Als de winterkou weer in de lucht hangt, als de kolenkachels kraken, als de vale maan door de kale bomen schijnt, ja dan monsteren wij aan bij De Helling, want vanavond is hier niets minder dan het jubileumfeest van De Kift! Dertig jaar alweer. Het is een hele tijd, en grosso modo was het publiek van vanavond er al die tijd bij, drie decennia ploegen door alle theaters en zaaltjes in den lande. Vanavond is een staalkaart van het beste van De Kift, dus hier zij we weer: feeste, feeste, feeste!

Voorprogramma is De Baron, een festivalversie van De Kift. Net als De Kift verhoudt ook De Baron zich graag tot de vaderlandse literatuur. We vallen binnen bij een vrolijk nummer op basis van de oudst bekende Nederlandse tekst, Hebban ollas vogalas nestas hagunan, maar dan in een meezingversie van nu. Later in de set speelt de band het klaar om de hele zaal compleet stil te krijgen (inclusief wij zelf aan de bar), toch wel uitzonderlijk voor een voorprogramma. Tussendoor wordt het soms iets teveel Stef Bos, maar dat laat onverlet dat we De Baron komende zomer op alle feestelijke gelegenheden en festivals mogen verwachten.

20181213_203941-e1544975482475.jpg

De Kift brengt ons vanavond een top 30 aller tijden, waarvoor iedereen die scherper was dan ik via FB heeft kunnen stemmen. “We spelen er zeker twintig van!” zo kondigt Frank van den Bos aan, en we beginnen meteen met nummer twee, de Nauwe Mijter. Het is de aftrap voor een heerlijke lange set, met de schoonheid van de lompen, de parels van de straat, de weemoed van de eenzaamheid en de euforie van de vriendschap. Ach wat prachtig is het weer. Ik heb De Kift al zeker twintig keer gezien, en er komt werkelijk geen sleet op.

De Kift is, zoals dat heet, een fanfarepunkorkest, waarbij de echte schoonheid zit in de weemoed van een nummer als Tabee (nummer 29), de nostalgie van Oe (nummer 5), en de intimiteit van Orenmens (nummer 1!), prachtig gezongen door Wim ter Weele.

Op gegeven moment maakt Wim achter zijn summiere drumkit met een potje verf een paar mooie schilderingen, die hopelijk nog een mooi plekje krijgen ergens. Tussendoor is er een heuse kwis, met korte nummerfragmenten door De Kift, en aan ons in het publiek de vraag van welke plaat dat dan komt. “Nog nooit had iemand dit goed, en vanavond in Utrecht liefst dertien!” De prijs met Zaanse mosterd en een domtorentje wordt dankbaar in ontvangst genomen.

De Kift heeft in drie decennia helemaal niets aan kracht heeft ingeboet. Het is tijdloze literatuur, en de top dertig van vanavond is een staalkaart van het eigenzinnige muziektheater, een hommage aan de mens die we vaak niet zien staan. De Kift is een ode alle gruizige schoonheid van de wereld. Laat De Kift er zijn zolang we leven!

20181213_212548.jpg20181213_225647.jpg20181213_212558.jpg

Advertenties

Laatste dag! Ik denk te beginnen met een matinee van Endless Boogie in dB’s, maar daar staat het om half één (’s middags) al zo stampvol dat we niet meer binnen komen. Potverdorie! Met een koffie aan de bar horen we dat het prima klinkt, maar veel meer kan ik er eigenlijk ook niet over zeggen.

Dat laten we ons niet nog eens gebeuren, dus hoppa, na de koffie direct door naar de Was. Deze nieuwe zaal in de Werkspoorkathedraal zette zichzelf vorig jaar slim/irritant* (*streep zelf maar door) op de kaart door het organiseren van technofeesten en daarbij bezoekers te weren die de naam van de dj niet kenden. Ik weet ook niet goed waar ik beland, maar mijn schema vertelt mij dat dit Please the Trees is, een Tsjechische trip die met Mudhoney toert. Dit is een goede greep, al zie ik er in de lage zaal niet veel van. Please the Trees zit in het straatje van pakweg de Black Angels, met mooie lange riffs, soms tegen de stoner aan. Het nummer waarbij de gitarist ook percussie doet is echt geweldig. Dit is een leuke ontdekking.

De Was. als zaal geeft wat mixed feelings. In theorie is het mooi dat er zo’n wat grotere zaal (700 capaciteit) bij is gekomen in Utrecht, zeker voor de verdere culturele upgrade van het Werkspoorkwartier. Aan de andere kant, het is bepaald geen hoogwaardige zaal, met laag plafond en daardoor ook laag podium. Voorbij de vijfde rij zie je al niet veel meer van de band die er speelt. De akoestiek is ook nogal lastig, wat niet zo raar is met alle betegeling. Beide breken vooral op bij een volle bak zoals later vanmiddag bij Mudhoney, lees ik bij de Kettingzaag. Ik denk dat er best wat kan met deze zaal, maar dan bijv. met het podium over de lange zijde, en met een stevige investering in akoestische verbeteringen, maar zeker niet zoals het er nu bij ligt.

20181111_141040

Ik was deze LGW-editie ook nog niet in de Poema., dus die pik ik mee met Philip Bückle. Dat blijkt een behoorlijk lamlendge boel. Het niet al te talrijke publiek ligt over de zaal verspreid op kussentjes te luisteren naar ambient geluidslaagjes, af en toe piano erdoor, vaker nog de afzuiginstallatie en de piepende deuren van de Poema zelf. Visueel valt er ook al niks te beleven. Dit is te saai om lang bij te blijven hangen.

