol voor Shabazz Palaces, de sfeer achterin wordt door het geduw in de drukte haast wat grimmig. Shabazz Palaces is één van de vele curatoren van deze editie, nadat ze twee jaar geleden in Cloud Nine al een fascinerende set ten gehore brachten. Ze leggen een fascinerend fundament van abstract afrofuturisme, tegelijkertijd ijzig industrieel en enorm mellow. Dit zijn hiphopreizigers in outer space, zoals er deze editie wel meer zijn. De beats zijn uiterst effectief, maar na een tijdje toch ook wel wat eenzijdig, zeker met de wat zijige spreekzang er overheen.
20171111_211102

20171111_215947Dat geeft gelegenheid om ons oor te luister te leggen bij waarschijnlijk de grootste legende van deze editie van van LGW, Pharoah Sanders. Sanders is één van de beste (zoniet dé beste) saxofonisten van de wereld, maar inmiddels met 76 ook al aardig op leeftijd. Stram en met een beetje hulp komt hij het podium op geschuifeld, helemaal achter de band langs met een traagheid die ons even de adem doet inhouden. Pharoah Sanders oogt als een kerel van ver boven de honderd, je vraagt je haast af of het wel verantwoord is dat hij hier zijn tenorsax speelt, maar als hij dan aanzet hoor je onmiddellijk wat een bereik, kleur en warmte hij erin kan leggen. Dit is uitzonderlijk goed. De band met drum, staande bas en piano musiceert op verbluffend hoog niveau. Pharoah zelf legt daar zijn prachtige tenorsax overheen, af en toe even luisterend en wachtend, om dan op een door hem gekozen moment de hele zaal op te tillen. Het moet wel een beetje gedoseerd, want anders raakt hij ongetwijfeld buiten adem, dus tussendoor zit Sanders met zijn ogen dicht achter de band op een stoel te luisteren, onder meer naar een fascinerend mooie freejazz compositie van een krap half uur. Ik zou echt uren kunnen kijken naar wat alleen al de drummer kan. Deze band is ongehoord goed, dit is meer outer space dan al die futuristische bands hier bij elkaar. Pharoah Sanders wordt intussen steeds actiever en doet ook nog wat zang, en zowaar, hij zet in tot een stram dansje. Wat een voorrecht om deze legende hier te hebben mogen bewonderen.20171111_222712(0)

Volstrekt andere koek dan in DBs, omdat het kan op LGW. Ik pik nog een heel klein stukje mee van Vampillia, Japanse noise-black metal. Het is snoeihard, met mooie viool en een zanger die zichzelf van intensiteit bijkans opknoopt aan het microfoonsnoer. Allejezus, dit is zelfs in een paar minuten al behoorlijk genadeloos.

Maar dat is Dälek ook. Deze noisehiphop schuimt al een tijdje rond op mijn Spotifylijstjes, dus die wil ik wel eens live zien. De laatste plaat heeft de geniale titel Endangered Philosophies, en daar beginnen we ook mee: een enorme bak smerige beats, doorspekt met een vat vol noise waar My Bloody Valentine zich niet voor zou schamen. Dälek shopt net zo goed bij Public Enemy als bij Joy Division als in de donkerste krochten van de death en blackmetal. We krijgen een genadeloze set zonder enige adempauze. De kleine dikke vocalist gooit zijn pet nog eens diep over de oren om zijn duistere teksten via het plafond de zaal in te spuien. Het is mooi om weer eens een goede turntablist aan het werk te zien, een vak dat wat ondergesneeuwd lijkt onder alternatieve technische mogelijkheden. Dälek deelt dreun op dreun uit, met deze keiharde en duistere set. Is het ook goed? Jawel, er wordt zelfs zo hard geschreeuwd en gefloten voor een toegift dat ze deze voor de nog halfvolle zaal erbij doen. Heel tof, hopelijk snel weer eens terug in DBs.
20171112_000411

