Je krijgt niet vaak de kans om legendes in levende lijve aan het werk te zien, laat staan op het eigen favoriete podium om de hoek. Deze avond met Lydia Lunch mag dus niet gemist worden. Want wie is Lydia Lunch ook al weer? Lydia Lunch is de koningin van de punk poetry, de grand dame van de onafhankelijke noise, de keizerin van de performance. Cave, Thurston Moore, Michael Gira, Einstürzende Neubauten, Rowland Howard… ze hebben allemaal van Lydia afgekeken hoe je op een podium staat (of in elk gev20171130_212520.jpgal De Stijl samen met haar ontwikkeld). Wat zeg ik? Het podium mag blij zijn dat Lydia er op wil staan! Hoe gaat dat dan? Kijk maar eens naar de foto: live met The Birthday Party in Vera (1982), The front row is not for the fragile. Wie durft dan nog? En let op: Lydia Lunch is geen nostalgie, maar über-urgentie poetry-noise van nu. Dit alles dus gewoon in DBs, ook al is het vanavond maar matig gevuld.

Het voorprogramma wordt verzorgd door Zwarte Poëzie, waar we onder een enorme walm van wierook binnen treden. Zwarte Poëzie bestaat uit een classic goth op synths en een wat hippere figuur op gitaar. Ze spelen zowaar Nederlandstalige wave, ik vraag me af of ik dat ooit eerder heb gehoord. Het is eigenlijk best vermakelijk, al lijken de mannen zichzelf wat te hinderen door gepruts met de techniek. De goth maakt het zo te zien niet al te veel uit, de gitarist wordt wat zenuwachtig en drukt op gegeven moment pardoes de hele synth-bak uit. De goth kan er wel om lachen, ze beginnen gewoon opnieuw, met daarbij een riedeltje op de melodica. Af en toe klinkt het haast als Clan of Xymox, maar na een tijdje bekruipt de kriebel dat je het ook een wave-versie van Het Goede Doel zou kunnen noemen…

20171203_210434 (2)

Lydia dan!!

Lydia Lunch loopt inmiddels richting de zestig en het leven is niet ongemerkt aan haar voorbij gegaan. Haar stem klinkt aanvankelijk als een schorre kerkuil, maar na een aantal nummers doen de warmte van de zaal en de grog het zegenende werk voor de stembanden.

Lydia heeft met Retrovirus een all-star band meegenomen, met Bob Bert (ex-Sonic Youth, Pussy Galore) op drum, Walter Weasel (of soms Weasel Walter, van de Flying Luttenbachers) op gitaar, en vooral een geweldige Tim Dahl (Child Abuse) op bas. Dat is een mooi stukje muzikaal geweld! Walter molenwiekt als een beest over zijn gitaar, Lydia leest haar teksten van een lessenaar, ze kraakt en piept maar komt fijn op gang, totdat het hele bouwwerk na een minuut of twintig ontrafelt door een kapotte basversterker. De meer dan ervaren band laat zich er toch nogal door afleiden, temeer omdat Walter intussen loopt te klooien met zijn eigen gitaarversterker. Tim blijft cool, maar Walter wordt nogal chagrijnig, hij kwam er immers net lekker in. “How’s Bob? Ah, Bob’s fine!” kan nog geconstateerd worden, maar de basversterker moet wel vervangen worden.

20171203_223739(1)

Terwijl iemand daar mee aan de slag gaat stelt Lydia voor om een gedicht voor te dragen. Een uitkomst om de tijd door te komen, en feitelijk een mooie extra bonus uit Lydia’s archieven voor het publiek. Ook al klinkt ze als vastgelopen vrachtwagen, ze kan het nog steeds! Walter raakt ook geïnspireerd en gooit er een bak noisegitaar overheen, maar dat is duidelijk niet de bedoeling en La Lunch vraagt nogal dwingend om dat te laten. De inspiratie slaat terstond om in irritatie, Walter roept “Fuck you!” en verdwijnt van het podium. Het wordt, kortom, nogal wanordelijk.

Lydia kijkt het even aan en begint opnieuw met een mooie spoken word voordracht. Intussen komt er ook een nieuwe basversterker, het is nog even wachten op Walter, maar ook die doet even later toch ook maar weer mee. Dit is geen band die je gezellig samen op één hotelkamer legt straks, maar “Hey! I’m still fucking standing after all this time!” gromt Lydia en als alles weer op de rails staat volgt een ware masterclass postpunk. Dit is waarlijk een straffe bak herrie! De band speelt een ontwrichtend goede versie van Pere Ubu’s Final Solution. Tim staat ontzettend cool te wezen met zijn superstrakke bas, Walter werkt als een beer, hij roggelt het hele podium vol en klinkt als een noisegod. Bob blijft vanachter zijn zonnebril onverstoord drummen, niks geks maar precies zoals het moet.