20181111_145415.jpg

20181111_183928

Mudhoney werd al genoemd, maar in de doorloop van het programma krijg ik dat niet gerijmd met Circuit des Yeux. Mudhoney zijn oude helden, het nieuwe album is ook zeker niet mis, ik wil ze heel graag eens zien, maar ik kies voor de spanning van Haley Fohr met het Nederlands Kamerorkest. En dat blijkt een gouden greep. Circuit des Yeux maakte met Reaching for Indigo al één van de platen van het jaar (of vorig jaar, kan ook), met eerder dit jaar al een fijne, maar ook wat gesloten uitvoering in de Worm. Met de arrangementen van het Kamerorkest, met violen, cello, contrabas, drum en percussie (en orgel uit een kastje), krijgt de donkere stem van Haley meer tegenwicht. Het geeft een prachtige balans, met alle ruimte voor de bezwerende Haley, die ons meeneemt op een droomreis die zijn weerga niet kent. Och, wat is dit ontzettend prachtig. Het is moeilijk om hier de woorden voor te vinden. Mooier wordt het niet.

20181111_191634

Het is even omschakelen naar The Scorpios dan. Dat is een flinke band, negen mensen op het podium liefst, inclusief een heel vreemde mevrouw met een raar mutsje en een dwarsfluit. The Scorpios komen deels van origine uit Sudan, maar vertoeven al decennialang in Londen en opereren van daar als multicultureel collectief, stevig geworteld in de Afrikaanse ritmes, met een vleugje arabica, funk en psychedelica. De zangeres spreekt bijna geen Engels, de band staat netjes met de percussie mee te klappen. The Scorpios is reuze sympathiek, maar ook wel een beetje braaf.

Dat kun je niet zeggen van Greg Fox Quadrinity. Greg Fox doet met zijn drums iets wat Colin Stetson doet met zijn saxofoon: met allerhande technische foefjes slaat hij als het ware de loopjes en synths uit zijn drumstel. Tel daar bij op dat hij een bizar expressieve en virtuose jazzdrummer is, en het klinkt alsof de drummer van Deerhoof zichzelf nog verder heeft bevrijd. Deze drummer is er niet voor de ritmes, maar voor een heel eigen sonische verkenning. En dan is er ook nog een prachtige band, met saxofoon, akoestische gitaar, staande bas en afwisselend fluit of vocaal. Potverdorie, dit is wel een mooie ontdekking weer! Wat is het toch geweldig als geweldige muzikanten elkaar vinden in orde en ontwrichting.

20181111_202613

The Heliocentrics is wederom zo’n grenzeloos collectief van muzikanten uit vele windstreken, die zich hebben verzameld rond drummer Malcolm Catto. We zien zeven mensen op een podium, maar echt herkennen doen we ze niet, in het schaarse licht van niet veel meer dan voortdurende licht-psychedelische visuals. The Heliocentrics is een werkelijk orkestrale kosmische band, groots in geluid en breed in instrumentatie, een astraal sprookje. In dat halfduister danst en zingt Barbora Patkova, het eerste nummer zowaar in het Slowaaks, later in het Engels als een verleidelijke jazzclubzangeres. De orkestraties zijn onnavolgbaar, met piepende viool, krakende sax, esoterische dwarsfluit en ontwrichte gitaar, naar met tegelijk een psychedelisch loopje dat wel enigszins doet denken aan Pink Floyd’s Set the controls to the heart of the sun, toepasselijk bij de bandnaam. The Heliocentrics, ik had dit al verdorie tien jaar geleden moeten ontdekken, maar nu het dan zover is weet ik zeker dat dit voorlopig nog wel even mijn spotify-lijsten zal domineren.

Ter afsluiting van deze Le Guess Who?-editie rest dan nog The Comet is Coming, na Sons of Kemet het tweede project van saxofonist en mede-curator Shabaka Hutchings. The Comet is Coming staat al een tijdje op mijn wishlist (en niet alleen omdat het de meest geweldige bandnaam allertijden is), maar ik wist ze vorige keren altijd te missen. Naast King Shabaka is er drummer Maxwell Hallett (‘Danalogue the Conqueror’) en keyboardman Dan Leavers (‘The Betamax Killer’), die hier samen een set neerzetten die totáál next level is. Mijn bek valt open en mijn bevattingsvermogen schiet te kort voor wat Shabaka kan op een saxofoon. Allemachtig zeg. Dit is zoveel beter dan Sons of Kemet XL, dat misschien technisch veel hoogstaander is, maar The Comet is Coming brengt dwang, diepgang, gruizigheid en, dus, soul. The Comet is Coming is heel Le Guess Who in één band.

Dat is dan ook meteen wel het moment om te gaan, want beter wordt het niet. Nu, een dag later, kan ik nog wel wat beschouwingen achterlaten over LGW2018. Vooraf een lastig te behappen editie, met veel voor mij onbekende of zelfs onbeminde namen, maar de uitdaging is altijd om te ontdekken, om de parels te vinden waarvan je tevoren nog niet weet dat je er je hele leven van gaat houden. En jawel hoor, ook dit jaar is dat weer gelukt. Hoe mooi is het ook om een festival te binnen met Colin Stetson als hoogtepunt, en dan af te sluiten met The Comet is Coming als net zo onvergetelijk. En daar tussenin dan Circuit des Yeux, King Britt & Saul Williams, BCUC, King Champion Sounds, The Heliocentrics, en nog zoveel meer. Het is een zee om in te duiken en nooit meer uit te komen.