Zondag begint in hoger sferen, met de Sai Anantham Ahsram Singers, die het spirituele werk zullen voordragen van Alice Coltrane Turiyasangitananda. Dat belooft wat. De grote zaal van TV krijgt de sfeer van een vredige ashram, met zitkussentjes in de zaal, een altaar met een foto van Coltrane op het podium, een rustgevend lichtblauw uitgelicht sfeertje. Bij binnenkomst worden liedboekjes uitgedeeld. Coltrane stichtte in de jaren 20171112_171815zeventig haar eigen spirituele gemeenschap en componeerde gospelversies van traditionele hindoeliederen, die nu tot ons zijn gekomen via een uitgave op het label van David Byrne. Het koor komt via de zaal binnen, een aantal blijven nog even in de zaal staan. Het is een koor van negen dames in mooie sari’s, drie man op blote voeten (alhoewel, is daar eentje op sokken?), aangevuld met een organist en een drummer. We mogen al vanaf eerste nummer meezingen met de Indische gezangen in Amerikaans accent. Het tweede nummer is een soort soul versie van Rama Rama. Het is leuk om een half uurtje naar te kijken, maar het bijt niet echt door en neigt naar saai. De synthesizer maakt er ook wel een wat zijige sfeer van, vrede op aarde door fijn samen te zingen. Mooi, maar wat Fred zegt: dit had groter, heftiger en confronterender kunnen zijn.

20171112_174443 (2)

Juana Molina dan maar. Dat wordt groots aangepakt, met overal camera’s en zo’n boom cam die over het publiek vliegt. Dat alles is echt nergens voor nodig, want dit is echt bedroevend slecht. Molina kan niet zingen, ze heeft de uitstraling van zak bintjes, de drummer kan niet drummen en de bassist klooit veel te veel met zijn synths. Maar veel was er ook niet aan te doen, want de nummers zijn te wrakkig van opbouw. Dit is echt honderd keer niks. Molina is in thuisland blijkbaar een grote ster van de plaatselijke telenovelas, maar die faam zal lokaal blijven, vermoed ik. Snel weg hier.

In Cloud Nine speelt Lost Horizons een band met een mooie stamboom naar Cocteau Twins een Dif Juz, bands die in de jaren tachtig al samen optrokken. Lost Horizons (niet te verwarren met Lost Horizon, de Zweedse metalband) brengt mooie sfeerpop met een wave randje, niet überspannend, maar wel aangenaam. De donkerharige zangeres, Helen Ganya Brown, zingt esoterisch en zuiver, de blonde zangeres, Beth Cannon, is krachtig en vol soul, maar gek genoeg combineert het niet zo goed als ze samen zingen. Cannon lijkt ook wel wat op Liz Fraser van de Cocteau Twins, niet alleen uiterlijk maar ook in de grootse gebaren. Lost Horizons is een gevarieerde groep, met oude rotten en jongere muzikanten. Simon Raymonde van ooit Cocteau Twins oogt trouwens opvallend als Bill Nighy, de oude rocker in Love Actually. Hoe dan ook: fijne band voor de zondagmiddag.
20171112_190841 (2)

In de grote Ronda staat zowaar Linton Kwesi Johnson, grootheid van de reggae en de Britse black consciousness. Hij is inmiddels ook al goed in de zestig en gestoken in maatpak op snit. Zijn optredens zijn zeldzaam en ook vanavond komt het er muzikaal niet van, want hij doet een ruim half uur van spoken word. Hij heeft genoeg materiaal om uit te putten, zowel zijn songteksten als boeken sinds de jaren zeventig. Kwesi Johnson draagt voor met zangerige intonatie en een fijn timbre. Inglan is a Bitch! Echt superstoer van LGW om dit in de grootste zaal neer te zetten, die bovendien ook tot de nok gevuld is. Hulde.

Misschien wel het hoogtepunt van deze avond en dus van heel LGW treedt vervolgens aan in de Pandora: Sevdaliza start hier haar Europese tour met een verbluffend optreden van wereldklasse. Alles aan dit optreden is doordacht, geregisseerd en volledig in control. Bij veel andere artiesten zou dat klinisch worden, bij Sevdaliza geeft het de ruimte voor onafhankelijkheid, creativiteit en Kunst zoals iedereen het wil maken maar bijna niemand dat zo kan. Ze treedt aan voor een microfoonstandaard omwikkeld met rozen, die ze al zingend vanuit brede mouwen over de eerste rij van het publiek uitstrooit. Het is het begin van een prachtig optreden. Sevdaliza kan leunen op een prachtige stem, maar ook op een band die extreem goed doseert: het combo violisten (hé! die kennen we van Kyteman!) kleurt met warmte, de synths fluctueren van futuristische triphop tot totale stilte. Bij verscheidenene nummers komt de geweldig mooie danser Gil langs, die als een geest om Sevdaliza heen danst. Hij tilt het hele optreden nog een paar niveaus verder, tot het moment waarop ze in bevroren pose samen de zaal in staren; nooit was het in Tivoli zo stil. Sevdaliza durft een groot artiest te zijn, misschien nog wel het best vergelijkbaar met iemand als Grace Jones. En wat Sevdaliza durft, wordt ze ook. Zeer indrukwekkend.
20171112_205153 (2)