Na een uurtje zijn we er doorheen. “We’ll do the encore right now, we’re not gonna leave the stage or that shit,” zegt Lydia, ter aankondiging voor nog een ziedend laatste nummer. Holy Lydia, het oogt allemaal als een Cubaanse auto, maar het klinkt als een Concorde. En zo is dit toch waarlijk een heerlijk avondje, met gedichten, surprises en als bonus een volle maan die door de bomen schijnt als ik na deze legendarische set weer huiswaarts fiets.

20171203_21555920171203_215808

 

Advertenties
Op de valreep besluit ik om toch het weekend aan te vangen met Zion Train, dub uit de tijd dat dat nog het spannendste was wat er in de muziek gebeurde (half jaren negentig). Eens kijken hoe dat de tand des tijds heeft doorstaan.
Ik val binnen bij Independent Intavenshan uit ons eigen Utrecht, die met tien man (M/V) op het podium een wat rommelige maar erg fijne set doen op het raakvlak van reggae en ska. We hebben drum, percussie, sax, trompet, zanger en zangeres en zelfs een dwarsfluit, maar de bassist houdt het nog prima bij elkaar. Als de tijd op is wordt nog één nummer aangekondigd, waarmee de band vrolijk nog een minuut of tien doorgaat, en dat is fijn, want deze fijne trage ritmes hebben een hoge factor van tijdloosheid.
20171201_214121 (2)
Zion Train bestaat dus al ruim een kwart eeuw, maar met wat bandwisselingen af en toe dragen ze nog altijd de boodschap van de dub. De opzet is overzichtelijk: trompet, trombone en zang, met achterin Neil Perch met zijn apparaten voor de reggaeritmes, de reverb en echo, en een volumineuze beat. Hij gaat net als trompettist Dave Hake al vanaf de beginjaren mee. Maar versleten is het nog allerminst, want tot ver na twaalven derdert de Zion Train door DBs, met een set waar geen einde aan komt.
20171201_233607 (2)Zion Train klinkt met deze opzet lekker strak, maar doet daarvoor wel wat concessies. De gezellige chaos van het voorprogramma mist hier, maar zorgelijker is dat alle verbinding met het publiek van zanger Johnny Dubdadda moet komen. Dat wringt, want hij blijft nogal hangen in roeptoeterij als ‘make some noise’, ‘I can’t hear you’ en ‘hands in the air’. Nou, dan ben je bij Darth Faber aan het verkeerde adres! Het nummer met oproep tot revolution wordt zo wat treurig, een revolutie die niet bijt en waarin de angel met gif is vervangen door vrolijk meedansen. Een beetje als de Che Guevarra-shirtjes van de Wibra, zogezegd.
Het mooie is echter dat Zion Train dit zelf ook door lijkt te hebben. De band gaat steeds beter klinken, met steeds meer nadruk op de aangenaam langdraderige ritmes van de dub. Nog beter is dat de blazers van Independent Intavenshan af en toe mee komen doen. Dat geeft ruimte voor improvisatie en wat meer variatie in wat anderszins een wat oppervlakkig optreden zou zijn geworden. Zo komt er toch nog een lekker feestje op gang, er gaan steeds meer joints in de hens en de volle zaal danst tot achterin aan toe, voor wat nog uren en uren door zou kunnen gaan.
20171201_223649 (2)
20171201_225016 (2)

Tsjonge, Gorillaz is een grote band geworden, de Ziggodome was in no time uitverkocht en we moeten het doen met zitplekken in de tweede ring. Gorillaz heeft dan ook een grote reputatie als liveband (veel meer dan op plaat, al tikken ze op Spotify maandelijks meer dan 7 miljoen luisteraars), waar muziek en animatie op het podium samenkomen. Ik heb ze nooit eerder gezien, dus ben wel benieuwd hoe dat er dan uitziet.

Gorillaz is al vijftien jaar het wonderlijke samenwerkingsproject van muzikant Damon Albarn en striptekenaar Jamie Hewlett. Live betekent het dat de beelden op de achterwand net zo belangrijk zijn als de band, die er wel in enorme bezetting staat, met twee drummers, twee synths en een koor van 6 man/vrouw, ik tel zo gauw 13 mensen op het podium – en dan moeten alle gastbijdragen nog komen. Het is de basis voor een totaalcompilatie van alle muziekstijlen die je kan bedenken, van gasten die bij ieder nummer en soms nog tijdens het nummer op en af gaan, van grootse animaties, overvloedig licht en mooie audiovisuele vondsten.

20171121_211138 (2)Het is een indrukwekkend geheel. Albarn doet zelf de eerste paar nummers, maar al gauw komt een stroom gasten het podium op. Hé, daar is De La Soul voor een likje oldskool, daar komt Peven Everett voor een lekker stukje disco, we zien Little Simz, die ook al het voorprogramma verzorgde. Gorillaz brengt bijna allemaal krakers, met af en toe een momentje dat het over the top gaat of juist wat inkakt. We vliegen van hiphop naar rock naar rap naar disco naar grime naar soul naar klein akoestisch naar gospel naar funk, man man, dit is de Bokito van de eclectica. Het is een feestje om naar te kijken, met bij het koor een lollig meezingend kinderkoor, af en toe wordt de muziek tot een soundtrack voor geweldige filmpjes, en boven de band hangt een soort alziend oog als unheimische extra.