Er ging ook wel een en ander mis. Ook dit jaar was het crowd-management weer een uitdaging, al had ik wat minder last van de rijen dan vorig jaar. Of misschien was ik wat opener om dan maar alternatieven te zoeken, dat kan ook. De programmering van Sons of Kemet zonder andere grote act er tegenover maakte het onaangenaam vol in de Ronda, daar is wellicht iets uitgevallen in het programma. Verder constateer ik toch ook wel een zekere verloedering van het publiek, dat zeker op zaterdagavond echt niet meer (alleen) voor de muziek komt, maar vooral uitgedost en zuipend op partytocht gaat. Dat is bloedirritant voor de oprechte veertiger, die dan maar vaderlijk hoopt dat de kids er nog wat muziekwijsheden aan over hebben gehouden. Ook geen topper is de Was als concertzaal, zie daarover de beschouwing hier boven.

Ik ben dit jaar niet bij Le Mini Who geweest, of überhaupt maar bij Rotsoord, maar ik kan me voorstellen dat dat wel een hele goede locatie is voor verdere uitbouw van het festival. Als er dan ook zoiets kan ontstaan om Cartesiusdriehoek/Werkspoorkwartier, met voor mijn part een opgefriste Was, wat extra’s in het CAB-gebouw en wie weet nog een aantal nu nog onbekende of onontwikkelde locaties, dan krijgt het festival mooi vorm langs de Utrechtse treinstations. Dat kun je dan ook oprekken naar het Berlijnplein in Leidsche Rijn.

Maar goed, dat is al weer vooruitkijken naar LGW2019, 2020 en verder. Die ontdekkingsreis maak ik graag weer mee, ticket voor volgend jaar is al weer in de pocket!

20181111_231933.jpg

Anderen over LGW:
Kettingzaag: http://www.dekettingzaag.nl/le-guess-who-het-venijn-zit-in-de-staart/
Daily Indie: http://www.thedailyindie.nl/van-gitaargoden-tot-een-experimentenhemel-op-de-zondag-van-le-guess-who/

Laat ik dit derde verslag eens beginnen met een ode aan de brede maatschappelijke rol die LGW in de stad Utrecht heeft opgebouwd. Wie denkt dat LGW alleen een muziekfestival is mist nogal wat. Er is een brede culturele samenwerking, dit jaar met het Centraal Museum.20181110_025022 Lucrecia Dalt maakte de soundtrack bij een tentoonstelling, in de Nicolaïkerk is een muziekinstallatie van Saâdane Afif. De maatschappelijke rol krijgt invulling met een project op scholen in Utrecht en Amersfoort, waar leerlingen aan de hand van hen onbekende muzikanten eigen creatieve interpretaties maken. Het zijn lessen op het raakvlak van creativiteit, vernieuwing, diversiteit en een open blik naar de wereld (Noor heeft ‘m wel door: “the more I listened to this song the more I got annoyed by it and therefore, the more I wanted to learn about it.”). Dat dit voor de hele stad van belang is ontgaat ook de rest van de wereld niet, zo benadrukt wethouder Anke Klein tijdens een kleine incrowd-borrel vooraf, onder verwijzing naar een stuk in The New York Times over Le Guess Who. Kortom: we zijn hier op een festival dat zijn weerga niet kent.

Dat ondergaan we meteen na de borrel al, als we binnen lopen bij Anoushka Shankar, in de grote zaal van TV. Anoushka is dochter van sitar-legende Ravi Shankar (en dus halfzus van Norah Jones), dus ze heeft haar muzikale vaardigheden uit eerste hand geleerd. Normaal gesproken wordt de sitar vrij kaal bespeeld, onder begeleiding van een tabla, maar vanavond zit hier het hele Metropool Orkest. Dat is een indrukwekkende setting, waarin het razendsnelle sitarspel van Shankar erg goed tot zijn recht komt. Het grootse applaus is werkelijk overdonderend.

20181110_202547.jpg

Even later sta ik bij King Britt & Saul Williams, een door Moor Mother gecureerde samenwerking onder de naam ‘Unanimous Goldmine’. King Britt was eertijds bij Digable Planets, tegenwoordig dj en producer, vooral als Fhloston Paradigm. Saul Williams is schrijver, voordrachtskunstenaar, poëet van sjamanistische snit. En allemachtig, wat een verbluffende combinatie levert dit! King Britt spreidt voor ons buitenaards mooie, donkere beats en drones, hij creëert een unheimische schemerwereld waarin prediker Williams je bij de strot kan grijpen met indrukwekkende teksten over strijd, over misbruik en onrecht, maar ook over vrijheid en inspiratie. Soms ijzingswekkend concreet, vaker nog een magisch-realistische inkijk in de toekomst. Onvoorstelbaar dat deze performance nog grotendeels geïmproviseerd is ook. Dit is echt onbeschrijflijk goed, al heeft niet iedereen dat door, want de zaal loopt gek genoeg langzaam leger. Sukkels. Wie hier goed heeft opgelet heeft de toekomst gezien.

20181110_212139

Lastig om hierna om te schakelen. Ik vervoeg me even bij Islam Chipsy & EEK, swingende synths en vooral twee energieke en erg goede drummers. Dit klinkt behoorlijk goed, maar na een minuut of twintig vloeit de spanning wat weg. Een volgend nummer klinkt precies als de vorige, en dan heb ik het wel weer gehoord.