Beetje bijkomen dan bij de futuristische freejazz van Shabaka & The Ancestors. Ik voel me nauwelijks in staat om duiding te geven aan deze future of jazz, maar ik hoor wel dat het heel fijn is. Heerlijke nooit eindigende saxsolo (en ik hou niet eens van saxofoon!). Het ellenlange nummer Nguni blijft de hele volgende dag nog in mijn hoofd rondspoken.

Dit jaar is Perfume Genius één van de curatoren van het festival en dat is zeer terecht, want Mark Hadreas is een ster met de eigenzinnigheid die bij LGW past. Hij heeft er flink zijn best voor gedaan, zo lees ik jubelende verhalen over het door hem gecureerde Mount Eerie, die een tranentrekkend mooie set doet in de Janskerk. Daar was ik niet bij, maar natuurlijk wel bij Perfume Genius zelf in de grote zaal. Zijn optreden een paar jaar geleden was al indrukwekkend, nu is het nog een paar niveaus hoger. Hadreas is een man van intense kwetsbaarheid en grote kracht tegelijk. Hij struikelt even over zijn hakjes, maar dat deert hem niet om het hele optreden over het podium lang heen en weer te vliegen en zijn grootse poses te tonen. Hij zingt prachtig, hij schreeuwt het uit en hij grijpt ons volledig bij de strot. De set is een hele fijne afwisseling van prachtig hard tot breekbaar klein. De band is technisch haast perfect en bij een paar nummers komt er ook een strijkorkestje bij voor extra diepgang. Maar Mark kan ook zonder, in een tranentrekkend mooie solo, en later in de set een prachtig liedje samen met Alex op het orgeltje. Heel fijn ook, de stille zalen als dat moet, zoals hier en eerder bij Sevdaliza. Mark durft ontzettend zichzelf te zijn en daar kan iedereen een grote inspiratie aan ontlenen. Ik zou hem voor altijd willen vasthouden.
20171112_225209 (2)
De afwisseling houdt niet op bij deze editie van LGW, hier komen vele muzikale werelden bij elkaar, met als gedeelde noemer lef, avontuur en vernieuwing. Dat doet het legendarische Sun Ra Arkestra al sinds de jaren vijftig – eerlijk gezegd toen nog wel wat meer dan nu. Sun Ra is al een kwarteeuw in outer space, maar zijn Arkestra gaat nog altijd door in dezelfde sferen. ‘Many lightyears in space we will wait for you’, zegt de blauwgestifte zangeres. Het orkest ziet er geweldig uit, in goud, glitter en guirlandes, en het klinkt als een volstrekt wonderlijke vorm van piep-krak-futurisme. De huidige bandleider, Marshall Allen, is liefst 93 jaar (!) maar gaat nog als de brandweer op soort spacy elektronisch blaasinstrument dat klinkt als niets anders. De vocalen wisselen elkaar af en op gegeven moment gaan er drie blazers een rondje door de zaal. Space is the place!
20171112_231833

Het Endspiel is voor Princess Nokia, die als vraagteken op het programma staat. Ik weet niet goed waarom dit een geheim moest blijven, maar ik hoor wel waarom ze er staat, want ze doet een verdomd lekker setje van een halfuur. Ze oogt als een jonge Aaliya. Ze heeft tussendoor wat pittige praatjes, maar Princess Nokia heeft in haar nummers een uitstekende flow, vol van maatschappijkritiek, maar ook met humor.

Daarmee komt een einde aan een bijzondere, zeer gevarieerde editie van Le Guess Who. Verreweg de meeste artiesten stegen boven zichzelf uit, ongetwijfeld aangejaagd door het idee onderdeel te zijn van iets heel bijzonders. Dit is een ontmoetingsplek van het experiment en het avontuur, waar je kunt proeven uit de grootste keuken die er bestaat, van de muziek. Inmiddels weet heel de wereld dat, lijkt het wel, en vooral op zaterdag is het van belang om doortastende beslissingen te nemen om rijen te vermijden, maar wie tien minuutjes eerder in een zaal aan de bar staat mist niks. Chapeau dus wederom voor de organisatie en de programmering, die dit universum mogelijk maken. Ik snap heel goed dat mensen hier de halve wereld voor afreizen, en ik voel me zeer bevoorrecht dat ik er gewoon op mijn oude barrel bij kan zijn. Volgend jaar natuurlijk weer, ticket 2018 is al in da pocket.