Gorillaz is een band die continu op een randje balanceert, tussen allerhande stijlen, tussen muziek en animatie, tussen stuiterende vrolijkheid en een lichte dystopie, tussen cutting edge en gedateerde keytar met slechte percussie, maar vooral tussen waanzinnige variatie en ontsporende chaos. Vooral in het midden van de set zit een rommelig stuk, waarin de lijn ofwel kwijtraakt ofwel gereduceerd wordt tot een eenvoudige dreun.

Maar dat geeft allemaal niet in deze vrolijke bende. Gorillaz is per slot van rekening ook een eigenzinnige staalkaart van wonderlijke vondsten, gedrenkt in een halve eeuw muziekhistorie. Af en toe doet het zo zelfs denken aan LCD Soundsystem, al geven die er wel een heel wat urgentere draai aan. Maar hoppa, het is een veelzijdig spektakel vanavond, dat beneden in de zaal vast nog veel feestelijker was, maar ook van boven een mooi stuk entertainment voor de 21e eeuw.

 

IMG-20171124-WA0011IMG-20171124-WA0010 (2)20171121_21364720171121_221345

Foto’s uit de zaal zijn van Jeroen. Thanx!

OOR was er ook, zie https://oor.nl/concerten/muzikaal-apenkooien-gorillaz/

Een wat druilerige zondagavond in de herfst is de perfecte setting om in de zolder van Utrecht de Grandbrothers te zien. De sympathieke Duitsers maken een mooie mix van neoklassiek, minimalisme en ambient postrock, die goed past bij een tripel bij het haardvuur, of live op het lage podium van de Cloud Nine. Er is net een fraaie nieuwe plaat verschenen, Open, en vandaag is de eerste avond van een najaarstour.

Grandbrothers zijn Erol op piano en Lukas op allerhande geknutselde synths. Een tijdje geleden speelden ze op Eurosonic hun eerste optreden in Nederland en dat klonk al geweldig, maar intussen hebben ze ook bij Into the Great Wide Open al veel extra zieltjes gewonnen, want de zaal is goed gevuld, na eerder al een upgrade van de veel kleinere Club Nine.

Na een wat fragmentarische intro nemen ze beiden tussendoor de tijd om uit te leggen wat er nu eigenlijk gebeurt op het podium. Lukas heeft een soort van synthesizer geknutseld, die op de piano ligt maar die hij vanaf een tafel ernaast aanstuurt. Het is feitelijk een snareninstrument, soms klinkt het als aanvullende piano, soms als snaredrum, soms heel anders, en altijd zie je een fel lichtje gelijk opgaan met het geluid. Fascinerend ding. Intussen speelt Erol zijn fraaie jazzy pianoklanken en wordt het geheel gelardeerd met warme synths. Het resultaat is een mooie staalkaart van moderne experimentele sounds. Het is interessant om te kijken wat de twee Duitsers allemaal doen op het podium, maar dat hoeft eigenlijk niet, want dit laat zich ook goed aanleunen met de ogen dicht.

Erol en Lukas komen uit Düsseldorf en de legacy van Kraftwerk hoor je hier wel in terug, maar Grandbrothers doet ook erg denken aan een tweepersoonsversie van The Notwist. We krijgen anderhalf uur aan klassieke composities, met af en toe ruimte voor een verlegen toelichting. De jongens zijn nog niet helemaal op hun gemak op het podium, Lukas raakt snel in verwarring als het schema even wordt doorbroken en hij even iets moet improviseren. Brr. De zenuwen geven de Grandbrothers een aandoenlijke sympathie, men had zich ook best de Ideale Schoonzonen kunnen noemen. Ze zijn haast een beetje beduusd van het welgemeende overdonderende applaus. Een goed begin van de tour, dus gaat dat zien.

Darth Faber heeft dit jaar een wat rommelige Le Guess Who?, gefragmenteerd door een heidag van werk op vrijdag en een buikgriepje dankzij de roti van Mediterranee op zaterdag. Het is daardoor wat minder intensief dan voorgaande jaren, met wat meer moeite om er lekker in te komen. Verslag daarom in één lange eclectische blog. Ga er maar eens lekker voor zitten.

LGW begint pittig met Jerusalem In My Heart, want nog voordat hij begint stuurt Radwan Ghazi Moumneh iemand met een Israëlische vlag de zal uit. “That’s not a flag!” Het is geen al te sterk begin (al vraag ik me ook af waarom iemand hier überhaupt met een vlag rondloopt). Daarna dan toch los met prachtige en loepzuivere Arabische zang, die gaandeweg steeds meer distortion krijgt. De bevreemding wordt verstrekt door een geweldige visual artist, die van achterin met vier 16mm-projectoren supertoffe dingen projecteert van de vele stroken film die achter hem hangen. Visueel maatwerk. JIMH dendert door met drone en gitaarnoise, zittend achter zijn modulator vol vage klanken. Het telt op tot iets wat klinkt als een Arabisch-elektronische improvisatie.