In afwachting bij Sons of Kemet XL wordt de Ronda voller en voller, ik hoor berichten van buiten dat er inmiddels niemand meer bij kan. Dat is de laatste jaren toch een lastig punt bij LGW: de bezoekersstromen blijken lastig te regisseren, met overvolle zalen en lange rijen tot gevolg. Vaak is dat ook wel weer reden om dan maar elders iets anders te ontdekken, maar liever wil je dat zelf een keuze laten zijn. Hoe dan ook, bij Sons of Kemet gebeurt wel wat. Er zijn vier (!) drummers, next level strak, er is geen bas maar feitelijk wordt dit verzorgd door de tuba (!), en dan is er natuurlijk Shabaka Hutchings op de saxofoon (en tevens één van de curatoren van het festival). Hij speelt alsof de duivel hem op de hielen zit, een bak energie alsof hij punk speelt, maar het is ook jazz en afrobeat. Wat een extravaganza, zeg! Dit is buitengewoon goed.

20181110_233935.jpg

Het feest wordt vervolgd bij Mauskovic Dance Band, een soort van spacy disco vol hypnotiserende afrobeats. De zanger zingt moeiteloos met hoge kopstem en de sfeer zit er al snel goed in. Dit is een supergelikte band, die duidelijk grotere ambities heeft. Dat kan zomaar goed komen. Als Tarantino of Anderson dit ontdekt voor een volgende seventies style film dan zijn ze zo binnen.

Het wordt al laat, maar Kikagaku Moyo red ik nog net. De Japanners spelen technisch vrijwel perfecte 60s psychedelica, doorspekt met lagen krautrock en spacy sitar. De bassist is ergens uit de hemel komen vallen, wat een heerlijke baslijnen legt die neer zeg. Kikagaku Moyo heeft een prachtige balans tussen stevige jams en rustige, haast lieve momenten, ze doen op dat punt wel wat denken aan Other Lives. Als de jamsessie vaart krijgt stijgt de hele zaal op, het is muziek voor de oneindigheid. Prachtige band dit. Ergens in die oneindigheid moet ik mijn bedje hebben gevonden…

20181111_020247.jpg

Tweede dag Le Guess Who? Ik ben wat onbestemd in het programma, dus een mooie dag om rijen te omzeilen en in het wilde weg op ontdekkingsreis te gaan.

Die toch begint bij Shintaro Sakamoto, in het programma aangeprezen als ‘post apocalyptic exotica’, maar in de praktijk vrij tamme luisterliedjes in het Japans. Af en toe klinkt er een mooie melodieus verstuivende gitaarlijn door, maar echt wakker word ik er niet van. Een heel begenadigd zanger is Sakamoto ook niet.

20181109_204337
Dan maar even door naar de performance van Joe Coleman. Coleman brengt in spoken word een bevlogen verhaal, waarvan de fragmenten in de collage van schilderingen en teksten op de achtergrond geprojecteerd worden. Ik val er middenin en dat is even omschakelen, maar dit is zeker niet verkeerd. Het is een bizarro van tragiek en gekte, een heel persoonlijk verhaal, maar ook een reflectie op de mens. Jammer dat het al weer snel voorbij is, want een kwartier voor tijd houdt hij er al weer mee op.

Dat geeft mij gelegenheid om op tijd bij King Champion Sounds in Ekko te zijn, de enige band vanavond die ik persé wil zien. Vorig jaar in dBs was het al geweldig goed; vandaag brengt KCS het nieuwe album For a Lark uit en dat is helemaal veelbelovend. King Champion Sounds is een ongrijpbaar wervelende kruisbestuiving van punk, jazz, hoempa, kraut en weet ik al wat niet meer. Allerhande referenties ontploffen in je hoofd, denk The Fall, Sun Ra, Gang of Four, De Kift voor mijn part. Gitarist en geluidstovenaar Ajay Saggar is de spil van de band, met Jos (eertijds G.W. Sok van The Ex) als vocalist, dwingend en activistisch als geen ander. De basis van de band ligt bij de blazerssectie, die lekker los kunnen op een onwrikbaar fundament van bas en drum. Merinde (ook al samen met Saggar het duo Deutsche Ashram) vlecht er subtiel allerhande synths en af en toe wat aanvullende vocalen doorheen. Bij elkaar is het een superswingende machine, een hypnotiserende eclectica, een spannend feest om bij te zijn. We horen vooral (of alleen maar) nieuwe nummers en daar word ik echt heel blij van. Check ze ergens in Europa, met de komende tour!

20181109_213509

2018-11-09 King Champignon Sound-Ekko-LGW 2018 Anne-Marie van Rijn 014

(c) Anne-Marie van Rijn

 

Terug in Utrechts cultuurpaleis tref ik nog de laatste 20 minuten van The Breeders. Dat is een stukje jeugdsentiment, want Pod was één van de eerste cd’s die ik ooit kocht. Ik val binnen bij When I was a painter van diezelfde plaat, die ik honderden keren moet hebben geluisterd. The Breeders hebben live een bedenkelijke reputatie, maar vandaag gaat het opvallend goed. Tussen de nummers door is het onnavolgbaar chaotisch tweelingzusjesgegiebel tussen Kim en Kelly Deal. Na jarenlange chaos gaan The Breeders tegenwoordig weer redelijk steady, in de formatie met, naast de Dealtjes, ook Josephine Wiggs en Jim McPherson. Het is zowaar een feestje, en ach was niet iedereen ooit verliefd op Kim Deal, een vrouw om van te houden, maar waar je ook knettergek van wordt. Vanavond zijn The Breeders fris en vrolijk, de sympathie en de liefde hangt in de zaal, helemaal als Gigantic wordt ingezet als afsluiter. Dikke knuffel!