Zie hier nog een aantal reviews van anderen, zodat je helemaal compleet bent:

Aanvullingen volgen

    • Advertenties

      Godspeed You! Black Emperor komt deze ronde de laatste plaat Luciferian Towers promoten in een behoorlijk bomvolle Paradiso (100 kaartjes minder per concert mag ook wel, hoor!). Dat is weer een fraaie plaat, wat minder volumineuze doom dan de vorige twee en wat meer ruimte voor compositie en gedoseerde instrumentaties. Godspeed live is ‘always the same, always different’, zoals ik op de vogeltjesbox las, en zo pakt het ook vanavond weer uit.

      De opstelling is vergelijkbaar met de vorige keer, vermoedelijk ongeveer zoals het er in het GYBE-oefenhok ook uit ziet. De opstelling in het halfduister is rond, de gitaristen zitten op goedkope stoeltjes, Mike Moya en David Bryant als de buitenste twee aan de zijkant half met de rug naar het publiek gekeerd. Sowieso is de inzet fors, met drie gitaren, twee drums, twee bassen en viool. Dat hakt er wel in. Boven de band zien we zwartwitbeelden van teloorgegane industriële steden.

      Ook net als de vorige keer is het eerste nummer Hope Drone, een mooi opbouwend nummer dat nog steeds niet op plaat is verschenen, maar live al een tijdje mee gaat. De titel is geen toeval, want al is de muziek soms wat zwaar op de hand, het politieke linkerspectrum van GYBE leent zich eerder voor hoop en strijd dan voor teneergeslagenheid.

      Waar die hoop uit bestaat moge duidelijk worden uit de titels van de navolgende werkstukken, Bosses Hang en Anthem for No State. Fraaie composities met uitgekiende opbouw en bij tijd en wijle gierende gitaren stutten de boodschap dat we ons niet neerleggen bij de kapitalistische corpocratie die de adem beneemt van de sociale, zorgzame, democratische en vrije mens. GYBE wordt met de dag actueler, lijkt het wel.

      De andere twee nummers van de plaat geven vervolgens een mooie wending. Het titelnummer Luciferian Towers is lekker noisy, Fam/Famine heeft de novelty van een saxofonist die als negende bandlid mee komt doen, midden op het podium maar met zijn rug naar het publiek. Het is tegelijkertijd een uitgekiende compositie en een enorme bak herrie, en daarmee het krachtigste nummer van dit eerste uur van het concert.

      Want hallelujah!, daarna volgt een kleine drie kwartier met integraal en helemaal Slow Riot for New Zero Kanada, misschien wel hun mooiste plaat ooit. Moya begint met een langzame opbouw vanuit de viool, langzaam toewerkend naar een rustpunt, door naar die prachtige gitaren, en dan weer terug naar de viool. Oh my, wat een ongelooflijk prachtige nummer is dit toch.

      Bovendien geeft het des te meer impact aan het volgende nummer, Blaise Bailey Finnegan III, dat werkt vanuit het kwade geratel van de titelfiguur, hier op tape. GYBE speelt er met een ogenschijnlijk vrijblijvende improvisatie overheen, maar don’t be mistaken, dit is een zeer uitgekiende opbouw naar een tweede stukje Blaise Bailey, die nog een gedicht wil voordragen over Amerika als derdewereldland (grappig stukje trivia: er is de suggestie dat het voorgelezen gedicht van eigen hand is, maar het is in feite een herschikking van ‘Virus’ van Iron Maiden. Wist je niet hè). De tweede helft van het nummer is daarna de stevige versie van de eerste helft, dreigend, bezwerend, duister en intens. Het nummer eindigt in een drone-achtig loopje, terwijl de emperors één voor één het podium verlaten, een halfslachtig zwaaihandje als enige interactie met het publiek deze avond. Thierry Amar komt het geluid nog even uitzetten, na wederom een geweldige set. Wat een verpletterende band is dit toch.

      Volgende kans is op Roadburn, volgend voorjaar in Tilburg.