Over improvisatie gesproken: ik kom binnen bij Han Bennink en Keji Haino, terwijl Bennink op de vloer trommelt en Haino met een basketbal (!) en een hamer zijn gitaar bespeeld. Achter hem hangt een andere gitaar aan het rek, die af en toe een mep krijgt. Ja; zo viert Han Bennink zijn 75e verjaardag, beste mensen! Het klinkt vaag en het is avant garde van de frontlinie, maar het is ook wonderlijk mooi om Bennink als het ware met zijn drumstel horen praten. Wat een meesterlijk drummer is hij toch.
20171109_211419 (2)

Ik heb een hartgrondige hekel aan Sun Kil Moon, maar met wat berichten van binnen hoor ik dat ik toch écht even moet kijken. Het klinkt bij binnenkomst best goed, maar na een minuutje wordt drummer Steve Shelley (half Sonic Youth aanwezig bij LGW!) ingeruild voor iemand die feitelijk niks hoeft te doen in een werkelijk oersaai nummer waar geen einde aan komt. Kozelek wil pertinent geen foto’s, hij heeft al van iemand een telefoon afgepakt, en hij begint opnieuw omdat het niet muisstil is. Ja, hierom haat ik Sun Kil Moon: het is saai, pretentieus, hautain, en met een intonatie die nog veel vlakker is dan een kind van zes dat sinterklaasgedichten voorleest. Wegwezen hier!

In Ekko kom ik bij Dark Buddha Rising, Finse meditatieve ambient black metal. Traag als schuivend gletsjers, tot het punt waarop de tijd bijna is uitgeschakeld, in een almaar repeterende riff. Dat geldt dan wel vooral voor de lange instrumentale stukken. De zanger is wel geinig in zijn poses en bezweringen, maar vocaal is het toch wel erg beperkt. Zo ontstaat er ook een duidelijk onderscheid tussen echt goede passages (instrumentaal) een mindere stukken (met zang).
20171109_224543 (2)

Big|Brave staat al een tijdje op mijn lijstje om te willen zien. Ze lopen tussendoor al wat zenuwachtig door Ekko en beginnen ook tien minuten te vroeg, als de zaal al bomvol is. Big|Brave speelt uiterst minimale maar loodzware doom, waarin een enkele drum- of gitaarslag een heel universum opent. De ruimte tussen de slagen is net zo belangrijk en beladen als de klap zelf. In die wereld zingt de loepzuivere Robin Wattie haar delicate wanhoop. Big|Brave zit niet voor niets op Southern Lord, het label van Sunn O))), maar is daar wel een buitenbeentje. Het is meer een band uit Montréal dan een doommetalband. Wattie oogt af en toe wat bezorgd, maar dat zal de warmte in de zaal zijn. Ze spelen in een goed uur vier lange, trage nummers van uiterst gracieuze doom.
20171110_003143 (2)

20171111_161004

Voorafje van Broeder Dieleman

Ik haak weer aan bij het programma op zaterdag, als de winkels en kroegen rond de Voorstraat flink gevuld zijn voor ontdekkingen op Le Mini Who. Het is goed om te zien dat er zoveel nieuwsgierigheid is naar spannende muziek, al betekent het ook dat het niet meevalt om overal binnen te komen. Op tijd binnen zijn is dan het devies. Ik land met een man of veertig in een moeilijk te definiëren conceptstore voor een mooie akoestische set van Broeder Dieleman, die Janine Osta en drummer Leo heeft meegenomen. Het goede nieuws (“niet doorvertellen”) is dat er een nieuwe plaat is opgenomen, jawel. We krijgen een mooi menu van wat oude en nieuwe nummers voorgeschoteld, mooie akoestische versies van Gloria, Aalschovers,Omer Gielliet, een nieuw liedje over de dood en een liedje Omer2, dat zich ontpopt tot welhaast een meezinger (“Kom maar!”). Tonnie is in een uitstekend humeur, uniek artiest die heel zijn publiek bij naam kent en de man van de oneliner van de dag: “Als ik bescheiden wil zijn dan neemt mijn ego toch altijd weer de overhand.” Leve het ego van Tonnie!

Het reguliere zaterdagprogramma begint met Gonjasufi, met bizar harde futuristische beats van twee mannetjes met blauwe mutsen. De bas trilt de longen haast uit mijn lijf. Gonjasufi zelf is een klein ventje met een hoed op. Hij loopt in het halfduister onder de fascinerende visuals heen en weer terwijl hij onverstaanbare vocalen schreeuwt. Ik geloof het wel na 20 minuten. Als ik de zaal verlaat staat er voor de Pandora een belachelijk lange rij, een goede hint dat het op de zaterdag van LGW lastig is om tijdens optredens nog binnen te komen.