20181109_224049.jpg

Hierna cruise ik wat door het gebouw, geen zin om te fietsen, maar wel om her en der wat te ontdekken. Eerst beland ik bij Paddy Steer, paradijsvogel en eenmansorkest. Steer heeft een grote hoop ogenschijnlijk zelf geknutselde instrumenten bij elkaar gebracht, hij trekt een maskerhelm over zijn hoofd en gaat los in een vervreemdend vertrouwde set orkestrale avant-garde. Het is een kosmische ervaring, meer nog dan een concert, en het klinkt toch echt wel behoorlijk goed.

20181109_233438.jpg

In de Ronda doet Blanck Mass een verpletterend harde set, die leunt op megalomane drones en stroboscopische visuals waar een beetje epilepticus van omvalt. Dit is wel even andere koek, al is het wederom een eenmansoptreden. Het oogt als een dj-set, maar dat is het niet. Af en toe komt Benjamin John Power er met vocalen overheen, die zo ontwrichtend overstuurd zijn dat ze rechtstreeks uit Dantes hel komen. Ik blijf hier wel even hangen, al zie ik onder mij de zaal langzaam leeg lopen. Links klimt nog iemand op het podium, hij danst een tijdje mee. Zo relaxed is het dan ook wel wel weer. Als je dit op normaal volume thuis op zou zetten dan kom je er zo de zondagmiddag wel mee door, maar op dit niveau is het een allesverzengende set.

Ik beland daarna even bij JPEG Mafia, die in het halfdonker en een podium vol rook heen en weer staat te stuiteren. Destructive performance, staat op de LGW-site, en dat breekt hem wel wat op, want hij stuitert niet helemaal nuchter over het podium en doet daarmee zijn naar verluid toch grensverleggende rap tekort. Vooraan zal het wellicht de beloofde mayhem zijn geweest, achterin de zaal was het reuze gezellig.

Katey Red is een transgender van indrukwekkende gestalte, maar muzikaal is het zeer matig. Ze zet op de computer haar eigen backline aan, ze heeft in beginsel best een stevige beat en lyrics, maar ze doet er veel te weinig mee. Dan worden we ook nog getrakteerd op drie danseressen die een sexy bedoelde butt dance doen, maar waarom in vredesnaam? Wat is de boodschap van deze vrouwen in onderdanigheid? Dat hebt we nu toch wel gehad? Ik snap best de noodzaak van de strijd voor identiteit en respect voor transseksuelen, maar ik kan echt helemaal niks met deze platte seksualisering. Als de strijd zo gevoerd wordt kunnen we lang wachten op echte gelijkheid en waardigheid. En verder is het muzikaal ook gewoon slecht. Snel door!

20181110_014018

Want daar is dan weer Bo Ningen, de Japanse rockers die ik steevast weet te missen op LGW. Ze spelen retestrak en eerlijk gezegd een beetje te degelijk naar mijn smaak, waardoor het niet zo ontwrichtend is als het toch ook kan zijn. Misschien sta ik wat te ver naar achteren, misschien is het wat te laat, maar ik kom er niet helemaal lekker in. Vreemd.

Dan maar even kijken bij Bliss Signal, een keiharde en meedogenloze band, waarvan je in de rook en het stroboscopische licht alleen de gitarist goed ziet. Het gaat er furieus aan toe, op het raakvlak van postmetal, noise en Steve Malley-achtige drones. Allemachtig, wat een volume. Muzikaal is het leuk, al onderscheiden de instrumentale nummers zich niet echt van elkaar, beginnend met ragwerk en dan door naar een soort van soundscapes.

20181110_020425(0)

Ik check nog even in bij Kelman Duran, maar ik ben intussen te gaar om er echt wat van te vinden, dus tijd om naar huis te gaan. We zijn pas halverwege.

Ja ja, we zijn er weer bij: Le Guess Who? is weer in town! Het was even zoeken naar een goede lijn in het programma, terwijl ik tegelijkertijd ook wel wat dat elke voorbedachte rade gefnuikt wordt door rijen, plotselinge ingevingen, botsende belangen en onvoorziene zaken. Maar: bij LGW is er altijd een alternatief, een verrassing, een nieuwe ontdekking. En met die gedachte duik ik de komende vier dagen Utrecht in!

20181108_201446

Ik zit op tijd in de Janskerk voor Colin Stetson en ik hoor over lange rijen achter mij, dus ik tel mijn zegeningen, want deze staat al een paar jaar op mijn lijstje. Stetson maakt met zijn saxofoons sonische verkenningen, vol van trance, doom en effecten. En tsjonge, dat is een avontuur! Volledig solo werkt Stetson met zijn bewerkte saxofoon, een enorme baritonsax en nog een type dat ik niet kan plaatsen. Hij brengt ons eens soort van soundtracks, met duistere ondertonen, gierende synths, repeterende structuren en af en toe hoge tonen die er doorheen gieren. Lastig te beschrijven wat ik hier zie, dit moet je echt horen. Wat doet hij dan? Met de vingers van zijn rechterhand tikt hij op de saxofoon en dat dendert door de kerk als volumineuze percussie en drones. Stetson doet ogenschijnlijk een vorm van circular breathing, iets wat past bij de didgeridoo, maar waarom ook niet voor dit soort grote blaasinstrumenten. Hij brengt een belachelijke hoop techniek, als muzikant, en met doordachte technologische foefjes. Het resultaat is een bijzonder knappe en zeer indrukwekkende set van zes lange nummers. Superieure start van deze LGW!