      Dit is ook een mooi verslag: http://www.brooklynvegan.com/review-of-godspeed-you-black-emperors-intense-and-serene-amsterdam-show/

      Al weer geruime tijd geleden speelde plusminus de line-up van het Darth Faber Fest in de Worm in Rotterdam: It Dockumer Lokaeltsje, The Homesick en The Ex. Daar was ik natuurlijk bij, maar gezien ongenadige drukte op andere fronten is er geen tijd geweest voor een verslag. Wel wat foto’s, bij deze.

      It Dockumer Lokaeltsje!

      20171020_225248

      The Homesick!

      20171021_182625

      The Ex!

      Verslag heb ik deze keer niet, maar dat hoeft ook niet want iedereen weet zo ook wel dat het weer een geniale avond was. En de Worm is ook een toffe tent.

      De jaarlijkse landing van het Japanse spaceship in DBs!! Acid Mothers Temple was weer geweldig, zij het met een wat vreemde set. Het leek wel een soort noise-ode aan de psychedelische summer of 67, met flarden Steppenwolf, Beefheart, Jerry Garcia en zelfs een mondharmonica. Aan de andere kant speelt de bassist ook een soort van metal, terwijl de rest van de band in een knetterende discodrone is beland. Ja, Acid Mothers Temple brengt wederom een volstrekt unieke show, die er mee eindigt dat de gitaar van Makoto Kawabata aan het plafond hangt.

      Voorprogramma Spirit Valley geeft met een lekker zompige tweepersoonspsychrock een uitstekende intro. Op de drummer staat geen maat, het lijkt wel alsof er op de bass nog een soort van echo zit. Bij aanvang is het publiek nog wat tam, maar aan het eind van de set is iedereen plat voor deze Amsterdamse Ozzies. Good on ya mate!

      Langer verslag zit er nu even niet in, want geen tijd. Bij deze nog een paar foto’s dan.

      20171013_210640

      20171013_221216 (2)

      Aan de randen van de onbetamelijke harde muziek vind ik mezelf deze zaterdag bij Soulcrusher II, een bijzonder goed en weinig zachtzinnig programma vol doom, sludge en blackmetal. Met headliners als Mayhem, Ufomammut, Conan en Monolord heeft Doornroosje een line-up van uitzonderlijke klasse bij elkaar geveegd. Dat is de reis naar Nijmegen meer dan waard.

      We vallen binnen bij Usnea, Amerikanen met een heel fijn vertraagde en behoorlijk massieve black sludge. Het is een duister geluid, met een combinatie van krijsende vocalen van de gitarist en een diep gutterale grunt van de bassist. Ze schuwen het niet om nummers enorm lang op te rekken, ik tik ergens rond een kwartier. Dit is een heel fijne binnenkomer.

      20171007_152156 (2)

      20171007_155321 (2)In de kleinere rode zaal van Doornroosje treffen we Ulsect, postmetal met een bijzonder intense zanger en een enorm complexe drummer. Het klinkt echt razend strak en bruut, en het lijkt wel alsof de vijfsnarige bas nog een extra lading diepgang aanbrengt. Ulsect zit in de hoek van Rosetta en Deafheaven, maar, beste mensen, dit komt gewoon uit Tilburg, de stad waar iedereen van metaal gehouwen is. Technisch van bijzonder hoog niveau dit.

      Andere koek dan bij Monolord, die ik al eens eerder zag in Leeuwarden. Wat is sludge? Sludge is dikke stront van ongelaxeerde mammoeten, sludge is vloeibaar beton dat hoe dan ook door een vergiet moet, en sludge is wat Monolord ons brengt: smerig, traag en loeihard volume dat ons keihard voor de raap slaat. Wat een fijne band is dit toch, mooi doorspekt toch ook met classic hardrock riffs. Ze hebben met Empress Rising notabene nog een meezingklassieker ook.

      20171007_170613 (2)

      Kan dat nog harder? Ja hoor, dat kan, want daar is Conan. Conan brengt een genadeloos harde set van tergend trage, lome doom en sludge. Het is een soort van ode aan de continentale drift, een lofzang op de mokerhamer, een hooglied voor de grondbewerking. Subtiel is het niet, maar zoals mijn mede-soulcrusher zegt: dikke tieten zijn ook niet genuanceerd, maar wel lekker. Zo kun je ’t ook zien, blijkbaar.