Bij Kevin Morby gaat dat nog prima. Ik heb hem al vaak gezien en pik deze vooral mee omdat Gonjasufi me tegenvalt, met instant beloning. Morby is geweldig op dreef en hij bespeelt met gemak de Grote Zaal van TV, terwijl hij vorig jaar nog gewoon in Ekko stond. Morby is op deze editie van LGW zeker één van de makkelijker behapbare muzikanten, zo eentje met echte liedjes, een klassieke line-up van drum, bas en 2x gitaar. Maar die standaard is natuurlijk niet voor niets het fundament van de popmuziek. Morby heeft er ook de liedjes voor, met een mooie uitvoering van Harlem River en met Destroyer als een hele mooie ode aan Fred Cole, de net overleden held van Dead Moon. De folknummers van Morby zijn ook net wel even anders, met soms minutenlange herhaling van maar twee of drie akkoorden, totdat je haast in trance luistert. De grootste troef is Meg Duffy, de iele gitariste in de lange jurk die in niets lijkt maar in alles klinkt als een gitaargodin. Duffy speelt met jaloersmakend technisch gemak echt alles uit haar gitaar, van solo’s waar Jimmy Page nog van zou opkijken, tot een prachtig jankende tremolo bij Destroyer. Morby met band is inmiddels een kwaliteitskeurmerk geworden. 20171111_194022 (2)

In de Pandora staat het ramvol voor Shabazz Palaces, de sfeer achterin wordt door het geduw in de drukte haast wat grimmig. Shabazz Palaces is één van de vele curatoren van deze editie, nadat ze twee jaar geleden in Cloud Nine al een fascinerende set ten gehore brachten. Ze leggen een fascinerend fundament van abstract afrofuturisme, tegelijkertijd ijzig industrieel en enorm mellow. Dit zijn hiphopreizigers in outer space, zoals er deze editie wel meer zijn. De beats zijn uiterst effectief, maar na een tijdje toch ook wel wat eenzijdig, zeker met de wat zijige spreekzang er overheen.
20171111_211102

20171111_215947Dat geeft gelegenheid om ons oor te luister te leggen bij waarschijnlijk de grootste legende van deze editie van van LGW, Pharoah Sanders. Sanders is één van de beste (zoniet dé beste) saxofonisten van de wereld, maar inmiddels met 76 ook al aardig op leeftijd. Stram en met een beetje hulp komt hij het podium op geschuifeld, helemaal achter de band langs met een traagheid die ons even de adem doet inhouden. Pharoah Sanders oogt als een kerel van ver boven de honderd, je vraagt je haast af of het wel verantwoord is dat hij hier zijn tenorsax speelt, maar als hij dan aanzet hoor je onmiddellijk wat een bereik, kleur en warmte hij erin kan leggen. Dit is uitzonderlijk goed. De band met drum, staande bas en piano musiceert op verbluffend hoog niveau. Pharoah zelf legt daar zijn prachtige tenorsax overheen, af en toe even luisterend en wachtend, om dan op een door hem gekozen moment de hele zaal op te tillen. Het moet wel een beetje gedoseerd, want anders raakt hij ongetwijfeld buiten adem, dus tussendoor zit Sanders met zijn ogen dicht achter de band op een stoel te luisteren, onder meer naar een fascinerend mooie freejazz compositie van een krap half uur. Ik zou echt uren kunnen kijken naar wat alleen al de drummer kan. Deze band is ongehoord goed, dit is meer outer space dan al die futuristische bands hier bij elkaar. Pharoah Sanders wordt intussen steeds actiever en doet ook nog wat zang, en zowaar, hij zet in tot een stram dansje. Wat een voorrecht om deze legende hier te hebben mogen bewonderen.20171111_222712(0)

Volstrekt andere koek dan in DBs, omdat het kan op LGW. Ik pik nog een heel klein stukje mee van Vampillia, Japanse noise-black metal. Het is snoeihard, met mooie viool en een zanger die zichzelf van intensiteit bijkans opknoopt aan het microfoonsnoer. Allejezus, dit is zelfs in een paar minuten al behoorlijk genadeloos.

Maar dat is Dälek ook. Deze noisehiphop schuimt al een tijdje rond op mijn Spotifylijstjes, dus die wil ik wel eens live zien. De laatste plaat heeft de geniale titel Endangered Philosophies, en daar beginnen we ook mee: een enorme bak smerige beats, doorspekt met een vat vol noise waar My Bloody Valentine zich niet voor zou schamen. Dälek shopt net zo goed bij Public Enemy als bij Joy Division als in de donkerste krochten van de death en blackmetal. We krijgen een genadeloze set zonder enige adempauze. De kleine dikke vocalist gooit zijn pet nog eens diep over de oren om zijn duistere teksten via het plafond de zaal in te spuien. Het is mooi om weer eens een goede turntablist aan het werk te zien, een vak dat wat ondergesneeuwd lijkt onder alternatieve technische mogelijkheden. Dälek deelt dreun op dreun uit, met deze keiharde en duistere set. Is het ook goed? Jawel, er wordt zelfs zo hard geschreeuwd en gefloten voor een toegift dat ze deze voor de nog halfvolle zaal erbij doen. Heel tof, hopelijk snel weer eens terug in DBs.
20171112_000411