Daarna beland ik bij Lydia Lunch’s Big Sexy Noise. Niet geheel tegen de verwachting in kom ik op weg naar Cloud Nine vooral tegenliggers tegen, want zo is het: Lydia is niet voor iedereen leuk. Dat blijkt al als ik binnen kom en ze iemand in het publiek om onduidelijke redenen staat uit te foeteren. Never mind, het hoort bij de act. De band & Lydia stomen lekker door in een smerige pot vieze poetry noise. Lydia is onderhand ook al dik zestig, maar ze is fel als ooit. Iemand in het publiek roept wat, maar Lydia zegt “shut up!! I’m talking!” en na een vette middelvinger zwiert ze weer lekker door. Lydia schreeuwt, ze fluistert, ze hijgt, ze zingt (sort of), ze gaat, kortom, ouderwets tekeer. Het is wat minder enerverend dan vorig jaar in dBs, maar, heu, wel een heel stuk smeriger.

20181108_213625

Het duurt even voordat we de Pandora binnen mogen voor Yonatan Gat & The Eastern Medicine Singers, en als we er dan zijn zien we middenin de zaal een extra podium met veel microfoons en een trommel staan. De band begint op het reguliere podium, met twee retestrakke nummers, ergens in de sfeer van melodieuze punkrock, maar o veel meer dan dat. De roots van Yonatan Gat in punkband Monotonix horen we wel terug, maar dit klinkt veel cleaner. Daarna gaan we een andere toer op. Op het middenpodium in de zaal verschijnen de indianen (die thuis native Americans heten) van The Eastern Medicine Singers, voor een indrukwekkende pot trance percussie en chant zang. Yonatan en zijn band komen er bij voor een stevige edge, en voor de mooie plaatjes natuurlijk. Het resultaat is een mooie, haast psychedelische mix van ritmes, doorspekt met de melodieus scheurende gitaar van Gat.

20181108_225011

Het is een boeiende set, maar ik wil toch ook nog wel naar Seefeel. Helaas, ik kies een wat ongelukkig moment om te verkassen, want er staat een enorme rij onderaan de trap naar Cloud Nine, dus daar kom ik niet meer in. Ik kies eieren voor mijn geld en ga snel door naar de Banta Continua Uhuru Consciousness, kortweg BCUC. En dat is een gouden greep!

BCUC is een Zuidafrikaans activistisch collectief, die aankondigen de hele tent plat te spelen en dat vervolgens ook doen. Allemachtig, hier zit meer energie in dan een kerncentrale ooit kan leveren. BCUC is vooral percussie, maar ook bas, fluit en, jawel, een vuvuzela, en vooral een onvoorstelbaar energieke zanger en een prachtige zangeres. Ze brengen ultraswingende lange activistische anthems. Het nummer Moya had ik eerder al gecheckt, maar live is het nog veel indrukwekkender. Dit is echt heel erg goede Afro psychedelica. You think you are small? You are never small!!

20181108_232157.jpg

Ik fiets daarna nog even langs bij Sun Foot, een vreemdsoortig semi-akoestische folky garage noise van Amerikaanse college-hipsters. Het shirt van Dead Moon verraadt de inspiratie. Het volume staat bewust op kroegniveau, met een kleine trommel als percussie. Zoals dat vaak gaat bij Le Guess Who is dit wel even een omschakeling na BCUC. Sun Foot klinkt aanvankelijk wel leuk, maar in hun gimmick vergeten ze om de zaal mee te trekken in hun benadering. Ik raak wat onbestemd hierover. Achterin de zaal is men er wel uit, daar overstemt het gelul van het publiek het geluid van de band, dat overigens ook behoorlijk matig is afgesteld.

20181109_001932

Dit gaat ‘m niet meer worden voor mij. Ik check nog even of de Basis wat te bieden heeft, maar als ik daar de lange rij zie staan weet ik genoeg: tijd om het mandje in te duiken. Morgen weer een dag.

Andere impressies en verslagen:
The Daily Indie

Komend weekend viert Utrecht en heel de wereld weer het Le Guess Who?-festival, het mooiste muziekfestijn dat er bestaat. Darth Faber is er al jaren bij, zo ook natuurlijk deze 12e editie. Een goede verkenning van het programma is wel nodig dit jaar, want het programma is in eerste instantie niet makkelijk te doorgronden. Daarom bij deze een traditionele vooruitblik.

Een vooruitblik omvat natuurlijk een lijst van namen – zie hieronder – maar het is ook gebaat bij een soort van houvast. Wat kan dat zijn? Het kan best zijn dat anderen dit anders zien, maar volgens mij biedt LGW drie belangrijke ontwikkelingen dit jaar. Ten eerste blijft LGW zich verbreden buiten het keurslijf van een regulier concert. Deze ontwikkeling zien we al jaren, denk aan de 24h-drone fest (2014), de meervoudige curatoren, evenementen als de Ashram Singers (2017). Dit jaar breidt zich dat verder uit met ‘Untitled’, een programma met ‘andere artistieke expressies van de festivalartiesten’, inclusief installaties van Saâdane Arif en van Alma Heikkilä, een (aanvankelijk wat assertiever bedoeld) programma over future feminism, films in ’t Hoogt, een discussiemiddag over counter culture, een tour met Lonnie Holley door de stad, en tentoonstellingen en meer in Kapitaal. Daarnaast zijn er natuurlijk weer vele wonderlijke en spannende combinaties van artiesten met elkaar, met orkesten of met andere media. Muziek staat altijd centraal op LGW, maar de context wordt steeds breder.

Ten tweede zien we ook dat LGW dit jaar voortborduurt op iets wat je nu-futurisme zou kunnen noemen, de nieuwe futuristische stijlmixen waarvan we vorig jaar al een en ander zagen met bijvoorbeeld Shabazz Palaces: muziek als verhaal, als reis naar de toekomst. Het is de revitalisering van oude genres als jazz en dance, maar ongetwijfeld ook van vele andere, binnenkort als zodanig onherkenbare genres. LGW is radicaal progressief.