      20171007_185923 (2)

      Ufomammut completeert het trio grootse sludge/doom bands. Ik zie ze onderhand welhaast jaarlijks voorbij komen, deze keer is de komst ook ter promotie van de nieuwe plaat 8. Ufomammut is verreweg het meest technisch van de drie doombands, met vooral een uitzonderlijk goede drummer. Het is vandaag niet zo verbluffend goed als twee jaar terug in de Neushoorn, maar het klinkt vanavond wel weer als een nucleaire stoomwals. Er worden verschillende nummers gespeeld, maar wie even niet oplet kan er ook één epische set in horen. Een band die je niet vaak genoeg kan zien.

      De onmiskenbare headliner is toch wel Mayhem, die hier integraal het klassieke blackmetal-album ‘De Mysteriis Dom Sathanas’ uitvoert. Mayhem is natuurlijk vooral berucht vanwege een geschiedenis van zelfmoord en onderlinge moord, maar hey, we zijn hier niet voor ouwe koeien in de sloot. Het podium oogt al meteen  monumentaal, met een enorme drumkooi en een duistere kerkprojectie. De bandleden zijn gekleed als monniken van de kerk van Lucifer, direct van zins om hier het komende uur een verschroeiend harde set neer te zetten. 20171007_225743 (2)

      De frontman van Mayhem is Attila Csihar, misschien wel de best denkbare vocalist in dit genre. We zagen hem eerder ook al als voorganger in een dienst met Sunn O))). Hij heeft een stem als de duivel zelf, hij is bezwerend en dwingend, wie hem aan zou raken zou onmiddellijk tot as vergaan. De band speelt verpletterend en superstrak, ondersteund door duistere visuals en met tussen de nummers door ijle geluiden om ons alle houvast te ontnemen. Op gegeven moment neemt Attila een schedel in de hand van Jezus mag weten wie, hij kust het doodshoofd en doet iets met bedenkelijk bezwerende gebaren achter een altaar met kaarsen. Goed, Mayhem is tegenwoordig misschien meer theater dan een band om nog echt bang van te worden, maar verdorie, dat doen ze wel erg goed. En als dan op gegeven moment de monnikskappen af gaan dan ziet dat er waarlijk ongezond uit. Ja, Mayhem is black metal van grote klasse.

      20171007_223614 (2)

      Voordat de trein ons weer naar de Randstad brengt pikken we nog wel even Emptiness mee, een razend interessante maar moeilijk grijpbare band uit Brussel. Waar de black metal doorgaans nogal een voorkeur heeft voor de mystiek van de natuur zien we hier visuals met vooral veel urbane beelden, met brede wegen en oprukkende verstedelijking. De band speelt hard en zwaar, psychedelisch en met duivelse grunt, als een heftige soundscape voor de beelden van het Antropoceen op de achtergrond. Dit is een band die ik enorm goed in de gaten ga houden!

      Ik ben vandaag wat selectief in het programma, want drukke week e.d., maar ben toch wel zeer te spreken van wat ik hier allemaal aantref. Sowieso was ik nog niet in het vernieuwde Doornroosje geweest, dus dat is al een fijne kennismaking. Verder is Soulcrusher een hele fijne staalkaart, uitstekend geprogrammeerd, fijne zalen, goed geluid en bands in grote vorm. Dit is het soort festival waar ik van hou: een goed gericht topprogramma aan de randen van de ondergrond. Maar net als eerder bij Eindhoven Psychlab maak ik me wel wat zorgen of dit allemaal wel houdbaar is. Want uitverkocht is het niet, ondanks het uitstekende affiche. Ik hoop dat de zorg onterecht is, want dit soort dagen wil ik nog heel vaak meemaken!

      Ik ben op voorhand de hele dag al een beetje zenuwachtig voor deze avond met Nick Cave in de Ziggodome. Sowieso, omdat het Cave is, maar ook vanwege de op het eerste gezicht bevreemdende gedachte om de meest intieme plaat ooit te brengen in een grotere zaal dan ooit. Ik las hier en daar al wel berichten dat het goed uitpakt, maar dat check ik dan graag zelf ook even. En ik ben niet de enige, want de sfeer van spannende afwachting is in de hele zaal voelbaar. Inmiddels weten we dat dit één van de beste concerten in jaren gaat worden.

      Over het vorig jaar verschenen album Skeleton Tree is al veel gezegd en geschreven. Het is de plaat die altijd geassocieerd zal worden met de tragische dood van Nick’s zoon Arthur, die twee jaar geleden aan de Engelse kust van een klif viel. Vorig jaar werd in vele bioscopen One More Time with Feeling vertoond, een documentaire vertoond over de totstandkoming van de plaat, maar vooral over rouw, verdriet en de beperking van relativering. Skeleton Tree is een heel persoonlijke plaat en tevens een groots monument van schoonheid en troost. Het is een plaat die haast niet zonder tranen te luisteren valt.