Zondag begint in hoger sferen, met de Sai Anantham Ahsram Singers, die het spirituele werk zullen voordragen van Alice Coltrane Turiyasangitananda. Dat belooft wat. De grote zaal van TV krijgt de sfeer van een vredige ashram, met zitkussentjes in de zaal, een altaar met een foto van Coltrane op het podium, een rustgevend lichtblauw uitgelicht sfeertje. Bij binnenkomst worden liedboekjes uitgedeeld. Coltrane stichtte in de jaren 20171112_171815zeventig haar eigen spirituele gemeenschap en componeerde gospelversies van traditionele hindoeliederen, die nu tot ons zijn gekomen via een uitgave op het label van David Byrne. Het koor komt via de zaal binnen, een aantal blijven nog even in de zaal staan. Het is een koor van negen dames in mooie sari’s, drie man op blote voeten (alhoewel, is daar eentje op sokken?), aangevuld met een organist en een drummer. We mogen al vanaf eerste nummer meezingen met de Indische gezangen in Amerikaans accent. Het tweede nummer is een soort soul versie van Rama Rama. Het is leuk om een half uurtje naar te kijken, maar het bijt niet echt door en neigt naar saai. De synthesizer maakt er ook wel een wat zijige sfeer van, vrede op aarde door fijn samen te zingen. Mooi, maar wat Fred zegt: dit had groter, heftiger en confronterender kunnen zijn.

20171112_174443 (2)

Juana Molina dan maar. Dat wordt groots aangepakt, met overal camera’s en zo’n boom cam die over het publiek vliegt. Dat alles is echt nergens voor nodig, want dit is echt bedroevend slecht. Molina kan niet zingen, ze heeft de uitstraling van zak bintjes, de drummer kan niet drummen en de bassist klooit veel te veel met zijn synths. Maar veel was er ook niet aan te doen, want de nummers zijn te wrakkig van opbouw. Dit is echt honderd keer niks. Molina is in thuisland blijkbaar een grote ster van de plaatselijke telenovelas, maar die faam zal lokaal blijven, vermoed ik. Snel weg hier.

In Cloud Nine speelt Lost Horizons een band met een mooie stamboom naar Cocteau Twins een Dif Juz, bands die in de jaren tachtig al samen optrokken. Lost Horizons (niet te verwarren met Lost Horizon, de Zweedse metalband) brengt mooie sfeerpop met een wave randje, niet überspannend, maar wel aangenaam. De donkerharige zangeres, Helen Ganya Brown, zingt esoterisch en zuiver, de blonde zangeres, Beth Cannon, is krachtig en vol soul, maar gek genoeg combineert het niet zo goed als ze samen zingen. Cannon lijkt ook wel wat op Liz Fraser van de Cocteau Twins, niet alleen uiterlijk maar ook in de grootse gebaren. Lost Horizons is een gevarieerde groep, met oude rotten en jongere muzikanten. Simon Raymonde van ooit Cocteau Twins oogt trouwens opvallend als Bill Nighy, de oude rocker in Love Actually. Hoe dan ook: fijne band voor de zondagmiddag.
20171112_190841 (2)

In de grote Ronda staat zowaar Linton Kwesi Johnson, grootheid van de reggae en de Britse black consciousness. Hij is inmiddels ook al goed in de zestig en gestoken in maatpak op snit. Zijn optredens zijn zeldzaam en ook vanavond komt het er muzikaal niet van, want hij doet een ruim half uur van spoken word. Hij heeft genoeg materiaal om uit te putten, zowel zijn songteksten als boeken sinds de jaren zeventig. Kwesi Johnson draagt voor met zangerige intonatie en een fijn timbre. Inglan is a Bitch! Echt superstoer van LGW om dit in de grootste zaal neer te zetten, die bovendien ook tot de nok gevuld is. Hulde.