Ten derde zien we ook de vorm wat verschuiven. In 2014 was LGW het eerste festival dat een totaal-invulling gaf aan het nieuwe TivoliVredenburg. Die editie liet zien wat er allemaal kon met het gebouw, dat meer bleek te zijn dan een verzameling zalen en een kille ruimte daar tussen. Podia buiten dit complex raakten echter wat verweesd, en LGW trekt zich dat sindsdien serieus aan. Ook dit jaar zijn er weer nieuwe en vaak nog onbekende podia, zoals Poema, Basis en Was. LGW adopteert nadrukkelijk het Lombokfestival op zaterdag, etc. Het festival bloeit in heel de stad.

En wat ik zelf, als bezoeker, ook heel leuk vind is de grote betrokkenheid: LGW bespreekt vooraf het programma, je kunt vriend van het festival worden, je komt de artiesten, organisatoren en iedereen overal tegen. Dat geeft een goede sfeer van gedeelde nieuwgierigheid, in plaats van een programma dat vanuit een organisator wordt gezonden aan de dankbare meute. Ik heb ooit op Noorderslag wel eens een gesprekje met een bobo gevoerd, die vroeg: “en waar ben jij van?”, dus ik zei “heu, de bezoeker denk ik”. Dat bleek een totaal overwacht antwoord, die stond helemaal niet op zijn lijstje met stakeholders. Bij LGW is men tenminste blij met iedereen die er is.

Tot zover de beschouwing en de analyse. Hartstikke mooi natuurlijk, maar we willen namen lezen, tips horen en richting krijgen. Bij deze, per dag maar verder in volstrekt willekeurige volgorde en met alleen de subjectieve en niet meer te traceren criteria van Darth Faber zelve. Wat willen we zien?

Donderdag is de meest transparante dag voor mij, met sowieso Colin Stetson, de baritonsaxgod die al vaker in Utrecht en bij LGW was maar die ik elke keer nog miste. Dat gaat dit jaar niet weer gebeuren! Om 20.00 in de Janskerk.

Dat is dan tegelijk met Lonnie Holley, die twee jaar terug een paradijsvogelijke set gaf waar je blij van wordt, maar die ook je waarneming scherpt. Lonnie is echt een bijzondere ervaring, zeer aan te raden.

Veelbelovend op donderdag is Seefeel, die een uitvoering geven van Quique. Wat zegt u? Seefeel is misschien niet bij iedereen bekend, maar met dit album stonden ze wel aan de wieg van de experimentele postrock, lang voordat het genre groot werd (en stierf, zoals Jeanette Leech betoogt in Fearless). Seefeel meet zich met namen als Boards of Canada, Autechre en Future Sound of London. Geen idee hoe het live is, maar de plaat is zeer de moeite en deze uitvoering zal eenmalig zijn.

Ik ben heel benieuwd naar BCUC, de Bantu Continua Uhuru Consciousness, een activistisch collectief uit Zuid Afrika, een krachtige fusion met een flinke stoot afro-psychedelica. Zeker zo activistisch is ook Faka, een multimediale performance voor black queer culture, met een onderlegger van retestrakke ritmes, een soort Afrikaanse house die gqom wordt genoemd.

Op de vrijdag ben ik wat onbestemd. Ik voel voor de duistere drone van Blanck Mass, al hou ik dat uiteindelijk nooit heel erg lang vol. The Breeders kan alleen maar slecht zijn, al blijft Kim Deal de Dieuwertje Blok van de rock. Heel tof is wel weer King Champion Sounds, het collectief rond multiman Ajay Saggar en voormalig Ex-zanger Jos (G.W. Sok). Garantie van een mooi chaotisch gestructureerde set! Komende vrijdag presenteert de band in Ekko de nieuwe plaat, en de eerste nummers die ik hoorde zijn bijzonder veelbelovend! Psychic Ills is ook zeker de moeite waard, band met een hoog Spiritualized-gehalte. Tussendoor is Escape-Ism wellicht interessant, met hun vervreemde deconstructie & reconstructie van rock. Ver in de nacht kunnen we nog lekker doorblazen met de hektiek van Bo Ningen en de verwoestende smeerlapperij van Pigs (x7). Maar per saldo is deze avond toch vooral een avond van ontdekkingen, hoop ik.

De zaterdag biedt ook weer een prachtig programma, waar we direct na Le Mini Who in kunnen glijden. Ik ben heel benieuwd naar Saul Williams & King Britt, noise poetry en hiphop futurism, zoals LGW het zelf zegt. Alsof Blackalicious aanschuift bij Digable Planets, zoiets. Verder kunnen we een mooi rondje space/fuzz/kraut maken vanavond, met Vive le Void, Kakagaku Moyo en het ultiem bevreemdende Orchestra of Spheres. Ik ga zeker ook even kijken bij Alabaster de Plume, een jazzy nieuwe loot aan de oude stam van poetry folk. En de saxofoongestuurde jazzpunk van Sons of Kemet XL sla ik ook niet over, al is het maar vanwege de aangekondigde vier drummers. Neneh Cherry heb ik een paar decennia gemist, maar ze heeft genoeg krediet om vanavond een hoop nieuwsgierigen naar de grote zaal te trekken.

Op zondag is een mooi hoogtepunt met Circuit des Yeux. Ik zag Haley Fohr eerder dit jaar een indrukwekkende set spelen met haar eigen band, dat gaat ze nu nog eens doen met het Nederlands Kamerorkest. Dat belooft wat, want Reaching for Indigo is één van de beste albums van de laatste jaren.