      Vanavond wordt afgetrapt met Anthrocene, Jesus Alone en Magneto, drie van de meer beschouwende nummers van deze plaat. De songs zijn met een spaarzaam gedoseerd arrangement uitgekleed tot hun kale essentie, het lijkt ook wel alsof alles iets vertraagd wordt gespeeld. Hier en daar een messcherpe drumslag en bij Memento een bevreemdend snel licht. Alles maximaal ten dienste van de prachtige donkere bariton van Nick. Hij kruipt al vanaf het eerste nummer heel dicht in zijn publiek, wat eerder vooral iets was voor bij de heftiger nummers. De gebiedende voorganger van weleer is meer dan ooit een pastorale zielsverzorger, die troost biedt én die troost zoekt.

      Na zo’n begin is Higgs Boson Blues bijna een opluchting, even weer adem halen met een belachelijk goede uitvoering van wat toch al één van de beste recente nummers is. “Can you feel my heartbeat?” brult Nick en hij laat de voorste rangen van het publiek voelen. Ook daarna krijgen alle nummers in een uitgekiende set stuk voor stuk een geniale uitvoering. From her to eternity striemt over het publiek. Tupelo wordt ondersteund door bevreemdende stormbeelden, terwijl het dreigende basloopje maar gaat en maar gaat en maar gaat. Jubilee Street bouwt op tot een maniakale ‘look at me now!’, ruiger én kwetsbaarder dan ooit tevoren. En in alles blijven de Bad Seeds dienstbaar, gedoseerd en genadeloos goed spelen.

      The Ship Song en Into my Arms vormen een weemoedig rustpunt in de set, waarbij de gedachten af en toe zelfs wat afdwalen, maar het is een mooie aanloop naar Girl in Amber en I need you, twee van de mooiste en meest persoonlijke nummers van Skeleton Tree. Bij Girl in Amber zien we op de achtergrond grauwe beelden van Brighton, met de vervallen pier en een eenzame ziel die over het strand wandelt. Cave zingt introvert, haast gebroken. ‘I miss you when you’re gone’. Het is schitterende treurnis, en de grootse Ziggodome blijkt voorwaar een klein zaaltje vol zwijgend bewonderende zielen, die allemaal Nick een beetje willen vasthouden, en omdat dat niet kan houden we elkaar vast. Het is prachtige treurnis.

      20171006_213124 (2)

      Hierna dienen Red Right Hand en The Mercy Seat haast als ventiel om weer even op adem te komen, om daarna tot de tranentrekkende bodem te gaan met Distant Sky. Achter de Bad Seeds zingt een enorme projectie van zangeres Else Torp, terwijl Nick zelf achter zijn piano zit en het publiek ademloos kijkt en luistert. “Let us go now, my darling companion. Set out for the distant skies. See the sun. See it rising. See it rising. Rising in your eyes.” De ziel splijt, de rillingen gaan over de rug. De wat aardsere titelsong Skeleton Tree sluit de reguliere set prachtig af. Ongelooflijk mooi hoe al deze kwetsbare nummers live opbloeien en schitteren.

      Nick Cave wil ons niet in mineur laten gaan en hij komt terug voor nog drie nummers – wat iedereen al wist, want de setlist was tevoren al bekend. De encore begint met zalvende Weeping Song, a song in which to weep. Laten we dat dan nog even doen, want mooier wordt het niet. Halverwege duikt Cave het publiek in, om verderop op een camerapodiumpje weer op te duiken. Hij geeft zijn microfoon af aan iemand in het publiek en regiseert vervolgens de grootse Ziggodome als ware het een lullig zaaltje tot fluisterzingen, tot meeklappen en tot schaamteloze afgoderij. Nick komt daar mee weg.

      Als hij terugkeert naar het podium neemt hij honderd man publiek mee, voor een dan al ingestarte uitvoering van Stagger Lee. Nick Cave doet hier in het klein wat hij feitelijk al de hele avond met ons allemaal doet: hij tilt ons op uit het hier en nu, hij stopt de tijd en brengt een andere werkelijkheid op gang. Ik ben al lang kwijt in welk universum ik zit, hoeveel uur ik hier al sta, hoeveel emoties al gierend door mijn lijf zijn gejaagd. “In come the devil!!” Daar past dan ook wel een kale dansende veertiger op het podium bij, of de primaire reactie om vooral een selfie met Nick te maken. Maar Nick kijkt dwars door iedereen heen, op de foto’s thuis zul je alleen een doorzichtige waas van softfocus zien.