Misschien wel het hoogtepunt van deze avond en dus van heel LGW treedt vervolgens aan in de Pandora: Sevdaliza start hier haar Europese tour met een verbluffend optreden van wereldklasse. Alles aan dit optreden is doordacht, geregisseerd en volledig in control. Bij veel andere artiesten zou dat klinisch worden, bij Sevdaliza geeft het de ruimte voor onafhankelijkheid, creativiteit en Kunst zoals iedereen het wil maken maar bijna niemand dat zo kan. Ze treedt aan voor een microfoonstandaard omwikkeld met rozen, die ze al zingend vanuit brede mouwen over de eerste rij van het publiek uitstrooit. Het is het begin van een prachtig optreden. Sevdaliza kan leunen op een prachtige stem, maar ook op een band die extreem goed doseert: het combo violisten (hé! die kennen we van Kyteman!) kleurt met warmte, de synths fluctueren van futuristische triphop tot totale stilte. Bij verscheidenene nummers komt de geweldig mooie danser Gil langs, die als een geest om Sevdaliza heen danst. Hij tilt het hele optreden nog een paar niveaus verder, tot het moment waarop ze in bevroren pose samen de zaal in staren; nooit was het in Tivoli zo stil. Sevdaliza durft een groot artiest te zijn, misschien nog wel het best vergelijkbaar met iemand als Grace Jones. En wat Sevdaliza durft, wordt ze ook. Zeer indrukwekkend.
20171112_205153 (2)

Beetje bijkomen dan bij de futuristische freejazz van Shabaka & The Ancestors. Ik voel me nauwelijks in staat om duiding te geven aan deze future of jazz, maar ik hoor wel dat het heel fijn is. Heerlijke nooit eindigende saxsolo (en ik hou niet eens van saxofoon!). Het ellenlange nummer Nguni blijft de hele volgende dag nog in mijn hoofd rondspoken.

Dit jaar is Perfume Genius één van de curatoren van het festival en dat is zeer terecht, want Mark Hadreas is een ster met de eigenzinnigheid die bij LGW past. Hij heeft er flink zijn best voor gedaan, zo lees ik jubelende verhalen over het door hem gecureerde Mount Eerie, die een tranentrekkend mooie set doet in de Janskerk. Daar was ik niet bij, maar natuurlijk wel bij Perfume Genius zelf in de grote zaal. Zijn optreden een paar jaar geleden was al indrukwekkend, nu is het nog een paar niveaus hoger. Hadreas is een man van intense kwetsbaarheid en grote kracht tegelijk. Hij struikelt even over zijn hakjes, maar dat deert hem niet om het hele optreden over het podium lang heen en weer te vliegen en zijn grootse poses te tonen. Hij zingt prachtig, hij schreeuwt het uit en hij grijpt ons volledig bij de strot. De set is een hele fijne afwisseling van prachtig hard tot breekbaar klein. De band is technisch haast perfect en bij een paar nummers komt er ook een strijkorkestje bij voor extra diepgang. Maar Mark kan ook zonder, in een tranentrekkend mooie solo, en later in de set een prachtig liedje samen met Alex op het orgeltje. Heel fijn ook, de stille zalen als dat moet, zoals hier en eerder bij Sevdaliza. Mark durft ontzettend zichzelf te zijn en daar kan iedereen een grote inspiratie aan ontlenen. Ik zou hem voor altijd willen vasthouden.
20171112_225209 (2)
De afwisseling houdt niet op bij deze editie van LGW, hier komen vele muzikale werelden bij elkaar, met als gedeelde noemer lef, avontuur en vernieuwing. Dat doet het legendarische Sun Ra Arkestra al sinds de jaren vijftig – eerlijk gezegd toen nog wel wat meer dan nu. Sun Ra is al een kwarteeuw in outer space, maar zijn Arkestra gaat nog altijd door in dezelfde sferen. ‘Many lightyears in space we will wait for you’, zegt de blauwgestifte zangeres. Het orkest ziet er geweldig uit, in goud, glitter en guirlandes, en het klinkt als een volstrekt wonderlijke vorm van piep-krak-futurisme. De huidige bandleider, Marshall Allen, is liefst 93 jaar (!) maar gaat nog als de brandweer op soort spacy elektronisch blaasinstrument dat klinkt als niets anders. De vocalen wisselen elkaar af en op gegeven moment gaan er drie blazers een rondje door de zaal. Space is the place!
20171112_231833

Het Endspiel is voor Princess Nokia, die als vraagteken op het programma staat. Ik weet niet goed waarom dit een geheim moest blijven, maar ik hoor wel waarom ze er staat, want ze doet een verdomd lekker setje van een halfuur. Ze oogt als een jonge Aaliya. Ze heeft tussendoor wat pittige praatjes, maar Princess Nokia heeft in haar nummers een uitstekende flow, vol van maatschappijkritiek, maar ook met humor.

Daarmee komt een einde aan een bijzondere, zeer gevarieerde editie van Le Guess Who. Verreweg de meeste artiesten stegen boven zichzelf uit, ongetwijfeld aangejaagd door het idee onderdeel te zijn van iets heel bijzonders. Dit is een ontmoetingsplek van het experiment en het avontuur, waar je kunt proeven uit de grootste keuken die er bestaat, van de muziek. Inmiddels weet heel de wereld dat, lijkt het wel, en vooral op zaterdag is het van belang om doortastende beslissingen te nemen om rijen te vermijden, maar wie tien minuutjes eerder in een zaal aan de bar staat mist niks. Chapeau dus wederom voor de organisatie en de programmering, die dit universum mogelijk maken. Ik snap heel goed dat mensen hier de halve wereld voor afreizen, en ik voel me zeer bevoorrecht dat ik er gewoon op mijn oude barrel bij kan zijn. Volgend jaar natuurlijk weer, ticket 2018 is al in da pocket.