Dan zijn er nog de oude bekenden Mudhoney, echt waar! Mudhoney is voor eeuwig de band waar Nirvana de grunge van leerde, zelf ploeterden ze decennnialang door als subculturele iconen, en zowaar verscheen dit jaar een geweldige nieuwe plaat, Digital Garbage. Fuzz, grunge en garage uit de oude doos, maar volledig op de hielen van de tijdgeest van nu. Suck you dry!

Sowieso wel leuk om een tijdje in het Werkspoorkwartier te blijven, want de middag begint al om 11.30 (!) met Endless Boogie in dB’s, Tsjechische psychedelische kraut van Please the Trees in Was, even doorstomen met hardcore van Hot Snakes, en daarna dan Mudhoney. En dat alles voor uw diner, ongetwijfeld van Rammenas in dB’s.

Ik noteer voor vanavond ook The Scorpios, psychedelica uit Sudan, jawel, maar vermoedelijk gefinetuned in Londen, waar ze al decennialang residentie hebben. Kan spannende oldschool zijn, maar met de valkuil van een band als Os Mutantes, wat bij een eerdere LGW-editie gewoon flauwe revival bleek te zijn.

En dan sluit ik vermoedelijk af met The Comet is Coming, die ik al lang heel graag eens wil zien en die hier vanavond afrobeat, jazz en punk gaan combineren tot een ongetwijfeld onnavolgbaar stukje intergalactica. Moet je zien!

Tot zover. Bovenstaande is maar een ruwe impressie, een handreiking voor wie dat wil, maar vast ook punten om te vermijden. En zo maakt iedereen zijn of haar eigen programma. Let’s go, in the weird world of Le Guess Who?!

 

 

 

Het Hûnekop-festival is een feest voor iedereen, realiseer ik me al meteen als ik bij binnenkomst een 18+-bandje krijg. Dat is klare taal. We stomen snel door naar de muntjesautomaat en de bar, want dit wordt geen avond om al te nuchter te beleven, zoveel is wel duidelijk. We zijn wat aan de late kant, de zaal ligt al behoorlijk vol plastic en plassen bier, dus heel beschouwelijk wordt het vanavond allemaal niet. Hard gaan!!

Een stukje context naar de lezer toe: waar zijn we vanavond? De Hûnekop is rouwdouwersrock uit de Fryske Wâlden, groot in Fryslân en onbekend in de rest van Nederland. De Hûnekop is in feite een opvolger van de legendarische punkrockers Strawelte en blaast daarmee de Fryske bries út ‘e Wâlden weer nieuwe beneveling in. De Hûnekop speelt hier in de regio alle tenten plat, en niet alleen op zuipfeesten, maar ook als kindvriendelijke pretpunk, dus iedereen houdt van De Hûnekop! Iduna is dan ook stijf uitverkocht, wat ook te maken zal hebben met de wat geheimzinnige aankondiging dat dit het enige, exclusieve optreden van 2018 zal zijn (al wordt er later op 10 nov nog een optreden extra ingepland).

Wat de toekomst brengt weten we dus niet, maar vanavond maakt het ook niet uit, want hier telt alleen het hedonistische heden. We komen binnen bij Bad Mood, voor een lekker potje schaamteloze temporockcovers. Dat zet de sfeer wel lekker neer, zeker als de drummer de vocalen overneemt en een wonderbaarlijk goede imitatie van Brian Johnson van AC/DC neerzet. Zo raken wij wel soepel aangehaakt. Vuisten in de lucht en bier in dubbel tempo naar binnen. Thunder!!
20181027_220256.jpg

20181027_221941Nog veel mooier wordt het met Gewoon Bram, een gezette volkzanger die gewoon Bram is en over een tapeloop zingend de tent helemaal op zijn kop zet. Wat wil je ook, met geniale teksten als Op de fiets nei Harkema, nei myn famke ta en het onvergetelijke Klotedeuntje. Hoppa, zware shag in de bek, nog maar een paar bakken bier enmeezingen maar!

Dan komt er nog een soort van Elvis-cover langs, die een paar nummertjes doet en sjaaltjes uitdeelt, maar dat mis ik grotendeels omdat ik beland in een gezellig hoekje vol geouwehoer en bier. Maar als dan De Hûnekop opkomt is er geen ontkomen meer aan: niet lullen maar feesten!! Hûnekop! Hûnekop! Hûnekop! roept de meute, en zanger Emiel Stoffers heeft de zaal al in zak voordat er een noot gespeeld is. Vervolgens worden in rap tempo alle klassiekers er doorheen gejaagd: Rûchhauwer, Fersûp de Kater, Skyte Yn ‘e Baas Syn Tiid en het nieuwe regionale volkslied Âlderwetske Wâldpyk. En hoor ik daar tussen de nevels van bier en shag nog een cover van de wilde boerndochter?

20181027_234605

De bassist grijnst vanaf de monitor over het publiek, dat werkelijk alles mee kan zingen. Tussendoor een stukje akoestisch maakt ook niet uit, we gaan alleen maar harder door het plafond. Ik ben de tijd al lang kwijt, maar ik heb toch sterk het gevoel dat dit alles binnen een uur al weer voorbij is. Kan ook zijn dat ik even in een soort van tijdloze avond ben beland, want ik ben op de avond zelf twintig jaar jonger geworden en een dag later dertig jaar ouder. Maar jonkje, jonkje, jonkje, sa doche we dat! Gjin gegriem, moai smoar, ik bin in een âlderwetske wâldpyk!

20181027_231057

20181028_004327