      Push the Sky Away is de afsluiter van een beklemmende, adembenemend mooie avond waar ik nu, twee dagen later, en waarschijnlijk tot in lengte van jaren nog met grote dankbaarheid en bewondering op terug zal kijken. Dit is het allermooiste zwart wat ik ooit zag.

      IMG-20171008-WA0000.jpg

      Foto’s van Alb en Peet.

      Setlist: https://www.setlist.fm/setlist/nick-cave-and-the-bad-seeds/2017/ziggo-dome-amsterdam-netherlands-23e39cef.html

      Overal vijf sterren:

      Sigur Rós in de Oosterpoort, dat is een mooie gelegenheid voor de band die normaal gesproken wat grotere zalen bedient, zoals gisteren nog in de Bijlmer Bierhal. Deze kans op een wat intiemere setting wil ik graag te baat nemen, dus op naar het noorden.

      We hebben eigenlijk al lang niks nieuws meer gehoord van Jónsi c.s. De laatste plaat Kveikur is al weer vier jaar oud. Sindsdien is Sigur Rós wel af en toe in het land geweest, in elk geval op Lowlands en ik meen nog ergens een festival. Sinds vorig jaar zijn er verschillende nieuwe nummers in ontwikkeling, die naar verluid volgend jaar terecht gaan komen op een nieuw album.

      Aftrap Á is meteen zo’n nummer, een tamelijk rustige binnenkomer. Van de vorige keer kennen we al de mooie projecties op het doorschijnende doek vlak achter de band, maar net als de nummers zelf wordt ook het licht rustig opgebouwd. Ekki Múkk heeft zo’n fijne warme vinylkraak in het geluid, een sfeer die het knusse samenzijn hier in de zaal nog eens versterkt.

      Sigur Rós is tegenwoordig nog maar een driemansband, sinds toetsenist Kjarri Sveinsson de band een paar jaar geleden verliet. Vooral drummer Orri neemt nu de pianostukken over en dat is meteen ook veelbetekenend voor de sfeer van de band: steviger stukken met gedoseerde drum, of rustiger werk met piano onder de falset van Jónsi.

      De avond is in twee verdeeld, met twee sets van pakweg een uur en 7 nummers elk.

      Al vroeg in de set zit E-Bow, het mooiste nummer van Sigur Rós. We staan vrij dicht vooraan, waar het net is alsof de drum niet helemaal in de geluidsmix zit maar direct van het podium komt. Bij perfectionisten als Sigur Rós zal dat precies de bedoeling zijn, want het klinkt geweldig. Verder is het eerste deel wat rustiger, af en toe verdampt de spanningsboog zelfs een beetje, wat op zich dan wel weer past bij postrock zonder begin of eind. Maar de gedachten dwalen niet af, want de show voor ons blijft fascineren, ook al is de band is zo interactief als kwik in water. Jónsi zweeft drie metafysische niveaus boven ons, terwijl het fenomenaal mooie licht wisselt tussen megashow en heel klein huiskamerconcert. Mooi doordachte manier om volle ruimte aan het gevoel te geven.

      Het tweede deel is wat steviger en met meer spanningsopbouw. De band begint heel klein, achter het doek, met weer zo’n rustig nieuw nummer, maar bij het lange Saeglópur van Takk wordt alles uit de kast getrokken. Het is alsof er lasers door de zaal worden geschoten, terwijl de band volume, spanning en tempo flink opvoert. De lichtshow heeft van die mooie lichtpalen die we eerder ook al wel eens bij The Notwist zagen, het decor is vol van fascinerende abstracte beelden, de hele set stijgt en daalt. De geest is helemaal uit de fles, hier volgt een fenomenale set. Jónsi zingt en krijst en schmiert en zegt dingen in het IJslands, hij geeft toe en dwingt terug, bassist Goggi Hólm geeft met soms een enkele pluk aan de snaren hele sfeerbeelden af, terwijl drummer/toetsenist Orri alles bij elkaar houdt.

      Ja, Sigur Rós mag na al die jaren in de muziek wat belegen zijn, live is het een band die bijna niet te evenaren valt.