Zie hier nog een aantal reviews van anderen, zodat je helemaal compleet bent:

Aanvullingen volgen

    • Godspeed You! Black Emperor komt deze ronde de laatste plaat Luciferian Towers promoten in een behoorlijk bomvolle Paradiso (100 kaartjes minder per concert mag ook wel, hoor!). Dat is weer een fraaie plaat, wat minder volumineuze doom dan de vorige twee en wat meer ruimte voor compositie en gedoseerde instrumentaties. Godspeed live is ‘always the same, always different’, zoals ik op de vogeltjesbox las, en zo pakt het ook vanavond weer uit.

      De opstelling is vergelijkbaar met de vorige keer, vermoedelijk ongeveer zoals het er in het GYBE-oefenhok ook uit ziet. De opstelling in het halfduister is rond, de gitaristen zitten op goedkope stoeltjes, Mike Moya en David Bryant als de buitenste twee aan de zijkant half met de rug naar het publiek gekeerd. Sowieso is de inzet fors, met drie gitaren, twee drums, twee bassen en viool. Dat hakt er wel in. Boven de band zien we zwartwitbeelden van teloorgegane industriële steden.

      Ook net als de vorige keer is het eerste nummer Hope Drone, een mooi opbouwend nummer dat nog steeds niet op plaat is verschenen, maar live al een tijdje mee gaat. De titel is geen toeval, want al is de muziek soms wat zwaar op de hand, het politieke linkerspectrum van GYBE leent zich eerder voor hoop en strijd dan voor teneergeslagenheid.

      Waar die hoop uit bestaat moge duidelijk worden uit de titels van de navolgende werkstukken, Bosses Hang en Anthem for No State. Fraaie composities met uitgekiende opbouw en bij tijd en wijle gierende gitaren stutten de boodschap dat we ons niet neerleggen bij de kapitalistische corpocratie die de adem beneemt van de sociale, zorgzame, democratische en vrije mens. GYBE wordt met de dag actueler, lijkt het wel.

      De andere twee nummers van de plaat geven vervolgens een mooie wending. Het titelnummer Luciferian Towers is lekker noisy, Fam/Famine heeft de novelty van een saxofonist die als negende bandlid mee komt doen, midden op het podium maar met zijn rug naar het publiek. Het is tegelijkertijd een uitgekiende compositie en een enorme bak herrie, en daarmee het krachtigste nummer van dit eerste uur van het concert.

      Want hallelujah!, daarna volgt een kleine drie kwartier met integraal en helemaal Slow Riot for New Zero Kanada, misschien wel hun mooiste plaat ooit. Moya begint met een langzame opbouw vanuit de viool, langzaam toewerkend naar een rustpunt, door naar die prachtige gitaren, en dan weer terug naar de viool. Oh my, wat een ongelooflijk prachtige nummer is dit toch.

      Bovendien geeft het des te meer impact aan het volgende nummer, Blaise Bailey Finnegan III, dat werkt vanuit het kwade geratel van de titelfiguur, hier op tape. GYBE speelt er met een ogenschijnlijk vrijblijvende improvisatie overheen, maar don’t be mistaken, dit is een zeer uitgekiende opbouw naar een tweede stukje Blaise Bailey, die nog een gedicht wil voordragen over Amerika als derdewereldland (grappig stukje trivia: er is de suggestie dat het voorgelezen gedicht van eigen hand is, maar het is in feite een herschikking van ‘Virus’ van Iron Maiden. Wist je niet hè). De tweede helft van het nummer is daarna de stevige versie van de eerste helft, dreigend, bezwerend, duister en intens. Het nummer eindigt in een drone-achtig loopje, terwijl de emperors één voor één het podium verlaten, een halfslachtig zwaaihandje als enige interactie met het publiek deze avond. Thierry Amar komt het geluid nog even uitzetten, na wederom een geweldige set. Wat een verpletterende band is dit toch.

      Volgende kans is op Roadburn, volgend voorjaar in Tilburg.

      Dit is ook een mooi verslag: http://www.brooklynvegan.com/review-of-godspeed-you-black-emperors-intense-and-serene-amsterdam-show/

      Al weer geruime tijd geleden speelde plusminus de line-up van het Darth Faber Fest in de Worm in Rotterdam: It Dockumer Lokaeltsje, The Homesick en The Ex. Daar was ik natuurlijk bij, maar gezien ongenadige drukte op andere fronten is er geen tijd geweest voor een verslag. Wel wat foto’s, bij deze.

      It Dockumer Lokaeltsje!

      20171020_225248

      The Homesick!

      20171021_182625

      The Ex!

      Verslag heb ik deze keer niet, maar dat hoeft ook niet want iedereen weet zo ook wel dat het weer een geniale avond was. En de Worm is ook een toffe tent.